[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-a0c6-7869-bb5a-ce5dbf391c78":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-89cd-7ad4-a14d-0ea3aaa695b0":122},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":121},"01a0ba4b-a0c6-7869-bb5a-ce5dbf391c78","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-89cd-7ad4-a14d-0ea3aaa695b0","Er met een voorzetsel - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","Er met een voorzetsel: vormen sorteren","Sorteer combinaties met er op een voorzetsel dat gelijk blijft of van vorm verandert, en op er en voorzetsel aan elkaar of gescheiden geschreven.",4,"word_sort",[13,40,67,94],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":16,"explanation":17,"blanks":18,"payload":19},"01a0ba4b-a0c6-7995-bb5a-ce5dbfa2976a","Vervang de zaak door een combinatie met er. Blijft het voorzetsel daarbij gelijk of verandert het van vorm?",0,"Bij er behouden de meeste voorzetsels hun vorm, bijvoorbeeld aan en over. Met verandert in mee en tot in toe. Zoek eerst het voorzetsel bij het werkwoord en vorm dan de combinatie met er.",[],{"items":20,"categories":39},[21,24,26,28,30,33,35,37],{"text":22,"category":23},"rekenen op de hulp","Voorzetsel blijft gelijk",{"text":25,"category":23},"beginnen aan de opdracht",{"text":27,"category":23},"nadenken over de vraag",{"text":29,"category":23},"zorgen voor het eten",{"text":31,"category":32},"betalen met een bankpas","Voorzetsel verandert",{"text":34,"category":32},"stoppen met het werk",{"text":36,"category":32},"leiden tot een probleem",{"text":38,"category":32},"bijdragen tot het succes",[23,32],{"id":41,"sentenceTemplate":42,"displayOrder":43,"explanation":44,"blanks":45,"payload":46},"01a0ba4b-a0c6-79e9-bb5a-ce5dc01f7acc","De zinsdelen staan al in de juiste volgorde. Verwijs met er naar een zaak. Beslis of je er en het voorzetseldeel aan elkaar moet schrijven; verplaats geen woorden.",1,"Als er en het voorzetseldeel direct naast elkaar staan, schrijf je ze aaneen. Met andere woorden ertussen schrijf je de delen los. De plustekens geven hier losse bouwstenen aan, geen spaties in de uiteindelijke zin.",[],{"items":47,"categories":66},[48,51,53,55,57,60,62,64],{"text":49,"category":50},"Ik + luister + er + naar","Aaneengeschreven",{"text":52,"category":50},"Zij + droomt + er + van",{"text":54,"category":50},"We + hebben + er + over + gepraat",{"text":56,"category":50},"Kun + je + er + mee + werken?",{"text":58,"category":59},"Ik + luister + er + graag + naar","Gesplitst",{"text":61,"category":59},"Zij + droomt + er + soms + van",{"text":63,"category":59},"We + hebben + er + lang + over + gepraat",{"text":65,"category":59},"Kun + je + er + goed + mee + werken?",[50,59],{"id":68,"sentenceTemplate":69,"displayOrder":70,"explanation":71,"blanks":72,"payload":73},"01a0ba4b-a0c6-7a21-bb5a-ce5dc0c0f6b0","Vervang de genoemde zaak of persoon door een verwijzing. Welke soort verwijzing gebruik je?",2,"Gebruik er plus voorzetsel voor een zaak, situatie of gedachte. Bij een concrete persoon blijft het voorzetsel vóór hem, haar of hen.",[],{"items":74,"categories":93},[75,78,80,82,84,87,89,91],{"text":76,"category":77},"wachten op de trein","Zaak: er + voorzetsel",{"text":79,"category":77},"praten over het plan",{"text":81,"category":77},"werken met de app",{"text":83,"category":77},"denken aan de vakantie",{"text":85,"category":86},"wachten op Noor","Persoon: voorzetsel + pronomen",{"text":88,"category":86},"praten over Amir",{"text":90,"category":86},"werken met Sara",{"text":92,"category":86},"zorgen voor mijn ouders",[77,86],{"id":95,"sentenceTemplate":96,"displayOrder":97,"explanation":98,"blanks":99,"payload":100},"01a0ba4b-a0c6-7a59-bb5a-ce5dc1b089e8","Sorteer de zinnen: hoort aan, op, over of uit bij een voorzetselgroep of is het een deel van een scheidbaar werkwoord?",3,"Een voorzetsel hoort bij een zelfstandig naamwoord: aan het touw kun je vervangen door eraan. Een werkwoorddeel hoort bij het hele werkwoord, zoals aan bij aantrekken. Het voorwerp vervang je dan door hem, haar of het; het werkwoorddeel blijft staan.",[],{"items":101,"categories":120},[102,105,107,109,111,114,116,118],{"text":103,"category":104},"Ik trek aan het touw.","Werkwoord + voorzetsel",{"text":106,"category":104},"Ik wacht op de post.",{"text":108,"category":104},"Wij praten over de film.",{"text":110,"category":104},"Zij drinkt uit een glas.",{"text":112,"category":113},"Ik trek hem aan.","Scheidbaar werkwoord",{"text":115,"category":113},"Ik bel haar op.",{"text":117,"category":113},"Wij ruimen het op.",{"text":119,"category":113},"Zij zet hem uit.",[104,113],"\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_fe0a8025-5cca-44cb-9f97-dd2406724592_hero.webp?v=1789831913",{"title":123,"slug":124,"language":125,"level":126},"Er met een voorzetsel","er-met-een-voorzetsel","nl","B1"]