[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-a667-75de-8dcd-876224cf228f":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-8a47-79e1-9e1a-1500b1c262d3":141},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":140},"01a0ba4b-a667-75de-8dcd-876224cf228f","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8a47-79e1-9e1a-1500b1c262d3","Het perfectum met zijn - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","Perfectum met zijn: vormen en betekenis sorteren","Sorteer zinnen op de ontbrekende vorm ben, bent, is of zijn en zet gebeurtenissen bij verplaatsing, verandering of een vaste combinatie met zijn.",4,"word_sort",[13,42,66,93,120],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":16,"explanation":17,"blanks":18,"payload":19},"01a0ba4b-a667-76fa-8dcd-876224f734ce","Sorteer de zinnen op de ontbrekende vorm van het hulpwerkwoord zijn.",0,"Gebruik ben bij ik en bij jij na het hulpwerkwoord in een vraag. Gebruik bent als jij of je vóór het hulpwerkwoord staat, is bij een enkelvoudige derde persoon en zijn bij een meervoudig onderwerp.",[],{"items":20,"categories":41},[21,24,26,29,31,34,36,39],{"text":22,"category":23},"Ik ... gekomen.","ben",{"text":25,"category":23},"... jij gevallen?",{"text":27,"category":28},"Jij ... aangekomen.","bent",{"text":30,"category":28},"Je ... gebleven.",{"text":32,"category":33},"Mijn zus ... gekomen.","is",{"text":35,"category":33},"De trein ... vertrokken.",{"text":37,"category":38},"Wij ... gekomen.","zijn",{"text":40,"category":38},"De gasten ... vertrokken.",[23,28,33,38],{"id":43,"sentenceTemplate":44,"displayOrder":45,"explanation":46,"blanks":47,"payload":48},"01a0ba4b-a667-775a-8dcd-87622535cb50","Plaats de gebeurtenissen bij verplaatsing, verandering of een vaste combinatie met zijn.",1,"Zijn komt vaak bij een verplaatsing naar een andere plaats, een verandering van toestand en enkele vaste combinaties.",[],{"items":49,"categories":65},[50,53,55,58,60,63],{"text":51,"category":52},"naar huis gegaan","Verplaatsing",{"text":54,"category":52},"in België aangekomen",{"text":56,"category":57},"rustig geworden","Verandering",{"text":59,"category":57},"snel gegroeid",{"text":61,"category":62},"thuis gebleven","Vaste combinatie",{"text":64,"category":62},"in Parijs geweest",[52,57,62],{"id":67,"sentenceTemplate":68,"displayOrder":69,"explanation":70,"blanks":71,"payload":72},"01a0ba4b-a667-7792-8dcd-876225f9aadd","Sorteer de bewegingssituaties op activiteit met hebben of verplaatsing met zijn. Bij de tegels met alleen een duur gaat het om de activiteit zonder bestemming.",2,"Bij duur of activiteit past vaak hebben. Bij een richting of bereikt eindpunt past vaak zijn.",[],{"items":73,"categories":92},[74,77,79,81,83,86,88,90],{"text":75,"category":76},"een uur gefietst","Activiteit met hebben",{"text":78,"category":76},"de hele middag gereden",{"text":80,"category":76},"lang gezwommen",{"text":82,"category":76},"twee uur gelopen",{"text":84,"category":85},"naar school gefietst","Verplaatsing met zijn",{"text":87,"category":85},"naar Utrecht gereden",{"text":89,"category":85},"naar de kant gezwommen",{"text":91,"category":85},"naar huis gelopen",[76,85],{"id":94,"sentenceTemplate":95,"displayOrder":96,"explanation":97,"blanks":98,"payload":99},"01a0ba4b-a667-77c6-8dcd-876226e7f7c7","Kies bij elke zin het ontbrekende hulpwerkwoord: verandert het onderwerp zelf of doet iemand iets met een lijdend voorwerp?",3,"Als het onderwerp zelf verandert, krijgen deze werkwoorden zijn. Als iemand iets verandert, verplaatst, verwarmt of opent, is er een lijdend voorwerp en gebruik je hebben.",[],{"items":100,"categories":119},[101,104,106,108,110,113,115,117],{"text":102,"category":103},"Het plan ... veranderd.","Onderwerp verandert: zijn",{"text":105,"category":103},"Het weer ... veranderd.",{"text":107,"category":103},"De plant ... gegroeid.",{"text":109,"category":103},"De vergadering ... begonnen.",{"text":111,"category":112},"Wij ... het plan veranderd.","Voorwerp ondergaat actie: hebben",{"text":114,"category":112},"Zij ... de plant verplaatst.",{"text":116,"category":112},"De kok ... de soep verwarmd.",{"text":118,"category":112},"Amir ... de deur geopend.",[103,112],{"id":121,"sentenceTemplate":122,"displayOrder":10,"explanation":123,"blanks":124,"payload":125},"01a0ba4b-a667-77f6-8dcd-876226f5af55","Sorteer deze gebeurtenissen volgens de drie redenen uit de les om zijn te gebruiken.","Een verplaatsing verandert waar iemand of iets is; een verandering van toestand gaat bijvoorbeeld over kleur of het einde van regen. Bij zijn en gebeuren leer je het hulpwerkwoord als vaste combinatie.",[],{"items":126,"categories":139},[127,129,131,133,135,137],{"text":128,"category":52},"van de trap gevallen",{"text":130,"category":52},"uit de kamer vertrokken",{"text":132,"category":57},"rood geworden",{"text":134,"category":57},"de regen is gestopt",{"text":136,"category":62},"hier geweest",{"text":138,"category":62},"er is een ongeluk gebeurd",[52,57,62],"\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_242d284f-c446-4b6c-85a1-4eac63bff745_hero.webp?v=1789831915",{"title":142,"slug":143,"language":144,"level":145},"Het perfectum met zijn","het-perfectum-met-zijn","nl","A2"]