[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-a709-7adc-9e64-758201f70a41":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-8a51-7c31-a505-58ffa2df00cf":246},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":245},"01a0ba4b-a709-7adc-9e64-758201f70a41","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8a51-7c31-a505-58ffa2df00cf","Bouw het eerdere verleden","Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg.","Zinnen bouwen met het eerdere verleden","Bouw zinnen met het plusquamperfectum door woordtegels te ordenen, met de eerdere of de latere gebeurtenis vooraan, over eten, betalen en vertrekken.",2,"sentence_builder",[13,42,64,87,113,136,157,181,202,225],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":16,"explanation":17,"exampleSentence":18,"blanks":19},"01a0ba4b-a709-7cc4-9e64-75820399eeb5","Bouw de zin met de eerdere gebeurtenis vooraan: __1__",0,"Noor begint de hoofdzin, gevolgd door had. De komma aan gegeten sluit die hoofdzin af. Na voordat staat ik vóór thuiskwam; de punt sluit de bijzin af.","Amir had ontbeten, voordat ik vertrok.",[20],{"id":21,"blankNumber":22,"options":23,"tiles":35},"01a0ba4b-a709-7c78-9e64-7582033689ef",1,[24,28,32],{"id":25,"optionText":26,"isCorrect":27,"displayOrder":16},"01a0ba4b-a709-7be8-9e64-758202841fd7","Noor had gegeten, voordat ik thuiskwam.",true,{"id":29,"optionText":30,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-a709-7c28-9e64-758202e43bd8","hadden",false,{"id":33,"optionText":34,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-a709-7c50-9e64-758202ef65f4","thuiskomen.",[36,37,38,39,40,41],"Noor","had","gegeten,","voordat","ik","thuiskwam.",{"id":43,"sentenceTemplate":44,"displayOrder":22,"explanation":45,"exampleSentence":46,"blanks":47},"01a0ba4b-a709-7dc4-9e64-75820702617a","Bouw de zin met het latere moment vooraan: __1__","Voordat begint de bijzin; de komma aan vertrokken sluit hem af. Daarna volgt inversie: hadden wij. Het deelwoord betaald met de punt staat achteraan.","Voordat we vertrokken, hadden we gegeten.",[48],{"id":49,"blankNumber":22,"options":50,"tiles":59},"01a0ba4b-a709-7d8c-9e64-758206a8e179",[51,53,56],{"id":52,"optionText":37,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-a709-7d14-9e64-758204257a5c",{"id":54,"optionText":55,"isCorrect":27,"displayOrder":22},"01a0ba4b-a709-7d38-9e64-758205208d97","Voordat wij vertrokken, hadden wij betaald.",{"id":57,"optionText":58,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-a709-7d58-9e64-758205b33f93","betalen.",[60,61,62,30,61,63],"Voordat","wij","vertrokken,","betaald.",{"id":65,"sentenceTemplate":66,"displayOrder":10,"explanation":67,"exampleSentence":68,"blanks":69},"01a0ba4b-a709-7ea0-9e64-758208e0928c","De trein vertrok vóór wij op het perron kwamen. Bouw de eerdere gebeurtenis: __1__","Vertrekken gebruikt zijn; bij de enkelvoudige trein wordt het plusquamperfectum was vertrokken.","De bus was al weggegaan.",[70],{"id":71,"blankNumber":22,"options":72,"tiles":81},"01a0ba4b-a709-7e68-9e64-7582087f56a8",[73,75,78],{"id":74,"optionText":37,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-a709-7e08-9e64-7582073a95e5",{"id":76,"optionText":77,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-a709-7e2c-9e64-7582074e6907","vertrekken",{"id":79,"optionText":80,"isCorrect":27,"displayOrder":10},"01a0ba4b-a709-7e48-9e64-758207d90b07","De trein was al vertrokken.",[82,83,84,85,86],"De","trein","was","al","vertrokken.",{"id":88,"sentenceTemplate":44,"displayOrder":89,"explanation":90,"exampleSentence":91,"blanks":92},"01a0ba4b-a709-7f78-9e64-75820bb0f228",3,"Toen begint de bijzin met het onderwerp het eten en begon aan het einde. Na de komma volgt inversie: waren de gasten. Aangekomen met de punt sluit de hoofdzin af; aankomen gebruikt zijn.","Toen de les begon, waren de leerlingen aangekomen.",[93],{"id":94,"blankNumber":22,"options":95,"tiles":104},"01a0ba4b-a709-7f44-9e64-75820b8f3a67",[96,99,101],{"id":97,"optionText":98,"isCorrect":27,"displayOrder":16},"01a0ba4b-a709-7ee0-9e64-758209d40eb5","Toen het eten begon, waren de gasten aangekomen.",{"id":100,"optionText":30,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-a709-7f04-9e64-75820a895ccd",{"id":102,"optionText":103,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-a709-7f24-9e64-75820b80f64c","beginnen,",[105,106,107,108,109,110,111,112],"Toen","het","eten","begon,","waren","de","gasten","aangekomen.",{"id":114,"sentenceTemplate":115,"displayOrder":116,"explanation":117,"exampleSentence":118,"blanks":119},"01a0ba4b-a70a-70bd-ba58-fdea84b8c3bb","Later kon ik niet naar binnen. Bouw wat daarvoor was gebeurd: __1__",4,"Ik begint de hoofdzin en had staat op de tweede zinsplaats. Mijn hoort direct bij sleutel; het deelwoord verloren met de punt sluit de zin af.","Ik had mijn kaart verloren.",[120],{"id":121,"blankNumber":22,"options":122,"tiles":131},"01a0ba4b-a70a-7089-ba58-fdea849e1135",[123,125,128],{"id":124,"optionText":30,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-a70a-701d-ba58-fdea824ab799",{"id":126,"optionText":127,"isCorrect":27,"displayOrder":22},"01a0ba4b-a70a-7049-ba58-fdea83359fc2","Ik had mijn sleutel verloren.",{"id":129,"optionText":130,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-a70a-7069-ba58-fdea84290e37","verliezen.",[132,37,133,134,135],"Ik","mijn","sleutel","verloren.",{"id":137,"sentenceTemplate":138,"displayOrder":139,"explanation":140,"exampleSentence":141,"blanks":142},"01a0ba4b-a70a-7199-ba58-fdea87765c90","De kinderen lazen het boek vóór de bespreking. Bouw de zin: __1__",5,"De kinderen vormt het onderwerp vóór hadden. Het boek staat tussen het hulpwerkwoord en het deelwoord gelezen met de punt. Lezen met dit lijdend voorwerp gebruikt hebben.","De leerlingen hadden het verhaal gelezen.",[143],{"id":144,"blankNumber":22,"options":145,"tiles":153},"01a0ba4b-a70a-7161-ba58-fdea86e659e8",[146,148,150],{"id":147,"optionText":37,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-a70a-70fd-ba58-fdea84f1cf70",{"id":149,"optionText":109,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-a70a-7121-ba58-fdea859e90a2",{"id":151,"optionText":152,"isCorrect":27,"displayOrder":10},"01a0ba4b-a70a-7141-ba58-fdea86519b49","De kinderen hadden het boek gelezen.",[82,154,30,106,155,156],"kinderen","boek","gelezen.",{"id":158,"sentenceTemplate":159,"displayOrder":160,"explanation":161,"exampleSentence":162,"blanks":163},"01a0ba4b-a70a-7279-ba58-fdea893b6a34","De e-mail is al genoemd. Vraag of je hem vóór de vergadering stuurde: __1__",6,"In de ja-neevraag staat had vóór je; het voornaamwoord hem komt vóór al en gestuurd blijft achteraan.","Had je vooraf gebeld?",[164],{"id":165,"blankNumber":22,"options":166,"tiles":176},"01a0ba4b-a70a-7245-ba58-fdea889f4a86",[167,170,173],{"id":168,"optionText":169,"isCorrect":27,"displayOrder":16},"01a0ba4b-a70a-71e5-ba58-fdea87c9a2fe","Had je hem al gestuurd?",{"id":171,"optionText":172,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-a70a-7205-ba58-fdea883cb01e","Hadden",{"id":174,"optionText":175,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-a70a-7225-ba58-fdea887a8490","sturen",[177,178,179,85,180],"Had","je","hem","gestuurd?",{"id":182,"sentenceTemplate":183,"displayOrder":184,"explanation":185,"exampleSentence":186,"blanks":187},"01a0ba4b-a70a-7349-ba58-fdea8d2979b4","Vraag of meerdere mensen vóór het feest hadden besloten niet weg te gaan: __1__",7,"Waren begint de ja-neevraag en wordt gevolgd door het onderwerp de gasten. Het deelwoord thuisgebleven met het vraagteken staat achteraan. Thuisblijven gebruikt zijn; het meervoud vraagt waren.","Waren de kinderen thuisgebleven?",[188],{"id":189,"blankNumber":22,"options":190,"tiles":199},"01a0ba4b-a70a-7315-ba58-fdea8c8d7a59",[191,194,197],{"id":192,"optionText":193,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-a70a-72b9-ba58-fdea89e9eefe","Was",{"id":195,"optionText":196,"isCorrect":27,"displayOrder":22},"01a0ba4b-a70a-72d9-ba58-fdea8ad731c4","Waren de gasten thuisgebleven?",{"id":198,"optionText":172,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-a70a-72f9-ba58-fdea8bd4680f",[200,110,111,201],"Waren","thuisgebleven?",{"id":203,"sentenceTemplate":204,"displayOrder":205,"explanation":206,"exampleSentence":207,"blanks":208},"01a0ba4b-a70a-7441-ba58-fdea8e82919c","De film is al genoemd. Vóór het gesprek had Sara deze ervaring niet. Bouw de zin: __1__",8,"Sara begint de hoofdzin, gevolgd door had en het onbeklemtoonde voornaamwoord hem. Nog hoort vóór nooit; gezien met de punt sluit de zin af. Zien met hem als lijdend voorwerp gebruikt hebben.","Ik had hem nog nooit ontmoet.",[209],{"id":210,"blankNumber":22,"options":211,"tiles":220},"01a0ba4b-a70a-7409-ba58-fdea8e6e3c2a",[212,214,217],{"id":213,"optionText":84,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-a70a-73ad-ba58-fdea8d42dceb",{"id":215,"optionText":216,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-a70a-73d1-ba58-fdea8d7f7b72","zien",{"id":218,"optionText":219,"isCorrect":27,"displayOrder":10},"01a0ba4b-a70a-73ed-ba58-fdea8db85532","Sara had hem nog nooit gezien.",[221,37,179,222,223,224],"Sara","nog","nooit","gezien.",{"id":226,"sentenceTemplate":227,"displayOrder":228,"explanation":229,"exampleSentence":230,"blanks":231},"01a0ba4b-a70a-7511-ba58-fdea909d7dc3","Wij kwamen net te laat bij de halte. Bouw wat vlak daarvoor gebeurde: __1__",9,"De bus vormt het onderwerp voor was. Net staat tussen het hulpwerkwoord en het deelwoord vertrokken met de punt. Vertrekken gebruikt zijn, dus had past niet.","De trein was net aangekomen.",[232],{"id":233,"blankNumber":22,"options":234,"tiles":242},"01a0ba4b-a70a-74dd-ba58-fdea8fff425e",[235,238,240],{"id":236,"optionText":237,"isCorrect":27,"displayOrder":16},"01a0ba4b-a70a-7481-ba58-fdea8f0186af","De bus was net vertrokken.",{"id":239,"optionText":37,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-a70a-74a1-ba58-fdea8f6e790c",{"id":241,"optionText":77,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-a70a-74c1-ba58-fdea8f731bd3",[82,243,84,244,86],"bus","net","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_9c94f3ef-46a0-4591-8131-d1895a65ca17_hero.webp?v=1789831915",{"title":247,"slug":248,"language":249,"level":250},"Het plusquamperfectum voor een eerder verleden","het-plusquamperfectum-voor-een-eerder-verleden","nl","A2"]