[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-9d20-7ca4-bc84-016a6d963d86":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-897e-7565-9a93-f65d38dde38d":268},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":267},"01a0ba4b-9d20-7ca4-bc84-016a6d963d86","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-897e-7565-9a93-f65d38dde38d","Meerdere dingen aanwijzen","Kies het juiste aanwijzende woord of de juiste woordgroep.","Deze en die in het meervoud","Kies het juiste aanwijzende woord bij meerdere dingen, zoals deze stoelen naast mij of die boeken op de plank, in korte vragen en mededelingen.",1,"word_select",[13,35,51,66,82,98,114,130,146,162,178,197,213,232,251],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":16,"explanation":17,"exampleSentence":18,"blanks":19},"01a0ba4b-9d20-7ea4-bc84-016a708c3864","Zijn __1__ twee stoelen hier naast mij nog vrij? Dan komen we erbij zitten.",0,"Stoelen is meervoud, dus je kiest tussen deze en die. De stoelen staan naast de spreker, dus dichtbij: deze. Die gebruik je voor stoelen verder weg, en dit past niet voor een meervoud.","Deze boeken hier op tafel zijn voor de les.",[20],{"id":21,"blankNumber":10,"options":22},"01a0ba4b-9d20-7e58-bc84-016a706abbd2",[23,27,31],{"id":24,"optionText":25,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0e1ac-8b17-766f-967a-4925b4f0c2d9","die",false,{"id":28,"optionText":29,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9d20-7df8-bc84-016a6f515cf2","deze",true,{"id":32,"optionText":33,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9d20-7dbc-bc84-016a6e788dc5","dit",2,{"id":36,"sentenceTemplate":37,"displayOrder":10,"explanation":38,"exampleSentence":39,"blanks":40},"01a0ba4b-9d20-7f94-bc84-016a72b6b2a5","Zijn __1__ boeken op de hoogste plank van jou? Ik kan er niet bij.","Boeken is meervoud. De spreker kan niet bij de plank, dus de boeken zijn ver weg: die boeken. Deze zou betekenen dat ze vlakbij liggen. Dat staat nooit direct voor een meervoud.","Die stoelen aan de overkant zijn bezet.",[41],{"id":42,"blankNumber":10,"options":43},"01a0ba4b-9d20-7f5c-bc84-016a7223b64e",[44,46,49],{"id":45,"optionText":29,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0e1ac-8b17-773f-967a-4925b50f3214",{"id":47,"optionText":48,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9d20-7f3c-bc84-016a72055c69","dat",{"id":50,"optionText":25,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9d20-7ef8-bc84-016a70e37d6e",{"id":52,"sentenceTemplate":53,"displayOrder":34,"explanation":54,"exampleSentence":55,"blanks":56},"01a0ba4b-9d21-70dd-8cf3-6ce1dfcd5764","Mama, __1__ kinderen hier naast me zitten bij mij in de klas.","In het enkelvoud zeg je het kind (dit kind), maar het meervoud kinderen krijgt deze. Dit kinderen en dat kinderen bestaan niet.","Deze leerlingen vlak voor mij werken samen.",[57],{"id":58,"blankNumber":10,"options":59},"01a0ba4b-9d21-70a5-8cf3-6ce1dfa21838",[60,62,64],{"id":61,"optionText":48,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9d21-7039-8cf3-6ce1ddaac7e9",{"id":63,"optionText":33,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9d21-7061-8cf3-6ce1de915883",{"id":65,"optionText":29,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9d21-7085-8cf3-6ce1df211d01",{"id":67,"sentenceTemplate":68,"displayOrder":69,"explanation":70,"exampleSentence":71,"blanks":72},"01a0ba4b-9d21-71b1-8cf3-6ce1e10d0b9a","Van wie zijn __1__ schoenen bij de deur aan de andere kant van de kamer?",3,"Schoenen is meervoud. Omdat de schoenen ver weg staan (aan de andere kant van de kamer), gebruik je die schoenen. Deze gebruik je voor iets dichtbij, en dit past niet voor een meervoud.","Die jassen achter in de gang zijn nat.",[73],{"id":74,"blankNumber":10,"options":75},"01a0ba4b-9d21-717d-8cf3-6ce1e0b312ba",[76,78,80],{"id":77,"optionText":29,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9d21-711d-8cf3-6ce1dfdecc63",{"id":79,"optionText":25,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9d21-7141-8cf3-6ce1e005182e",{"id":81,"optionText":33,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9d21-7161-8cf3-6ce1e0379617",{"id":83,"sentenceTemplate":84,"displayOrder":85,"explanation":86,"exampleSentence":87,"blanks":88},"01a0ba4b-9d21-7281-8cf3-6ce1e3615dd2","Kun jij __1__ ramen vlak naast mij openen?",4,"Bij één raam zeg je dit raam, maar het meervoud ramen krijgt deze of die. Vlak naast mij wijst op dichtbij, dus deze. Die ramen zou je zeggen over ramen verder weg in de kamer.","Deze deuren hier vooraan zijn al open.",[89],{"id":90,"blankNumber":10,"options":91},"01a0ba4b-9d21-724d-8cf3-6ce1e26bdd47",[92,94,96],{"id":93,"optionText":29,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9d21-71f1-8cf3-6ce1e1c6c11a",{"id":95,"optionText":25,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9d21-7211-8cf3-6ce1e1ec9ab3",{"id":97,"optionText":33,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9d21-7231-8cf3-6ce1e1f19475",{"id":99,"sentenceTemplate":100,"displayOrder":101,"explanation":102,"exampleSentence":103,"blanks":104},"01a0d2d4-a706-788c-a127-62c2c95fd0e5","— In de keuken staan twee tafels. — We mogen __1__ tafels niet gebruiken.",5,"Die verwijst naar de tafels die net genoemd zijn. Tafels is meervoud; dit en dat kunnen daar niet direct voor staan.","— De school heeft nieuwe computers. — Mogen we die computers gebruiken?",[105],{"id":106,"blankNumber":10,"options":107},"01a0d2d4-a706-7824-a127-62c2c8a37fbe",[108,110,112],{"id":109,"optionText":33,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0d2d4-a706-7754-a127-62c2c70860da",{"id":111,"optionText":25,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0d2d4-a706-77c0-a127-62c2c7ca54c3",{"id":113,"optionText":48,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0d2d4-a706-77f8-a127-62c2c7dc2650",{"id":115,"sentenceTemplate":116,"displayOrder":117,"explanation":118,"exampleSentence":119,"blanks":120},"01a0ba4b-9d21-73f1-8cf3-6ce1e5f4401d","Zie je __1__ huizen ver weg op de heuvel?",6,"In het enkelvoud zeg je het huis (dat huis), maar het meervoud is de huizen. Omdat de huizen ver weg staan, gebruik je die huizen. Deze wijst naar iets dichtbij.","Die torens in de verte zijn heel hoog.",[121],{"id":122,"blankNumber":10,"options":123},"01a0ba4b-9d21-732d-8cf3-6ce1e507a462",[124,126,128],{"id":125,"optionText":29,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9d21-72cd-8cf3-6ce1e3f1e02c",{"id":127,"optionText":48,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9d21-72f1-8cf3-6ce1e411cf80",{"id":129,"optionText":25,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9d21-7311-8cf3-6ce1e46e3f56",{"id":131,"sentenceTemplate":132,"displayOrder":133,"explanation":134,"exampleSentence":135,"blanks":136},"01a0ba4b-9d21-75a5-8cf3-6ce1ec50e7d9","Zijn __1__ jassen hier over mijn arm van jullie?",7,"De jassen hangen over de arm van de spreker: dichterbij kan niet. Bij een meervoud dichtbij hoort deze. Die past bij jassen verderop, bijvoorbeeld aan de kapstok, en dat staat nooit direct voor een meervoud.","Zijn deze tassen in mijn handen van jullie?",[137],{"id":138,"blankNumber":10,"options":139},"01a0ba4b-9d21-7571-8cf3-6ce1ebb9a7f0",[140,142,144],{"id":141,"optionText":25,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0d2d4-a706-7904-a127-62c2ca21cbee",{"id":143,"optionText":48,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9d21-7535-8cf3-6ce1eb04aa3e",{"id":145,"optionText":29,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9d21-7515-8cf3-6ce1ea1491dd",{"id":147,"sentenceTemplate":148,"displayOrder":149,"explanation":150,"exampleSentence":151,"blanks":152},"01a0ba4b-9d21-7675-8cf3-6ce1ef481ee2","Ik lees nu dit boek, maar __1__ boeken hier op mijn bureau zijn voor school.",8,"In het enkelvoud zeg je dit boek, maar bij het meervoud verandert dit in deze. Omdat de boeken hier dichtbij op het bureau liggen, kies je deze en niet die.","Dit raam is dicht, maar deze ramen hier staan open.",[153],{"id":154,"blankNumber":10,"options":155},"01a0ba4b-9d21-7641-8cf3-6ce1ef293cef",[156,158,160],{"id":157,"optionText":29,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9d21-75e5-8cf3-6ce1ed50398e",{"id":159,"optionText":25,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9d21-7605-8cf3-6ce1ee2d70d3",{"id":161,"optionText":33,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9d21-7625-8cf3-6ce1ef21e52d",{"id":163,"sentenceTemplate":164,"displayOrder":165,"explanation":166,"exampleSentence":167,"blanks":168},"01a0ba4b-9d21-7755-8cf3-6ce1f1c41351","— Mijn buren hebben twee kinderen. — Ken jij __1__ kinderen ook?",9,"De kinderen van de buren zijn net genoemd. Met die wijs je terug naar iets wat al bekend is. Het kind wordt in het meervoud kinderen, en dan vervallen dit en dat.","— Noor heeft twee katten. — Ja, die katten ken ik.",[169],{"id":170,"blankNumber":10,"options":171},"01a0ba4b-9d21-7721-8cf3-6ce1f16332f0",[172,174,176],{"id":173,"optionText":48,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9d21-76b5-8cf3-6ce1efac1560",{"id":175,"optionText":25,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9d21-76e5-8cf3-6ce1f0399f85",{"id":177,"optionText":33,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9d21-7705-8cf3-6ce1f0d975ae",{"id":179,"sentenceTemplate":180,"displayOrder":181,"explanation":182,"exampleSentence":183,"blanks":184},"01a0ba4b-9d21-7825-8cf3-6ce1f514b09d","Welke planten geef je water? — __1__.",10,"Deze verwijst zonder zelfstandig naamwoord naar meerdere planten dichtbij. Dit en dat passen niet als je uit een groep planten meerdere planten aanwijst.","Welke bloemen koop je? — Deze hier.",[185],{"id":186,"blankNumber":10,"options":187},"01a0ba4b-9d21-77f1-8cf3-6ce1f423ac16",[188,191,194],{"id":189,"optionText":190,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9d21-7795-8cf3-6ce1f275051d","Dat hier",{"id":192,"optionText":193,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9d21-77b5-8cf3-6ce1f2f77621","Dit hier",{"id":195,"optionText":196,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9d21-77d5-8cf3-6ce1f3e6454d","Deze hier",{"id":198,"sentenceTemplate":199,"displayOrder":200,"explanation":201,"exampleSentence":202,"blanks":203},"01a0ba4b-9d21-78f5-8cf3-6ce1f7bbecbd","Gaan __1__ treinen daar naar Utrecht?",11,"Treinen is meervoud. Het woord daar wijst naar treinen verder weg, dus gebruik je die treinen. Deze gebruik je voor treinen dichtbij, en dat past niet voor een meervoud.","Gaan die bussen aan de overkant naar het station?",[204],{"id":205,"blankNumber":10,"options":206},"01a0ba4b-9d21-78c1-8cf3-6ce1f784a3f8",[207,209,211],{"id":208,"optionText":25,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9d21-7865-8cf3-6ce1f5eb5b63",{"id":210,"optionText":29,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9d21-7885-8cf3-6ce1f6de51df",{"id":212,"optionText":48,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9d21-78a5-8cf3-6ce1f7282947",{"id":214,"sentenceTemplate":215,"displayOrder":216,"explanation":217,"exampleSentence":218,"blanks":219},"01a0ba4b-9d21-79cd-8cf3-6ce1fa824cf7","__1__ glazen in mijn handen zijn nog vuil. Waar kan ik ze neerzetten?",12,"De spreker houdt de glazen vast, dus ze zijn vlakbij: deze glazen. Die glazen zou je zeggen over glazen die verderop staan. Dit is enkelvoud en past niet voor glazen.","Ik draag deze borden naar de keuken.",[220],{"id":221,"blankNumber":10,"options":222},"01a0ba4b-9d21-7995-8cf3-6ce1fa2f6c81",[223,226,229],{"id":224,"optionText":225,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9d21-7935-8cf3-6ce1f851ccc1","Die",{"id":227,"optionText":228,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9d21-7959-8cf3-6ce1f916867a","Deze",{"id":230,"optionText":231,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9d21-7979-8cf3-6ce1f9c54677","Dit",{"id":233,"sentenceTemplate":234,"displayOrder":235,"explanation":236,"exampleSentence":237,"blanks":238},"01a0ba4b-9d21-7aa9-8cf3-6ce1fd7c2a27","Welke fietsen zijn van jullie? — __1__.",13,"Die verwijst zonder zelfstandig naamwoord naar meerdere fietsen op afstand. Dit en dat passen niet als je uit een groep fietsen meerdere fietsen aanwijst.","Welke schoenen zijn van jou? — Die daar.",[239],{"id":240,"blankNumber":10,"options":241},"01a0ba4b-9d21-7a75-8cf3-6ce1fcc6921e",[242,245,248],{"id":243,"optionText":244,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9d21-7a0d-8cf3-6ce1faffa7b9","Die daar",{"id":246,"optionText":247,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9d21-7a2d-8cf3-6ce1fbfdae81","Dit daar",{"id":249,"optionText":250,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9d21-7a59-8cf3-6ce1fc882993","Dat daar",{"id":252,"sentenceTemplate":253,"displayOrder":254,"explanation":255,"exampleSentence":256,"blanks":257},"01a0ba4b-9d21-7b75-8cf3-6ce200294a05","— Ik heb twee foto’s van onze vakantie. — Staan je ouders op __1__ foto’s?",14,"Foto’s is het meervoud van de foto. De foto’s zijn in de vorige zin genoemd, en met die wijs je daarnaar terug. Dit en dat horen alleen bij een enkelvoud.","— Sara heeft foto’s van het feest. — Sta jij op die foto’s?",[258],{"id":259,"blankNumber":10,"options":260},"01a0ba4b-9d21-7b45-8cf3-6ce20024f0e9",[261,263,265],{"id":262,"optionText":48,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9d21-7ae9-8cf3-6ce1fe5385d7",{"id":264,"optionText":33,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0d2d4-a706-799c-a127-62c2cac2c97f",{"id":266,"optionText":25,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-9d21-7b09-8cf3-6ce1fef4b8a6","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_3d2278ea-71a3-4410-b313-592801e0b7d7_hero.webp?v=1789831912",{"title":269,"slug":270,"language":271,"level":272},"Deze, die, dit en dat aanwijzen","deze-die-dit-en-dat-aanwijzen","nl","A1"]