[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-9226-7b7f-816d-2c377c89288b":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-889a-72b7-b319-38287ecbeed0":118},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":117},"01a0ba4b-9226-7b7f-816d-2c377c89288b","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-889a-72b7-b319-38287ecbeed0","Betrekkelijke bijzinnen: vorm en functie","Tik op een tegel en daarna op de passende kolom. Plaats alle tegels.","Die en dat sorteren bij antecedenten","Sorteer antecedenten op het betrekkelijk voornaamwoord die of dat, ook in het meervoud en na een, zoals de tuin, de bloemen en het grote huis.",2,"word_sort",[13,36,57,79,98],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":16,"explanation":17,"blanks":18,"payload":19},"01a0ba4b-9226-7d2b-816d-2c377d1ad050","Welk betrekkelijk voornaamwoord past bij dit antecedent in verzorgd Nederlands?",0,"Kijk naar het grammaticale geslacht en het getal, niet naar de betekenis: enkelvoudige de-woorden en alle meervouden krijgen die; enkelvoudige het-woorden krijgen dat. Ook een persoon kan een het-woord zijn. Bijvoorbeeld: Het neefje dat naast ons zit, tekent een boot.",[],{"items":20,"categories":35},[21,24,26,28,31,33],{"text":22,"category":23},"de tuin","die",{"text":25,"category":23},"de bloemen",{"text":27,"category":23},"de meisjes",{"text":29,"category":30},"het station","dat",{"text":32,"category":30},"het paard",{"text":34,"category":30},"het jongetje",[23,30],{"id":37,"sentenceTemplate":38,"displayOrder":39,"explanation":40,"blanks":41,"payload":42},"01a0ba4b-9226-7db3-816d-2c377d479372","Denk bij elk antecedent met een aan de vorm met de of het. Kies de kolom voor het passende betrekkelijke voornaamwoord.",1,"Een laat het grammaticale geslacht niet zien. Gebruik die als het zelfstandig naamwoord een de-woord is en dat als het een het-woord is. Verkleinwoorden in het enkelvoud zijn het-woorden, ook wanneer ze personen aanduiden. Bijvoorbeeld: Ik draag een horloge dat van mijn opa was.",[],{"items":43,"categories":56},[44,46,48,50,52,54],{"text":45,"category":30},"een bed",{"text":47,"category":30},"een cadeau",{"text":49,"category":30},"een zusje",{"text":51,"category":23},"een tas",{"text":53,"category":23},"een straat",{"text":55,"category":23},"een bakker",[30,23],{"id":58,"sentenceTemplate":59,"displayOrder":10,"explanation":60,"blanks":61,"payload":62},"01a0ba4b-9226-7e13-816d-2c377d8dd81f","Welke functie heeft die of dat binnen de betrekkelijke bijzin? Sorteer de woordgroepen.","Als die of dat aangeeft wie iets doet, is het onderwerp. Staat er een ander onderwerp dat iets met het antecedent doet, dan is die of dat hier lijdend voorwerp. De keuze tussen die en dat verandert niet door die functie. Bijvoorbeeld: In de brief die jullie lezen is jullie het onderwerp en die het lijdend voorwerp.",[],{"items":63,"categories":78},[64,67,69,71,74,76],{"text":65,"category":66},"de hond die blaft","Onderwerp",{"text":68,"category":66},"het water dat kookt",{"text":70,"category":66},"de baby die huilt",{"text":72,"category":73},"de soep die wij proeven","Lijdend voorwerp",{"text":75,"category":73},"het brood dat jij snijdt",{"text":77,"category":73},"de foto die ik bewaar",[66,73],{"id":80,"sentenceTemplate":81,"displayOrder":82,"explanation":83,"blanks":84,"payload":85},"01a0ba4b-9226-7e6b-816d-2c377db2b1f8","Je voegt een betrekkelijke bijzin toe over werken met deze persoon of dit ding. Welke verbinding past?",3,"Bij werken met verwijs je naar een persoon met met wie en naar een ding met waarmee. Gebruik hier niet met die of met dat. Het lidwoord beslist dit onderscheid niet: ook een het-woord kan een persoon aanduiden. Bijvoorbeeld: De vrijwilliger met wie we werken, helpt op vrijdag.",[],{"items":86,"categories":97},[87,90,92,95],{"text":88,"category":89},"de computer","waarmee",{"text":91,"category":89},"het woordenboek",{"text":93,"category":94},"de leraar","met wie",{"text":96,"category":94},"het teamlid",[89,94],{"id":99,"sentenceTemplate":100,"displayOrder":101,"explanation":102,"blanks":103,"payload":104},"01a0ba4b-9226-7ebb-816d-2c377e277889","Lees de komma’s zoals ze er staan. Is de betrekkelijke bijzin beperkend of geeft hij alleen extra informatie?",4,"Zonder komma vóór die of dat bepaalt de bijzin welke persoon of zaak bedoeld wordt: hij is beperkend. Met een komma ervoor geeft hij extra informatie: hij is uitbreidend. In deze zinnen loopt de hoofdzin door, dus beide soorten krijgen een afsluitende komma. Bijvoorbeeld: In Ik repareer de fiets die piept bepaalt die piept welke fiets bedoeld wordt.",[],{"items":105,"categories":116},[106,109,111,114],{"text":107,"category":108},"De kat die slaapt, is oud.","Beperkend",{"text":110,"category":108},"Het glas dat lekt, is leeg.",{"text":112,"category":113},"Mijn oom, die kookt, is moe.","Uitbreidend",{"text":115,"category":113},"Dit mes, dat bot is, mag weg.",[108,113],"\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_46e8d8ff-77a6-432b-bb84-0596e9c55d61_hero.webp?v=1789831909",{"title":119,"slug":120,"language":121,"level":122},"Betrekkelijke bijzinnen met die en dat","betrekkelijke-bijzinnen-met-die-en-dat","nl","B1"]