[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-9018-7f29-a892-1bb6d045a43b":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-8871-709b-928b-2f78426a482b":127},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":126},"01a0ba4b-9018-7f29-a892-1bb6d045a43b","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8871-709b-928b-2f78426a482b","Beklemtoonde en onbeklemtoonde onderwerpsvormen - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","Volle en korte onderwerpsvormen sorteren","Sorteer onderwerpsvormen in categorieën: volle vorm of korte vorm, en zinnen met nadruk tegenover gewone informatie zonder nadruk in korte zinnen.",4,"word_sort",[13,36,59,83,106],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":16,"explanation":17,"blanks":18,"payload":19},"01a0ba4b-9019-7094-8109-876ce0894a25","Sorteer de onderwerpsvormen op een volle vorm of een korte vorm.",0,"Jij, wij en zij zijn volle vormen die nadruk kunnen krijgen. Je, we en ze zijn korte, onbeklemtoonde vormen.",[],{"items":20,"categories":35},[21,24,26,28,31,33],{"text":22,"category":23},"jij","Volle vorm",{"text":25,"category":23},"wij",{"text":27,"category":23},"zij",{"text":29,"category":30},"je","Korte vorm",{"text":32,"category":30},"we",{"text":34,"category":30},"ze",[23,30],{"id":37,"sentenceTemplate":38,"displayOrder":39,"explanation":40,"blanks":41,"payload":42},"01a0ba4b-9019-70e4-8109-876ce1499833","Sorteer de zinnen op informatie met nadruk of gewone informatie zonder nadruk.",1,"Een correctie of contrast vraagt om een volle vorm. Als al duidelijk is over wie je praat, klinkt een korte vorm natuurlijk.",[],{"items":43,"categories":58},[44,47,49,51,54,56],{"text":45,"category":46},"Jij werkt, niet ik.","Met nadruk",{"text":48,"category":46},"Wij nemen de trein; zij de bus.",{"text":50,"category":46},"Zij woont in Utrecht, niet hij.",{"text":52,"category":53},"Je bent vroeg bij de les.","Zonder nadruk",{"text":55,"category":53},"We nemen de bus.",{"text":57,"category":53},"Ze drinken koffie.",[46,53],{"id":60,"sentenceTemplate":61,"displayOrder":62,"explanation":63,"blanks":64,"payload":65},"01a0ba4b-9019-7120-8109-876ce15cfe54","Sorteer op het gebruik van de onderwerpsvorm: een kort antwoord, een groep met en of gewone informatie.",2,"In een kort antwoord staat het voornaamwoord alleen en gebruik je een volle vorm. Ook naast een andere persoon in een groep met en gebruik je een volle vorm. Voor gewone informatie zonder nadruk kun je een korte vorm gebruiken.",[],{"items":66,"categories":82},[67,70,72,75,77,80],{"text":68,"category":69},"Wie kookt? — Ik.","Kort antwoord",{"text":71,"category":69},"Wie komt er? — Wij.",{"text":73,"category":74},"Jij en ik lezen samen.","Groep met en",{"text":76,"category":74},"Zij en Noor spelen buiten.",{"text":78,"category":79},"We wonen hier.","Gewone informatie",{"text":81,"category":79},"Ze leest een boek.",[69,74,79],{"id":84,"sentenceTemplate":85,"displayOrder":86,"explanation":87,"blanks":88,"payload":89},"01a0ba4b-9019-7154-8109-876ce20fe118","Sorteer de vormen op gewone schrijftaal of informele, gereduceerde spreektaal.",3,"Schrijf in duidelijke A1-teksten ik, het en hij. In snelle informele gesprekken kun je de gereduceerde vormen 'k, 't en ie horen.",[],{"items":90,"categories":105},[91,94,96,98,101,103],{"text":92,"category":93},"ik","Gewone schrijftaal",{"text":95,"category":93},"het",{"text":97,"category":93},"hij",{"text":99,"category":100},"'k","Informele spreektaalvorm",{"text":102,"category":100},"'t",{"text":104,"category":100},"ie",[93,100],{"id":107,"sentenceTemplate":108,"displayOrder":10,"explanation":109,"blanks":110,"payload":111},"01a0ba4b-9019-7184-8109-876ce30681a8","Het onderwerp staat hier na het werkwoord. Sorteer de vragen op nadruk op het onderwerp.","Ook na het werkwoord kan het onderwerp nadruk krijgen: bij een contrast gebruik je een volle vorm. Zonder nadruk gebruik je in een gewone vraag vaak een korte vorm.",[],{"items":112,"categories":125},[113,115,117,119,121,123],{"text":114,"category":46},"Kom jij, of komt hij?",{"text":116,"category":46},"Gaan wij, of gaan jullie?",{"text":118,"category":46},"Belt zij, of belt hij?",{"text":120,"category":53},"Heb je tijd?",{"text":122,"category":53},"Gaan we naar huis?",{"text":124,"category":53},"Heeft ze een fiets?",[46,53],"\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_a16aa2fc-1dcd-4f21-8e9e-cd078c8cf1a8_hero.webp?v=1789831909",{"title":128,"slug":129,"language":130,"level":131},"Beklemtoonde en onbeklemtoonde onderwerpsvormen","beklemtoonde-en-onbeklemtoonde-onderwerpsvormen","nl","A1"]