[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-9001-7b44-8c1c-6375ac94c57f":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-8871-709b-928b-2f78426a482b":272},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":271},"01a0ba4b-9001-7b44-8c1c-6375ac94c57f","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8871-709b-928b-2f78426a482b","Gewone informatie en duidelijke tekst","Kies de vorm die past. Let op nadruk, contrast en korte antwoorden: bij gewone informatie zonder nadruk gebruik je vaak de korte vorm.","Korte onderwerpsvormen: je, we en ze","Kies tussen je, we, ze en de volle vorm in zinnen met gewone informatie zonder nadruk, bijvoorbeeld over familie, afspraken en de bus nemen.",1,"word_select",[13,35,53,69,88,104,123,139,155,172,190,206,222,238,254],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":16,"explanation":17,"exampleSentence":18,"blanks":19},"01a0ba4b-9001-7d58-8c1c-6375afcb9d31","Ben spreekt Sara aan en benadrukt haar niet: \"__1__ komt morgen ook.\"",0,"Er is geen nadruk op de aangesproken persoon, dus gebruik je de korte vorm je. De volle vorm jij krijgt alleen nadruk of contrast.","Heb je morgen tijd?",[20],{"id":21,"blankNumber":10,"options":22},"01a0ba4b-9001-7d0c-8c1c-6375aedb296f",[23,27,31],{"id":24,"optionText":25,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9001-7c84-8c1c-6375ad06f21d","Jij",false,{"id":28,"optionText":29,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9001-7cc0-8c1c-6375adc842c6","Je",true,{"id":32,"optionText":33,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9001-7ce8-8c1c-6375ae94a1b9","Hij",2,{"id":36,"sentenceTemplate":37,"displayOrder":10,"explanation":38,"exampleSentence":39,"blanks":40},"01a0ba4b-9001-7e44-8c1c-6375b1e99555","Zonder nadruk op het onderwerp: Ik ga mee met familie De Vries. __1__ nemen de bus.","De groep bevat de spreker en krijgt geen nadruk, dus gebruik je de korte vorm we. Wij hoort bij nadruk; ze sluit de spreker uit.","We eten vandaag thuis.",[41],{"id":42,"blankNumber":10,"options":43},"01a0ba4b-9001-7e10-8c1c-6375b173dce8",[44,47,50],{"id":45,"optionText":46,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9001-7da8-8c1c-6375b0150d7d","Wij",{"id":48,"optionText":49,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9001-7dcc-8c1c-6375b0cef524","We",{"id":51,"optionText":52,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9001-7df0-8c1c-6375b10d217f","Ze",{"id":54,"sentenceTemplate":55,"displayOrder":34,"explanation":56,"exampleSentence":57,"blanks":58},"01a0ba4b-9001-7f20-8c1c-6375b305a6a2","Zonder nadruk op het onderwerp: De buren zijn thuis. __1__ drinken koffie.","De luisteraar weet al over wie het gaat, dus gebruik je de korte vorm ze. Zij hoort bij nadruk; we verwijst naar de spreker.","Noor is thuis. Ze leest een boek.",[59],{"id":60,"blankNumber":10,"options":61},"01a0ba4b-9001-7eec-8c1c-6375b2b3d001",[62,64,67],{"id":63,"optionText":52,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9001-7e88-8c1c-6375b1f279c4",{"id":65,"optionText":66,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9001-7eac-8c1c-6375b22eb12a","Zij",{"id":68,"optionText":49,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9001-7ecc-8c1c-6375b26ea93f",{"id":70,"sentenceTemplate":71,"displayOrder":72,"explanation":73,"exampleSentence":74,"blanks":75},"01a0ba4b-9002-7076-8281-ccc2eb434de2","Sara wijst naar zichzelf: \"Niet Noor, maar __1__ heb vandaag vrij.\"",3,"Sara spreekt over zichzelf en maakt een contrast met Noor. Daarom gebruikt ze de volle vorm ik. De korte vorm ’k kan geen nadruk krijgen.","Niet mijn zus, maar ik lees dat boek.",[76],{"id":77,"blankNumber":10,"options":78},"01a0ba4b-9002-702a-8281-ccc2ea852d67",[79,82,85],{"id":80,"optionText":81,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9001-7f60-8c1c-6375b38d9490","ik",{"id":83,"optionText":84,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9001-7f88-8c1c-6375b3ac7848","’k",{"id":86,"optionText":87,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9002-7006-8281-ccc2ea1f3b0d","je",{"id":89,"sentenceTemplate":90,"displayOrder":91,"explanation":92,"exampleSentence":93,"blanks":94},"01a0ba4b-9002-714a-8281-ccc2ee0ca879","De docent zegt tegen Sam: \"__1__ en Noor openen het boek op pagina tien.\"",4,"In een onderwerp met en gebruik je de volle vorm jij, niet de korte vorm je.","Jij en Sara schrijven het antwoord op.",[95],{"id":96,"blankNumber":10,"options":97},"01a0ba4b-9002-7116-8281-ccc2edfd8fb7",[98,100,102],{"id":99,"optionText":29,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9002-70ba-8281-ccc2ec276f16",{"id":101,"optionText":25,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9002-70da-8281-ccc2ed272111",{"id":103,"optionText":52,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9002-70fa-8281-ccc2ede253c4",{"id":105,"sentenceTemplate":106,"displayOrder":107,"explanation":108,"exampleSentence":109,"blanks":110},"01a0ba4b-9002-7222-8281-ccc2efd91de2","Mijn vader zegt: \"Niet onze buren, maar __1__ werken morgen.\"",5,"Het contrast met onze buren vraagt om de volle vorm wij. We kan deze nadruk niet krijgen.","Niet jullie, maar wij slapen in deze kamer.",[111],{"id":112,"blankNumber":10,"options":113},"01a0ba4b-9002-71ea-8281-ccc2efb466c8",[114,117,120],{"id":115,"optionText":116,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9002-718e-8281-ccc2ee5f9bae","we",{"id":118,"optionText":119,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9002-71ae-8281-ccc2eed84abd","wij",{"id":121,"optionText":122,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9002-71ce-8281-ccc2eeec751f","jij",{"id":124,"sentenceTemplate":125,"displayOrder":126,"explanation":127,"exampleSentence":128,"blanks":129},"01a0ba4b-9002-72f2-8281-ccc2f2f88496","Zonder nadruk op het onderwerp: De kinderen zijn buiten. __1__ spelen samen.",6,"Gewone informatie zonder nadruk krijgt de korte vorm ze. Zij hoort bij nadruk; je spreekt iemand aan.","De buren zijn thuis. Ze drinken koffie.",[130],{"id":131,"blankNumber":10,"options":132},"01a0ba4b-9002-72be-8281-ccc2f2ad0473",[133,135,137],{"id":134,"optionText":52,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9002-7262-8281-ccc2f0b92ac5",{"id":136,"optionText":66,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9002-7282-8281-ccc2f18856af",{"id":138,"optionText":29,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9002-72a2-8281-ccc2f203a0d5",{"id":140,"sentenceTemplate":141,"displayOrder":142,"explanation":143,"exampleSentence":144,"blanks":145},"01a0ba4b-9002-73da-8281-ccc2f61429ef","Zonder nadruk op het onderwerp: Waar is Anna? __1__ is in de tuin.",7,"Anna is één vrouw en er is geen nadruk, dus gebruik je de korte vorm ze. We verwijst naar een groep met de spreker.","Waar is Sara? Ze leest een boek.",[146],{"id":147,"blankNumber":10,"options":148},"01a0ba4b-9002-73a6-8281-ccc2f5761a1f",[149,151,153],{"id":150,"optionText":49,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9002-7332-8281-ccc2f38a2b71",{"id":152,"optionText":52,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9002-7352-8281-ccc2f399b4a2",{"id":154,"optionText":66,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9002-7386-8281-ccc2f47d123c",{"id":156,"sentenceTemplate":157,"displayOrder":158,"explanation":159,"exampleSentence":160,"blanks":161},"01a0ba4b-9002-74ba-8281-ccc2f75f055e","\"Komen __1__ en je broer morgen ook?\" vraagt Sam aan zijn vriend.",8,"Ook na het werkwoord gebruik je de volle vorm jij in een onderwerp met en. Je past niet voor en je broer.","Gaan jij en je zus mee naar de markt?",[162],{"id":163,"blankNumber":10,"options":164},"01a0ba4b-9002-7482-8281-ccc2f72b5ab0",[165,167,169],{"id":166,"optionText":87,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9002-7426-8281-ccc2f64a5abb",{"id":168,"optionText":122,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9002-7446-8281-ccc2f6e7d252",{"id":170,"optionText":171,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9002-7466-8281-ccc2f70c169a","ze",{"id":173,"sentenceTemplate":174,"displayOrder":175,"explanation":176,"exampleSentence":177,"blanks":178},"01a0ba4b-9002-758a-8281-ccc2fa79483c","Je hoort: \"’k kom morgen.\" Welk woord is korter gemaakt? __1__.",9,"’k is een informele korte vorm van ik. Het en hij worden niet zo ingekort.","Ik wacht morgen bij de ingang.",[179],{"id":180,"blankNumber":10,"options":181},"01a0ba4b-9002-7556-8281-ccc2f9c2cc73",[182,185,188],{"id":183,"optionText":184,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9002-74fa-8281-ccc2f80569e2","Ik",{"id":186,"optionText":187,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9002-751a-8281-ccc2f8b7a7fa","Het",{"id":189,"optionText":33,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9002-753a-8281-ccc2f95a46d2",{"id":191,"sentenceTemplate":192,"displayOrder":193,"explanation":194,"exampleSentence":195,"blanks":196},"01a0ba4b-9002-765a-8281-ccc2fc67fe13","Je hoort: \"Komt-ie ook?\" Welke volle vorm hoort bij ie? __1__.",10,"In snelle spreektaal hoor je ie; dat is de korte vorm van hij, meestal na het werkwoord. Ik en het zijn andere onderwerpsvormen.","Waar is Sam? Hij werkt boven.",[197],{"id":198,"blankNumber":10,"options":199},"01a0ba4b-9002-762a-8281-ccc2fc4ebf78",[200,202,204],{"id":201,"optionText":33,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9002-75ca-8281-ccc2fb5ac54d",{"id":203,"optionText":184,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9002-75ea-8281-ccc2fb695c00",{"id":205,"optionText":187,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9002-760a-8281-ccc2fbdcd84f",{"id":207,"sentenceTemplate":208,"displayOrder":209,"explanation":210,"exampleSentence":211,"blanks":212},"01a0ba4b-9002-7726-8281-ccc2ff74b166","Je hoort: \"’t is koud.\" Welk woord is korter gemaakt? __1__.",11,"’t is een informele korte vorm van het. Het is geen korte vorm van hij of ik.","Het regent vanmiddag.",[213],{"id":214,"blankNumber":10,"options":215},"01a0ba4b-9002-76f6-8281-ccc2fe963c99",[216,218,220],{"id":217,"optionText":33,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9002-769a-8281-ccc2fcf7fd11",{"id":219,"optionText":184,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9002-76ba-8281-ccc2fd6f0f92",{"id":221,"optionText":187,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9002-76da-8281-ccc2fdb69d6a",{"id":223,"sentenceTemplate":224,"displayOrder":225,"explanation":226,"exampleSentence":227,"blanks":228},"01a0ba4b-9002-7806-8281-ccc3013ee98d","Wie heeft het koud? \"__1__\", zegt Sam en hij wijst naar Noor en Sara.",12,"Een kort antwoord krijgt nadruk. Voor Noor en Sara gebruik je daarom de volle vorm zij, niet ze.","Wie komt er morgen? Zij.",[229],{"id":230,"blankNumber":10,"options":231},"01a0ba4b-9002-77ce-8281-ccc301053641",[232,234,236],{"id":233,"optionText":52,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9002-7766-8281-ccc2ffc62b4a",{"id":235,"optionText":66,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9002-7796-8281-ccc3002e9e98",{"id":237,"optionText":46,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9002-77b2-8281-ccc3003f3a58",{"id":239,"sentenceTemplate":240,"displayOrder":241,"explanation":242,"exampleSentence":243,"blanks":244},"01a0ba4b-9002-78d6-8281-ccc30357d656","Mijn collega vraagt: \"Gaan __1__ en de kinderen vrijdag mee?\"",13,"In een onderwerp met en gebruik je de volle vorm wij, ook na het werkwoord. We past hier niet.","Gaan wij en onze kinderen samen naar het park?",[245],{"id":246,"blankNumber":10,"options":247},"01a0ba4b-9002-78a2-8281-ccc302bb6aaa",[248,250,252],{"id":249,"optionText":116,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9002-784a-8281-ccc3016037bc",{"id":251,"optionText":119,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9002-7866-8281-ccc302172741",{"id":253,"optionText":171,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9002-7886-8281-ccc30259296b",{"id":255,"sentenceTemplate":256,"displayOrder":257,"explanation":258,"exampleSentence":259,"blanks":260},"01a0ba4b-9002-79a2-8281-ccc3056ef11d","De docent wijst naar twee studenten: \"Niet jullie, maar __1__ beginnen met de opdracht.\"",14,"Bij het contrast niet jullie, maar zij krijgt het onderwerp nadruk. Daarom gebruik je zij, niet ze.","Niet wij, maar zij krijgen de eerste vraag.",[261],{"id":262,"blankNumber":10,"options":263},"01a0ba4b-9002-796e-8281-ccc304a6b709",[264,267,269],{"id":265,"optionText":266,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9002-7916-8281-ccc303956970","zij",{"id":268,"optionText":171,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9002-7936-8281-ccc303c1177e",{"id":270,"optionText":122,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9002-7952-8281-ccc3046b1e7f","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_76e179cd-9b9b-4621-8e04-895d78033e17_hero.webp?v=1789831909",{"title":273,"slug":274,"language":275,"level":276},"Beklemtoonde en onbeklemtoonde onderwerpsvormen","beklemtoonde-en-onbeklemtoonde-onderwerpsvormen","nl","A1"]