[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-a478-7853-abcb-b8aa8110c88d":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-8a22-7d3a-a1df-740d81b793b2":123},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":122},"01a0ba4b-a478-7853-abcb-b8aa8110c88d","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8a22-7d3a-a1df-740d81b793b2","Het imperfectum van onregelmatige werkwoorden - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","Onregelmatige verleden vormen sorteren","Sorteer onregelmatige verleden vormen op enkelvoud of meervoud en zet vormen als was, had, ging en kwam bij zijn, hebben, gaan of komen als infinitief.",4,"word_sort",[13,40,69,98],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":16,"explanation":17,"blanks":18,"payload":19},"01a0ba4b-a478-7977-abcb-b8aa814e8d5c","Sorteer de onregelmatige verleden vormen op enkelvoud of meervoud.",0,"Dezelfde enkelvoudsvorm past bij ik, jij, u, hij, zij en het. Bij een meervoudig onderwerp gebruik je de meervoudsvorm.",[],{"items":20,"categories":39},[21,24,26,28,30,33,35,37],{"text":22,"category":23},"ik liep","Enkelvoud",{"text":25,"category":23},"zij schreef",{"text":27,"category":23},"hij sprak",{"text":29,"category":23},"jij vond",{"text":31,"category":32},"wij liepen","Meervoud",{"text":34,"category":32},"jullie schreven",{"text":36,"category":32},"zij spraken",{"text":38,"category":32},"de buren vonden",[23,32],{"id":41,"sentenceTemplate":42,"displayOrder":43,"explanation":44,"blanks":45,"payload":46},"01a0ba4b-a478-79e3-abcb-b8aa81ca5ba2","Plaats de verleden vormen bij zijn, hebben, gaan of komen.",1,"Leer deze vier veelgebruikte werkwoorden als vaste paren: was\u002Fwaren, had\u002Fhadden, ging\u002Fgingen en kwam\u002Fkwamen.",[],{"items":47,"categories":68},[48,51,53,56,58,61,63,66],{"text":49,"category":50},"was","zijn",{"text":52,"category":50},"waren",{"text":54,"category":55},"had","hebben",{"text":57,"category":55},"hadden",{"text":59,"category":60},"ging","gaan",{"text":62,"category":60},"gingen",{"text":64,"category":65},"kwam","komen",{"text":67,"category":65},"kwamen",[50,55,60,65],{"id":70,"sentenceTemplate":71,"displayOrder":72,"explanation":73,"blanks":74,"payload":75},"01a0ba4b-a478-7a3f-abcb-b8aa81fc5524","Sorteer de verleden vormen op het bijbehorende modale werkwoord.",2,"Kunnen, moeten, mogen en willen zijn onregelmatig. De neutrale verleden vormen zijn kon\u002Fkonden, moest\u002Fmoesten, mocht\u002Fmochten en wilde\u002Fwilden.",[],{"items":76,"categories":97},[77,80,82,85,87,90,92,95],{"text":78,"category":79},"kon","kunnen",{"text":81,"category":79},"konden",{"text":83,"category":84},"moest","moeten",{"text":86,"category":84},"moesten",{"text":88,"category":89},"mocht","mogen",{"text":91,"category":89},"mochten",{"text":93,"category":94},"wilde","willen",{"text":96,"category":94},"wilden",[79,84,89,94],{"id":99,"sentenceTemplate":100,"displayOrder":101,"explanation":102,"blanks":103,"payload":104},"01a0ba4b-a478-7a93-abcb-b8aa82b7576d","Sorteer de gesplitste verleden vormen op hun hele werkwoord.",3,"Bij een scheidbaar werkwoord verandert het werkwoordelijke deel en staat het eerste deel achteraan in de hoofdzin.",[],{"items":105,"categories":121},[106,109,111,114,116,119],{"text":107,"category":108},"ik stond vroeg op","opstaan",{"text":110,"category":108},"wij stonden vroeg op",{"text":112,"category":113},"zij nam eten mee","meenemen",{"text":115,"category":113},"zij namen eten mee",{"text":117,"category":118},"hij ging meteen weg","weggaan",{"text":120,"category":118},"zij gingen meteen weg",[108,113,118],"\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_2f2aa30b-7d04-4a57-9d21-042bd6b00e4f_hero.webp?v=1789831914",{"title":124,"slug":125,"language":126,"level":127},"Het imperfectum van onregelmatige werkwoorden","het-imperfectum-van-onregelmatige-werkwoorden","nl","A2"]