[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-9efc-7517-b7eb-edf6bb84c0b5":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-89a7-7961-a088-0a996d2d0453":281},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":280},"01a0ba4b-9efc-7517-b7eb-edf6bb84c0b5","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-89a7-7961-a088-0a996d2d0453","Bouw zinnen met elkaar","Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg.","Zinnen bouwen met elkaar","Bouw zinnen met het wederkerig voornaamwoord elkaar door woordtegels te ordenen, in situaties over buren die groeten en mensen die elkaar helpen.",2,"sentence_builder",[13,40,63,84,105,125,146,168,193,214,236,258],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":16,"explanation":17,"exampleSentence":18,"blanks":19},"01a0ba4b-9efc-76f3-b7eb-edf6bdd22db3","Iedereen kan de ander hulp geven. Bouw de zin: __1__",0,"Wij opent de zin, kunnen is de persoonsvorm en helpen sluit de werkwoordgroep af. Het wederzijdse voorwerp elkaar staat vóór helpen. Zich past niet bij wij; elkaars vereist een zelfstandig naamwoord.","De buren steunen elkaar.",[20],{"id":21,"blankNumber":22,"options":23,"tiles":35},"01a0ba4b-9efc-76ab-b7eb-edf6bd9fe633",1,[24,28,32],{"id":25,"optionText":26,"isCorrect":27,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9efc-761f-b7eb-edf6bb8d11a0","Wij kunnen elkaar helpen.",true,{"id":29,"optionText":30,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-9efc-765b-b7eb-edf6bc874b92","zich",false,{"id":33,"optionText":34,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9efc-7683-b7eb-edf6bcd913e9","elkaars",[36,37,38,39],"Wij","kunnen","elkaar","helpen.",{"id":41,"sentenceTemplate":42,"displayOrder":22,"explanation":43,"exampleSentence":44,"blanks":45},"01a0ba4b-9efc-77df-b7eb-edf6c03999ac","Bij een ontmoeting zegt iedere buur iets tegen de ander. Bouw de zin: __1__","De hoort bij buren en begint het onderwerp. Daarna volgt groeten; elkaar is het voorwerp en draagt de punt.","De kinderen bellen elkaar.",[46],{"id":47,"blankNumber":22,"options":48,"tiles":58},"01a0ba4b-9efc-77a7-b7eb-edf6c00fbd6b",[49,52,55],{"id":50,"optionText":51,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9efc-7743-b7eb-edf6be8f9ea6","groet",{"id":53,"optionText":54,"isCorrect":27,"displayOrder":22},"01a0ba4b-9efc-7767-b7eb-edf6bf648fe2","De buren groeten elkaar.",{"id":56,"optionText":57,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9efc-7787-b7eb-edf6bff88a83","elkaars.",[59,60,61,62],"De","buren","groeten","elkaar.",{"id":64,"sentenceTemplate":65,"displayOrder":10,"explanation":66,"exampleSentence":67,"blanks":68},"01a0ba4b-9efc-78bb-b7eb-edf6c2781681","De ontmoeting was een dag geleden. Bouw de zin: __1__","Gisteren begint de zin. Daarna staat de persoonsvorm zagen vóór wij: inversie. Elkaar is het voorwerp aan het einde; zich kan niet naar wij verwijzen.","Vorige week belden zij elkaar.",[69],{"id":70,"blankNumber":22,"options":71,"tiles":80},"01a0ba4b-9efc-7883-b7eb-edf6c21f8dca",[72,75,77],{"id":73,"optionText":74,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9efc-7823-b7eb-edf6c07da4f6","zich.",{"id":76,"optionText":57,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-9efc-7843-b7eb-edf6c097cb00",{"id":78,"optionText":79,"isCorrect":27,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9efc-7863-b7eb-edf6c1450594","Gisteren zagen wij elkaar.",[81,82,83,62],"Gisteren","zagen","wij",{"id":85,"sentenceTemplate":86,"displayOrder":87,"explanation":88,"exampleSentence":89,"blanks":90},"01a0ba4b-9efc-79a3-b7eb-edf6c56b97d3","De kinderen vinden hun eigen gedrag heel vervelend. Bouw de zin: __1__",3,"De begint het onderwerp de kinderen. Schamen is de persoonsvorm en vereist het wederkerende zich, dat met de punt achteraan staat. Elkaar en samen kunnen zich hier niet vervangen.","De spelers schamen zich voor hun gedrag.",[91],{"id":92,"blankNumber":22,"options":93,"tiles":102},"01a0ba4b-9efc-796b-b7eb-edf6c47eb6fa",[94,97,99],{"id":95,"optionText":96,"isCorrect":27,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9efc-78ff-b7eb-edf6c294b322","De kinderen schamen zich.",{"id":98,"optionText":62,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-9efc-791f-b7eb-edf6c38c7e0b",{"id":100,"optionText":101,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9efc-794f-b7eb-edf6c438bf41","samen.",[59,103,104,74],"kinderen","schamen",{"id":106,"sentenceTemplate":107,"displayOrder":108,"explanation":109,"exampleSentence":110,"blanks":111},"01a0ba4b-9efc-7a73-b7eb-edf6c6fe570a","De hulp ging in beide richtingen en is al gegeven. Bouw de zin: __1__",4,"Wij begint de zin en hebben staat op de tweede plaats. Elkaar staat vóór het voltooid deelwoord geholpen, dat de punt draagt. Zich past niet bij wij; elkaars kan hier niet zonder zelfstandig naamwoord staan.","De teams hebben elkaar bedankt.",[112],{"id":113,"blankNumber":22,"options":114,"tiles":122},"01a0ba4b-9efc-7a3f-b7eb-edf6c632bdaf",[115,117,120],{"id":116,"optionText":30,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9efc-79e3-b7eb-edf6c5d19148",{"id":118,"optionText":119,"isCorrect":27,"displayOrder":22},"01a0ba4b-9efc-7a03-b7eb-edf6c5d4db08","Wij hebben elkaar geholpen.",{"id":121,"optionText":34,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9efc-7a23-b7eb-edf6c5d5db7c",[36,123,38,124],"hebben","geholpen.",{"id":126,"sentenceTemplate":127,"displayOrder":128,"explanation":129,"exampleSentence":130,"blanks":131},"01a0ba4b-9efc-7b4b-b7eb-edf6c90d4599","De groep mag onderweg niet uit elkaar gaan. Bouw de zin: __1__",5,"Wij opent de zin en moeten is de persoonsvorm op de tweede plaats. Lopen sluit de werkwoordgroep af; samen staat ervoor en beschrijft de gezamenlijke activiteit. Lopen krijgt hier geen persoonlijk voorwerp.","De vrienden wandelen samen.",[132],{"id":133,"blankNumber":22,"options":134,"tiles":142},"01a0ba4b-9efc-7b13-b7eb-edf6c88f43b7",[135,137,139],{"id":136,"optionText":30,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9efc-7ab3-b7eb-edf6c712cd01",{"id":138,"optionText":38,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-9efc-7ad7-b7eb-edf6c7433b14",{"id":140,"optionText":141,"isCorrect":27,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9efc-7af7-b7eb-edf6c7ce2b0b","Wij moeten samen lopen.",[36,143,144,145],"moeten","samen","lopen.",{"id":147,"sentenceTemplate":148,"displayOrder":149,"explanation":150,"exampleSentence":151,"blanks":152},"01a0ba4b-9efc-7c1b-b7eb-edf6cbe6ce16","Op het werk voeren de medewerkers een gesprek. Bouw de zin: __1__",6,"De begint het onderwerp. Praten volgt als persoonsvorm; met staat vóór elkaar en vormt daarmee één voorzetselgroep. De punt houdt elkaar achteraan.","De studenten overleggen met elkaar.",[153],{"id":154,"blankNumber":22,"options":155,"tiles":164},"01a0ba4b-9efc-7be7-b7eb-edf6cb3274bb",[156,159,162],{"id":157,"optionText":158,"isCorrect":27,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9efc-7b8b-b7eb-edf6c9ddf868","De collega's praten met elkaar.",{"id":160,"optionText":161,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-9efc-7bab-b7eb-edf6ca8d798b","praat",{"id":163,"optionText":57,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9efc-7bcb-b7eb-edf6ca9958ed",[59,165,166,167,62],"collega's","praten","met",{"id":169,"sentenceTemplate":170,"displayOrder":171,"explanation":172,"exampleSentence":173,"blanks":174},"01a0ba4b-9efc-7cfb-b7eb-edf6ce542d90","Je wilt weten of niemand zonder de anderen vertrekt. Bouw de vraag: __1__",7,"Wachten opent de ja-neevraag. Daarna volgt het onderwerp de vrienden. Het vaste voorzetsel op staat vóór elkaar, dat door het vraagteken achteraan blijft.","Wachten de spelers op elkaar?",[175],{"id":176,"blankNumber":22,"options":177,"tiles":187},"01a0ba4b-9efc-7cc3-b7eb-edf6cd888834",[178,181,184],{"id":179,"optionText":180,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9efc-7c5b-b7eb-edf6cc587214","aan",{"id":182,"optionText":183,"isCorrect":27,"displayOrder":22},"01a0ba4b-9efc-7c7f-b7eb-edf6cd4cceeb","Wachten de vrienden op elkaar?",{"id":185,"optionText":186,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9efc-7c9b-b7eb-edf6cd746c75","elkaars?",[188,189,190,191,192],"Wachten","de","vrienden","op","elkaar?",{"id":194,"sentenceTemplate":195,"displayOrder":196,"explanation":197,"exampleSentence":198,"blanks":199},"01a0ba4b-9efc-7dcb-b7eb-edf6d0d3b462","Deze dag krijgt iedereen hulp van de anderen. Bouw de zin: __1__",8,"Vandaag vult het eerste zinsveld. Daarna volgen zorgen en wij door inversie. Voor leidt het voorwerp elkaar in; de punt sluit die voorzetselgroep af. Zich kan niet naar wij verwijzen.","Goede buren zorgen voor elkaar.",[200],{"id":201,"blankNumber":22,"options":202,"tiles":210},"01a0ba4b-9efc-7d97-b7eb-edf6d05df1c0",[203,205,207],{"id":204,"optionText":74,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9efc-7d3b-b7eb-edf6cf30129d",{"id":206,"optionText":57,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-9efc-7d5b-b7eb-edf6cf94daf5",{"id":208,"optionText":209,"isCorrect":27,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9efc-7d77-b7eb-edf6cfd54c0a","Vandaag zorgen wij voor elkaar.",[211,212,83,213,62],"Vandaag","zorgen","voor",{"id":215,"sentenceTemplate":216,"displayOrder":217,"explanation":218,"exampleSentence":219,"blanks":220},"01a0ba4b-9efc-7e9b-b7eb-edf6d2f7fb1f","De zitplaatsen vormen een rij. Bouw de zin: __1__",9,"De stoelen vormt het onderwerp vóór staan. Naast leidt de plaatsgroep in en staat vóór elkaar; de punt sluit die groep af.","De fietsen staan naast elkaar.",[221],{"id":222,"blankNumber":22,"options":223,"tiles":232},"01a0ba4b-9efc-7e67-b7eb-edf6d2317822",[224,227,230],{"id":225,"optionText":226,"isCorrect":27,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9efc-7e0b-b7eb-edf6d0edad1d","De stoelen staan naast elkaar.",{"id":228,"optionText":229,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-9efc-7e2b-b7eb-edf6d11449ed","staat",{"id":231,"optionText":57,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9efc-7e4b-b7eb-edf6d1db02de",[59,233,234,235,62],"stoelen","staan","naast",{"id":237,"sentenceTemplate":238,"displayOrder":239,"explanation":240,"exampleSentence":241,"blanks":242},"01a0ba4b-9efc-7f6b-b7eb-edf6d586e91e","Iedereen weet hoe de anderen heten. Bouw de zin: __1__",10,"We begint de zin en kennen volgt als persoonsvorm. De bezitsvorm elkaars staat direct vóór namen, dat de punt draagt.","Wij onthouden elkaars adres.",[243],{"id":244,"blankNumber":22,"options":245,"tiles":254},"01a0ba4b-9efc-7f37-b7eb-edf6d50578f5",[246,249,252],{"id":247,"optionText":248,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9efc-7edb-b7eb-edf6d31abc05","kent",{"id":250,"optionText":251,"isCorrect":27,"displayOrder":22},"01a0ba4b-9efc-7efb-b7eb-edf6d411adfb","We kennen elkaars namen.",{"id":253,"optionText":38,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9efc-7f1b-b7eb-edf6d44cb1e8",[255,256,34,257],"We","kennen","namen.",{"id":259,"sentenceTemplate":260,"displayOrder":261,"explanation":262,"exampleSentence":263,"blanks":264},"01a0ba4b-9efd-70a4-a11a-b315e7ea0d1f","Iedere student kijkt het schrijfwerk van een andere student na. Bouw de zin: __1__",11,"De studenten vormt het onderwerp vóór verbeteren. Elkaars hoort direct vóór teksten om bezit uit te drukken; teksten sluit de zin af.","De teamleden controleren elkaars werk.",[265],{"id":266,"blankNumber":22,"options":267,"tiles":276},"01a0ba4b-9efd-7070-a11a-b315e7bd1583",[268,271,273],{"id":269,"optionText":270,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-9efd-700c-a11a-b315e678a14c","verbetert",{"id":272,"optionText":38,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-9efd-7034-a11a-b315e6a9b98d",{"id":274,"optionText":275,"isCorrect":27,"displayOrder":10},"01a0ba4b-9efd-7054-a11a-b315e764337d","De studenten verbeteren elkaars teksten.",[59,277,278,34,279],"studenten","verbeteren","teksten.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_3e5bae25-adc1-422f-863e-d67dc4d55a0c_hero.webp?v=1789831913",{"title":282,"slug":283,"language":284,"level":285},"Elkaar als wederkerig voornaamwoord","elkaar-als-wederkerig-voornaamwoord","nl","A2"]