[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-970e-70d3-8fcf-95441b118927":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-890b-7329-92dd-1df1cd56fd40":245},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":244},"01a0ba4b-970e-70d3-8fcf-95441b118927","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-890b-7329-92dd-1df1cd56fd40","De of het in huis en buurt","Kies het juiste lidwoord. Let op of een woord nieuw of al bekend is en leer de of het samen met het woord.","De of het bij woorden in huis en buurt","Vul de lege plekken in met de of het bij zelfstandige naamwoorden in huis en buurt, zoals de tafel en het boek, en let op nieuwe of al bekende dingen.",0,"word_select",[13,35,50,68,84,100,116,132,148,164,180,196,212,228],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":10,"explanation":16,"exampleSentence":17,"blanks":18},"01a0ba4b-970e-72c3-8fcf-95441cdd6064","In de woonkamer staat een tafel. __1__ tafel is van hout.","Tafel is een de-woord. Na de eerste zin is de tafel ook bekend, dus je gebruikt de.","Ik koop een fiets. De fiets is blauw.",[19],{"id":20,"blankNumber":21,"options":22},"01a0ba4b-970e-7277-8fcf-95441c353d7c",1,[23,27,31],{"id":24,"optionText":25,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-970e-71db-8fcf-95441b14d864","Het",false,{"id":28,"optionText":29,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-970e-7217-8fcf-95441b81f57f","De",true,{"id":32,"optionText":33,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-970e-7253-8fcf-95441bec52b3","Een",2,{"id":36,"sentenceTemplate":37,"displayOrder":21,"explanation":38,"exampleSentence":39,"blanks":40},"01a0ba4b-970e-73d3-8fcf-95441f9fc4c4","Op mijn bureau ligt een boek. __1__ boek is van de bibliotheek.","Boek is een het-woord. Het boek is al genoemd, dus het bepaalde lidwoord is het.","Er staat een paard in de wei. Het paard is bruin.",[41],{"id":42,"blankNumber":21,"options":43},"01a0ba4b-970e-7393-8fcf-95441f7c24d9",[44,46,48],{"id":45,"optionText":33,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-970e-7313-8fcf-95441dd5daf2",{"id":47,"optionText":29,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-970e-7337-8fcf-95441e906fbf",{"id":49,"optionText":25,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-970e-7357-8fcf-95441f1847b1",{"id":51,"sentenceTemplate":52,"displayOrder":34,"explanation":53,"exampleSentence":54,"blanks":55},"01a0ba4b-970e-74b3-8fcf-9544221909eb","Bij de ingang zie ik voor het eerst __1__ hond met een rode riem.","De hond is nieuwe informatie. Daarom gebruik je bij de eerste vermelding een.","Noor ziet op straat een fiets die ze niet kent.",[56],{"id":57,"blankNumber":21,"options":58},"01a0ba4b-970e-747b-8fcf-954421ecb502",[59,62,65],{"id":60,"optionText":61,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-970e-7417-8fcf-95442037c8f6","een",{"id":63,"optionText":64,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-970e-743b-8fcf-95442117edfe","het",{"id":66,"optionText":67,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-970e-745b-8fcf-954421cb451c","de",{"id":69,"sentenceTemplate":70,"displayOrder":71,"explanation":72,"exampleSentence":73,"blanks":74},"01a0ba4b-970e-758f-8fcf-954423ff2468","Morgen bezoekt Amir __1__ dokter die hem altijd behandelt.",3,"Dokter is een de-woord. De bijzin maakt duidelijk dat Amir zijn vaste dokter bedoelt.","De docent van mijn klas legt de opdracht uit.",[75],{"id":76,"blankNumber":21,"options":77},"01a0ba4b-970e-7557-8fcf-954423f2be34",[78,80,82],{"id":79,"optionText":64,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-970e-74f7-8fcf-95442245a517",{"id":81,"optionText":61,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-970e-751b-8fcf-95442332517d",{"id":83,"optionText":67,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-970e-753b-8fcf-954423438cc4",{"id":85,"sentenceTemplate":86,"displayOrder":87,"explanation":88,"exampleSentence":89,"blanks":90},"01a0ba4b-970e-7677-8fcf-9544255e87c4","We wachten bij __1__ station dat op onze kaartjes staat.",4,"Station is een het-woord. Door dat op onze kaartjes staat is duidelijk welk station we bedoelen.","Het raam naast de deur staat open.",[91],{"id":92,"blankNumber":21,"options":93},"01a0ba4b-970e-763f-8fcf-95442556ddd7",[94,96,98],{"id":95,"optionText":67,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-970e-75d3-8fcf-9544248d2b3b",{"id":97,"optionText":64,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-970e-75f7-8fcf-954424f8ecbb",{"id":99,"optionText":61,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-970e-7617-8fcf-954425094a4c",{"id":101,"sentenceTemplate":102,"displayOrder":103,"explanation":104,"exampleSentence":105,"blanks":106},"01a0ba4b-970e-774f-8fcf-954426e8a4c6","Sara praat met __1__ buurvrouw over wie ze gisteren al vertelde.",5,"Buurvrouw is een de-woord. De toevoeging laat zien dat het om een bekende buurvrouw gaat.","De buurman van nummer acht helpt in de tuin.",[107],{"id":108,"blankNumber":21,"options":109},"01a0ba4b-970e-7717-8fcf-95442696a58e",[110,112,114],{"id":111,"optionText":67,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-970e-76bb-8fcf-954425b33160",{"id":113,"optionText":61,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-970e-76db-8fcf-954425b90e33",{"id":115,"optionText":64,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-970e-76fb-8fcf-95442654af44",{"id":117,"sentenceTemplate":118,"displayOrder":119,"explanation":120,"exampleSentence":121,"blanks":122},"01a0ba4b-970e-7827-8fcf-954429efe6d0","Er speelt een kind voor het huis. __1__ kind draagt een gele jas.",6,"Kind is een het-woord. In de tweede zin is het kind al bekend, dus je zegt het kind.","Ik hoor een paard. Het paard staat achter de schuur.",[123],{"id":124,"blankNumber":21,"options":125},"01a0ba4b-970e-77f3-8fcf-954429183bad",[126,128,130],{"id":127,"optionText":29,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-970e-7793-8fcf-954427357f6d",{"id":129,"optionText":33,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-970e-77b3-8fcf-9544282f5665",{"id":131,"optionText":25,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-970e-77d3-8fcf-9544285a85ee",{"id":133,"sentenceTemplate":134,"displayOrder":135,"explanation":136,"exampleSentence":137,"blanks":138},"01a0ba4b-970e-78ff-8fcf-95442bed0282","De boer borstelt __1__ paard dat altijd in deze stal staat.",7,"Paard is een het-woord. Dat altijd in deze stal staat maakt duidelijk welk paard de boer borstelt.","Het boek op de onderste plank is van mij.",[139],{"id":140,"blankNumber":21,"options":141},"01a0ba4b-970e-78cb-8fcf-95442b38236f",[142,144,146],{"id":143,"optionText":64,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-970e-786b-8fcf-95442a3684fc",{"id":145,"optionText":67,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-970e-788b-8fcf-95442a394e36",{"id":147,"optionText":61,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-970e-78ab-8fcf-95442a9d629d",{"id":149,"sentenceTemplate":150,"displayOrder":151,"explanation":152,"exampleSentence":153,"blanks":154},"01a0ba4b-970e-79df-8fcf-95442f48615f","Lina wacht bij de poort. __1__ vrouw naast haar is haar moeder.",8,"Vrouw is een de-woord. Naast haar wijst aan welke vrouw wordt bedoeld.","De man met de blauwe jas werkt hier.",[155],{"id":156,"blankNumber":21,"options":157},"01a0ba4b-970e-799f-8fcf-95442eee0d20",[158,160,162],{"id":159,"optionText":25,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-970e-793f-8fcf-95442cc3d483",{"id":161,"optionText":33,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-970e-7963-8fcf-95442d4b6a0b",{"id":163,"optionText":29,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-970e-797f-8fcf-95442e494d06",{"id":165,"sentenceTemplate":166,"displayOrder":167,"explanation":168,"exampleSentence":169,"blanks":170},"01a0ba4b-970e-7ab7-8fcf-95443228c96e","Het eten voor vanavond staat klaar. __1__ eten ruikt lekker.",9,"Eten is hier een het-woord. Omdat het eten al genoemd is, gebruik je opnieuw het.","Het werk voor vandaag is bijna af.",[171],{"id":172,"blankNumber":21,"options":173},"01a0ba4b-970e-7a7f-8fcf-954431c0d4f2",[174,176,178],{"id":175,"optionText":33,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-970e-7a23-8fcf-95442ffa6086",{"id":177,"optionText":25,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-970e-7a47-8fcf-9544306aa52f",{"id":179,"optionText":29,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-970e-7a63-8fcf-954431064822",{"id":181,"sentenceTemplate":182,"displayOrder":183,"explanation":184,"exampleSentence":185,"blanks":186},"01a0ba4b-970e-7b8f-8fcf-9544346f5000","Bij ons in de wijk staat maar één school. __1__ school ligt naast het park.",10,"School is een de-woord. Maar één maakt duidelijk dat de spreker een specifieke school bedoelt.","De winkel op de hoek sluit om zes uur.",[187],{"id":188,"blankNumber":21,"options":189},"01a0ba4b-970e-7b5b-8fcf-954433dc54ab",[190,192,194],{"id":191,"optionText":29,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-970e-7afb-8fcf-95443246cd41",{"id":193,"optionText":25,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-970e-7b1b-8fcf-95443322e659",{"id":195,"optionText":33,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-970e-7b3b-8fcf-9544333258bd",{"id":197,"sentenceTemplate":198,"displayOrder":199,"explanation":200,"exampleSentence":201,"blanks":202},"01a0ba4b-970e-7c5f-8fcf-95443655e7ec","We praten over 2025. __1__ jaar begon op een woensdag.",11,"Jaar is een het-woord. 2025 maakt precies duidelijk welk jaar wordt bedoeld.","Het huis aan het einde van de straat is leeg.",[203],{"id":204,"blankNumber":21,"options":205},"01a0ba4b-970e-7c2b-8fcf-954435cfe9bf",[206,208,210],{"id":207,"optionText":29,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-970e-7bcf-8fcf-9544349c2da8",{"id":209,"optionText":33,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-970e-7bf3-8fcf-954434c6c07c",{"id":211,"optionText":25,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-970e-7c0f-8fcf-954435b594db",{"id":213,"sentenceTemplate":214,"displayOrder":215,"explanation":216,"exampleSentence":217,"blanks":218},"01a0ba4b-970e-7d3f-8fcf-954438952604","Mila is een meisje uit mijn klas. __1__ meisje woont vlak bij mij.",12,"Meisje krijgt het, ook als het woord naar een persoon verwijst. Het meisje is al genoemd.","Het kind van onze buren heet Sam.",[219],{"id":220,"blankNumber":21,"options":221},"01a0ba4b-970e-7d07-8fcf-95443859ab70",[222,224,226],{"id":223,"optionText":33,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-970e-7ca7-8fcf-9544374be8e4",{"id":225,"optionText":25,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-970e-7ccb-8fcf-954437721a20",{"id":227,"optionText":29,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-970e-7ceb-8fcf-954437ad81f4",{"id":229,"sentenceTemplate":230,"displayOrder":231,"explanation":232,"exampleSentence":233,"blanks":234},"01a0ba4b-970e-7e23-8fcf-95443a6f9439","In mijn woordenlijst schrijf ik niet alleen huis, maar __1__ huis.",13,"Leer een nieuw zelfstandig naamwoord samen met zijn lidwoord. De vaste combinatie is het huis.","Op mijn kaartje staat de straat, niet alleen straat.",[235],{"id":236,"blankNumber":21,"options":237},"01a0ba4b-970e-7deb-8fcf-95443a31ccfb",[238,240,242],{"id":239,"optionText":64,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-970e-7d8f-8fcf-954438a6e1bb",{"id":241,"optionText":61,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-970e-7daf-8fcf-954439782896",{"id":243,"optionText":67,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-970e-7dcf-8fcf-954439b9049b","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_7d2a4a20-b57d-45a8-adfc-879747ed5472_hero.webp?v=1789831911",{"title":246,"slug":247,"language":248,"level":249},"De en het bij zelfstandige naamwoorden","de-en-het-bij-zelfstandige-naamwoorden","nl","A1"]