[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-9d39-7067-9580-ef53e449bebf":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-897e-7565-9a93-f65d38dde38d":116},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":115},"01a0ba4b-9d39-7067-9580-ef53e449bebf","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-897e-7565-9a93-f65d38dde38d","Deze, die, dit en dat aanwijzen - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","Aanwijzende woorden sorteren op de\u002Fhet en afstand","Sorteer losse woorden op de- of het-woord en op de afstand tot de spreker, en zelfstandige naamwoorden op welk aanwijzend woord ervoor kan staan.",4,"word_sort",[13,42,69,88],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":16,"explanation":17,"blanks":18,"payload":19},"01a0ba4b-9d39-716b-9580-ef53e537b6a6","Sorteer op de of het en op afstand tot de spreker: hier is dichtbij, daar is verder weg.",0,"Bij een de-woord gebruik je deze voor dichtbij en die voor verder weg. Bij een het-woord gebruik je dit voor dichtbij en dat voor verder weg.",[],{"items":20,"categories":41},[21,24,26,29,31,34,36,39],{"text":22,"category":23},"fiets hier","de-woord dichtbij",{"text":25,"category":23},"jas hier",{"text":27,"category":28},"tafel daar","de-woord verder weg",{"text":30,"category":28},"vrouw daar",{"text":32,"category":33},"boek hier","het-woord dichtbij",{"text":35,"category":33},"huis hier",{"text":37,"category":38},"kind daar","het-woord verder weg",{"text":40,"category":38},"raam daar",[23,28,33,38],{"id":43,"sentenceTemplate":44,"displayOrder":45,"explanation":46,"blanks":47,"payload":48},"01a0ba4b-9d39-71bf-9580-ef53e60a65f4","Welke aanwijzende woorden kunnen vóór deze zelfstandige naamwoorden staan? Sorteer de woorden.",1,"Voor een de-woord en voor een meervoud gebruik je deze of die. Voor een enkelvoudig het-woord gebruik je dit of dat. Een verkleinwoord is in het enkelvoud een het-woord.",[],{"items":49,"categories":68},[50,53,55,57,59,62,64,66],{"text":51,"category":52},"tas","Met deze of die",{"text":54,"category":52},"plant",{"text":56,"category":52},"ramen",{"text":58,"category":52},"huizen",{"text":60,"category":61},"glas","Met dit of dat",{"text":63,"category":61},"jasje",{"text":65,"category":61},"meisje",{"text":67,"category":61},"tafeltje",[52,61],{"id":70,"sentenceTemplate":71,"displayOrder":72,"explanation":73,"blanks":74,"payload":75},"01a0ba4b-9d39-71fb-9580-ef53e668f39f","Je wijst iets aan op basis van de afstand tot jou. Sorteer de aanwijzende woorden op dichtbij of verder weg.",2,"Deze en dit wijzen iets dichtbij aan. Die en dat gebruik je voor iets dat verder van de spreker staat.",[],{"items":76,"categories":87},[77,80,82,85],{"text":78,"category":79},"deze","Dichtbij",{"text":81,"category":79},"dit",{"text":83,"category":84},"die","Verder weg",{"text":86,"category":84},"dat",[79,84],{"id":89,"sentenceTemplate":90,"displayOrder":91,"explanation":92,"blanks":93,"payload":94},"01a0ba4b-9d39-7233-9580-ef53e765bab9","Sorteer de zelfstandige naamwoorden: zijn het meervouden of enkelvoudige het-woorden?",3,"Voor een meervoud gebruik je deze of die, ook als het enkelvoud een het-woord is. Voor een enkelvoudig het-woord gebruik je dit of dat.",[],{"items":95,"categories":114},[96,99,101,103,105,108,110,112],{"text":97,"category":98},"stoelen","Meervoud met deze of die",{"text":100,"category":98},"boeken",{"text":102,"category":98},"kinderen",{"text":104,"category":98},"schoenen",{"text":106,"category":107},"boek","Enkelvoud met dit of dat",{"text":109,"category":107},"huis",{"text":111,"category":107},"kind",{"text":113,"category":107},"raam",[98,107],"\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_1c68dfdc-d137-4573-bd9e-174fbf584790_hero.webp?v=1789831912",{"title":117,"slug":118,"language":119,"level":120},"Deze, die, dit en dat aanwijzen","deze-die-dit-en-dat-aanwijzen","nl","A1"]