[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-91de-7233-b44c-efd63d357920":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-8896-7047-b4db-4fa96401be6c":148},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":147},"01a0ba4b-91de-7233-b44c-efd63d357920","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8896-7047-b4db-4fa96401be6c","Betrekkelijke waarwoorden - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","Waarwoorden sorteren op vorm en relatie","Sorteer korte woordgroepen op waarin, waarop, waarmee of waarover en op de relatie die het waarwoord legt in de zin: plaats, tijd, reden of middel.",4,"word_sort",[13,42,71,98,125],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":16,"explanation":17,"blanks":18,"payload":19},"01a0ba4b-91de-7397-b44c-efd63dc956c0","Kies voor elke woordgroep het waarwoord dat op de open plek past.",0,"Zoek de onderliggende combinatie: wonen in, beginnen op een datum, meten met en stemmen over. Het voorzetsel bepaalt het waarwoord; met verandert daarbij in mee.",[],{"items":20,"categories":41},[21,24,26,29,31,34,36,39],{"text":22,"category":23},"het huis … wij wonen","waarin",{"text":25,"category":23},"de periode … zij hier woonde",{"text":27,"category":28},"de datum … de cursus begint","waarop",{"text":30,"category":28},"het antwoord … ik wacht",{"text":32,"category":33},"het apparaat … hij de lengte meet","waarmee",{"text":35,"category":33},"het risico … we rekening houden",{"text":37,"category":38},"het voorstel … we stemmen","waarover",{"text":40,"category":38},"het probleem … zij discussiëren",[23,28,33,38],{"id":43,"sentenceTemplate":44,"displayOrder":45,"explanation":46,"blanks":47,"payload":48},"01a0ba4b-91de-7403-b44c-efd63e26baa9","Welke relatie legt het waarwoord: plaats, tijd, oorzaak of middel?",1,"Een plaats zegt waar iets gebeurt; een tijd zegt wanneer. Een oorzaak brengt een gevolg teweeg. Een middel wordt gebruikt om een handeling uit te voeren. Lees daarvoor ook de handeling in de bijzin.",[],{"items":49,"categories":70},[50,53,55,58,60,63,65,68],{"text":51,"category":52},"de brug waaronder boten varen","Plaats",{"text":54,"category":52},"de straat waarlangs de optocht trekt",{"text":56,"category":57},"de ochtend waarop we vertrokken","Tijd",{"text":59,"category":57},"de zomer waarin zij hier woonde",{"text":61,"category":62},"de storm waardoor de boom omviel","Reden of oorzaak",{"text":64,"category":62},"de fout waardoor de betaling mislukte",{"text":66,"category":67},"de scanner waarmee ze de code leest","Manier of middel",{"text":69,"category":67},"de borstel waarmee hij de vloer schrobt",[52,57,62,67],{"id":72,"sentenceTemplate":73,"displayOrder":74,"explanation":75,"blanks":76,"payload":77},"01a0ba4b-91de-745f-b44c-efd63f23c408","Lees de volledige verwijzing in elke woordgroep. Verwijst die naar een persoon of naar een zaak?",2,"Bij een concrete persoon gebruik je meestal een voorzetsel met wie. Bij een zaak gebruik je een waarwoord. Het voorzetsel hoort bij de handeling: samenwerken met, wachten op, geven aan, werken aan of spreken over.",[],{"items":78,"categories":97},[79,82,84,86,88,91,93,95],{"text":80,"category":81},"de collega met wie ik samenwerk","Verwijzing naar een persoon",{"text":83,"category":81},"de arts op wie we wachten",{"text":85,"category":81},"de buurvrouw aan wie ik dit geef",{"text":87,"category":81},"de kandidaat over wie we spreken",{"text":89,"category":90},"het systeem waarmee ik werk","Verwijzing naar een zaak",{"text":92,"category":90},"het pakket waarop zij wacht",{"text":94,"category":90},"het plan waaraan zij werkt",{"text":96,"category":90},"het onderwerp waarover we spreken",[81,90],{"id":99,"sentenceTemplate":100,"displayOrder":101,"explanation":102,"blanks":103,"payload":104},"01a0ba4b-91de-74b7-b44c-efd63fc0b927","Lees de volledige woordgroepen. Is de verwijzing met waar compact of gesplitst?",3,"Zonder woorden tussen waar en het voorzetsel schrijf je één waarwoord. Als het onderwerp of andere woorden ertussen staan, schrijf je twee losse delen. Met krijgt in beide patronen de vorm mee. Beide patronen zijn correct.",[],{"items":105,"categories":124},[106,109,111,113,115,118,120,122],{"text":107,"category":108},"de afspraak waarop ik wacht","Compacte verwijzing",{"text":110,"category":108},"het besluit waarover we stemmen",{"text":112,"category":108},"het project waaraan we deelnamen",{"text":114,"category":108},"de pen waarmee hij schreef",{"text":116,"category":117},"de bus waar ik al een uur op wacht","Gesplitste verwijzing",{"text":119,"category":117},"de film waar we vaak over praten",{"text":121,"category":117},"de cursus waar zij aan deelneemt",{"text":123,"category":117},"het mes waar hij brood mee snijdt",[108,117],{"id":126,"sentenceTemplate":127,"displayOrder":10,"explanation":128,"blanks":129,"payload":130},"01a0ba4b-91de-750b-b44c-efd6406b727c","Lees elke woordgroep als een zelfstandig naamwoord met een betrekkelijke bijzin. Staat de persoonsvorm op de juiste plaats?","Na een betrekkelijk waarwoord volgen het onderwerp en het middenstuk vóór de werkwoordgroep. Zet de persoonsvorm hier dus niet vóór het onderwerp zoals in een vraag.",[],{"items":131,"categories":146},[132,135,137,139,142,144],{"text":133,"category":134},"de doos waarin de foto ligt","Juiste bijzinvolgorde",{"text":136,"category":134},"het formulier waarop je naam staat",{"text":138,"category":134},"de kamer waarin de kinderen slapen",{"text":140,"category":141},"de tas waarin zit mijn boek","Onjuiste werkwoordpositie",{"text":143,"category":141},"het dak waarop staat de antenne",{"text":145,"category":141},"de reden waarom is de les verplaatst",[134,141],"\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_01f20b6c-c214-4f3b-80af-f791fcbe3ce0_hero.webp?v=1789831909",{"title":149,"slug":150,"language":151,"level":152},"Betrekkelijke bijwoorden met waar","betrekkelijke-bijwoorden-met-waar","nl","B1"]