[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-9aad-7451-89c5-e8faa40a300e":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-8951-71b1-ac16-af18ac47a221":295},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":294},"01a0ba4b-9aad-7451-89c5-e8faa40a300e","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8951-71b1-ac16-af18ac47a221","Aanwijzingen en toekomstkeuzes","Kies de juiste vorm of woordvolgorde in zinnen over plannen, beweging en de toekomst.","Gaan voor voorspelling, plan en beweging","Kies de juiste vorm of woordvolgorde met gaan bij verwachtingen, plannen en echte beweging, zoals Het gaat regenen of De film gaat zo beginnen.",1,"word_select",[13,35,53,71,90,109,128,145,164,183,202,221,240,256,275],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":16,"explanation":17,"exampleSentence":18,"blanks":19},"01a0ba4b-9aad-7651-89c5-e8faa6df3252","Er hangen donkere wolken. Het __1__.",0,"De wolken wijzen op komende regen. Bij het hoort gaat en daarna volgt de infinitief regenen.","Kijk naar die lucht: het gaat sneeuwen.",[20],{"id":21,"blankNumber":10,"options":22},"01a0ba4b-9aad-7609-89c5-e8faa64ae5b9",[23,27,31],{"id":24,"optionText":25,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9aad-757d-89c5-e8faa48b4398","gaat regenen",true,{"id":28,"optionText":29,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9aad-75b9-89c5-e8faa55a9ae8","gaan regenen",false,{"id":32,"optionText":33,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9aad-75e1-89c5-e8faa5e44821","gaat regent",2,{"id":36,"sentenceTemplate":37,"displayOrder":10,"explanation":38,"exampleSentence":39,"blanks":40},"01a0ba4b-9aad-773d-89c5-e8faa9353b6c","Het licht in de zaal wordt donker. De film gaat zo __1__.","Het donkere licht kondigt het begin aan. Na gaat volgt de infinitief beginnen. De tijdsbepaling zo staat vóór die infinitief.","Iedereen zit klaar; de les gaat nu beginnen.",[41],{"id":42,"blankNumber":10,"options":43},"01a0ba4b-9aad-7705-89c5-e8faa90791c9",[44,47,50],{"id":45,"optionText":46,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9aad-76a1-89c5-e8faa70ed8fe","begint",{"id":48,"optionText":49,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9aad-76c5-89c5-e8faa7dc0a4a","beginnen",{"id":51,"optionText":52,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9aad-76e9-89c5-e8faa83c3231","begonnen",{"id":54,"sentenceTemplate":55,"displayOrder":34,"explanation":56,"exampleSentence":57,"blanks":58},"01a0ba4b-9aad-7815-89c5-e8faab7020b2","Het kind trekt een verdrietig gezicht. Het __1__.","Het gezicht is een zichtbaar teken. Bij het hoort gaat, gevolgd door de infinitief huilen.","Ze wankelt en gaat vallen.",[59],{"id":60,"blankNumber":10,"options":61},"01a0ba4b-9aad-77e1-89c5-e8faaac51d56",[62,65,68],{"id":63,"optionText":64,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9aad-7781-89c5-e8faa9394576","gaan huilen",{"id":66,"optionText":67,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9aad-77a5-89c5-e8faa9d0b254","gaat huilt",{"id":69,"optionText":70,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9aad-77c1-89c5-e8faa9d4984a","gaat huilen",{"id":72,"sentenceTemplate":73,"displayOrder":74,"explanation":75,"exampleSentence":76,"blanks":77},"01a0ba4b-9aad-7901-89c5-e8faad2d0580","Sara heeft een nieuwe woning gevonden. Ze __1__.",3,"Bij ze hoort gaat. Volgende maand staat tussen gaat en de infinitief verhuizen. Verhuist is hier geen juiste vorm van het tweede werkwoord.","Mijn broer gaat volgende week verhuizen.",[78],{"id":79,"blankNumber":10,"options":80},"01a0ba4b-9aad-78c9-89c5-e8faad23273e",[81,84,87],{"id":82,"optionText":83,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9aad-7859-89c5-e8faabbaedcf","gaat volgende maand verhuizen",{"id":85,"optionText":86,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9aad-788d-89c5-e8faac3b92c2","gaan volgende maand verhuizen",{"id":88,"optionText":89,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9aad-78ad-89c5-e8faacfe0ec7","gaat volgende maand verhuist",{"id":91,"sentenceTemplate":92,"displayOrder":93,"explanation":94,"exampleSentence":95,"blanks":96},"01a0ba4b-9aad-79d5-89c5-e8faaf516608","Ze hebben de trouwdatum al gekozen. Ze __1__.",4,"Ze verwijst hier naar meerdere personen en krijgt gaan. Daarna staat de infinitief trouwen.","Mijn vrienden gaan volgende maand samenwonen.",[97],{"id":98,"blankNumber":10,"options":99},"01a0ba4b-9aad-79a1-89c5-e8faae5615aa",[100,103,106],{"id":101,"optionText":102,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9aad-7941-89c5-e8faad65b962","gaat trouwen",{"id":104,"optionText":105,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9aad-7965-89c5-e8faad85fb93","gaan trouwen",{"id":107,"optionText":108,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9aad-7981-89c5-e8faadc3b0c6","gaan trouwt",{"id":110,"sentenceTemplate":111,"displayOrder":112,"explanation":113,"exampleSentence":114,"blanks":115},"01a0ba4b-9aad-7aa9-89c5-e8fab2bd275c","Welke zin gebruikt gaan alleen als werkwoord van beweging? __1__",5,"In Ik ga naar school betekent ga dat de spreker zich verplaatst; er volgt geen tweede werkwoord.","Wij gaan morgen naar Utrecht.",[116],{"id":117,"blankNumber":10,"options":118},"01a0ba4b-9aad-7a71-89c5-e8fab1d35b9f",[119,122,125],{"id":120,"optionText":121,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9aad-7a15-89c5-e8faaf8f93e9","Ik ga op school studeren.",{"id":123,"optionText":124,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9aad-7a35-89c5-e8fab06f44cc","Ik ga een cursus volgen.",{"id":126,"optionText":127,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9aad-7a55-89c5-e8fab11d9159","Ik ga naar school.",{"id":129,"sentenceTemplate":130,"displayOrder":131,"explanation":132,"exampleSentence":133,"blanks":134},"01a0ba4b-9aad-7b79-89c5-e8fab55614b2","Welke zin gebruikt gaan als hulpwerkwoord voor een toekomstige handeling? __1__",6,"Ga ... studeren bevat een vervoegde vorm van gaan en een tweede infinitief.","Wij gaan een museum bezoeken.",[135],{"id":136,"blankNumber":10,"options":137},"01a0ba4b-9aad-7b45-89c5-e8fab4db2615",[138,140,142],{"id":139,"optionText":121,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9aad-7aed-89c5-e8fab334f28b",{"id":141,"optionText":127,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9aad-7b0d-89c5-e8fab3d21f2b",{"id":143,"optionText":144,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9aad-7b29-89c5-e8fab40898fa","Ik ging naar school.",{"id":146,"sentenceTemplate":147,"displayOrder":148,"explanation":149,"exampleSentence":150,"blanks":151},"01a0ba4b-9aad-7c55-89c5-e8fab83eed80","Ik werk vandaag thuis. Morgen __1__ naar kantoor.",7,"Na morgen staat eerst de persoonsvorm ga en daarna het onderwerp ik. Gaan drukt hier zelf beweging uit; een tweede werkwoord is niet nodig.","Zaterdag ga ik naar Utrecht.",[152],{"id":153,"blankNumber":10,"options":154},"01a0ba4b-9aad-7c1d-89c5-e8fab796ad03",[155,158,161],{"id":156,"optionText":157,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9aad-7bb9-89c5-e8fab57e6bf7","gaan ik",{"id":159,"optionText":160,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9aad-7bd9-89c5-e8fab649fdaf","ga ik",{"id":162,"optionText":163,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9aad-7c01-89c5-e8fab6b6519e","ik ga",{"id":165,"sentenceTemplate":166,"displayOrder":167,"explanation":168,"exampleSentence":169,"blanks":170},"01a0ba4b-9aad-7d25-89c5-e8fabbb9a969","De afspraak staat al in mijn agenda. Ik __1__.",8,"Het presens kan een vaste toekomstige afspraak uitdrukken: ik heb morgen een afspraak. Na ga zou een infinitief nodig zijn, geen persoonsvorm zoals heb of heeft.","Ik heb volgende week een afspraak bij de tandarts.",[171],{"id":172,"blankNumber":10,"options":173},"01a0ba4b-9aad-7cf1-89c5-e8fabb63d470",[174,177,180],{"id":175,"optionText":176,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9aad-7c95-89c5-e8fab912d16e","ga morgen een afspraak heeft",{"id":178,"optionText":179,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9aad-7cb5-89c5-e8faba1266de","ga morgen een afspraak heb",{"id":181,"optionText":182,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9aad-7cd5-89c5-e8fabadb53fb","heb morgen een afspraak",{"id":184,"sentenceTemplate":185,"displayOrder":186,"explanation":187,"exampleSentence":188,"blanks":189},"01a0ba4b-9aad-7df5-89c5-e8fabee8f693","Volgens de dienstregeling __1__.",9,"Het presens kan een vast vertrek in de toekomst uitdrukken. Bij de trein hoort gaat, niet gaan; na gaat zou de infinitief vertrekken nodig zijn, niet vertrekt.","De bus komt morgen om half negen.",[190],{"id":191,"blankNumber":10,"options":192},"01a0ba4b-9aad-7dc1-89c5-e8fabeb4ea11",[193,196,199],{"id":194,"optionText":195,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9aad-7d65-89c5-e8fabc0cf646","vertrekt de trein om 08.15 uur",{"id":197,"optionText":198,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9aad-7d85-89c5-e8fabce1265f","gaat de trein om 08.15 uur vertrekt",{"id":200,"optionText":201,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9aad-7da5-89c5-e8fabddf4cb7","gaan de trein om 08.15 uur vertrekken",{"id":203,"sentenceTemplate":204,"displayOrder":205,"explanation":206,"exampleSentence":207,"blanks":208},"01a0ba4b-9aad-7ec5-89c5-e8fac23856c3","Ik weet het niet zeker, maar het __1__.",10,"Zal past bij een verwachting en wordt hier gevolgd door de infinitief zijn. Na zal of gaat kan hier niet de persoonsvorm is staan.","Het zal morgen druk zijn.",[209],{"id":210,"blankNumber":10,"options":211},"01a0ba4b-9aad-7e91-89c5-e8fac1482937",[212,215,218],{"id":213,"optionText":214,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9aad-7e35-89c5-e8fabfaa5132","gaat morgen waarschijnlijk koud is",{"id":216,"optionText":217,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9aad-7e55-89c5-e8fabfaff15d","zal morgen waarschijnlijk koud zijn",{"id":219,"optionText":220,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9aad-7e75-89c5-e8fac056170c","zal morgen waarschijnlijk koud is",{"id":222,"sentenceTemplate":223,"displayOrder":224,"explanation":225,"exampleSentence":226,"blanks":227},"01a0ba4b-9aad-7f9d-89c5-e8fac47f9f6e","__1__ jullie morgen thuiswerken?",11,"Bij jullie hoort gaan. In deze ja-neevraag staat gaan vóór het onderwerp; thuiswerken blijft de infinitief aan het einde.","Gaan jullie zaterdag koken?",[228],{"id":229,"blankNumber":10,"options":230},"01a0ba4b-9aad-7f69-89c5-e8fac42e9d38",[231,234,237],{"id":232,"optionText":233,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9aad-7f05-89c5-e8fac2fffb72","Gaat",{"id":235,"optionText":236,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9aad-7f25-89c5-e8fac335cc41","Ga",{"id":238,"optionText":239,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9aad-7f41-89c5-e8fac40c4756","Gaan",{"id":241,"sentenceTemplate":242,"displayOrder":243,"explanation":244,"exampleSentence":245,"blanks":246},"01a0ba4b-9aae-70d8-b9a8-6cc32c1e8d3a","__1__ Noor volgend jaar verhuizen?",12,"Bij Noor hoort gaat, ook wanneer de persoonsvorm vooraan staat in de vraag.","Gaat Amir een cursus volgen?",[247],{"id":248,"blankNumber":10,"options":249},"01a0ba4b-9aae-70a4-b9a8-6cc32bbf90c3",[250,252,254],{"id":251,"optionText":233,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9aae-703c-b9a8-6cc32ab2f2ef",{"id":253,"optionText":236,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9aae-7068-b9a8-6cc32add6047",{"id":255,"optionText":239,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9aae-7084-b9a8-6cc32b5471ed",{"id":257,"sentenceTemplate":258,"displayOrder":259,"explanation":260,"exampleSentence":261,"blanks":262},"01a0ba4b-9aae-71a8-b9a8-6cc32ddb5d59","De verf is te duur, dus wij __1__.",13,"In deze hoofdzin staat de persoonsvorm gaan direct na wij. Het tweede werkwoord is de infinitief schilderen. Niet ontkent hier het schilderen van die muur.","Ik ga morgen niet werken.",[263],{"id":264,"blankNumber":10,"options":265},"01a0ba4b-9aae-7174-b9a8-6cc32dcd9e70",[266,269,272],{"id":267,"optionText":268,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9aae-7118-b9a8-6cc32c87a872","niet gaan die muur schilderen",{"id":270,"optionText":271,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9aae-713c-b9a8-6cc32d34c588","gaan die muur niet schilderen",{"id":273,"optionText":274,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9aae-7158-b9a8-6cc32da2dafa","gaan die muur niet schildert",{"id":276,"sentenceTemplate":277,"displayOrder":278,"explanation":279,"exampleSentence":280,"blanks":281},"01a0ba4b-9aae-7278-b9a8-6cc32fa65187","Je kunt morgen langskomen. Morgen __1__ thuis.",14,"Het presens kan een toekomstige toestand uitdrukken. Na morgen staat ben vóór ik. Met zal is ook een infinitief nodig: Morgen zal ik thuis zijn. Zonder zijn is die zin niet compleet.","Volgende week ben ik op vakantie.",[282],{"id":283,"blankNumber":10,"options":284},"01a0ba4b-9aae-7244-b9a8-6cc32fa03510",[285,288,291],{"id":286,"optionText":287,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9aae-71e8-b9a8-6cc32de4a3e5","zal ik",{"id":289,"optionText":290,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9aae-7208-b9a8-6cc32e558087","ik ben",{"id":292,"optionText":293,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9aae-7228-b9a8-6cc32f10fe30","ben ik","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_a8791c85-5813-471b-a7a0-74fcf50580b0_hero.webp?v=1789831912",{"title":296,"slug":297,"language":298,"level":299},"De toekomst met gaan","de-toekomst-met-gaan","nl","A2"]