[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-9275-7526-8302-8e22a5fe9c45":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-88a3-7417-8f7b-0a7af50301e1":294},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":293},"01a0ba4b-9275-7526-8302-8e22a5fe9c45","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-88a3-7417-8f7b-0a7af50301e1","Aan het met een infinitief","Kies de juiste vorm voor een lopende handeling.","Aan het met een infinitief: wat doe je nu?","Vul de lege plekken in met aan het en een infinitief voor een handeling die nu bezig is, zoals een tijdschrift aan het lezen of soep aan het maken.",0,"word_select",[13,35,53,71,90,109,125,144,163,182,201,220,239,258,274],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":10,"explanation":16,"exampleSentence":17,"blanks":18},"01a0ba4b-9275-7762-8302-8e22a7cd73bf","Ik ben een tijdschrift __1__.","Na ben gebruik je aan het met de hele infinitief. Aan te hoort niet bij dit patroon; leest is een persoonsvorm.","Ik ben een strip aan het lezen.",[19],{"id":20,"blankNumber":21,"options":22},"01a0ba4b-9275-7712-8302-8e22a7653deb",1,[23,27,31],{"id":24,"optionText":25,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9275-766a-8302-8e22a679a5ce","aan het lezen",true,{"id":28,"optionText":29,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-9275-76ae-8302-8e22a6c33f78","aan te lezen",false,{"id":32,"optionText":33,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9275-76da-8302-8e22a6e414ef","aan het leest",2,{"id":36,"sentenceTemplate":37,"displayOrder":21,"explanation":38,"exampleSentence":39,"blanks":40},"01a0ba4b-9275-7856-8302-8e22aa1ae910","Je bent soep aan het __1__.","Na aan het staat de infinitief, ook als het onderwerp je is. Je vervoegt alleen zijn.","Jij bent brood aan het bakken.",[41],{"id":42,"blankNumber":21,"options":43},"01a0ba4b-9275-781e-8302-8e22a98c0d0f",[44,47,50],{"id":45,"optionText":46,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9275-77b6-8302-8e22a840b3ea","maakt",{"id":48,"optionText":49,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-9275-77da-8302-8e22a87e9f36","maken",{"id":51,"optionText":52,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9275-77fa-8302-8e22a9734222","te maken",{"id":54,"sentenceTemplate":55,"displayOrder":34,"explanation":56,"exampleSentence":57,"blanks":58},"01a0ba4b-9275-7936-8302-8e22ad13ade0","U __1__ bij de ingang op de bus aan het wachten.","Bij u hoort bent, ook met een plaatsbepaling in de zin. Is hoort bij hij of zij; zijn hoort bij een meervoud.","U bent uw tas aan het zoeken.",[59],{"id":60,"blankNumber":21,"options":61},"01a0ba4b-9275-78fe-8302-8e22acab0b82",[62,65,68],{"id":63,"optionText":64,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9275-789a-8302-8e22aa9307d9","is",{"id":66,"optionText":67,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-9275-78be-8302-8e22ab7578f6","zijn",{"id":69,"optionText":70,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9275-78de-8302-8e22ac40df9e","bent",{"id":72,"sentenceTemplate":73,"displayOrder":74,"explanation":75,"exampleSentence":76,"blanks":77},"01a0ba4b-9275-7a0e-8302-8e22afa2cf7a","Sara is een foto __1__.",3,"De foto staat vóór aan het bekijken. Na aan het staat de hele infinitief, zonder te.","Amir is een kaart aan het bekijken.",[78],{"id":79,"blankNumber":21,"options":80},"01a0ba4b-9275-79da-8302-8e22af6f2fe8",[81,84,87],{"id":82,"optionText":83,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9275-797a-8302-8e22ad8356ab","aan het bekijken",{"id":85,"optionText":86,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-9275-799e-8302-8e22ae57b299","aan het bekijkt",{"id":88,"optionText":89,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9275-79be-8302-8e22ae7619c3","aan het te bekijken",{"id":91,"sentenceTemplate":92,"displayOrder":93,"explanation":94,"exampleSentence":95,"blanks":96},"01a0ba4b-9275-7af2-8302-8e22b107a4b6","Wij zijn onze tassen __1__.",4,"Inpakken blijft één woord na aan het. Je splitst het werkwoord niet en voegt geen te toe.","De gasten zijn hun koffers aan het inpakken.",[97],{"id":98,"blankNumber":21,"options":99},"01a0ba4b-9275-7ab2-8302-8e22b0cd8d82",[100,103,106],{"id":101,"optionText":102,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9275-7a52-8302-8e22afca050a","aan het pakken in",{"id":104,"optionText":105,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-9275-7a76-8302-8e22afcb747f","aan het inpakken",{"id":107,"optionText":108,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9275-7a92-8302-8e22b02497ab","aan het in te pakken",{"id":110,"sentenceTemplate":111,"displayOrder":112,"explanation":113,"exampleSentence":114,"blanks":115},"01a0ba4b-9275-7bce-8302-8e22b2315acb","De meisjes __1__ een tent aan het bouwen.",5,"De meisjes is meervoud, dus gebruik je zijn. De activiteit blijft aan het bouwen.","De jongens zijn een hut aan het maken.",[116],{"id":117,"blankNumber":21,"options":118},"01a0ba4b-9275-7b96-8302-8e22b201dfa9",[119,121,123],{"id":120,"optionText":64,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9275-7b36-8302-8e22b10910b7",{"id":122,"optionText":70,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-9275-7b5a-8302-8e22b1162ab1",{"id":124,"optionText":67,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9275-7b7a-8302-8e22b1ab450b",{"id":126,"sentenceTemplate":127,"displayOrder":128,"explanation":129,"exampleSentence":130,"blanks":131},"01a0ba4b-9275-7caa-8302-8e22b468cba1","Ik ben de kamer aan het __1__.",6,"Na aan het blijft opruimen heel.","We zijn de keuken aan het schoonmaken.",[132],{"id":133,"blankNumber":21,"options":134},"01a0ba4b-9275-7c76-8302-8e22b39fed14",[135,138,141],{"id":136,"optionText":137,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9275-7c12-8302-8e22b27bfc62","opruimen",{"id":139,"optionText":140,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-9275-7c36-8302-8e22b2b1a3d3","ruim op",{"id":142,"optionText":143,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9275-7c56-8302-8e22b31b3760","op te ruimen",{"id":145,"sentenceTemplate":146,"displayOrder":147,"explanation":148,"exampleSentence":149,"blanks":150},"01a0ba4b-9275-7d7e-8302-8e22b6ee8a41","Lina is in de tuin __1__.",7,"De plaats staat vóór aan het studeren. Bij is gebruik je hier aan het, niet alleen te; na het volgt de infinitief.","Mijn broer is op zijn kamer aan het leren.",[151],{"id":152,"blankNumber":21,"options":153},"01a0ba4b-9275-7d4a-8302-8e22b623a86e",[154,157,160],{"id":155,"optionText":156,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9275-7cee-8302-8e22b4aacd70","te studeren",{"id":158,"optionText":159,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-9275-7d0e-8302-8e22b53e4dc7","aan het studeren",{"id":161,"optionText":162,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9275-7d2e-8302-8e22b569e0b4","aan het studeert",{"id":164,"sentenceTemplate":165,"displayOrder":166,"explanation":167,"exampleSentence":168,"blanks":169},"01a0ba4b-9275-7e52-8302-8e22b9ce6873","We zijn de voordeur __1__.",8,"Het voorwerp de voordeur staat vóór aan het schilderen. Zijn met te schilderen of geschilderd vormt hier geen lopende handeling.","Hij is het tuinhek aan het schilderen.",[170],{"id":171,"blankNumber":21,"options":172},"01a0ba4b-9275-7e1a-8302-8e22b9292726",[173,176,179],{"id":174,"optionText":175,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9275-7dbe-8302-8e22b745c595","geschilderd",{"id":177,"optionText":178,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-9275-7dde-8302-8e22b812944f","te schilderen",{"id":180,"optionText":181,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9275-7dfe-8302-8e22b9099956","aan het schilderen",{"id":183,"sentenceTemplate":184,"displayOrder":185,"explanation":186,"exampleSentence":187,"blanks":188},"01a0ba4b-9275-7f32-8302-8e22bbf12e91","__1__ je de tafel aan het dekken?",9,"In een vraag staat het werkwoord vóór je. Als je het onderwerp is, vervalt de t van bent: ben je.","Ben je je schoenen aan het poetsen?",[189],{"id":190,"blankNumber":21,"options":191},"01a0ba4b-9275-7efe-8302-8e22bb769763",[192,195,198],{"id":193,"optionText":194,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9275-7e9e-8302-8e22ba1322ef","Ben",{"id":196,"optionText":197,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-9275-7ebe-8302-8e22ba45b5f3","Bent",{"id":199,"optionText":200,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9275-7ede-8302-8e22baf9c991","Is",{"id":202,"sentenceTemplate":203,"displayOrder":204,"explanation":205,"exampleSentence":206,"blanks":207},"01a0ba4b-9276-7071-987c-76dea6ebbac2","Op dit moment is de bakker het brood __1__.",10,"Na de tijdsbepaling staat is vóór het onderwerp. Het voorwerp komt vóór aan het snijden; na het staat geen vervoegde vorm of te.","Nu is de kok de groenten aan het wassen.",[208],{"id":209,"blankNumber":21,"options":210},"01a0ba4b-9276-7039-987c-76dea65a0d1d",[211,214,217],{"id":212,"optionText":213,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9275-7f76-8302-8e22bc1e0a64","aan het snijdt",{"id":215,"optionText":216,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-9275-7f96-8302-8e22bcf4dd5b","aan het snijden",{"id":218,"optionText":219,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9276-7015-987c-76dea614c983","aan het te snijden",{"id":221,"sentenceTemplate":222,"displayOrder":223,"explanation":224,"exampleSentence":225,"blanks":226},"01a0ba4b-9276-7145-987c-76dea9f4a78c","Ik ben __1__; ik leg alleen het probleem uit.",11,"Niet ontkent hier de activiteit en staat vóór aan het klagen. Geen hoort bij een zelfstandig naamwoord; zet niet niet tussen het en de infinitief.","Hij is niet aan het slapen.",[227],{"id":228,"blankNumber":21,"options":229},"01a0ba4b-9276-7111-987c-76dea95e2070",[230,233,236],{"id":231,"optionText":232,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9276-70b5-987c-76dea7abbdaa","geen aan het klagen",{"id":234,"optionText":235,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-9276-70d5-987c-76dea8746cf2","aan het niet klagen",{"id":237,"optionText":238,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9276-70f5-987c-76dea8dde98e","niet aan het klagen",{"id":240,"sentenceTemplate":241,"displayOrder":242,"explanation":243,"exampleSentence":244,"blanks":245},"01a0ba4b-9276-7221-987c-76dead10f262","Toen de bel ging, __1__ ik mijn haar aan het wassen.",12,"De bel ging plaatst de handeling in het verleden. Bij ik hoort dan was; waren is meervoud en ben is tegenwoordige tijd.","Toen je belde, was ik mijn fiets aan het repareren.",[246],{"id":247,"blankNumber":21,"options":248},"01a0ba4b-9276-71e9-987c-76deacb6640e",[249,252,255],{"id":250,"optionText":251,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9276-7189-987c-76deaa8a4d6a","was",{"id":253,"optionText":254,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-9276-71ad-987c-76deab2b2ee9","ben",{"id":256,"optionText":257,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9276-71cd-987c-76deabee9cd8","waren",{"id":259,"sentenceTemplate":260,"displayOrder":261,"explanation":262,"exampleSentence":263,"blanks":264},"01a0ba4b-9276-7301-987c-76deaf7a5665","Wij __1__ een spel aan het spelen toen het licht uitging.",13,"De handeling liep al toen het licht uitging. Bij wij hoort in het verleden waren, niet was of zijn.","De gasten waren aan het dansen toen de muziek stopte.",[265],{"id":266,"blankNumber":21,"options":267},"01a0ba4b-9276-72c9-987c-76deaf09df88",[268,270,272],{"id":269,"optionText":251,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9276-7265-987c-76dead355a91",{"id":271,"optionText":257,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-9276-7285-987c-76dead5ebf45",{"id":273,"optionText":67,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9276-72ad-987c-76deae3fcda9",{"id":275,"sentenceTemplate":276,"displayOrder":277,"explanation":278,"exampleSentence":279,"blanks":280},"01a0ba4b-9276-73ed-987c-76deb0a70df6","Elke ochtend __1__ ik naar het station.",14,"Voor deze gewoonte gebruik je de persoonsvorm wandel. Wandelen is een infinitief. Aan het wandelen heeft een vorm van zijn nodig.","Elke middag loop ik naar de winkel.",[281],{"id":282,"blankNumber":21,"options":283},"01a0ba4b-9276-73b9-987c-76deb013b9bd",[284,287,290],{"id":285,"optionText":286,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9276-7341-987c-76deaf857eba","wandelen",{"id":288,"optionText":289,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-9276-7379-987c-76deaf9b7147","aan het wandelen",{"id":291,"optionText":292,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9276-739d-987c-76deb00bfc79","wandel","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_6308d9dd-e8c5-4d80-8135-0356d82c7ac9_hero.webp?v=1789831910",{"title":295,"slug":296,"language":297,"level":298},"Bezig zijn met aan het en een infinitief","bezig-zijn-met-aan-het-en-een-infinitief","nl","A2"]