[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-8f4f-7376-9e24-2427f5ecfdc0":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-8867-7609-97d9-66b3d8eed485":270},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":269},"01a0ba4b-8f4f-7376-9e24-2427f5ecfdc0","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8867-7609-97d9-66b3d8eed485","Waar is het?","Kies het voorzetsel of de plaatsaanduiding die precies bij de beschreven situatie past.","Voorzetsels van plaats: in, op en onder","Vul de lege plekken in met het voorzetsel dat precies past bij waar iets is, zoals in de tas of op het bureau, in eenvoudige zinnen over dingen thuis.",0,"word_select",[13,35,51,67,85,102,118,134,151,169,185,201,217,233,252],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":10,"explanation":16,"exampleSentence":17,"blanks":18},"01a0ba4b-8f4f-758a-9e24-2427f85e810b","De rits van de tas is dicht en de sleutel zit volledig __1__ de tas.","De sleutel bevindt zich binnen de tas. Voor iets binnen een ruimte gebruik je in.","Het brood ligt in de kast.",[19],{"id":20,"blankNumber":21,"options":22},"01a0ba4b-8f4f-753e-9e24-2427f7c87636",1,[23,27,31],{"id":24,"optionText":25,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-8f4f-74ae-9e24-2427f6966ee3","in",true,{"id":28,"optionText":29,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-8f4f-74ee-9e24-2427f6f0f5ae","op",false,{"id":32,"optionText":33,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-8f4f-751a-9e24-2427f7a248c4","onder",2,{"id":36,"sentenceTemplate":37,"displayOrder":21,"explanation":38,"exampleSentence":39,"blanks":40},"01a0ba4b-8f4f-7672-9e24-2427fb1a9b1d","De telefoon ligt __1__ het bureaublad.","De telefoon ligt op een oppervlak: het bureaublad. Daarom gebruik je op. In zou betekenen dat de telefoon binnen het blad zit; aan past niet bij ligt in deze zin.","De krant ligt op de tafel.",[41],{"id":42,"blankNumber":21,"options":43},"01a0ba4b-8f4f-763e-9e24-2427fa54b5a8",[44,46,48],{"id":45,"optionText":25,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-8f4f-75d6-9e24-2427f8be5def",{"id":47,"optionText":29,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-8f4f-75fe-9e24-2427f938329a",{"id":49,"optionText":50,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-8f4f-761e-9e24-2427f969f83e","aan",{"id":52,"sentenceTemplate":53,"displayOrder":34,"explanation":54,"exampleSentence":55,"blanks":56},"01a0ba4b-8f4f-774a-9e24-2427fd36b343","De kat slaapt __1__ de stoel, tussen de vier poten.","De poten staan rond de kat en de stoel is boven haar. Daarom gebruik je onder, niet op of naast.","De schoenen staan onder het bed.",[57],{"id":58,"blankNumber":21,"options":59},"01a0ba4b-8f4f-7716-9e24-2427fc9c27ca",[60,62,65],{"id":61,"optionText":29,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-8f4f-76b6-9e24-2427fb3a23ec",{"id":63,"optionText":64,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-8f4f-76da-9e24-2427fb58d2dc","naast",{"id":66,"optionText":33,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-8f4f-76f6-9e24-2427fc4ff742",{"id":68,"sentenceTemplate":69,"displayOrder":70,"explanation":71,"exampleSentence":72,"blanks":73},"01a0ba4b-8f4f-781e-9e24-2427ffd3cae2","De lamp staat direct rechts van de bank, zonder de bank te raken. De lamp staat __1__ de bank.",3,"De lamp staat direct aan de zijkant van de bank. Voor die positie gebruik je naast.","Mijn stoel staat naast het raam.",[74],{"id":75,"blankNumber":21,"options":76},"01a0ba4b-8f4f-77ea-9e24-2427ff428db7",[77,79,82],{"id":78,"optionText":64,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-8f4f-778a-9e24-2427fe07869a",{"id":80,"optionText":81,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-8f4f-77ae-9e24-2427fe92456d","voor",{"id":83,"optionText":84,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-8f4f-77ca-9e24-2427fec2a875","achter",{"id":86,"sentenceTemplate":87,"displayOrder":88,"explanation":89,"exampleSentence":90,"blanks":91},"01a0ba4b-8f4f-7906-9e24-24280268210b","De tafel staat __1__ twee stoelen: één stoel links en één stoel rechts.",4,"De twee stoelen staan aan verschillende kanten van de tafel. Daarom staat de tafel tussen de stoelen. Voor en achter beschrijven deze plaats niet.","De plant staat tussen de twee ramen.",[92],{"id":93,"blankNumber":21,"options":94},"01a0ba4b-8f4f-78d2-9e24-24280233ca0f",[95,97,100],{"id":96,"optionText":81,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-8f4f-785e-9e24-24280085aab3",{"id":98,"optionText":99,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-8f4f-7896-9e24-242800d743a4","tussen",{"id":101,"optionText":84,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-8f4f-78b2-9e24-24280141cd90",{"id":103,"sentenceTemplate":104,"displayOrder":105,"explanation":106,"exampleSentence":107,"blanks":108},"01a0ba4b-8f4f-79da-9e24-24280465104f","Vanaf de straat zie je eerst de fiets, dan het huis: de fiets staat __1__ het huis.",5,"Je kijkt vanaf de straat naar het huis en ziet de fiets eerst. De fiets staat dus voor het huis. Achter geeft de omgekeerde volgorde; tussen heeft twee of meer grenzen nodig.","Er staat een taxi voor het hotel.",[109],{"id":110,"blankNumber":21,"options":111},"01a0ba4b-8f4f-79a6-9e24-24280428e3f6",[112,114,116],{"id":113,"optionText":84,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-8f4f-794a-9e24-242802ea04e1",{"id":115,"optionText":99,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-8f4f-796a-9e24-242803812e00",{"id":117,"optionText":81,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-8f4f-798a-9e24-242803f07a28",{"id":119,"sentenceTemplate":120,"displayOrder":121,"explanation":122,"exampleSentence":123,"blanks":124},"01a0ba4b-8f4f-7aaa-9e24-242806be1ae7","Het huis staat tussen de straat en de tuin: de tuin ligt __1__ het huis.",6,"Vanaf de straat komt eerst het huis en daarna de tuin. De tuin ligt dus achter het huis, niet voor of in het huis.","De schuur staat achter de boerderij.",[125],{"id":126,"blankNumber":21,"options":127},"01a0ba4b-8f4f-7a7a-9e24-2428065a4d3a",[128,130,132],{"id":129,"optionText":84,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-8f4f-7a1a-9e24-2428055ba412",{"id":131,"optionText":81,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-8f4f-7a3e-9e24-242805d64884",{"id":133,"optionText":25,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-8f4f-7a5a-9e24-24280627f890",{"id":135,"sentenceTemplate":136,"displayOrder":137,"explanation":138,"exampleSentence":139,"blanks":140},"01a0ba4b-8f4f-7b7e-9e24-242807e77dca","De bakker is __1__ het station, recht aan de overkant van de straat.",7,"De straat ligt tussen de twee gebouwen. Ze staan recht tegenover elkaar. Achter past niet bij deze situatie; tussen vraagt om twee of meer grenzen.","De apotheek is tegenover het ziekenhuis.",[141],{"id":142,"blankNumber":21,"options":143},"01a0ba4b-8f4f-7b46-9e24-242807e5d056",[144,146,149],{"id":145,"optionText":84,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-8f4f-7aea-9e24-24280738b88a",{"id":147,"optionText":148,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-8f4f-7b0e-9e24-242807642635","tegenover",{"id":150,"optionText":99,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-8f4f-7b2a-9e24-242807d0564c",{"id":152,"sentenceTemplate":153,"displayOrder":154,"explanation":155,"exampleSentence":156,"blanks":157},"01a0ba4b-8f4f-7c56-9e24-24280a331d27","Mila is __1__ de dokter voor een onderzoek.",8,"Voor een bezoek aan een persoon gebruik je hier bij. Naar geeft een richting aan en past niet bij is; aan gebruik je hier niet voor een bezoek.","Wij spreken af bij het station.",[158],{"id":159,"blankNumber":21,"options":160},"01a0ba4b-8f4f-7c22-9e24-24280983dd57",[161,164,166],{"id":162,"optionText":163,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-8f4f-7bbe-9e24-24280855a281","naar",{"id":165,"optionText":50,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-8f4f-7bde-9e24-242808fb91d4",{"id":167,"optionText":168,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-8f4f-7c06-9e24-24280901a272","bij",{"id":170,"sentenceTemplate":171,"displayOrder":172,"explanation":173,"exampleSentence":174,"blanks":175},"01a0ba4b-8f4f-7d2a-9e24-24280c9627de","De foto hangt __1__ de muur.",9,"Een foto die aan een muur vastzit, hangt aan de muur. In betekent binnenin; onder betekent lager dan de muur.","De jas hangt aan de kapstok.",[176],{"id":177,"blankNumber":21,"options":178},"01a0ba4b-8f4f-7cf6-9e24-24280c75f5f3",[179,181,183],{"id":180,"optionText":50,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-8f4f-7c9a-9e24-24280aa585ce",{"id":182,"optionText":25,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-8f4f-7cba-9e24-24280b780485",{"id":184,"optionText":33,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-8f4f-7cda-9e24-24280c2424ca",{"id":186,"sentenceTemplate":187,"displayOrder":188,"explanation":189,"exampleSentence":190,"blanks":191},"01a0ba4b-8f4f-7df6-9e24-24280dfa0d5d","Wij gaan __1__ het station om de trein te nemen.",10,"Het station is de plek waar we naartoe gaan. Daarom gebruik je naar. Aan geeft hier geen richting aan; tussen vraagt om twee of meer grenzen.","Sara gaat naar de dokter.",[192],{"id":193,"blankNumber":21,"options":194},"01a0ba4b-8f4f-7dc2-9e24-24280dde7b62",[195,197,199],{"id":196,"optionText":50,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-8f4f-7d66-9e24-24280cfd6672",{"id":198,"optionText":163,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-8f4f-7d86-9e24-24280d396bb0",{"id":200,"optionText":99,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-8f4f-7da6-9e24-24280d74b481",{"id":202,"sentenceTemplate":203,"displayOrder":204,"explanation":205,"exampleSentence":206,"blanks":207},"01a0ba4b-8f4f-7ec2-9e24-2428109789d7","Noor is al binnen en doet boodschappen. Zij is __1__ de winkel.",11,"Noor bevindt zich op een plaats en beweegt niet naar een bestemming. Daarom staat ze in de winkel.","Mijn broer is in het café.",[208],{"id":209,"blankNumber":21,"options":210},"01a0ba4b-8f4f-7e8e-9e24-24280ff3edaa",[211,213,215],{"id":212,"optionText":163,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-8f4f-7e36-9e24-24280e094203",{"id":214,"optionText":168,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-8f4f-7e56-9e24-24280e7f8c16",{"id":216,"optionText":25,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-8f4f-7e72-9e24-24280f6c31ce",{"id":218,"sentenceTemplate":219,"displayOrder":220,"explanation":221,"exampleSentence":222,"blanks":223},"01a0ba4b-8f4f-7f9e-9e24-242812f7579a","De kinderen zitten nu in hun klas en volgen de les. Zij zijn __1__ school.",12,"Voor de vaste plaats waar leerlingen les volgen gebruik je op school.","De docent is vandaag op school.",[224],{"id":225,"blankNumber":21,"options":226},"01a0ba4b-8f4f-7f6a-9e24-242812cef1d5",[227,229,231],{"id":228,"optionText":29,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-8f4f-7f02-9e24-2428112874fc",{"id":230,"optionText":25,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-8f4f-7f26-9e24-242811b8cb31",{"id":232,"optionText":163,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-8f4f-7f42-9e24-2428129dc71c",{"id":234,"sentenceTemplate":235,"displayOrder":236,"explanation":237,"exampleSentence":238,"blanks":239},"01a0ba4b-8f50-70d8-a1ee-1a675966f5a1","Amir is ziek en blijft __1__.",13,"Blijft geeft hier aan dat Amir niet weggaat. Je zegt blijft thuis, zonder voorzetsel. Naar huis past bij beweging, zoals gaat naar huis. Naar thuis is geen correcte combinatie.","Vanavond ben ik thuis.",[240],{"id":241,"blankNumber":21,"options":242},"01a0ba4b-8f50-70a4-a1ee-1a675894b34f",[243,246,249],{"id":244,"optionText":245,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-8f50-7040-a1ee-1a675777664f","naar huis",{"id":247,"optionText":248,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-8f50-7068-a1ee-1a675780b776","thuis",{"id":250,"optionText":251,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-8f50-7088-a1ee-1a67587be341","naar thuis",{"id":253,"sentenceTemplate":254,"displayOrder":255,"explanation":256,"exampleSentence":257,"blanks":258},"01a0ba4b-8f50-71a8-a1ee-1a675b93afc4","Na zijn werk gaat Omar __1__ om in zijn eigen bed te slapen.",14,"Bij beweging naar de eigen woning zeg je naar huis. Na naar gebruik je huis, niet thuis. In deze vaste combinatie staat ook geen lidwoord.","Wij gaan om zes uur naar huis.",[259],{"id":260,"blankNumber":21,"options":261},"01a0ba4b-8f50-7174-a1ee-1a675aa0a119",[262,265,267],{"id":263,"optionText":264,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-8f50-7118-a1ee-1a6759d7c3c8","naar de huis",{"id":266,"optionText":251,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-8f50-713c-a1ee-1a675a6cbf49",{"id":268,"optionText":245,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-8f50-7158-a1ee-1a675a7374a0","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_e05785cc-b893-430b-a663-742893e806a3_hero.webp?v=1789831909",{"title":271,"slug":272,"language":273,"level":274},"Basisvoorzetsels van plaats en tijd","basisvoorzetsels-van-plaats-en-tijd","nl","A1"]