[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-bedc-7385-991c-0106ab10fcda":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-8c68-76e3-a5db-16b498338566":148},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":147},"01a0ba4b-bedc-7385-991c-0106ab10fcda","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8c68-76e3-a5db-16b498338566","Veelgebruikte onregelmatige werkwoorden - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","Onregelmatige werkwoordsvormen sorteren","Sorteer vormen van veelgebruikte onregelmatige werkwoorden zoals ben, is, heeft en gaat bij het juiste onderwerp, zoals ik of hij, in gewone zinnen.",4,"word_sort",[13,41,66,94,121],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":16,"explanation":17,"blanks":18,"payload":19},"01a0ba4b-bedc-7491-991c-0106ab9782ca","Sorteer de vormen bij het onderwerp in een gewone zin. Het onderwerp staat vóór het werkwoord.",0,"Bij ik gebruik je de korte stam. Bij hij komt er een t bij. Bij wij gebruik je het hele werkwoord.",[],{"items":20,"categories":40},[21,24,27,30,32,34,36,38],{"text":22,"category":23},"ga","Bij ik",{"text":25,"category":26},"gaat","Bij hij",{"text":28,"category":29},"gaan","Bij wij",{"text":31,"category":23},"sta",{"text":33,"category":26},"staat",{"text":35,"category":29},"staan",{"text":37,"category":23},"doe",{"text":39,"category":26},"doet",[23,26,29],{"id":42,"sentenceTemplate":43,"displayOrder":44,"explanation":45,"blanks":46,"payload":47},"01a0ba4b-bedc-74e5-991c-0106ac6ff032","Sorteer de vormen voor een gewone zin in de tegenwoordige tijd. Het onderwerp staat vóór het werkwoord.",1,"Bij ik gebruik je de stam, bij hij de stam met t en bij wij het hele werkwoord. De lange e schrijf je in neem, geef en lees met ee. Kom heeft een korte o.",[],{"items":48,"categories":65},[49,51,53,55,57,59,61,63],{"text":50,"category":23},"neem",{"text":52,"category":23},"geef",{"text":54,"category":23},"kom",{"text":56,"category":26},"leest",{"text":58,"category":26},"komt",{"text":60,"category":26},"geeft",{"text":62,"category":29},"lezen",{"text":64,"category":29},"komen",[23,26,29],{"id":67,"sentenceTemplate":68,"displayOrder":69,"explanation":70,"blanks":71,"payload":72},"01a0ba4b-bedc-7521-991c-0106ac81d34d","Sorteer de vormen op het soort onregelmatigheid dat je leert.",2,"Zijn en hebben veranderen sterk. Ga, sta, doe, zie en kom hebben een korte bijzondere stam. Neem, geef, lees en eet bewaren een lange klinker.",[],{"items":73,"categories":93},[74,77,79,82,84,86,89,91],{"text":75,"category":76},"ik ben","Sterk onregelmatig",{"text":78,"category":76},"hij heeft",{"text":80,"category":81},"ik ga","Korte bijzondere stam",{"text":83,"category":81},"ik doe",{"text":85,"category":81},"ik kom",{"text":87,"category":88},"ik neem","Lange klinker in stam",{"text":90,"category":88},"ik geef",{"text":92,"category":88},"ik lees",[76,81,88],{"id":95,"sentenceTemplate":96,"displayOrder":97,"explanation":98,"blanks":99,"payload":100},"01a0ba4b-bedc-7569-991c-0106ad4d9f84","Vul de tegenwoordige tijd in deze vragen in. Het onderwerp staat na het werkwoord. Komt er een extra t bij de stam?",3,"Staat jij of je als onderwerp na het werkwoord, dan gebruik je de ik-vorm zonder extra t. Bij u en hij blijft de t staan, ook in een vraag.",[],{"items":101,"categories":120},[102,105,107,109,111,114,116,118],{"text":103,"category":104},"… jij naar de winkel? (gaan)","Zonder extra -t",{"text":106,"category":104},"… je de deur open? (doen)",{"text":108,"category":104},"… jij onze hond? (zien)",{"text":110,"category":104},"… je dat boek? (lezen)",{"text":112,"category":113},"… u naar de markt? (gaan)","Met extra -t",{"text":115,"category":113},"… hij het raam dicht? (doen)",{"text":117,"category":113},"… u de kerk? (zien)",{"text":119,"category":113},"… hij de krant? (lezen)",[104,113],{"id":122,"sentenceTemplate":123,"displayOrder":10,"explanation":124,"blanks":125,"payload":126},"01a0ba4b-bedc-7599-991c-0106adbd0199","Vul de tegenwoordige tijd in bij hij. Vergelijk met de ik-vorm: krijgt het werkwoord een extra t?","Bij kunnen, willen, mogen en zullen is de vorm voor hij dezelfde als de ik-vorm: zonder extra t. Bij gaan, staan, komen en geven voeg je voor hij wel een t toe.",[],{"items":127,"categories":146},[128,131,133,135,137,140,142,144],{"text":129,"category":130},"Hij … goed zwemmen. (kunnen)","Hij: dezelfde vorm als ik",{"text":132,"category":130},"Hij … koffie drinken. (willen)",{"text":134,"category":130},"Hij … buiten spelen. (mogen)",{"text":136,"category":130},"Hij … je helpen. (zullen)",{"text":138,"category":139},"Hij … naar de bakker. (gaan)","Hij: ik-vorm met extra -t",{"text":141,"category":139},"Hij … naast de deur. (staan)",{"text":143,"category":139},"Hij … straks thuis. (komen)",{"text":145,"category":139},"Hij … ons een appel. (geven)",[130,139],"\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_ee741b3b-2189-460d-ac4f-4f5599a07c42_hero.webp?v=1789831921",{"title":149,"slug":150,"language":151,"level":152},"Veelgebruikte onregelmatige werkwoorden","veelgebruikte-onregelmatige-werkwoorden","nl","A1"]