[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-bcd2-70f6-8cde-3630a55f2713":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-8c32-7aac-8a75-d2072a4e667e":243},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":242},"01a0ba4b-bcd2-70f6-8cde-3630a55f2713","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8c32-7aac-8a75-d2072a4e667e","Tijd en deixis vanuit het personage","Lees de context en kies de aanvulling die de formulering of analyse correct voltooit. Houd rekening met het aangegeven perspectief.","Vrije indirecte rede: tijd en deixis","Analyseer tijden en woorden als vandaag en een week later vanuit het personage, en vergelijk directe, indirecte en vrije indirecte rede in fragmenten.",0,"word_select",[13,35,53,71,90,109,128,147,166,185,204,223],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":10,"explanation":16,"exampleSentence":17,"blanks":18},"01a0ba4b-bcd2-732a-8cde-3630a7ecf999","Vergelijk: A. Eva dacht: ‘Vandaag blijf ik thuis.’ B. Eva dacht dat ze die dag thuisbleef. C. Eva voelde opnieuw haar pijnlijke keel. Vandaag bleef ze thuis. Waarom zou ze zich naar kantoor slepen? De versie met onderschikking en een expliciete gedachte-inleiding is __1__.","In B leidt ‘dacht dat’ een bijzin in: gewone indirecte rede. A citeert de gedachte; C verbindt zelfstandige zinnen met Eva’s waarneming en innerlijke vraag.","Ruben vroeg zich af of hij de afspraak moest afzeggen.",[19],{"id":20,"blankNumber":21,"options":22},"01a0ba4b-bcd2-72da-8cde-3630a7229ab6",1,[23,27,31],{"id":24,"optionText":25,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-bcd2-7236-8cde-3630a56cd46e","C",false,{"id":28,"optionText":29,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-bcd2-727a-8cde-3630a5d8094c","B",true,{"id":32,"optionText":33,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-bcd2-72b6-8cde-3630a6bfbeda","A",2,{"id":36,"sentenceTemplate":37,"displayOrder":21,"explanation":38,"exampleSentence":39,"blanks":40},"01a0ba4b-bcd2-744e-8cde-3630aa014f24","Een los tekstfragment luidt: ‘Een week later zou hij terugkeren.’ Over een denkend of waarnemend personage staat verder niets vermeld. Deze zin __1__.","Een bundel perspectiefsignalen en tekstcontext bepaalt de lezing. ‘Zou’ alleen bewijst geen vrije indirecte rede; de derde persoon bewijst evenmin onderschikking.","Later zou het gebouw instorten: dat kan een vooruitwijzing van de verteller zijn.",[41],{"id":42,"blankNumber":21,"options":43},"01a0ba4b-bcd2-7412-8cde-3630a923c01c",[44,47,50],{"id":45,"optionText":46,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-bcd2-73a6-8cde-3630a8036f86","is door ‘zou’ noodzakelijk vrije indirecte rede",{"id":48,"optionText":49,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-bcd2-73ce-8cde-3630a81b5f51","is door de derde persoon noodzakelijk gewone indirecte rede",{"id":51,"optionText":52,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-bcd2-73f2-8cde-3630a88e24ce","is zonder verdere context niet eenduidig als vrije indirecte rede te herkennen",{"id":54,"sentenceTemplate":55,"displayOrder":34,"explanation":56,"exampleSentence":57,"blanks":58},"01a0ba4b-bcd2-752e-8cde-3630acc74c5f","De verteller schrijft jaren na de gebeurtenissen. Op 10 oktober zat Vera in de wachtkamer. Vanuit haar bewustzijn volgt: ‘Vandaag kreeg ze eindelijk antwoord. Morgen kon ze verder.’ ‘Morgen’ verwijst naar __1__.","Het expliciete perspectief van Vera verankert ‘morgen’ in haar beleefmoment op 10 oktober, niet in het latere schrijven.","Op maandag bekeek Tim zijn agenda. Overmorgen was hij vrij: woensdag dus.",[59],{"id":60,"blankNumber":21,"options":61},"01a0ba4b-bcd2-74fa-8cde-3630ac61c5d8",[62,65,68],{"id":63,"optionText":64,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-bcd2-7496-8cde-3630aa95138d","11 oktober, gerekend vanaf Vera’s beleefmoment",{"id":66,"optionText":67,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-bcd2-74ba-8cde-3630ab62b431","de dag na het schrijven van het verhaal",{"id":69,"optionText":70,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-bcd2-74da-8cde-3630ab9a1bc7","10 oktober, de dag waarop Vera wacht",{"id":72,"sentenceTemplate":73,"displayOrder":74,"explanation":75,"exampleSentence":76,"blanks":77},"01a0ba4b-bcd2-760a-8cde-3630b024b3df","Op 6 februari las Roos een oude waarschuwing opnieuw. Haar inzicht wordt weergegeven: ‘Nu begreep ze het gevaar.’ Het woord ‘nu’ wijst hier op __1__.",3,"‘Nu’ sluit aan bij het expliciet genoemde inzicht van Roos. De verleden tijd verhindert niet dat deixis vanuit het personage werkt.","Toen de lift stilstond, voelde Bas het pas. Hier zat hij dus vast.",[78],{"id":79,"blankNumber":21,"options":80},"01a0ba4b-bcd2-75d2-8cde-3630af5c9200",[81,84,87],{"id":82,"optionText":83,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-bcd2-7576-8cde-3630adc1f255","het moment waarop de waarschuwing oorspronkelijk werd geschreven",{"id":85,"optionText":86,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-bcd2-7596-8cde-3630ae3c09e5","Roos’ moment van begrijpen op 6 februari",{"id":88,"optionText":89,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-bcd2-75b6-8cde-3630af13e6b4","het moment waarop de lezer de passage leest",{"id":91,"sentenceTemplate":92,"displayOrder":93,"explanation":94,"exampleSentence":95,"blanks":96},"01a0ba4b-bcd2-76ee-8cde-3630b29ce629","Op dinsdag maakte Inez een vast plan voor woensdag. Haar gedachte verschijnt in een verleden-tijdvertelling als: ‘Morgen zou ze de aanvraag indienen.’ ‘Zou indienen’ situeert het indienen __1__.",4,"Het vaste plan voor woensdag maakt ‘zou + infinitief’ hier toekomst vanuit een verleden oriëntatiepunt. De vorm bewijst op zichzelf niet dat het plan ook wordt uitgevoerd.","Bij het ontbijt besloot hij: die avond zou hij de rekening betalen.",[97],{"id":98,"blankNumber":21,"options":99},"01a0ba4b-bcd2-76b6-8cde-3630b1bf5357",[100,103,106],{"id":101,"optionText":102,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-bcd2-764e-8cde-3630b0c2966d","vóór het beleefmoment op dinsdag",{"id":104,"optionText":105,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-bcd2-766e-8cde-3630b0c94e2a","gelijktijdig met het maken van het plan",{"id":107,"optionText":108,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-bcd2-768e-8cde-3630b1378220","na het beleefmoment op dinsdag",{"id":110,"sentenceTemplate":111,"displayOrder":112,"explanation":113,"exampleSentence":114,"blanks":115},"01a0ba4b-bcd2-77ca-8cde-3630b4c42257","De biograaf schrijft: ‘In zijn jeugd kende niemand zijn werk. Hij zou later een belangrijk dichter worden, al kon hij dat toen onmogelijk weten.’ De toekomstvorm geeft hier __1__ weer.",5,"‘Al kon hij dat toen onmogelijk weten’ sluit een bewuste verwachting van het personage uit. De biograaf kent de latere ontwikkeling.","Het kind op de foto zou ooit deze school leiden; niemand vermoedde het nog.",[116],{"id":117,"blankNumber":21,"options":118},"01a0ba4b-bcd2-7792-8cde-3630b4803729",[119,122,125],{"id":120,"optionText":121,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-bcd2-7732-8cde-3630b2b108d9","vooruitwijzende kennis van de verteller",{"id":123,"optionText":124,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-bcd2-7752-8cde-3630b36a03e1","een toekomstverwachting die het personage toen bewust had",{"id":126,"optionText":127,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-bcd2-7772-8cde-3630b38ab1a1","een beleefd verzoek van het personage",{"id":129,"sentenceTemplate":130,"displayOrder":131,"explanation":132,"exampleSentence":133,"blanks":134},"01a0ba4b-bcd2-789e-8cde-3630b6984a41","‘Volgens onbevestigde berichten zou de eigenaar in Spanje wonen.’ In deze zin markeert ‘zou’ vooral __1__.",6,"De bronformule ‘volgens onbevestigde berichten’ stuurt naar gerucht of andermans bewering. Er wordt geen verhuisplan of verzoek weergegeven.","Naar verluidt zou het schilderij al verkocht zijn.",[135],{"id":136,"blankNumber":21,"options":137},"01a0ba4b-bcd2-786a-8cde-3630b5e87ed2",[138,141,144],{"id":139,"optionText":140,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-bcd2-780a-8cde-3630b52dbb43","een beleefd verzoek om huisvesting",{"id":142,"optionText":143,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-bcd2-782a-8cde-3630b5768043","een niet als vaststaand gepresenteerd bericht",{"id":145,"optionText":146,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-bcd2-784a-8cde-3630b5e3e7ca","een vast plan om later te verhuizen",{"id":148,"sentenceTemplate":149,"displayOrder":150,"explanation":151,"exampleSentence":152,"blanks":153},"01a0ba4b-bcd2-7972-8cde-3630b86e253b","Liv zag de open kluis. In haar gedachte volgde: ‘Iemand had de munten weggehaald. Hoe was dat mogelijk?’ Het weghalen ligt __1__.",7,"De voltooid verleden tijd ‘had weggehaald’ plaatst de handeling vóór het beleefmoment waarop Liv de kluis ziet en een gevolgtrekking maakt.","Waarom was het pad nat? Het had blijkbaar geregend voordat hij buiten kwam.",[154],{"id":155,"blankNumber":21,"options":156},"01a0ba4b-bcd2-793e-8cde-3630b8159b25",[157,160,163],{"id":158,"optionText":159,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-bcd2-78e2-8cde-3630b6b87543","na Livs vraag over de kluis",{"id":161,"optionText":162,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-bcd2-7902-8cde-3630b748c2bf","op een nog toekomstige dag",{"id":164,"optionText":165,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-bcd2-7922-8cde-3630b7d71848","vóór Livs waarneming van de open kluis",{"id":167,"sentenceTemplate":168,"displayOrder":169,"explanation":170,"exampleSentence":171,"blanks":172},"01a0ba4b-bcd2-7a4e-8cde-3630ba40f8c6","‘Hij dacht terug aan zijn eerste baan. Hij had er in april een kamer gehuurd. Iedere ochtend fietste hij vervolgens naar de fabriek.’ De onvoltooid verleden tijd ‘fietste’ __1__.",8,"‘Had gehuurd’ opent het eerdere kader; ‘iedere ochtend’ introduceert herhaling daarin. Een traceerbare terugblik hoeft niet volledig in de voltooid verleden tijd te blijven.","Ze herinnerde zich haar verblijf aan zee. Ze was in juli aangekomen. Overdag werkte ze in een café.",[173],{"id":174,"blankNumber":21,"options":175},"01a0ba4b-bcd2-7a0e-8cde-3630b9bca792",[176,179,182],{"id":177,"optionText":178,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-bcd2-79b2-8cde-3630b90ede24","beschrijft herhaling binnen het inmiddels gevestigde terugblikkader",{"id":180,"optionText":181,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-bcd2-79d2-8cde-3630b91dac11","maakt de terugblik automatisch grammaticaal onjuist",{"id":183,"optionText":184,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-bcd2-79f2-8cde-3630b9685c7c","plaatst het fietsen noodzakelijk op het latere moment van herinneren",{"id":186,"sentenceTemplate":187,"displayOrder":188,"explanation":189,"exampleSentence":190,"blanks":191},"01a0ba4b-bcd2-7b22-8cde-3630bc0e4d50","‘De leraar legde het kompas weg. Hij wist dat een driehoek drie zijden heeft.’ De tegenwoordige tijd ‘heeft’ drukt hier __1__ uit.",9,"Het aantal zijden is een algemeen geldende eigenschap. De tegenwoordige tijd veroorzaakt hier dus niet noodzakelijk een tijdsbreuk.","Bij de brug bedacht ze dat metaal bij verwarming uitzet.",[192],{"id":193,"blankNumber":21,"options":194},"01a0ba4b-bcd2-7aee-8cde-3630bb815855",[195,198,201],{"id":196,"optionText":197,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-bcd2-7a92-8cde-3630ba56590c","een noodzakelijke verplaatsing naar het heden van de verteller",{"id":199,"optionText":200,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-bcd2-7ab6-8cde-3630bb06e3ad","algemene geldigheid binnen een verleden verhaal",{"id":202,"optionText":203,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-bcd2-7ad2-8cde-3630bb352d4e","een gebeurtenis die pas na de les zal plaatsvinden",{"id":205,"sentenceTemplate":206,"displayOrder":207,"explanation":208,"exampleSentence":209,"blanks":210},"01a0ba4b-bcd2-7bfa-8cde-3630be095dcf","‘Aron las de afwijzing. De volgende woorden geven bewust zijn plotselinge innerlijke formulering weer: Dus zo gaat dat hier!’ De tegenwoordige tijd in die formulering __1__.",10,"De context kondigt doelbewust een innerlijke formulering aan. Zo’n lokale tijdwisseling is mogelijk; een ongemarkeerde sprong kan daarentegen een onbedoelde breuk opleveren.","Voor het loket stokte haar adem. Is dit nu mijn beloning? De gedachte overviel haar.",[211],{"id":212,"blankNumber":21,"options":213},"01a0ba4b-bcd2-7bc6-8cde-3630bdd93ad3",[214,217,220],{"id":215,"optionText":216,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-bcd2-7b66-8cde-3630bc0ea094","is in elk verleden verhaal verboden",{"id":218,"optionText":219,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-bcd2-7b86-8cde-3630bc3b0e2b","bewijst dat alle voorafgaande gebeurtenissen nu plaatsvinden",{"id":221,"optionText":222,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-bcd2-7ba6-8cde-3630bcf71c66","kan door de expliciete lokale verankering innerlijke nabijheid oproepen",{"id":224,"sentenceTemplate":225,"displayOrder":226,"explanation":227,"exampleSentence":228,"blanks":229},"01a0ba4b-bcd2-7cce-8cde-3630c054f41c","Op donderdag stond Fien in de werkplaats en dacht: ‘Gisteren heb ik hier mijn tas laten liggen.’ Behoud bij omzetting naar vrije indirecte rede haar tijd- en plaatsoriëntatie, maar gebruik derde persoon en een verleden kader: ‘Gisteren __1__ hier haar tas laten liggen.’",11,"‘Had ze’ combineert derde persoon met voorafgaandheid aan het beleefmoment. ‘Heb ik’ blijft direct; ‘heeft ze’ voert de gevraagde omzetting naar het verleden kader niet uit. ‘Gisteren’ en ‘hier’ blijven personagegebonden.","Zondag zou hij deze fiets terugbrengen. Dat had hij zichzelf beloofd.",[230],{"id":231,"blankNumber":21,"options":232},"01a0ba4b-bcd2-7c96-8cde-3630bf57c9c9",[233,236,239],{"id":234,"optionText":235,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-bcd2-7c3a-8cde-3630be0bb40a","had ze",{"id":237,"optionText":238,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-bcd2-7c5e-8cde-3630be5a9fe7","heb ik",{"id":240,"optionText":241,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-bcd2-7c7a-8cde-3630bf4465b1","heeft ze","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_d929194a-495b-4314-a83a-150bc17bbd51_hero.webp?v=1789831920",{"title":244,"slug":245,"language":246,"level":247},"Tijd en gezichtspunt in de vrije indirecte rede","tijd-en-gezichtspunt-in-de-vrije-indirecte-rede","nl","C2"]