[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-b692-7172-90e5-a6a74cf77aea":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-8ba4-7bf2-8240-894d40b179fa":283},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":282},"01a0ba4b-b692-7172-90e5-a6a74cf77aea","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8ba4-7bf2-8240-894d40b179fa","Bouw zinnen met voorwerpsvormen","Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg. Volg bij hen en hun de regel van de verzorgde standaardtaal.","Zinnen bouwen met voorwerpsvormen","Zet de tegels in volgorde tot zinnen met voornaamwoorden als voorwerp, zoals Mijn zus belt me terug en Wij geven het haar; foute tegels laat je liggen.",2,"sentence_builder",[13,41,63,86,109,132,156,179,200,221,240,262],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":16,"explanation":17,"exampleSentence":18,"blanks":19},"01a0ba4b-b692-735a-90e5-a6a74f4b0025","Bouw de zin: __1__",0,"Mijn hoort bij zus; samen vormen ze het onderwerp. Daarna komt de persoonsvorm belt. Me is het voorwerp en staat vóór het laatste woord met de punt.","Mijn moeder stuurt me een bericht.",[20],{"id":21,"blankNumber":22,"options":23,"tiles":35},"01a0ba4b-b692-730e-90e5-a6a74f27a415",1,[24,28,32],{"id":25,"optionText":26,"isCorrect":27,"displayOrder":16},"01a0ba4b-b692-7282-90e5-a6a74dca484c","Mijn zus belt me terug.",true,{"id":29,"optionText":30,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-b692-72c2-90e5-a6a74e061277","ik",false,{"id":33,"optionText":34,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-b692-72ea-90e5-a6a74eddd407","bellen",[36,37,38,39,40],"Mijn","zus","belt","me","terug.",{"id":42,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":22,"explanation":43,"exampleSentence":44,"blanks":45},"01a0ba4b-b692-745a-90e5-a6a7524c8a92","Wij staat door de hoofdletter vooraan, gevolgd door geven. Het is het lijdend voorwerp en komt vóór haar, de ontvanger. De punt sluit de zin af.","Ik stuur het hem.",[46],{"id":47,"blankNumber":22,"options":48,"tiles":58},"01a0ba4b-b692-7422-90e5-a6a7521d3203",[49,52,55],{"id":50,"optionText":51,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-b692-73c2-90e5-a6a74f7e7ab9","geeft",{"id":53,"optionText":54,"isCorrect":27,"displayOrder":22},"01a0ba4b-b692-73e6-90e5-a6a750749463","Wij geven het haar.",{"id":56,"optionText":57,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-b692-7406-90e5-a6a75124494e","zij.",[59,60,61,62],"Wij","geven","het","haar.",{"id":64,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":10,"explanation":65,"exampleSentence":66,"blanks":67},"01a0ba4b-b692-7536-90e5-a6a75518f5a5","De hoort bij kinderen; dit onderwerp staat voor willen. Het voorwerp ons komt vóór de infinitief bezoeken, die met de punt achteraan staat.","De docent wil ons spreken.",[68],{"id":69,"blankNumber":22,"options":70,"tiles":80},"01a0ba4b-b692-74fe-90e5-a6a7543fd909",[71,74,77],{"id":72,"optionText":73,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-b692-749e-90e5-a6a752b82c71","wij",{"id":75,"optionText":76,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-b692-74c2-90e5-a6a753a221cf","bezoekt.",{"id":78,"optionText":79,"isCorrect":27,"displayOrder":10},"01a0ba4b-b692-74e2-90e5-a6a754388eb4","De kinderen willen ons bezoeken.",[81,82,83,84,85],"De","kinderen","willen","ons","bezoeken.",{"id":87,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":88,"explanation":89,"exampleSentence":90,"blanks":91},"01a0ba4b-b692-761e-90e5-a6a7578a4848",3,"Ik begint de zin en nodig is de persoonsvorm. Jullie is het lijdend voorwerp tussen nodig en het afgescheiden werkwoorddeel uit.","De docent nodigt ons uit.",[92],{"id":93,"blankNumber":22,"options":94,"tiles":104},"01a0ba4b-b692-75ea-90e5-a6a756da2e18",[95,98,101],{"id":96,"optionText":97,"isCorrect":27,"displayOrder":16},"01a0ba4b-b692-757a-90e5-a6a75576849f","Ik nodig jullie uit.",{"id":99,"optionText":100,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-b692-759a-90e5-a6a75590ded0","onze",{"id":102,"optionText":103,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-b692-75ba-90e5-a6a755ebceb9","nodigt",[105,106,107,108],"Ik","nodig","jullie","uit.",{"id":110,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":111,"explanation":112,"exampleSentence":113,"blanks":114},"01a0ba4b-b692-76f2-90e5-a6a75a5ec1b2",4,"We begint de zin, gevolgd door halen. Ze is het voorwerp en staat tussen de persoonsvorm en het afgescheiden werkwoorddeel op.","Ik zoek ze op.",[115],{"id":116,"blankNumber":22,"options":117,"tiles":127},"01a0ba4b-b692-76be-90e5-a6a759aaaf30",[118,121,124],{"id":119,"optionText":120,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-b692-7662-90e5-a6a7586c18a9","zij",{"id":122,"optionText":123,"isCorrect":27,"displayOrder":22},"01a0ba4b-b692-7682-90e5-a6a758cfe97d","We halen ze op.",{"id":125,"optionText":126,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-b692-76a2-90e5-a6a7592219f8","haalt",[128,129,130,131],"We","halen","ze","op.",{"id":133,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":134,"explanation":135,"exampleSentence":136,"blanks":137},"01a0ba4b-b692-77ca-90e5-a6a75d720c62",5,"De docent vormt het onderwerp vóór kiest. De komma aan mij sluit het eerste deel af; niet leidt de tegenstelling met jou in. Beide voorwerpen zijn volle vormen.","De manager belt niet hem, maar jou.",[138],{"id":139,"blankNumber":22,"options":140,"tiles":150},"01a0ba4b-b692-7792-90e5-a6a75ce820b1",[141,144,147],{"id":142,"optionText":143,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-b692-7732-90e5-a6a75aaa3be2","ik,",{"id":145,"optionText":146,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-b692-7756-90e5-a6a75b9cfd86","jij.",{"id":148,"optionText":149,"isCorrect":27,"displayOrder":10},"01a0ba4b-b692-7776-90e5-a6a75c1e334b","De docent kiest mij, niet jou.",[81,151,152,153,154,155],"docent","kiest","mij,","niet","jou.",{"id":157,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":158,"explanation":159,"exampleSentence":160,"blanks":161},"01a0ba4b-b692-789e-90e5-a6a75fa2fec0",6,"Ik staat vooraan en stuur is de persoonsvorm. U is de ontvanger en komt vóór het lijdend voorwerp een bevestiging; een hoort direct bij bevestiging.","Wij geven u de documenten.",[162],{"id":163,"blankNumber":22,"options":164,"tiles":174},"01a0ba4b-b692-786a-90e5-a6a75f898867",[165,168,171],{"id":166,"optionText":167,"isCorrect":27,"displayOrder":16},"01a0ba4b-b692-780a-90e5-a6a75e034179","Ik stuur u een bevestiging.",{"id":169,"optionText":170,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-b692-782e-90e5-a6a75e512088","uw",{"id":172,"optionText":173,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-b692-784e-90e5-a6a75f2e58c0","stuurt",[105,175,176,177,178],"stuur","u","een","bevestiging.",{"id":180,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":181,"explanation":182,"exampleSentence":183,"blanks":184},"01a0ba4b-b692-7976-90e5-a6a762951f6b",7,"De trainer is het onderwerp vóór begroet. Hen staat als lijdend voorwerp achter de persoonsvorm en draagt de eindpunt. Volgens de verzorgde regel gebruik je hier geen hun.","De manager ontvangt hen.",[185],{"id":186,"blankNumber":22,"options":187,"tiles":196},"01a0ba4b-b692-793a-90e5-a6a761d4beff",[188,191,194],{"id":189,"optionText":190,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-b692-78de-90e5-a6a76083f358","hun.",{"id":192,"optionText":193,"isCorrect":27,"displayOrder":22},"01a0ba4b-b692-78fe-90e5-a6a761818090","De trainer begroet hen.",{"id":195,"optionText":57,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-b692-791e-90e5-a6a761cfbc50",[81,197,198,199],"trainer","begroet","hen.",{"id":201,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":202,"explanation":203,"exampleSentence":204,"blanks":205},"01a0ba4b-b692-7a4a-90e5-a6a76590918b",8,"De docent staat vóór geeft. Hun is de ontvanger zonder voorzetsel en komt vóór het lijdend voorwerp de boeken. De punt houdt boeken achteraan; hen past volgens de verzorgde regel niet bij deze ontvangersfunctie.","Ik geef hun de papieren.",[206],{"id":207,"blankNumber":22,"options":208,"tiles":217},"01a0ba4b-b692-7a16-90e5-a6a764e4936a",[209,212,214],{"id":210,"optionText":211,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-b692-79b6-90e5-a6a7638402fa","hen",{"id":213,"optionText":120,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-b692-79da-90e5-a6a763ebb037",{"id":215,"optionText":216,"isCorrect":27,"displayOrder":10},"01a0ba4b-b692-79fa-90e5-a6a764cc84cc","De docent geeft hun de boeken.",[81,151,51,218,219,220],"hun","de","boeken.",{"id":222,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":223,"explanation":224,"exampleSentence":225,"blanks":226},"01a0ba4b-b692-7b1e-90e5-a6a768890a80",9,"Ik begint de zin, gevolgd door schrijf. Het voorzetsel aan hoort direct bij het voorwerp hen, dat met de punt achteraan staat. Na aan gebruik je hen, niet hun.","Wij denken aan hen.",[227],{"id":228,"blankNumber":22,"options":229,"tiles":237},"01a0ba4b-b692-7aea-90e5-a6a767e811ef",[230,233,235],{"id":231,"optionText":232,"isCorrect":27,"displayOrder":16},"01a0ba4b-b692-7a8e-90e5-a6a7665625f1","Ik schrijf aan hen.",{"id":234,"optionText":190,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-b692-7aae-90e5-a6a766cd0a34",{"id":236,"optionText":57,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-b692-7ace-90e5-a6a76741274e",[105,238,239,199],"schrijf","aan",{"id":241,"sentenceTemplate":242,"displayOrder":243,"explanation":244,"exampleSentence":245,"blanks":246},"01a0ba4b-b692-7bee-90e5-a6a76aded8a1","Bouw de zin uit een informeel gesprek: __1__",10,"Ik staat vooraan, gevolgd door bel. De informele voorwerpsvorm 'm staat vóór het laatste woord zo met de punt; hij kan hier niet als voorwerp staan.","Wij zien 'm straks.",[247],{"id":248,"blankNumber":22,"options":249,"tiles":258},"01a0ba4b-b692-7bba-90e5-a6a76ad64ad8",[250,253,256],{"id":251,"optionText":252,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-b692-7b5e-90e5-a6a768c15008","hij",{"id":254,"optionText":255,"isCorrect":27,"displayOrder":22},"01a0ba4b-b692-7b7e-90e5-a6a769a7056f","Ik bel 'm zo.",{"id":257,"optionText":34,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-b692-7b9a-90e5-a6a76a58003e",[105,259,260,261],"bel","'m","zo.",{"id":263,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":264,"explanation":265,"exampleSentence":266,"blanks":267},"01a0ba4b-b692-7cba-90e5-a6a76dbfd437",11,"Ik begint de zin en geef is de persoonsvorm. Het lijdend voorwerp het komt vóór de ontvanger je. Je draagt de eindpunt; jij is een onderwerpsvorm en jouw geeft bezit aan.","We geven het haar.",[268],{"id":269,"blankNumber":22,"options":270,"tiles":279},"01a0ba4b-b692-7c86-90e5-a6a76d595672",[271,273,276],{"id":272,"optionText":146,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-b692-7c2e-90e5-a6a76b8f4ce8",{"id":274,"optionText":275,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-b692-7c4e-90e5-a6a76c5bd027","jouw.",{"id":277,"optionText":278,"isCorrect":27,"displayOrder":10},"01a0ba4b-b692-7c6a-90e5-a6a76d4ed10e","Ik geef het je.",[105,280,61,281],"geef","je.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_ee63340a-f562-4cd7-bb56-8243b250350f_hero.webp?v=1789831919",{"title":284,"slug":285,"language":286,"level":287},"Persoonlijke voornaamwoorden als lijdend en meewerkend voorwerp","persoonlijke-voornaamwoorden-als-lijdend-en-meewerkend-voorwerp","nl","A2"]