[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-bce8-7cd1-9322-888e389b79a5":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-8c32-7aac-8a75-d2072a4e667e":243},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":242},"01a0ba4b-bce8-7cd1-9322-888e389b79a5","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8c32-7aac-8a75-d2072a4e667e","Stem, zekerheid en perspectief bewaken","Kies de analyse of herformulering die bij de expliciete context past. Let op de bron van gedachten, oordelen en kennis.","Vrije indirecte rede: stem en zekerheid","Bepaal van wie gedachten, oordelen en kennis in een passage komen en kies de passende analyse of herformulering, in literaire fragmenten over personages.",1,"word_select",[13,35,53,71,90,109,128,147,166,185,204,223],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":16,"explanation":17,"exampleSentence":18,"blanks":19},"01a0ba4b-bce8-7f01-9322-888e3b23799e","De passage blijft bij de boze monteur; de verteller geeft hier diens oordeel weer: ‘Pim bekeek de kapotte rem. Die prutser had de kabel verkeerd vastgezet.’ In deze vrije indirecte rede komen __1__.",0,"De context schrijft het oordeel expliciet aan Pim toe. De verteller behoudt de derde persoon; ‘die prutser’ laat Pims waardering horen, zonder dat hij dit hardop hoeft te zeggen.","Ada trok haar jas dicht. Wat een akelige tocht in dit gebouw.",[20],{"id":21,"blankNumber":10,"options":22},"01a0ba4b-bce8-7ead-9322-888e3b02b315",[23,27,31],{"id":24,"optionText":25,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-bce8-7e15-9322-888e394d55df","de derde persoon en de belediging noodzakelijk uit letterlijk uitgesproken woorden",false,{"id":28,"optionText":29,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-bce8-7e59-9322-888e39eeb072","de derde persoon uit het vertelkader en de belediging uit Pims beoordeling",true,{"id":32,"optionText":33,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-bce8-7e89-9322-888e3a42086a","de belediging uitsluitend uit het oordeel van de verteller",2,{"id":36,"sentenceTemplate":37,"displayOrder":10,"explanation":38,"exampleSentence":39,"blanks":40},"01a0ba4b-bce9-7070-9031-34eabce26d85","De tekst geeft uitsluitend Niels’ onzekerheid weer: ‘Hij tastte naar zijn lege broekzak. Waar was zijn kaartje gebleven?’ Om juist die vraag als gewone indirecte rede weer te geven, schrijf je: ‘Hij vroeg zich af __1__.’","Het ingebedde vraagwoord ‘waar’ wordt gevolgd door bijzinvolgorde. De zelfstandige vraagvolgorde past niet na ‘vroeg zich af’; ‘of waar’ vormt hier evenmin de bedoelde ingebedde vraag.","Zou de winkel nog open zijn? Ze vroeg zich af of de winkel nog open zou zijn.",[41],{"id":42,"blankNumber":10,"options":43},"01a0ba4b-bce9-7038-9031-34eabc9c8a46",[44,47,50],{"id":45,"optionText":46,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-bce8-7f6d-9322-888e3b431732","waar was zijn kaartje gebleven",{"id":48,"optionText":49,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-bce8-7f91-9322-888e3b91ce3d","of waar zijn kaartje was gebleven",{"id":51,"optionText":52,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-bce9-7010-9031-34eabc69b4da","waar zijn kaartje was gebleven",{"id":54,"sentenceTemplate":55,"displayOrder":34,"explanation":56,"exampleSentence":57,"blanks":58},"01a0ba4b-bce9-7150-9031-34eabefb9f53","Zet ‘Ze vroeg zich af of de brug nog open was’ om in een zelfstandige vrije indirecte vraag, met behoud van verleden tijd: ‘__1__?’","De gevraagde zelfstandige ja-neevraag begint met de persoonsvorm. ‘Of de brug nog open was’ is een ingebedde vraag en kan hier niet de gevraagde zelfstandige vraagvorm vervangen.","Kon ze de overkant nog bereiken? Het water steeg snel.",[59],{"id":60,"blankNumber":10,"options":61},"01a0ba4b-bce9-7118-9031-34eabea887dd",[62,65,68],{"id":63,"optionText":64,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-bce9-70b8-9031-34eabd627f3f","Was de brug nog open",{"id":66,"optionText":67,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-bce9-70d8-9031-34eabe11aaee","Of de brug nog open was",{"id":69,"optionText":70,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-bce9-70f8-9031-34eabe2d6f8a","De brug nog open was",{"id":72,"sentenceTemplate":73,"displayOrder":74,"explanation":75,"exampleSentence":76,"blanks":77},"01a0ba4b-bce9-7224-9031-34eac13658f0","De verteller volgt uitsluitend de opluchting van de bezoeker: ‘Hugo hoorde het slot klikken. Godzijdank, hij mocht naar buiten!’ ‘Godzijdank’ geeft hier __1__ weer.",3,"Het vastgelegde perspectief maakt Hugo de evaluator van de uitroep. Expressieve woorden kunnen een personagestem laten horen zonder dat de auteur dat oordeel zelf uitspreekt.","Ze zag de bus de hoek om komen. Eindelijk hoefde ze niet meer te wachten.",[78],{"id":79,"blankNumber":10,"options":80},"01a0ba4b-bce9-71f0-9031-34eac062991b",[81,84,87],{"id":82,"optionText":83,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-bce9-7190-9031-34eabf66b1dc","een neutrale tijdsaanduiding zonder evaluator",{"id":85,"optionText":86,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-bce9-71b4-9031-34eabfc24a08","Hugo’s beoordeling van de situatie",{"id":88,"optionText":89,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-bce9-71d0-9031-34eac033a647","uitsluitend de persoonlijke opluchting van de auteur",{"id":91,"sentenceTemplate":92,"displayOrder":93,"explanation":94,"exampleSentence":95,"blanks":96},"01a0ba4b-bce9-72fc-9031-34eac46d325b","Alleen vanuit Esma’s waarneming en redenering wordt verteld: ‘Er brandde licht onder de deur. Er moest nog iemand binnen zijn. Ze besloot aan te kloppen.’ ‘Moest’ drukt hier __1__ uit.",4,"Het licht is de waargenomen aanwijzing; Esma’s besluit sluit aan op haar conclusie. ‘Moest’ is hier een inschatting, geen opgelegde plicht of uitsluitend achteraf beschikbare vertellerskennis.","De fiets stond nog tegen de muur. Hij kon dus niet ver weg zijn, dacht ze.",[97],{"id":98,"blankNumber":10,"options":99},"01a0ba4b-bce9-72c8-9031-34eac400256d",[100,103,106],{"id":101,"optionText":102,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-bce9-7268-9031-34eac1d45a71","een voorschrift dat iemand verplicht binnen te blijven",{"id":104,"optionText":105,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-bce9-728c-9031-34eac2834295","zekere kennis die uitsluitend de verteller achteraf bezit",{"id":107,"optionText":108,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-bce9-72a8-9031-34eac3500cc9","een gevolgtrekking van Esma op basis van het licht",{"id":110,"sentenceTemplate":111,"displayOrder":112,"explanation":113,"exampleSentence":114,"blanks":115},"01a0ba4b-bce9-73fc-9031-34eac7773d75","In vrije indirecte rede kan ‘zou’ verschillende functies hebben. Welke combinatie past bij de zichtbare contexten: A. ‘Zou u even opschuiven, alstublieft?’ B. ‘Als de weg vrij was, zou hij doorrijden.’ A geeft __1__ weer; B koppelt doorrijden aan een voorwaarde.",5,"‘U’ en ‘alstublieft’ ondersteunen het verzoek in A; de als-zin maakt B voorwaardelijk. Deze functies tonen waarom ‘zou’ op zichzelf geen bewijs van vrije indirecte rede is.","Zou je de deur willen sluiten? Met minder lawaai zou ze zich beter kunnen concentreren.",[116],{"id":117,"blankNumber":10,"options":118},"01a0ba4b-bce9-73c4-9031-34eac7246b9f",[119,122,125],{"id":120,"optionText":121,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-bce9-733c-9031-34eac528432e","een beleefd verzoek",{"id":123,"optionText":124,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-bce9-7374-9031-34eac60e68db","een onbevestigd gerucht",{"id":126,"optionText":127,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-bce9-73a4-9031-34eac6648fa1","achteraf bekende lotsbestemming",{"id":129,"sentenceTemplate":130,"displayOrder":131,"explanation":132,"exampleSentence":133,"blanks":134},"01a0ba4b-bce9-74d0-9031-34eac9947346","Lotte denkt over haar broer: ‘Ik heb de sleutel en jij weet dat.’ Zet dit om met Lotte als ‘ze’ en haar broer als ‘hij’, in een verleden kader: ‘Ze had de sleutel. __1__ wist dat toch?’",6,"De opdracht verankert beide personen expliciet: direct ‘ik’ wordt ‘ze’ en het tot haar broer gerichte ‘jij’ wordt ‘hij’. ‘Toch’ bewaart de argumenterende personagestem.","Hij verdiende een antwoord. Zij begreep dat toch zeker wel?",[135],{"id":136,"blankNumber":10,"options":137},"01a0ba4b-bce9-749c-9031-34eac97a67f7",[138,141,144],{"id":139,"optionText":140,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-bce9-7440-9031-34eac7f01d11","Jij",{"id":142,"optionText":143,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-bce9-7460-9031-34eac8a18795","Ik",{"id":145,"optionText":146,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-bce9-7480-9031-34eac8dd3be8","Hij",{"id":148,"sentenceTemplate":149,"displayOrder":150,"explanation":151,"exampleSentence":152,"blanks":153},"01a0ba4b-bce9-75a0-9031-34eacb9772a7","De passage geeft de ergernis van assistent Daan weer, niet een oordeel van de verteller: ‘Daar kwam zijn baas aan. Zijne excellentie wilde zeker weer koffie.’ De aanspreekachtige titel ‘Zijne excellentie’ functioneert hier als __1__.",7,"Daans expliciet genoemde ergernis verankert de overdreven titel als zijn ironische woordkeus. De tekst bevestigt geen officiële titel en vermeldt geen uitgesproken begroeting.","Mevrouw de deskundige was haar aantekeningen alweer vergeten. Zo klonk het verwijt in zijn hoofd.",[154],{"id":155,"blankNumber":10,"options":156},"01a0ba4b-bce9-756c-9031-34eaca9971dd",[157,160,163],{"id":158,"optionText":159,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-bce9-7510-9031-34eac9d5a2e0","een door de verteller bevestigde officiële functie",{"id":161,"optionText":162,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-bce9-7530-9031-34eac9ed0b2e","een ironische benaming vanuit Daan",{"id":164,"optionText":165,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-bce9-754c-9031-34eac9eeab68","een noodzakelijk letterlijk uitgesproken begroeting",{"id":167,"sentenceTemplate":168,"displayOrder":169,"explanation":170,"exampleSentence":171,"blanks":172},"01a0ba4b-bce9-7670-9031-34eace14b7b6","‘Bram zag Koen bij de uitgang. Waarom liep hij weg? Koen voelde Brams hand op zijn schouder. Wat wilde hij nu weer?’ Het nieuwe waarnemingsanker vóór de tweede vraag maakt __1__ aannemelijk.",8,"‘Koen voelde’ biedt de brug naar Koens perspectief. Zijn waarneming van Brams hand motiveert de vraag wat Bram wil. Derde persoon alleen zou de verwijzingen niet voldoende verankeren.","Merel wachtte op antwoord. Was hij boos? Joost keek naar haar trillende handen. Waarom was ze zo bang?",[173],{"id":174,"blankNumber":10,"options":175},"01a0ba4b-bce9-763c-9031-34eacdd63cad",[176,179,182],{"id":177,"optionText":178,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-bce9-75e0-9031-34eacc7047db","een wisseling naar Koens bewustzijn, waarbij ‘hij’ naar Bram verwijst",{"id":180,"optionText":181,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-bce9-7600-9031-34eaccdb22a1","dat de tweede vraag noodzakelijk Brams gedachte over zichzelf is",{"id":183,"optionText":184,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-bce9-761c-9031-34eacd6b9367","dat beide vragen door de verteller hardop worden uitgesproken",{"id":186,"sentenceTemplate":187,"displayOrder":188,"explanation":189,"exampleSentence":190,"blanks":191},"01a0ba4b-bce9-774c-9031-34ead03bf89c","Een redacteur wil ondubbelzinnig maken dat de slotvraag van Joris komt: ‘Joris stond naast Abel. Hij keek naar de klok. Waarom duurde het zo lang?’ Welke vervanging voor de middelste zin biedt het duidelijkste expliciete anker? __1__.",9,"De eigennaam en gedachte-inleiding wijzen de slotvraag expliciet aan Joris toe. Een herhaald ‘hij’ houdt de dubbelzinnigheid in stand; een beschrijving van de klok kiest geen perspectiefdrager. Bij risico op verwarring mag zo’n korte inleiding worden toegevoegd.","Nadia verstijfde toen ze de rekening zag. Hoe moest ze dit betalen?",[192],{"id":193,"blankNumber":10,"options":194},"01a0ba4b-bce9-7714-9031-34ead035ef41",[195,198,201],{"id":196,"optionText":197,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-bce9-76b0-9031-34eacecabff4","Hij keek opnieuw naar de klok",{"id":199,"optionText":200,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-bce9-76d0-9031-34eacf2ba89e","De klok hing naast de deur",{"id":202,"optionText":203,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-bce9-76ec-9031-34ead01a4783","Joris keek naar de klok en vroeg zich af",{"id":205,"sentenceTemplate":206,"displayOrder":207,"explanation":208,"exampleSentence":209,"blanks":210},"01a0ba4b-bce9-781c-9031-34ead244f1d1","De context geeft eerst de zelfvoldane gedachte van een organisator weer: ‘Alles was vlekkeloos verlopen. Er waren slechts veertig gasten zonder eten gebleven.’ De tweede zin ondersteunt op schrift vooral __1__.",10,"Veertig gasten zonder eten vormen een zichtbaar contrast met ‘vlekkeloos’. Dat contrast draagt de dubbele stem: de zelfrechtvaardiging klinkt door, maar wordt ondermijnd zonder audio of expliciet vertellerscommentaar.","Wat was hij toch bescheiden. Dat had hij tijdens het gesprek al zes keer benadrukt.",[211],{"id":212,"blankNumber":10,"options":213},"01a0ba4b-bce9-77e8-9031-34ead23a15c4",[214,217,220],{"id":215,"optionText":216,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-bce9-778c-9031-34ead11a7da3","een ondubbelzinnige bevestiging dat er geen enkel probleem was",{"id":218,"optionText":219,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-bce9-77ac-9031-34ead14a5b13","ironische afstand tot de zelfrechtvaardiging in de eerste zin",{"id":221,"optionText":222,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-bce9-77cc-9031-34ead1a34c6d","de conclusie dat ironie alleen via hoorbare intonatie herkenbaar is",{"id":224,"sentenceTemplate":225,"displayOrder":226,"explanation":227,"exampleSentence":228,"blanks":229},"01a0ba4b-bce9-78ec-9031-34ead5317c1e","Een historisch artikel baseert een verwachting uitsluitend op het dagboek van een arts. Welke formulering maakt zowel de bron als de verantwoordelijkheid voor die verwachting expliciet? __1__.",11,"‘Volgens haar dagboek verwachtte de arts’ noemt de bron en schrijft de verwachting aan de arts toe. De tweede optie laat de evaluator onduidelijk; de derde maakt van een verwachting ten onrechte vaststaande kennis.","In zijn brief schreef de architect dat hij hoopte het ontwerp nog dat jaar te voltooien.",[230],{"id":231,"blankNumber":10,"options":232},"01a0ba4b-bce9-78b8-9031-34ead43ffc53",[233,236,239],{"id":234,"optionText":235,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-bce9-785c-9031-34ead301ba4d","Volgens haar dagboek verwachtte de arts dat haar behandeling eindelijk erkenning zou krijgen",{"id":237,"optionText":238,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-bce9-787c-9031-34ead394ea15","Eindelijk zou haar behandeling erkenning krijgen",{"id":240,"optionText":241,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-bce9-789c-9031-34ead3e5e58c","Haar behandeling zou eindelijk erkenning krijgen; dat stond nu vast","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_58669629-47a4-41fc-b3c2-d39b0ddc9272_hero.webp?v=1789831920",{"title":244,"slug":245,"language":246,"level":247},"Tijd en gezichtspunt in de vrije indirecte rede","tijd-en-gezichtspunt-in-de-vrije-indirecte-rede","nl","C2"]