[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-b6d6-72c8-878d-778c18158b5c":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-8ba9-7b56-ad6e-036c0afd83a6":117},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":116},"01a0ba4b-b6d6-72c8-878d-778c18158b5c","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8ba9-7b56-ad6e-036c0afd83a6","Persoonlijke voornaamwoorden als onderwerp - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","Persoonlijke voornaamwoorden sorteren","Sorteer onderwerpsvormen op eerste, tweede of derde persoon, en bepaal aan het werkwoord of het onderwerp naar één of meer personen verwijst.",4,"word_sort",[13,41,68,89],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":16,"explanation":17,"blanks":18,"payload":19},"01a0ba4b-b6d6-73cc-878d-778c18a05baf","Sorteer de persoonlijke voornaamwoorden op eerste, tweede of derde persoon.",0,"De eerste persoon verwijst naar de spreker, de tweede naar de luisteraar en de derde naar iemand of iets anders.",[],{"items":20,"categories":40},[21,24,26,29,31,33,36,38],{"text":22,"category":23},"ik","Eerste persoon",{"text":25,"category":23},"wij",{"text":27,"category":28},"jij","Tweede persoon",{"text":30,"category":28},"u",{"text":32,"category":28},"jullie",{"text":34,"category":35},"hij","Derde persoon",{"text":37,"category":35},"zij",{"text":39,"category":35},"het",[23,28,35],{"id":42,"sentenceTemplate":43,"displayOrder":44,"explanation":45,"blanks":46,"payload":47},"01a0ba4b-b6d6-741c-878d-778c1932efee","Verwijst het onderwerp naar één persoon of naar meer personen? Let op het werkwoord.",1,"Zij en ze kunnen naar één vrouw of naar meer personen verwijzen. Het werkwoord maakt het verschil duidelijk: een vorm als leest hoort hier bij één persoon, een vorm als lezen bij meer personen.",[],{"items":48,"categories":67},[49,52,54,56,58,61,63,65],{"text":50,"category":51},"zij woont hier","Enkelvoud",{"text":53,"category":51},"ze werkt vandaag",{"text":55,"category":51},"zij leest een boek",{"text":57,"category":51},"ze maakt soep",{"text":59,"category":60},"zij wonen hier","Meervoud",{"text":62,"category":60},"ze werken vandaag",{"text":64,"category":60},"zij lezen een boek",{"text":66,"category":60},"ze maken soep",[51,60],{"id":69,"sentenceTemplate":70,"displayOrder":71,"explanation":72,"blanks":73,"payload":74},"01a0ba4b-b6d6-7450-878d-778c195c9200","Welk voornaamwoord vervangt dit ding als onderwerp? Sorteer de woorden.",2,"Bij deze de-woorden gebruik je hij als onderwerp. Bij een het-woord gebruik je het. Het gaat dus om het woord voor het ding, niet om een man of een vrouw.",[],{"items":75,"categories":88},[76,78,80,82,84,86],{"text":77,"category":34},"de trein",{"text":79,"category":34},"de bus",{"text":81,"category":34},"de stoel",{"text":83,"category":39},"het raam",{"text":85,"category":39},"het bed",{"text":87,"category":39},"het cadeau",[34,39],{"id":90,"sentenceTemplate":91,"displayOrder":92,"explanation":93,"blanks":94,"payload":95},"01a0ba4b-b6d6-7484-878d-778c19d43a47","Sorteer de onderwerpen op het voornaamwoord dat ze kan vervangen.",3,"Gebruik hij voor één mannelijke persoon, zij voor één vrouwelijke persoon, het voor één onzijdig ding en zij voor meer personen.",[],{"items":96,"categories":115},[97,99,101,104,106,108,110,113],{"text":98,"category":34},"de buurman",{"text":100,"category":34},"de jongen",{"text":102,"category":103},"de buurvrouw","zij: één persoon",{"text":105,"category":103},"de lerares",{"text":107,"category":39},"het boek",{"text":109,"category":39},"het huis",{"text":111,"category":112},"de kinderen","zij: meer personen",{"text":114,"category":112},"de buren",[34,103,39,112],"\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_e029080e-ef5a-477e-995b-6c5d01c2147a_hero.webp?v=1789831919",{"title":118,"slug":119,"language":120,"level":121},"Persoonlijke voornaamwoorden als onderwerp","persoonlijke-voornaamwoorden-als-onderwerp","nl","A1"]