[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-ac92-7ca1-a4bc-5464fc9ade9a":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-8ac7-7991-bf26-9b9c72431320":300},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":299},"01a0ba4b-ac92-7ca1-a4bc-5464fc9ade9a","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8ac7-7991-bf26-9b9c72431320","Plaats op de eerste plaats","Kies de mededeling waarin de genoemde plaats vooraan staat en het onderwerp na de persoonsvorm komt.","Inversie na een plaatsbepaling","Kies de mededeling waarin de plaats vooraan staat en het onderwerp na de persoonsvorm komt, in zinnen over de bibliotheek en het station in de stad.",1,"word_select",[13,35,53,71,90,109,128,147,166,185,204,223,242,261,280],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":16,"explanation":17,"exampleSentence":18,"blanks":19},"01a0ba4b-ac92-7ead-a4bc-54650014acb9","Mira leest een tijdschrift in de bibliotheek. Begin de mededeling met in de bibliotheek: __1__",0,"In de bibliotheek staat vooraan. Daarna komen leest en het onderwerp Mira.","In de keuken maakt Omar het ontbijt.",[20],{"id":21,"blankNumber":10,"options":22},"01a0ba4b-ac92-7e65-a4bc-5464ff5d6848",[23,27,31],{"id":24,"optionText":25,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-ac92-7dd9-a4bc-5464fd5f343d","In de bibliotheek leest Mira een tijdschrift.",true,{"id":28,"optionText":29,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-ac92-7e15-a4bc-5464fe17fb2c","In de bibliotheek Mira leest een tijdschrift.",false,{"id":32,"optionText":33,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-ac92-7e41-a4bc-5464fedce85c","Leest Mira een tijdschrift in de bibliotheek?",2,{"id":36,"sentenceTemplate":37,"displayOrder":10,"explanation":38,"exampleSentence":39,"blanks":40},"01a0ba4b-ac93-7017-9d0f-fd3e2bc0f2fe","De reiziger wacht op het station. Welke mededeling zet op het station vooraan? __1__","Op het station is het eerste zinsdeel. Wacht staat daarna en de reiziger volgt als onderwerp.","Bij de ingang staat een bezoeker.",[41],{"id":42,"blankNumber":10,"options":43},"01a0ba4b-ac92-7f79-a4bc-5465023bbf78",[44,47,50],{"id":45,"optionText":46,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-ac92-7f01-a4bc-546500611a89","Op het station de reiziger wacht.",{"id":48,"optionText":49,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-ac92-7f25-a4bc-5465014f0c56","Wacht de reiziger op het station?",{"id":51,"optionText":52,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-ac92-7f49-a4bc-5465019600e2","Op het station wacht de reiziger.",{"id":54,"sentenceTemplate":55,"displayOrder":34,"explanation":56,"exampleSentence":57,"blanks":58},"01a0ba4b-ac93-7107-9d0f-fd3e2f05114a","Emma koopt brood bij de bakker. Je wilt de plaats als eerste noemen. Kies de juiste zin: __1__","Bij de bakker komt vooraan, gevolgd door koopt en Emma.","Op de markt verkoopt Amir bloemen.",[59],{"id":60,"blankNumber":10,"options":61},"01a0ba4b-ac93-70cb-9d0f-fd3e2e3f25c2",[62,65,68],{"id":63,"optionText":64,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-ac93-7067-9d0f-fd3e2c52d93d","Bij de bakker Emma koopt brood.",{"id":66,"optionText":67,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-ac93-708b-9d0f-fd3e2cdf20e5","Bij de bakker koopt Emma brood.",{"id":69,"optionText":70,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-ac93-70ab-9d0f-fd3e2dc6e733","Koopt Emma brood bij de bakker?",{"id":72,"sentenceTemplate":73,"displayOrder":74,"explanation":75,"exampleSentence":76,"blanks":77},"01a0ba4b-ac93-71e3-9d0f-fd3e2fb275ac","Omar woont in Utrecht. Welke zin begint met de woonplaats en blijft een mededeling? __1__",3,"In Utrecht staat eerst. Daarna staan de persoonsvorm woont en het onderwerp Omar.","In Delft studeert mijn nicht.",[78],{"id":79,"blankNumber":10,"options":80},"01a0ba4b-ac93-71af-9d0f-fd3e2f8948bd",[81,84,87],{"id":82,"optionText":83,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-ac93-714b-9d0f-fd3e2f073272","Woont Omar in Utrecht?",{"id":85,"optionText":86,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-ac93-716f-9d0f-fd3e2f178756","In Utrecht woont Omar.",{"id":88,"optionText":89,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-ac93-718f-9d0f-fd3e2f42ca75","In Utrecht Omar woont.",{"id":91,"sentenceTemplate":92,"displayOrder":93,"explanation":94,"exampleSentence":95,"blanks":96},"01a0ba4b-ac93-72bf-9d0f-fd3e3112c479","Mijn broer speelt voetbal naast de school. Begin met naast de school: __1__",4,"Naast de school neemt samen de eerste plaats in. Speelt komt voor mijn broer.","Achter het huis speelt het kind met een bal.",[97],{"id":98,"blankNumber":10,"options":99},"01a0ba4b-ac93-7287-9d0f-fd3e306ecfcd",[100,103,106],{"id":101,"optionText":102,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-ac93-7227-9d0f-fd3e2fcfc8e3","Naast de school speelt mijn broer voetbal.",{"id":104,"optionText":105,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-ac93-724b-9d0f-fd3e3012a081","Naast de school mijn broer speelt voetbal.",{"id":107,"optionText":108,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-ac93-726b-9d0f-fd3e3031db8b","Speelt mijn broer voetbal naast de school?",{"id":110,"sentenceTemplate":111,"displayOrder":112,"explanation":113,"exampleSentence":114,"blanks":115},"01a0ba4b-ac93-73af-9d0f-fd3e333a14e1","Mijn vader maakt thuis soep. Welke mededeling geeft thuis extra aandacht? __1__",5,"Thuis staat vooraan, maakt is de persoonsvorm en mijn vader is het onderwerp erna.","Buiten wast de buurvrouw haar fiets.",[116],{"id":117,"blankNumber":10,"options":118},"01a0ba4b-ac93-7373-9d0f-fd3e3255e2f9",[119,122,125],{"id":120,"optionText":121,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-ac93-72ff-9d0f-fd3e316f99cd","Thuis mijn vader maakt soep.",{"id":123,"optionText":124,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-ac93-7323-9d0f-fd3e321fde44","Maakt mijn vader thuis soep?",{"id":126,"optionText":127,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-ac93-7343-9d0f-fd3e3220a559","Thuis maakt mijn vader soep.",{"id":129,"sentenceTemplate":130,"displayOrder":131,"explanation":132,"exampleSentence":133,"blanks":134},"01a0ba4b-ac93-7493-9d0f-fd3e35569682","De dokter werkt op de derde verdieping. Zet de volledige plaats vooraan: __1__",6,"Op de derde verdieping vormt één zinsdeel. Daarna volgen werkt en de dokter.","Op de eerste verdieping woont mijn oom.",[135],{"id":136,"blankNumber":10,"options":137},"01a0ba4b-ac93-745f-9d0f-fd3e351795ec",[138,141,144],{"id":139,"optionText":140,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-ac93-73fb-9d0f-fd3e34375bc5","Op de derde verdieping werkt de dokter.",{"id":142,"optionText":143,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-ac93-741f-9d0f-fd3e34b5dda1","Op de derde verdieping de dokter werkt.",{"id":145,"optionText":146,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-ac93-743f-9d0f-fd3e34d8e810","Werkt de dokter op de derde verdieping?",{"id":148,"sentenceTemplate":149,"displayOrder":150,"explanation":151,"exampleSentence":152,"blanks":153},"01a0ba4b-ac93-7567-9d0f-fd3e37328c61","Mijn fiets staat voor het huis. Welke mededeling begint met voor het huis? __1__",7,"Voor het huis komt eerst. De persoonsvorm staat blijft voor het onderwerp mijn fiets.","Naast de deur staat een blauwe stoel.",[154],{"id":155,"blankNumber":10,"options":156},"01a0ba4b-ac93-7533-9d0f-fd3e372e9236",[157,160,163],{"id":158,"optionText":159,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-ac93-74d3-9d0f-fd3e35e8042a","Voor het huis mijn fiets staat.",{"id":161,"optionText":162,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-ac93-74f7-9d0f-fd3e361df0db","Staat mijn fiets voor het huis?",{"id":164,"optionText":165,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-ac93-7513-9d0f-fd3e36a8e3b0","Voor het huis staat mijn fiets.",{"id":167,"sentenceTemplate":168,"displayOrder":169,"explanation":170,"exampleSentence":171,"blanks":172},"01a0ba4b-ac93-763f-9d0f-fd3e3977dc42","De medewerker helpt een klant achter de balie. Je wilt de plaats vooraan zetten. Kies de zin: __1__",8,"Achter de balie staat eerst, gevolgd door helpt en de medewerker.","Bij de kassa betaalt Noor haar boodschappen.",[173],{"id":174,"blankNumber":10,"options":175},"01a0ba4b-ac93-760b-9d0f-fd3e39055d2c",[176,179,182],{"id":177,"optionText":178,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-ac93-75ab-9d0f-fd3e382a00b3","Helpt de medewerker een klant achter de balie?",{"id":180,"optionText":181,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-ac93-75cf-9d0f-fd3e384151cc","Achter de balie helpt de medewerker een klant.",{"id":183,"optionText":184,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-ac93-75eb-9d0f-fd3e38c548d3","Achter de balie de medewerker helpt een klant.",{"id":186,"sentenceTemplate":187,"displayOrder":188,"explanation":189,"exampleSentence":190,"blanks":191},"01a0ba4b-ac93-7717-9d0f-fd3e3bf6a77d","De buren wandelen in het park. Welke zin begint met de plaats en geeft informatie? __1__",9,"In het park komt vooraan. Wandelen staat daarna en de buren volgt als onderwerp.","Langs de rivier lopen twee vrienden.",[192],{"id":193,"blankNumber":10,"options":194},"01a0ba4b-ac93-76e3-9d0f-fd3e3b6f1fe4",[195,198,201],{"id":196,"optionText":197,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-ac93-7683-9d0f-fd3e39c8a924","In het park de buren wandelen.",{"id":199,"optionText":200,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-ac93-76a3-9d0f-fd3e3aa52382","In het park wandelen de buren.",{"id":202,"optionText":203,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-ac93-76c3-9d0f-fd3e3b0d65dd","Wandelen de buren in het park?",{"id":205,"sentenceTemplate":206,"displayOrder":207,"explanation":208,"exampleSentence":209,"blanks":210},"01a0ba4b-ac93-77f7-9d0f-fd3e3ed808f2","Jij werkt op kantoor met Fatima. Begin de mededeling met op kantoor: __1__",10,"Voor jij vervalt de uitgang t na inversie: op kantoor werk jij.","In dit restaurant kook jij met Sam.",[211],{"id":212,"blankNumber":10,"options":213},"01a0ba4b-ac93-77c3-9d0f-fd3e3e4e2c0c",[214,217,220],{"id":215,"optionText":216,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-ac93-7757-9d0f-fd3e3cdb6d74","Op kantoor jij werkt met Fatima.",{"id":218,"optionText":219,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-ac93-7783-9d0f-fd3e3cf9fccb","Op kantoor werkt jij met Fatima.",{"id":221,"optionText":222,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-ac93-77a3-9d0f-fd3e3dc01570","Op kantoor werk jij met Fatima.",{"id":224,"sentenceTemplate":225,"displayOrder":226,"explanation":227,"exampleSentence":228,"blanks":229},"01a0ba4b-ac93-78cf-9d0f-fd3e4166b2a8","Je fietst naar de markt. Welke mededeling begint met de richting naar de markt? __1__",11,"Naar de markt staat vooraan. Voor je wordt fietst zonder de uitgang t: fiets je.","Naar school loop je met je broer.",[230],{"id":231,"blankNumber":10,"options":232},"01a0ba4b-ac93-789b-9d0f-fd3e413f114b",[233,236,239],{"id":234,"optionText":235,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-ac93-783b-9d0f-fd3e3f79bb5f","Naar de markt fiets je.",{"id":237,"optionText":238,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-ac93-785b-9d0f-fd3e402c6472","Naar de markt je fietst.",{"id":240,"optionText":241,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-ac93-787b-9d0f-fd3e40b2df15","Naar de markt fietst je.",{"id":243,"sentenceTemplate":244,"displayOrder":245,"explanation":246,"exampleSentence":247,"blanks":248},"01a0ba4b-ac93-79ab-9d0f-fd3e43cef210","Jij wacht bij de bushalte op Noor. Zet bij de bushalte vooraan: __1__",12,"De t van wacht hoort bij de stam en blijft daarom staan voor jij.","Bij de deur praat jij met de docent.",[249],{"id":250,"blankNumber":10,"options":251},"01a0ba4b-ac93-7973-9d0f-fd3e42fe08cd",[252,255,258],{"id":253,"optionText":254,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-ac93-7913-9d0f-fd3e4200ea0f","Bij de bushalte jij wacht op Noor.",{"id":256,"optionText":257,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-ac93-7937-9d0f-fd3e42443bf6","Bij de bushalte wach jij op Noor.",{"id":259,"optionText":260,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-ac93-7957-9d0f-fd3e42e3e86d","Bij de bushalte wacht jij op Noor.",{"id":262,"sentenceTemplate":263,"displayOrder":264,"explanation":265,"exampleSentence":266,"blanks":267},"01a0ba4b-ac93-7a83-9d0f-fd3e461d1dfb","Eén kind speelt met een bal op het plein. Maak de zin af: \"Op het plein __1__ met een bal.\"",13,"Na de plaats op het plein komen eerst de persoonsvorm speelt en daarna het onderwerp het kind.","In de tuin leest mijn zus een boek.",[268],{"id":269,"blankNumber":10,"options":270},"01a0ba4b-ac93-7a4f-9d0f-fd3e45c93e9b",[271,274,277],{"id":272,"optionText":273,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-ac93-79eb-9d0f-fd3e44166980","speelt het kind",{"id":275,"optionText":276,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-ac93-7a0f-9d0f-fd3e44ba150b","het kind speelt",{"id":278,"optionText":279,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-ac93-7a2f-9d0f-fd3e452fea5f","spelen het kind",{"id":281,"sentenceTemplate":282,"displayOrder":283,"explanation":284,"exampleSentence":285,"blanks":286},"01a0ba4b-ac93-7b5f-9d0f-fd3e49539ff0","De fietsen staan aan het einde van de straat. Begin met de volledige plaats aan het einde van de straat: __1__",14,"De hele plaats vormt het eerste zinsdeel. Daarna komen staan en het onderwerp de fietsen.","Aan de andere kant van het plein staat de school.",[287],{"id":288,"blankNumber":10,"options":289},"01a0ba4b-ac93-7b2b-9d0f-fd3e4915c4cc",[290,293,296],{"id":291,"optionText":292,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-ac93-7ac3-9d0f-fd3e46acda0b","Aan het einde van de straat de fietsen staan.",{"id":294,"optionText":295,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-ac93-7ae3-9d0f-fd3e4773de33","Aan het einde van de straat staan de fietsen.",{"id":297,"optionText":298,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-ac93-7b0f-9d0f-fd3e48403422","Staan de fietsen aan het einde van de straat?","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_28c04506-821d-4db6-a162-c06fd1662aff_hero.webp?v=1789831916",{"title":301,"slug":302,"language":303,"level":304},"Inversie na tijd en plaats","inversie-na-tijd-en-plaats","nl","A1"]