[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-a7fa-79c7-9cae-c2c23e4d16d3":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-8a65-7bbb-93b3-3ca1c28a457f":300},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":299},"01a0ba4b-a7fa-79c7-9cae-c2c23e4d16d3","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8a65-7bbb-93b3-3ca1c28a457f","Maak het zinskader af","Kies de woorden die de zin of vraag natuurlijk afmaken. Let op beide kanten van het zinskader.","Het zinskader met twee werkwoorden afmaken","Kies de woorden die zin of vraag afmaken aan beide kanten van het zinskader, in eenvoudige zinnen over plannen, je kamer opruimen en samen koken.",1,"word_select",[13,35,53,71,90,109,128,147,166,185,204,223,242,261,280],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":16,"explanation":17,"exampleSentence":18,"blanks":19},"01a0ba4b-a7fa-7d47-9cae-c2c24196dd0b","Ik vertel mijn huisgenoot over mijn plan voor morgen: \"Ik __1__.\"",0,"Bij ik hoort wil. Morgen mijn kamer staat in het midden en het hele werkwoord opruimen komt aan het einde.","Ik wil vanavond mijn fiets repareren.",[20],{"id":21,"blankNumber":10,"options":22},"01a0ba4b-a7fa-7cb3-9cae-c2c240a1c357",[23,27,31],{"id":24,"optionText":25,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-a7fa-7bab-9cae-c2c23ed22abd","wil morgen mijn kamer opruimen",true,{"id":28,"optionText":29,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-a7fa-7c1b-9cae-c2c23fa1f337","wil opruimen morgen mijn kamer",false,{"id":32,"optionText":33,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-a7fa-7c6b-9cae-c2c23fb46a92","wilt morgen mijn kamer opruimen",2,{"id":36,"sentenceTemplate":37,"displayOrder":10,"explanation":38,"exampleSentence":39,"blanks":40},"01a0ba4b-a7fa-7f2b-9cae-c2c24367dc92","De kok __1__.","Bij de kok hoort gaat. Om zes uur het eten staat in het midden van het kader en maken staat achteraan.","De bakker gaat vroeg het brood bakken.",[41],{"id":42,"blankNumber":10,"options":43},"01a0ba4b-a7fa-7ebb-9cae-c2c2434904cf",[44,47,50],{"id":45,"optionText":46,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-a7fa-7de7-9cae-c2c241bad953","gaan om zes uur het eten maken",{"id":48,"optionText":49,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-a7fa-7e33-9cae-c2c2428a19b0","gaat om zes uur het eten maken",{"id":51,"optionText":52,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-a7fa-7e77-9cae-c2c242c75184","gaat maken om zes uur het eten",{"id":54,"sentenceTemplate":55,"displayOrder":34,"explanation":56,"exampleSentence":57,"blanks":58},"01a0ba4b-a7fb-7158-868f-10f89911bc75","Wij willen op tijd bij de trein zijn: \"Wij __1__.\"","Bij wij hoort de persoonsvorm moeten. Op het station de trein staat in het midden en halen sluit de zin af.","Wij moeten morgen de bus nemen.",[59],{"id":60,"blankNumber":10,"options":61},"01a0ba4b-a7fb-70e8-868f-10f898ec3564",[62,65,68],{"id":63,"optionText":64,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-a7fb-7014-868f-10f897497d2a","moet op het station de trein halen",{"id":66,"optionText":67,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-a7fb-7064-868f-10f897e2eab8","moeten halen op het station de trein",{"id":69,"optionText":70,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-a7fb-70a4-868f-10f8988b7055","moeten op het station de trein halen",{"id":72,"sentenceTemplate":73,"displayOrder":74,"explanation":75,"exampleSentence":76,"blanks":77},"01a0ba4b-a7fb-7314-868f-10f89b4f857f","Vanmiddag __1__.",3,"Na de tijd Vanmiddag komt wil. Het onderwerp Eva staat in het midden en het hele werkwoord wandelen staat achteraan.","Morgen wil Tobias in het centrum winkelen.",[78],{"id":79,"blankNumber":10,"options":80},"01a0ba4b-a7fb-72a0-868f-10f89a86adea",[81,84,87],{"id":82,"optionText":83,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-a7fb-71dc-868f-10f8993c35a2","wil Eva in het park wandelen",{"id":85,"optionText":86,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-a7fb-7224-868f-10f89958860e","Eva wil in het park wandelen",{"id":88,"optionText":89,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-a7fb-7260-868f-10f89a3190e2","wil wandelen Eva in het park",{"id":91,"sentenceTemplate":92,"displayOrder":93,"explanation":94,"exampleSentence":95,"blanks":96},"01a0ba4b-a7fb-751c-868f-10f89dd37e41","In de bibliotheek __1__.",4,"Na de plaats komt de persoonsvorm kunnen. Het onderwerp wij en de andere informatie staan vóór het laatste werkwoord leren.","Op school kunnen wij rustig Nederlands oefenen.",[97],{"id":98,"blankNumber":10,"options":99},"01a0ba4b-a7fb-74a8-868f-10f89cf91135",[100,103,106],{"id":101,"optionText":102,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-a7fb-73c0-868f-10f89b754c21","wij kunnen rustig Nederlands leren",{"id":104,"optionText":105,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-a7fb-7424-868f-10f89c2a92a8","kunnen wij rustig Nederlands leren",{"id":107,"optionText":108,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-a7fb-746c-868f-10f89c7a40d6","kan wij rustig Nederlands leren",{"id":110,"sentenceTemplate":111,"displayOrder":112,"explanation":113,"exampleSentence":114,"blanks":115},"01a0ba4b-a7fb-76e4-868f-10f89f9f20e4","Volgende week __1__.",5,"Na de tijd staat gaan op de tweede zinsdeelplaats. Mijn ouders en de keuken staan in het midden; schilderen staat achteraan.","In juni gaan onze buren hun huis verven.",[116],{"id":117,"blankNumber":10,"options":118},"01a0ba4b-a7fb-7670-868f-10f89eafed81",[119,122,125],{"id":120,"optionText":121,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-a7fb-75a8-868f-10f89e075487","mijn ouders gaan de keuken schilderen",{"id":123,"optionText":124,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-a7fb-75ec-868f-10f89e4799bd","gaat mijn ouders de keuken schilderen",{"id":126,"optionText":127,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-a7fb-7630-868f-10f89e9d0a8f","gaan mijn ouders de keuken schilderen",{"id":129,"sentenceTemplate":130,"displayOrder":131,"explanation":132,"exampleSentence":133,"blanks":134},"01a0ba4b-a7fb-7890-868f-10f8a114a06c","Amir __1__.",6,"Kan past bij Amir. Morgen niet met ons staat in het midden van het kader en komen staat helemaal rechts.","Amir kan vanavond niet thuis eten.",[135],{"id":136,"blankNumber":10,"options":137},"01a0ba4b-a7fb-7824-868f-10f8a0977e1e",[138,141,144],{"id":139,"optionText":140,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-a7fb-7764-868f-10f89fa96f31","kan morgen niet met ons komen",{"id":142,"optionText":143,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-a7fb-77a8-868f-10f8a009188b","kan komen morgen niet met ons",{"id":145,"optionText":146,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-a7fb-77e8-868f-10f8a01f944e","kunnen morgen niet met ons komen",{"id":148,"sentenceTemplate":149,"displayOrder":150,"explanation":151,"exampleSentence":152,"blanks":153},"01a0ba4b-a7fb-7a0c-868f-10f8a2c6ffca","De kinderen __1__.",7,"Bij de kinderen hoort kunnen. Vandaag niet buiten staat tussen de twee werkwoorden en spelen staat aan het einde.","De leerlingen kunnen nu niet verder werken.",[154],{"id":155,"blankNumber":10,"options":156},"01a0ba4b-a7fb-79b0-868f-10f8a2bdb710",[157,160,163],{"id":158,"optionText":159,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-a7fb-790c-868f-10f8a1562ba9","kan vandaag niet buiten spelen",{"id":161,"optionText":162,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-a7fb-7948-868f-10f8a21a8ac5","kunnen vandaag niet buiten spelen",{"id":164,"optionText":165,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-a7fb-797c-868f-10f8a2af8e54","kunnen spelen vandaag niet buiten",{"id":167,"sentenceTemplate":168,"displayOrder":169,"explanation":170,"exampleSentence":171,"blanks":172},"01a0ba4b-a7fb-7ba0-868f-10f8a6471f30","Sofie __1__.",8,"Wil is de persoonsvorm bij Sofie. Zonder informatie in het midden staat het hele werkwoord rusten er direct achter.","De baby wil slapen.",[173],{"id":174,"blankNumber":10,"options":175},"01a0ba4b-a7fb-7b40-868f-10f8a55869c0",[176,179,182],{"id":177,"optionText":178,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-a7fb-7a80-868f-10f8a3a4f133","rusten wil",{"id":180,"optionText":181,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-a7fb-7abc-868f-10f8a44bb2b2","willen rusten",{"id":183,"optionText":184,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-a7fb-7b08-868f-10f8a48e2e1a","wil rusten",{"id":186,"sentenceTemplate":187,"displayOrder":188,"explanation":189,"exampleSentence":190,"blanks":191},"01a0ba4b-a7fb-7d18-868f-10f8a946d8fd","__1__? Je vraagt of Lucas morgen de fiets wil repareren.",9,"In een ja-neevraag staat wil vooraan. Lucas morgen de fiets staat in het midden en repareren blijft achteraan.","Wil Fatima vanmiddag een boek kopen?",[192],{"id":193,"blankNumber":10,"options":194},"01a0ba4b-a7fb-7cb4-868f-10f8a85ec86e",[195,198,201],{"id":196,"optionText":197,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-a7fb-7c10-868f-10f8a681d873","Wil Lucas morgen de fiets repareren",{"id":199,"optionText":200,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-a7fb-7c48-868f-10f8a6fbb9dd","Wil repareren Lucas morgen de fiets",{"id":202,"optionText":203,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-a7fb-7c80-868f-10f8a7c2fca3","Wilt Lucas morgen de fiets repareren",{"id":205,"sentenceTemplate":206,"displayOrder":207,"explanation":208,"exampleSentence":209,"blanks":210},"01a0ba4b-a7fb-7eb4-868f-10f8ab587871","__1__? Je vraagt of je vrienden vanavond kunnen komen.",10,"Je vrienden is meervoud, dus de persoonsvorm is kunnen. In de vraag staat die vooraan en komen blijft achteraan.","Kunnen de buren zaterdag helpen?",[211],{"id":212,"blankNumber":10,"options":213},"01a0ba4b-a7fb-7e48-868f-10f8ab4b1441",[214,217,220],{"id":215,"optionText":216,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-a7fb-7d90-868f-10f8a97c1c5a","Kan je vrienden vanavond komen",{"id":218,"optionText":219,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-a7fb-7dd0-868f-10f8aa1bc002","Kunnen je vrienden vanavond komen",{"id":221,"optionText":222,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-a7fb-7e10-868f-10f8ab0553b3","Kunnen komen je vrienden vanavond",{"id":224,"sentenceTemplate":225,"displayOrder":226,"explanation":227,"exampleSentence":228,"blanks":229},"01a0ba4b-a7fc-70bc-ad9a-0202690798d3","__1__? Je vraagt of de klant het bericht moet lezen.",11,"Moet staat vooraan in de vraag. De klant en het bericht staan in het midden en lezen staat aan het einde.","Moet Sara de brief vandaag versturen?",[230],{"id":231,"blankNumber":10,"options":232},"01a0ba4b-a7fc-7054-ad9a-020268caab2e",[233,236,239],{"id":234,"optionText":235,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-a7fb-7f38-868f-10f8ac3a581a","Moet lezen de klant het bericht",{"id":237,"optionText":238,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-a7fb-7f7c-868f-10f8acde1a78","Moeten de klant het bericht lezen",{"id":240,"optionText":241,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-a7fc-7014-ad9a-020267cbc10f","Moet de klant het bericht lezen",{"id":243,"sentenceTemplate":244,"displayOrder":245,"explanation":246,"exampleSentence":247,"blanks":248},"01a0ba4b-a7fc-7264-ad9a-02026b11b090","Mijn zus __1__.",12,"Bij mijn zus hoort moet. Vanmiddag in de winkel staat in het midden en werken sluit de zin af.","Mijn broer moet zaterdag thuis studeren.",[249],{"id":250,"blankNumber":10,"options":251},"01a0ba4b-a7fc-71e8-ad9a-02026a57dc11",[252,255,258],{"id":253,"optionText":254,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-a7fc-7134-ad9a-02026940b69b","moet vanmiddag in de winkel werken",{"id":256,"optionText":257,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-a7fc-7178-ad9a-0202695ffbf3","moeten vanmiddag in de winkel werken",{"id":259,"optionText":260,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-a7fc-71b4-ad9a-02026a3755ff","moet werken vanmiddag in de winkel",{"id":262,"sentenceTemplate":263,"displayOrder":264,"explanation":265,"exampleSentence":266,"blanks":267},"01a0ba4b-a7fc-745c-ad9a-02026ded14a5","Bij de receptie __1__.",13,"Na de plaats komt de persoonsvorm moet. De bezoeker en zijn naam staan in het midden en schrijven staat achteraan.","In de wachtkamer moet de patiënt een formulier lezen.",[268],{"id":269,"blankNumber":10,"options":270},"01a0ba4b-a7fc-73f4-ad9a-02026d0d32e5",[271,274,277],{"id":272,"optionText":273,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-a7fc-72dc-ad9a-02026b51438b","de bezoeker moet zijn naam schrijven",{"id":275,"optionText":276,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-a7fc-7318-ad9a-02026b7a9233","moet de bezoeker zijn naam schrijven",{"id":278,"optionText":279,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-a7fc-7350-ad9a-02026c364887","moet schrijven de bezoeker zijn naam",{"id":281,"sentenceTemplate":282,"displayOrder":283,"explanation":284,"exampleSentence":285,"blanks":286},"01a0ba4b-a7fc-7620-ad9a-02026f7043d0","Om acht uur __1__.",14,"Na de tijd komt de persoonsvorm kan. De trein nog niet staat in het midden en vertrekken blijft het laatste werkwoord.","Door de sneeuw kan de bus vandaag niet rijden.",[287],{"id":288,"blankNumber":10,"options":289},"01a0ba4b-a7fc-7594-ad9a-02026f3742c0",[290,293,296],{"id":291,"optionText":292,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-a7fc-74d4-ad9a-02026e5c5e09","de trein kan nog niet vertrekken",{"id":294,"optionText":295,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-a7fc-7514-ad9a-02026e5cb993","kunnen de trein nog niet vertrekken",{"id":297,"optionText":298,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-a7fc-754c-ad9a-02026e7fd911","kan de trein nog niet vertrekken","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_670817a2-a1f2-4bec-a709-bb465d3699a3_hero.webp?v=1789831915",{"title":301,"slug":302,"language":303,"level":304},"Het zinskader met twee werkwoorden","het-zinskader-met-twee-werkwoorden","nl","A1"]