[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-92a2-76b3-99b5-d698c2e2afb0":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-88a3-7417-8f7b-0a7af50301e1":265},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":264},"01a0ba4b-92a2-76b3-99b5-d698c2e2afb0","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-88a3-7417-8f7b-0a7af50301e1","Bouw zinnen over lopende handelingen","Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg.","Lopende handelingen: zinnen met aan het bouwen","Zet woordtegels in de juiste volgorde en bouw zinnen met zijn en aan het, zoals Ik ben aan het koken, ook met een voorwerp vóór aan het in de zin.",2,"sentence_builder",[13,41,64,86,109,130,153,176,198,221,244],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":16,"explanation":17,"exampleSentence":18,"blanks":19},"01a0ba4b-92a2-78af-99b5-d698c4e71fcc","Bouw de zin over wat nu bezig is: __1__",0,"Ik staat vooraan en krijgt ben op de tweede plaats. Daarna volgen aan het en de infinitief koken met de punt.","Ik ben aan het lezen.",[20],{"id":21,"blankNumber":22,"options":23,"tiles":35},"01a0ba4b-92a2-7863-99b5-d698c43c5340",1,[24,28,32],{"id":25,"optionText":26,"isCorrect":27,"displayOrder":16},"01a0ba4b-92a2-77c3-99b5-d698c3d0c6d6","Ik ben aan het koken.",true,{"id":29,"optionText":30,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-92a2-77ff-99b5-d698c3e70272","is",false,{"id":33,"optionText":34,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-92a2-783b-99b5-d698c43a6ae3","te",[36,37,38,39,40],"Ik","ben","aan","het","koken.",{"id":42,"sentenceTemplate":43,"displayOrder":22,"explanation":44,"exampleSentence":45,"blanks":46},"01a0ba4b-92a2-799f-99b5-d698c7760a14","Bouw de zin met een voorwerp vóór aan het: __1__","Noor staat vooraan en krijgt is. Het voorwerp een e-mail staat vóór aan het; de infinitief schrijven met de punt sluit de zin af.","Amir is een bericht aan het typen.",[47],{"id":48,"blankNumber":22,"options":49,"tiles":59},"01a0ba4b-92a2-7967-99b5-d698c7514781",[50,53,56],{"id":51,"optionText":52,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-92a2-78ff-99b5-d698c5521c10","zijn",{"id":54,"optionText":55,"isCorrect":27,"displayOrder":22},"01a0ba4b-92a2-7927-99b5-d698c5768568","Noor is een e-mail aan het schrijven.",{"id":57,"optionText":58,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-92a2-7947-99b5-d698c6637102","schrijft.",[60,30,61,62,38,39,63],"Noor","een","e-mail","schrijven.",{"id":65,"sentenceTemplate":66,"displayOrder":10,"explanation":67,"exampleSentence":68,"blanks":69},"01a0ba4b-92a2-7a7b-99b5-d698c9f83f95","Bouw de zin met een scheidbaar werkwoord: __1__","Wij staat vooraan en krijgt zijn. De kamer komt vóór aan het. De scheidbare infinitief opruimen blijft één woord en sluit met de punt de zin af.","Wij zijn de keuken aan het schoonmaken.",[70],{"id":71,"blankNumber":22,"options":72,"tiles":81},"01a0ba4b-92a2-7a47-99b5-d698c95f73a0",[73,75,78],{"id":74,"optionText":30,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-92a2-79e7-99b5-d698c875fd8f",{"id":76,"optionText":77,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-92a2-7a07-99b5-d698c8b2374c","opruimt.",{"id":79,"optionText":80,"isCorrect":27,"displayOrder":10},"01a0ba4b-92a2-7a27-99b5-d698c8d83c40","Wij zijn de kamer aan het opruimen.",[82,52,83,84,38,39,85],"Wij","de","kamer","opruimen.",{"id":87,"sentenceTemplate":88,"displayOrder":89,"explanation":90,"exampleSentence":91,"blanks":92},"01a0ba4b-92a2-7b53-99b5-d698cde6f0ba","Bouw de vraag naar de lopende handeling: __1__",3,"Ben met de hoofdletter opent de vraag en staat vóór je, zonder t. Het voorwerp het eten komt vóór aan het; maken met het vraagteken staat achteraan.","Zijn jullie koffie aan het zetten?",[93],{"id":94,"blankNumber":22,"options":95,"tiles":104},"01a0ba4b-92a2-7b1b-99b5-d698ccf903c0",[96,99,102],{"id":97,"optionText":98,"isCorrect":27,"displayOrder":16},"01a0ba4b-92a2-7abf-99b5-d698cab65708","Ben je het eten aan het maken?",{"id":100,"optionText":101,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-92a2-7adf-99b5-d698cb567beb","Bent",{"id":103,"optionText":34,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-92a2-7aff-99b5-d698cc2b5c67",[105,106,39,107,38,39,108],"Ben","je","eten","maken?",{"id":110,"sentenceTemplate":111,"displayOrder":112,"explanation":113,"exampleSentence":114,"blanks":115},"01a0ba4b-92a2-7c2f-99b5-d698d07e72fa","Bouw de ontkenning van een lopende handeling: __1__",4,"Ik staat vooraan en krijgt ben. Niet ontkent de handeling en staat vóór aan het; de infinitief klagen met de punt staat achteraan.","Hij is niet aan het slapen.",[116],{"id":117,"blankNumber":22,"options":118,"tiles":127},"01a0ba4b-92a2-7bfb-99b5-d698d05c9efc",[119,121,124],{"id":120,"optionText":30,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-92a2-7b93-99b5-d698cedc6506",{"id":122,"optionText":123,"isCorrect":27,"displayOrder":22},"01a0ba4b-92a2-7bb3-99b5-d698cf4b0b1f","Ik ben niet aan het klagen.",{"id":125,"optionText":126,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-92a2-7bcf-99b5-d698d047727c","geen",[36,37,128,38,39,129],"niet","klagen.",{"id":131,"sentenceTemplate":132,"displayOrder":133,"explanation":134,"exampleSentence":135,"blanks":136},"01a0ba4b-92a2-7d07-99b5-d698d2bb6dba","Bouw de zin die een onbepaalde taak ontkent: __1__",5,"Zij staat vooraan en krijgt hier is. Geen hoort direct vóór huiswerk. Dit voorwerp komt vóór aan het; maken met de punt sluit de zin af.","Hij is geen brief aan het schrijven.",[137],{"id":138,"blankNumber":22,"options":139,"tiles":149},"01a0ba4b-92a2-7cd3-99b5-d698d29dd22f",[140,143,146],{"id":141,"optionText":142,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-92a2-7c73-99b5-d698d128ea7f","bent",{"id":144,"optionText":145,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-92a2-7c93-99b5-d698d1657cfd","maakt.",{"id":147,"optionText":148,"isCorrect":27,"displayOrder":10},"01a0ba4b-92a2-7cb3-99b5-d698d2639100","Zij is geen huiswerk aan het maken.",[150,30,126,151,38,39,152],"Zij","huiswerk","maken.",{"id":154,"sentenceTemplate":155,"displayOrder":156,"explanation":157,"exampleSentence":158,"blanks":159},"01a0ba4b-92a2-7ddb-99b5-d698d453f31e","Bouw de vraag met bezig: __1__",6,"Waar met de hoofdletter opent de vraag. Daarna staan de persoonsvorm bent en het onderwerp u. Mee hoort bij waar en staat vóór bezig met het vraagteken.","Waar ben jij mee bezig?",[160],{"id":161,"blankNumber":22,"options":162,"tiles":171},"01a0ba4b-92a2-7da7-99b5-d698d432e01a",[163,166,168],{"id":164,"optionText":165,"isCorrect":27,"displayOrder":16},"01a0ba4b-92a2-7d4b-99b5-d698d2d4eccd","Waar bent u mee bezig?",{"id":167,"optionText":105,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-92a2-7d6b-99b5-d698d3d2833d",{"id":169,"optionText":170,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-92a2-7d8b-99b5-d698d3df1467","met",[172,142,173,174,175],"Waar","u","mee","bezig?",{"id":177,"sentenceTemplate":178,"displayOrder":179,"explanation":180,"exampleSentence":181,"blanks":182},"01a0ba4b-92a2-7ea7-99b5-d698d883c219","Bouw de achtergrondhandeling in het verleden: __1__",7,"Wij staat vooraan en krijgt de meervoudsvorm waren op de tweede plaats. Daarna volgen aan het en de infinitief eten met de punt.","Ik was aan het werken.",[183],{"id":184,"blankNumber":22,"options":185,"tiles":195},"01a0ba4b-92a2-7e73-99b5-d698d7bc3be7",[186,189,192],{"id":187,"optionText":188,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-92a2-7e1b-99b5-d698d527dc8a","was",{"id":190,"optionText":191,"isCorrect":27,"displayOrder":22},"01a0ba4b-92a2-7e3b-99b5-d698d61f084a","Wij waren aan het eten.",{"id":193,"optionText":194,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-92a2-7e5b-99b5-d698d70cfa22","eet.",[82,196,38,39,197],"waren","eten.",{"id":199,"sentenceTemplate":200,"displayOrder":201,"explanation":202,"exampleSentence":203,"blanks":204},"01a0ba4b-92a2-7f87-99b5-d698da12da15","Bouw de zin over een lopende handeling in de toekomst: __1__",8,"Morgen met de hoofdletter staat in het eerste zinsveld. Daarom volgt ben vóór ik. Aan het blijft bijeen en werken met de punt sluit de zin af. De tegenwoordige tijd kan hier naar de toekomst verwijzen.","Morgen ben ik aan het schilderen.",[205],{"id":206,"blankNumber":22,"options":207,"tiles":217},"01a0ba4b-92a2-7f43-99b5-d698d994f95a",[208,211,214],{"id":209,"optionText":210,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-92a2-7eeb-99b5-d698d9545d73","zal",{"id":212,"optionText":213,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-92a2-7f0b-99b5-d698d9875dc6","werkt.",{"id":215,"optionText":216,"isCorrect":27,"displayOrder":10},"01a0ba4b-92a2-7f27-99b5-d698d9887546","Morgen ben ik aan het werken.",[218,37,219,38,39,220],"Morgen","ik","werken.",{"id":222,"sentenceTemplate":223,"displayOrder":224,"explanation":225,"exampleSentence":226,"blanks":227},"01a0ba4b-92a3-70a2-a692-c766e4d6339c","Bouw de gewone gewoonte, niet een activiteit die nu loopt: __1__",9,"Elke met de hoofdletter hoort bij dag en opent de zin. Daarna volgt fiets vóór ik door inversie. Naar mijn werk vormt de richtingsbepaling; werk met de punt staat achteraan.","Iedere zondag wandel ik in het park.",[228],{"id":229,"blankNumber":22,"options":230,"tiles":237},"01a0ba4b-92a3-706e-a692-c766e4bcf5a8",[231,234],{"id":232,"optionText":233,"isCorrect":27,"displayOrder":16},"01a0ba4b-92a3-7026-a692-c766e40c932a","Elke dag fiets ik naar mijn werk.",{"id":235,"optionText":236,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-92a3-704e-a692-c766e46d0a0d","fietst",[238,239,240,219,241,242,243],"Elke","dag","fiets","naar","mijn","werk.",{"id":245,"sentenceTemplate":246,"displayOrder":247,"explanation":248,"exampleSentence":249,"blanks":250},"01a0ba4b-92a3-716e-a692-c766e767cf83","Bouw een mededelende zin waarin de taak centraal staat: __1__",10,"Ik met de hoofdletter staat vooraan, gevolgd door ben en bezig. Met leidt de taak de reparatie in. Reparatie met de punt verankert deze woordgroep aan het einde.","Wij zijn bezig met de voorbereiding.",[251],{"id":252,"blankNumber":22,"options":253,"tiles":261},"01a0ba4b-92a3-713a-a692-c766e753b58b",[254,256,259],{"id":255,"optionText":30,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-92a3-70de-a692-c766e580881e",{"id":257,"optionText":258,"isCorrect":27,"displayOrder":22},"01a0ba4b-92a3-70fe-a692-c766e625ee0c","Ik ben bezig met de reparatie.",{"id":260,"optionText":34,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-92a3-711e-a692-c766e69c9606",[36,37,262,170,83,263],"bezig","reparatie.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_44e230dd-c7f9-4747-bc0b-2838c902b252_hero.webp?v=1789831910",{"title":266,"slug":267,"language":268,"level":269},"Bezig zijn met aan het en een infinitief","bezig-zijn-met-aan-het-en-een-infinitief","nl","A2"]