[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-a868-78ac-874d-cbfb80bf3291":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-8a6a-7b57-a92b-93358fecbfe3":122},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":121},"01a0ba4b-a868-78ac-874d-cbfb80bf3291","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8a6a-7b57-a92b-93358fecbfe3","Hier- en daarwoorden met een voorzetsel - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","Hier- en daarwoorden: functie sorteren","Sorteer zinnen naar hun functie en let op dingen en personen, en beoordeel of het voorzetsel in het daarwoord past bij het werkwoord of adjectief.",4,"word_sort",[13,42,65,92],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":16,"explanation":17,"blanks":18,"payload":19},"01a0ba4b-a868-79f4-874d-cbfb80e03408","Sorteer de zinnen naar hun functie. Let bij vragen ook op het verschil tussen dingen en personen.",0,"Een hierwoord brengt iets onder de aandacht. Een daarwoord verwijst vaak terug naar iets bekends. Met waar plus een voorzetsel vraag je naar een ding. Bij een concrete persoon gebruik je een voorzetsel vóór wie.",[],{"items":20,"categories":41},[21,24,26,29,31,34,36,39],{"text":22,"category":23},"Hiermee knipt u de stof.","Iets presenteren",{"text":25,"category":23},"Hierin bewaren we de thee.",{"text":27,"category":28},"Zij wacht daarop.","Terugverwijzen",{"text":30,"category":28},"We hebben daarover gebeld.",{"text":32,"category":33},"Waarmee maak je het raam schoon?","Naar een ding vragen",{"text":35,"category":33},"Waarover gaat het nieuwsbericht?",{"text":37,"category":38},"Met wie reis je?","Naar een persoon vragen",{"text":40,"category":38},"Op wie wacht je?",[23,28,33,38],{"id":43,"sentenceTemplate":44,"displayOrder":45,"explanation":46,"blanks":47,"payload":48},"01a0ba4b-a868-7a64-874d-cbfb81a48843","Sorteer de zinnen: past het voorzetsel in het daarwoord bij het werkwoord of bijvoeglijk naamwoord?",1,"Kies het voorzetsel van de vaste combinatie voordat je een daarwoord vormt: wachten op, werken aan, bellen over, geïnteresseerd in en afhankelijk van. Daar verandert die vaste combinatie niet.",[],{"items":49,"categories":64},[50,53,55,57,60,62],{"text":51,"category":52},"Ik wacht daarop.","Juiste vaste combinatie",{"text":54,"category":52},"Hij werkt daaraan.",{"text":56,"category":52},"We bellen daarover.",{"text":58,"category":59},"Ik wacht daaraan.","Verkeerd voorzetsel",{"text":61,"category":59},"Zij is daarvan geïnteresseerd.",{"text":63,"category":59},"Hij is daarop afhankelijk.",[52,59],{"id":66,"sentenceTemplate":67,"displayOrder":68,"explanation":69,"blanks":70,"payload":71},"01a0ba4b-a868-7abc-874d-cbfb81cfd760","Sorteer de woordgroepen: vervang je ze door een hier- of daarwoord voor een ding, of door een voorzetsel met een persoonlijk voornaamwoord voor een persoon?",2,"Bij dingen gebruik je vaak een hier- of daarwoord. Het voorzetsel komt achteraan en met wordt mee. Bij concrete personen blijft het voorzetsel vóór het persoonlijke voornaamwoord staan.",[],{"items":72,"categories":91},[73,76,78,80,82,85,87,89],{"text":74,"category":75},"met deze sleutel","Ding: hier- of daarwoord",{"text":77,"category":75},"op dat bericht",{"text":79,"category":75},"van het voorstel",{"text":81,"category":75},"over die klacht",{"text":83,"category":84},"met Noor","Persoon: voorzetsel + pronomen",{"text":86,"category":84},"op de arts",{"text":88,"category":84},"voor mijn ouders",{"text":90,"category":84},"over Amir",[75,84],{"id":93,"sentenceTemplate":94,"displayOrder":95,"explanation":96,"blanks":97,"payload":98},"01a0ba4b-a868-7b14-874d-cbfb82695952","Sorteer de zinnen naar het verband dat het daarwoord uitdrukt: oorzaak, doel of vereiste, tijdsvolgorde of toevoeging.",3,"Lees het verband in de hele zin. Daardoor koppelt een gevolg aan een oorzaak. Daarvoor kan aangeven wat voor een doel nodig is, maar ook wat eerder gebeurt. Daarna noemt een volgend moment. Daarnaast voegt hier extra informatie toe.",[],{"items":99,"categories":120},[100,103,105,108,110,113,115,118],{"text":101,"category":102},"Het vroor; daardoor was het glad.","Oorzaak",{"text":104,"category":102},"Het stormt; daardoor valt de les uit.",{"text":106,"category":107},"Een visum? Daarvoor is een foto nodig.","Doel of vereiste",{"text":109,"category":107},"Een taart? Daarvoor heb ik meel nodig.",{"text":111,"category":112},"Eerst bellen, daarna schrijven.","Tijdsvolgorde",{"text":114,"category":112},"Nu ben ik hier; daarvoor was ik thuis.",{"text":116,"category":117},"Daarnaast is de cursus gratis.","Toevoeging",{"text":119,"category":117},"Daarnaast krijg je ook nog korting.",[102,107,112,117],"\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_8fb58c63-17b6-42eb-9722-583d20541520_hero.webp?v=1789831915",{"title":123,"slug":124,"language":125,"level":126},"Hier- en daarwoorden met een voorzetsel","hier-en-daarwoorden-met-een-voorzetsel","nl","B1"]