[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-b89d-75a3-8e00-7157bc69ddba":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-8bcf-7b17-96b3-3d0ce096e3b3":119},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":118},"01a0ba4b-b89d-75a3-8e00-7157bc69ddba","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8bcf-7b17-96b3-3d0ce096e3b3","Regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","Werkwoorden in het presens sorteren","Sorteer vormen op stam, stam plus t of heel werkwoord, en zinnen op herhaling, een algemeen feit, een handeling van nu of een plan voor later.",4,"word_sort",[13,41,70,94],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":16,"explanation":17,"blanks":18,"payload":19},"01a0ba4b-b89d-768f-8e00-7157bcd63df7","Sorteer de werkwoordsvormen op stam, stam plus t of het hele werkwoord.",0,"Ik krijgt de stam. Jij, je, u en een derde persoon enkelvoud krijgen stam plus t. Meervoudige onderwerpen krijgen het hele werkwoord.",[],{"items":20,"categories":40},[21,24,26,29,31,33,36,38],{"text":22,"category":23},"ik werk","Stam",{"text":25,"category":23},"ik woon",{"text":27,"category":28},"jij werkt","Stam + t",{"text":30,"category":28},"hij woont",{"text":32,"category":28},"u leert",{"text":34,"category":35},"wij werken","Heel werkwoord",{"text":37,"category":35},"jullie wonen",{"text":39,"category":35},"de kinderen leren",[23,28,35],{"id":42,"sentenceTemplate":43,"displayOrder":44,"explanation":45,"blanks":46,"payload":47},"01a0ba4b-b89d-76db-8e00-7157bd42c149","Sorteer de zinnen op wat ze beschrijven: herhaling, een algemeen feit, een handeling op dit moment of een toekomstplan.",1,"Elke dag en iedere zaterdag geven herhaling aan. Een algemeen feit geldt zonder een bepaald tijdstip. Nu en op dit moment wijzen op een handeling die bezig is; morgen en volgende week plaatsen een plan in de toekomst. In alle gevallen kan het werkwoord in de tegenwoordige tijd staan.",[],{"items":48,"categories":69},[49,52,54,57,59,62,64,67],{"text":50,"category":51},"Ik fiets elke dag naar mijn werk.","Gewoonte",{"text":53,"category":51},"Noor sport iedere zaterdag.",{"text":55,"category":56},"Amsterdam ligt in Nederland.","Algemeen feit",{"text":58,"category":56},"Water kookt bij honderd graden.",{"text":60,"category":61},"Wij wachten nu op de trein.","Nu",{"text":63,"category":61},"Mila maakt op dit moment soep.",{"text":65,"category":66},"Morgen werk ik thuis.","Nabije toekomst",{"text":68,"category":66},"Volgende week reizen we naar Gent.",[51,56,61,66],{"id":71,"sentenceTemplate":72,"displayOrder":73,"explanation":74,"blanks":75,"payload":76},"01a0ba4b-b89d-7713-8e00-7157be0137f5","Sorteer de zinnen op bevestigende mededeling, ontkennende mededeling of ja-neevraag.",2,"Een bevestigende mededeling zegt dat iets gebeurt; een ontkennende mededeling ontkent dat hier met niet. In deze mededelingen staat het onderwerp voor de persoonsvorm. In een ja-neevraag staat de persoonsvorm voor het onderwerp. Bij jij direct na het werkwoord vervalt de toegevoegde t: werk jij. Bij zij blijft die t staan.",[],{"items":77,"categories":93},[78,81,83,86,88,91],{"text":79,"category":80},"Jij werkt vandaag.","Bevestigende mededeling",{"text":82,"category":80},"Zij reist met de trein.",{"text":84,"category":85},"Ik werk niet op zondag.","Ontkennende mededeling",{"text":87,"category":85},"Hij woont niet in Rotterdam.",{"text":89,"category":90},"Werk jij vandaag?","Ja-neevraag",{"text":92,"category":90},"Reist zij met de trein?",[80,85,90],{"id":95,"sentenceTemplate":96,"displayOrder":97,"explanation":98,"blanks":99,"payload":100},"01a0ba4b-b89d-7743-8e00-7157be13bb6c","Sorteer de vormen volgens de laatste letter van de stam en de regel voor de uitgang.",3,"Een stam op t krijgt geen tweede t. Bij een stam op d voeg je voor hij of zij een t toe en ontstaat dt. Bij een stam die niet op t of d eindigt, voeg je ook een t toe.",[],{"items":101,"categories":117},[102,105,107,110,112,115],{"text":103,"category":104},"hij wacht","Stam op t: geen extra t",{"text":106,"category":104},"zij zit",{"text":108,"category":109},"hij werkt","Andere stam: +t",{"text":111,"category":109},"zij woont",{"text":113,"category":114},"hij vindt","Stam op d: dt",{"text":116,"category":114},"zij antwoordt",[104,109,114],"\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_973a49ff-5f08-46a1-948c-7f9ef304f504_hero.webp?v=1789831919",{"title":120,"slug":121,"language":122,"level":123},"Regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd","regelmatige-werkwoorden-in-de-tegenwoordige-tijd","nl","A1"]