[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-b6a8-7bed-8399-1489911f65ec":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-8ba9-7b56-ad6e-036c0afd83a6":280},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":279},"01a0ba4b-b6a8-7bed-8399-1489911f65ec","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8ba9-7b56-ad6e-036c0afd83a6","Wie doet wat?","Kies het persoonlijke voornaamwoord dat de genoemde persoon, groep of zaak als onderwerp vervangt.","Ik, jij, hij, zij als onderwerp kiezen","Kies het persoonlijk voornaamwoord dat een genoemde persoon, groep of zaak als onderwerp vervangt, in korte zinnen over Nadia, Omar en hun dag.",0,"word_select",[13,35,53,69,86,102,118,136,154,171,187,213,230,247,263],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":10,"explanation":16,"exampleSentence":17,"blanks":18},"01a0ba4b-b6a8-7dd1-8399-148992ee9613","Nadia opent de deur. Daarna zet __1__ de tas in de gang.","Nadia is één vrouw. Je vervangt haar naam als onderwerp door zij.","Sofia kookt vanavond. Zij maakt soep.",[19],{"id":20,"blankNumber":21,"options":22},"01a0ba4b-b6a8-7d85-8399-148992db7855",1,[23,27,31],{"id":24,"optionText":25,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-b6a8-7cf5-8399-1489917fcd1d","hij",false,{"id":28,"optionText":29,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-b6a8-7d35-8399-1489922cb125","zij",true,{"id":32,"optionText":33,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-b6a8-7d5d-8399-148992b6dc9c","het",2,{"id":36,"sentenceTemplate":37,"displayOrder":21,"explanation":38,"exampleSentence":39,"blanks":40},"01a0ba4b-b6a8-7eb9-8399-148995c16517","Omar pakt zijn fiets. __1__ rijdt naar zijn werk.","Omar is één man. Daarom gebruik je hij als onderwerp.","Daan trekt zijn jas aan. Hij gaat naar buiten.",[41],{"id":42,"blankNumber":21,"options":43},"01a0ba4b-b6a8-7e81-8399-14899526d4ce",[44,47,50],{"id":45,"optionText":46,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-b6a8-7e1d-8399-1489938ec67a","Hij",{"id":48,"optionText":49,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-b6a8-7e45-8399-148994493cd5","Het",{"id":51,"optionText":52,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-b6a8-7e65-8399-14899523b73d","Zij",{"id":54,"sentenceTemplate":55,"displayOrder":34,"explanation":56,"exampleSentence":57,"blanks":58},"01a0ba4b-b6a8-7f95-8399-148997e66db5","De trein staat klaar. __1__ vertrekt om acht uur.","De trein is een de-woord waarvoor je hij gebruikt. Het gebruik je bij een het-woord; wij verwijst naar een groep met de spreker.","De bus staat bij de halte. Hij vertrekt zo.",[59],{"id":60,"blankNumber":21,"options":61},"01a0ba4b-b6a8-7f5d-8399-148997390733",[62,64,67],{"id":63,"optionText":49,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-b6a8-7efd-8399-14899617271b",{"id":65,"optionText":66,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-b6a8-7f21-8399-1489962e8544","Wij",{"id":68,"optionText":46,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-b6a8-7f41-8399-1489963b45d2",{"id":70,"sentenceTemplate":71,"displayOrder":72,"explanation":73,"exampleSentence":74,"blanks":75},"01a0ba4b-b6a9-70ea-a089-07005947629f","Fatima en ik nemen de trein. __1__ reizen samen naar Leiden.",3,"De groep bevat de spreker, want er staat Fatima en ik. Daarom kies je wij.","Mijn broer en ik wonen in Haarlem. Wij fietsen vaak samen.",[76],{"id":77,"blankNumber":21,"options":78},"01a0ba4b-b6a9-70b2-a089-070058d6d9a2",[79,82,84],{"id":80,"optionText":81,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-b6a9-703a-a089-0700574fbf0b","Jullie",{"id":83,"optionText":66,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-b6a9-7062-a089-070057a6308a",{"id":85,"optionText":52,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-b6a9-7092-a089-0700583d24c7",{"id":87,"sentenceTemplate":88,"displayOrder":89,"explanation":90,"exampleSentence":91,"blanks":92},"01a0ba4b-b6a9-71ba-a089-07005bc0cbf6","Ruben en jij volgen dezelfde cursus. __1__ leren allebei Nederlands.",4,"Ruben en jij vormen een groep waar de luisteraar bij hoort. Daarom gebruik je voor de hele groep jullie.","Sara en jij werken hier. Jullie vertrekken eerder.",[93],{"id":94,"blankNumber":21,"options":95},"01a0ba4b-b6a9-7186-a089-07005b84aefd",[96,98,100],{"id":97,"optionText":81,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-b6a9-712a-a089-070059f5f444",{"id":99,"optionText":66,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-b6a9-714a-a089-07005a1d2a06",{"id":101,"optionText":52,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-b6a9-716a-a089-07005b0c16a5",{"id":103,"sentenceTemplate":104,"displayOrder":105,"explanation":106,"exampleSentence":107,"blanks":108},"01a0ba4b-b6a9-7292-a089-07005d94bfe2","De kinderen spelen op het plein. __1__ hebben een rode bal.",5,"De kinderen is meervoud en de spreker en luisteraar horen niet bij die groep. Daarom gebruik je zij.","De buren zitten in de tuin. Zij drinken koffie.",[109],{"id":110,"blankNumber":21,"options":111},"01a0ba4b-b6a9-725a-a089-07005d69e974",[112,114,116],{"id":113,"optionText":66,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-b6a9-71fe-a089-07005bc8ae3a",{"id":115,"optionText":52,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-b6a9-721e-a089-07005c8681ea",{"id":117,"optionText":81,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-b6a9-723e-a089-07005d524d50",{"id":119,"sentenceTemplate":120,"displayOrder":121,"explanation":122,"exampleSentence":123,"blanks":124},"01a0ba4b-b6a9-737e-a089-0700601c7d07","Lina vertelt over zichzelf: \"__1__ kan goed zwemmen.\"",6,"Lina is zelf de spreker. Een spreker verwijst naar zichzelf met ik. Jij en hij kunnen ook bij kan staan, maar verwijzen niet naar de spreker zelf.","Milan zegt over zichzelf: \"Ik kan goed koken.\"",[125],{"id":126,"blankNumber":21,"options":127},"01a0ba4b-b6a9-7332-a089-07006019410f",[128,131,134],{"id":129,"optionText":130,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-b6a9-72d2-a089-07005e79db45","Ik",{"id":132,"optionText":133,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-b6a9-72f6-a089-07005efed1c7","Jij",{"id":135,"optionText":46,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-b6a9-7316-a089-07005faaafaa",{"id":137,"sentenceTemplate":138,"displayOrder":139,"explanation":140,"exampleSentence":141,"blanks":142},"01a0ba4b-b6a9-7466-a089-0700632131c1","Ik vraag mijn vriend Sem rechtstreeks: \"Woon __1__ ook in deze straat?\"",7,"Sem is één informele luisteraar. In een ja-neevraag staat jij na het werkwoord woon. Bij hij en u blijft de -t staan: woont.","Werk jij morgen ook thuis?",[143],{"id":144,"blankNumber":21,"options":145},"01a0ba4b-b6a9-742e-a089-0700623dd694",[146,149,151],{"id":147,"optionText":148,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-b6a9-73c6-a089-0700610187e0","u",{"id":150,"optionText":25,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-b6a9-73e6-a089-07006153c79f",{"id":152,"optionText":153,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-b6a9-7406-a089-070061910e3c","jij",{"id":155,"sentenceTemplate":156,"displayOrder":157,"explanation":158,"exampleSentence":159,"blanks":160},"01a0ba4b-b6a9-753a-a089-070065c26ae4","Bij de receptie spreek ik mevrouw De Boer beleefd aan: \"Werkt __1__ vandaag?\"",8,"Mevrouw De Boer wordt beleefd aangesproken. Daarom staat u na het werkwoord in de vraag.","Komt u morgen terug, meneer Visser?",[161],{"id":162,"blankNumber":21,"options":163},"01a0ba4b-b6a9-7506-a089-07006591bdee",[164,166,168],{"id":165,"optionText":148,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-b6a9-74aa-a089-0700635edbf4",{"id":167,"optionText":29,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-b6a9-74ca-a089-070064431a5e",{"id":169,"optionText":170,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-b6a9-74ea-a089-070064d297ad","wij",{"id":172,"sentenceTemplate":173,"displayOrder":174,"explanation":175,"exampleSentence":176,"blanks":177},"01a0ba4b-b6a9-760e-a089-07006857ae4b","De trainer doet zelf niet mee en zegt rechtstreeks tegen alle spelers: \"__1__ beginnen om tien uur; ik kijk alleen toe.\"",9,"Alleen de spelers beginnen; de trainer doet niet mee. Hij spreekt de spelers rechtstreeks aan en gebruikt jullie. Wij zou de trainer insluiten; zij verwijst naar anderen.","Beste cursisten, jullie krijgen straks een korte pauze.",[178],{"id":179,"blankNumber":21,"options":180},"01a0ba4b-b6a9-75da-a089-07006848e322",[181,183,185],{"id":182,"optionText":52,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-b6a9-757e-a089-070065dc215e",{"id":184,"optionText":66,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-b6a9-759e-a089-070066973752",{"id":186,"optionText":81,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-b6a9-75be-a089-070067598d49",{"id":188,"sentenceTemplate":189,"displayOrder":190,"explanation":191,"exampleSentence":192,"blanks":193},"01a0ba4b-b6a9-776a-a089-07006ab7bfe0","Mijn tante woont in Breda; __1__ woont daar alleen. Mijn ooms wonen in Delft; __2__ wonen daar samen.",10,"Zij kan één vrouw of meer personen vervangen. Woont hoort bij mijn tante; wonen hoort bij mijn ooms.","Mijn zus werkt hier en mijn neven werken er ook: zij werkt binnen, zij werken buiten.",[194,203],{"id":195,"blankNumber":21,"options":196},"01a0ba4b-b6a9-76aa-a089-0700697d8239",[197,199,201],{"id":198,"optionText":25,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-b6a9-764e-a089-070068c08670",{"id":200,"optionText":29,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-b6a9-766e-a089-07006927dd86",{"id":202,"optionText":33,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-b6a9-768e-a089-070069323f8b",{"id":204,"blankNumber":34,"options":205},"01a0ba4b-b6a9-773a-a089-07006a26310b",[206,208,211],{"id":207,"optionText":170,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-b6a9-76de-a089-0700699c9a11",{"id":209,"optionText":210,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-b6a9-76fe-a089-070069c8ba64","jullie",{"id":212,"optionText":29,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-b6a9-771e-a089-070069fd5221",{"id":214,"sentenceTemplate":215,"displayOrder":216,"explanation":217,"exampleSentence":218,"blanks":219},"01a0ba4b-b6a9-785e-a089-07006ce17f08","Mijn zus Noor begint morgen aan een nieuwe baan. Dan werkt __1__ in een ziekenhuis.",11,"Noor is één vrouw. De korte vorm ze kan hier als onderwerp naar haar verwijzen.","Mijn moeder leest de krant. Daarna maakt ze ontbijt.",[220],{"id":221,"blankNumber":21,"options":222},"01a0ba4b-b6a9-782a-a089-07006cae5da5",[223,225,228],{"id":224,"optionText":25,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-b6a9-77ca-a089-07006af8001f",{"id":226,"optionText":227,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-b6a9-77ea-a089-07006b87c662","ze",{"id":229,"optionText":33,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-b6a9-780a-a089-07006c2e3d19",{"id":231,"sentenceTemplate":232,"displayOrder":233,"explanation":234,"exampleSentence":235,"blanks":236},"01a0ba4b-b6a9-7932-a089-07006f8f9f95","Mijn collega en ik sluiten de winkel. Daarna gaan __1__ naar huis.",12,"Mijn collega en ik is een groep met de spreker. De korte vorm we verwijst naar die groep.","Mijn vriend en ik koken samen. Vanavond maken we pasta.",[237],{"id":238,"blankNumber":21,"options":239},"01a0ba4b-b6a9-78fe-a089-07006f118290",[240,243,245],{"id":241,"optionText":242,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-b6a9-78a2-a089-07006d65e7b5","we",{"id":244,"optionText":227,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-b6a9-78be-a089-07006d84698b",{"id":246,"optionText":210,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-b6a9-78e2-a089-07006e4f0500",{"id":248,"sentenceTemplate":249,"displayOrder":250,"explanation":251,"exampleSentence":252,"blanks":253},"01a0ba4b-b6a9-7a02-a089-070073062791","Nora spreekt over zichzelf: \"__1__ wil vroeg naar bed.\"",13,"Ook hier heeft de zin een onderwerp nodig. Nora verwijst naar zichzelf met ik. Jij wil en zij wil zijn ook correcte vormen, maar jij en zij verwijzen niet naar de spreker zelf.","Ik wil nu naar huis.",[254],{"id":255,"blankNumber":21,"options":256},"01a0ba4b-b6a9-79ce-a089-070072499538",[257,259,261],{"id":258,"optionText":133,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-b6a9-7972-a089-0700706ce8f1",{"id":260,"optionText":130,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-b6a9-7992-a089-070070a2110a",{"id":262,"optionText":52,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-b6a9-79ae-a089-0700716b1a34",{"id":264,"sentenceTemplate":265,"displayOrder":266,"explanation":267,"exampleSentence":268,"blanks":269},"01a0ba4b-b6a9-7ad2-a089-0700758d162b","De computers zijn nieuw. Morgen staan __1__ in het kantoor boven.",14,"De computers is meervoud. De korte vorm ze kan meer dingen als onderwerp vervangen.","De stoelen zijn schoon. Nu staan ze rond de tafel.",[270],{"id":271,"blankNumber":21,"options":272},"01a0ba4b-b6a9-7a9e-a089-0700748daefc",[273,275,277],{"id":274,"optionText":242,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-b6a9-7a42-a089-07007330137d",{"id":276,"optionText":33,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-b6a9-7a62-a089-0700734dd73d",{"id":278,"optionText":227,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-b6a9-7a82-a089-07007411320c","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_50a48599-e726-4204-a7a5-f203c63a6c53_hero.webp?v=1789831919",{"title":281,"slug":282,"language":283,"level":284},"Persoonlijke voornaamwoorden als onderwerp","persoonlijke-voornaamwoorden-als-onderwerp","nl","A1"]