[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-bca4-78bd-857a-d55c75c94dd4":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-8c27-7e6e-93d5-e8b43acb0927":121},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":120},"01a0ba4b-bca4-78bd-857a-d55c75c94dd4","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8c27-7e6e-93d5-e8b43acb0927","Terwijl en toen - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","Terwijl en toen: zinnen sorteren","Sorteer verbindingen op gelijktijdigheid, contrast, een verleden moment of een volgende stap, en zinnen op lopende achtergrond of voorgrond.",4,"word_sort",[13,42,69,96],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":16,"explanation":17,"blanks":18,"payload":19},"01a0ba4b-bca4-79c5-857a-d55c7672af1c","Sorteer op de functie van de verbinding: gelijktijdigheid, contrast, een verleden moment in een bijzin of een volgende stap met een tijdswoord.",0,"Terwijl verbindt gelijktijdige situaties of zet verschillen tegenover elkaar. Toen leidt een bijzin in die een verleden moment aangeeft, met de persoonsvorm achteraan. Als zelfstandig tijdswoord geeft toen een volgende stap aan en volgt de persoonsvorm direct.",[],{"items":20,"categories":41},[21,24,26,29,31,34,36,39],{"text":22,"category":23},"Ik las terwijl de klok tikte.","Gelijktijdigheid",{"text":25,"category":23},"Het regende terwijl ik sliep.",{"text":27,"category":28},"Hij is arm, terwijl hij ooit rijk was.","Contrast",{"text":30,"category":28},"Nu is ze fit, terwijl ze eerst ziek was.",{"text":32,"category":33},"toen de les eindigde","Bijzin: verleden moment",{"text":35,"category":33},"toen de winkel sloot",{"text":37,"category":38},"Toen vertrokken we.","Tijdswoord: volgende stap",{"text":40,"category":38},"Toen keek ik naar buiten.",[23,28,33,38],{"id":43,"sentenceTemplate":44,"displayOrder":45,"explanation":46,"blanks":47,"payload":48},"01a0ba4b-bca4-7a15-857a-d55c76823d95","Plaats de zinnen bij een lopende achtergrond of een gebeurtenis op de voorgrond.",1,"Een terwijl-bijzin schetst vaak een activiteit die al bezig was. De hoofdzin noemt wat binnen die situatie gebeurde.",[],{"items":49,"categories":68},[50,53,55,57,59,62,64,66],{"text":51,"category":52},"terwijl ik naar huis fietste","Lopende achtergrond",{"text":54,"category":52},"terwijl zij aan het bellen was",{"text":56,"category":52},"terwijl ik de kast opruimde",{"text":58,"category":52},"terwijl bezoekers binnenkwamen",{"text":60,"category":61},"begon het plotseling te hagelen","Gebeurtenis op de voorgrond",{"text":63,"category":61},"ging de deurbel",{"text":65,"category":61},"vond ik een oude brief",{"text":67,"category":61},"viel het licht uit",[52,61],{"id":70,"sentenceTemplate":71,"displayOrder":72,"explanation":73,"blanks":74,"payload":75},"01a0ba4b-bca4-7a51-857a-d55c772bd354","Sorteer toen op voegwoord met een bijzin of zelfstandig tijdswoord.",2,"Als voegwoord leidt toen een bijzin met het werkwoord achteraan in. Als tijdswoord staat toen alleen en volgt inversie in de hoofdzin.",[],{"items":76,"categories":95},[77,80,82,84,86,89,91,93],{"text":78,"category":79},"Toen ik thuiskwam, lag er post.","Toen als voegwoord",{"text":81,"category":79},"Toen de wekker ging, stond ik op.",{"text":83,"category":79},"Toen zij in Utrecht woonde, fietste zij.",{"text":85,"category":79},"Toen de telefoon ging, werd het stil.",{"text":87,"category":88},"We betaalden. Toen gingen we weg.","Toen als tijdswoord",{"text":90,"category":88},"De telefoon ging. Toen werd het stil.",{"text":92,"category":88},"Ik hoorde iets. Toen keek ik om.",{"text":94,"category":88},"De deur ging open. Toen liep ik binnen.",[79,88],{"id":97,"sentenceTemplate":98,"displayOrder":99,"explanation":100,"blanks":101,"payload":102},"01a0ba4b-bca4-7a85-857a-d55c7795ef83","Sorteer de situaties op hun tijdsverband: één verleden moment of fase, herhaling, of toekomst.",3,"Toen past bij één specifiek verleden moment of één afgesloten fase. Voor terugkerende situaties gebruik je meestal als. Voor een toekomstige situatie gebruik je als of wanneer.",[],{"items":103,"categories":119},[104,107,109,112,114,117],{"text":105,"category":106},"Ik brak gisteren mijn arm.","Eén verleden moment of fase",{"text":108,"category":106},"Ik was van 2010 tot 2015 student.",{"text":110,"category":111},"Ik logeerde vroeger elke zomer bij oma.","Herhaling",{"text":113,"category":111},"We kampeerden vroeger ieder weekend.",{"text":115,"category":116},"De trein vertrekt morgen om acht uur.","Toekomst",{"text":118,"category":116},"We gaan volgende week naar zee.",[106,111,116],"\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_d6190464-9c43-469d-b33f-fa72cdb86e42_hero.webp?v=1789831920",{"title":122,"slug":123,"language":124,"level":125},"Terwijl en toen in beschrijving en verhaal","terwijl-en-toen-in-beschrijving-en-verhaal","nl","B1"]