[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-bee2-7140-a42e-e2e4a930dc91":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-8c68-76e3-a5db-16b498338566":224},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":223},"01a0ba4b-bee2-7140-a42e-e2e4a930dc91","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8c68-76e3-a5db-16b498338566","Thuis en buiten: zoek de verkeerde werkwoordsvorm","In elke zin staat één verkeerd woord. Tik op dat woord en kies de juiste vorm.","Verkeerde vorm van onregelmatige werkwoorden","Zoek in elke zin het ene verkeerde werkwoord en verbeter het, zoals zijn naar is en hebben naar heeft, in korte zinnen over thuis, het huis en buiten.",5,"find_and_fix",[13,31,49,65,82,102,117,134,156,170,187,204],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":16,"explanation":17,"exampleSentence":18,"blanks":19,"payload":20},"01a0ba4b-bee2-7234-a42e-e2e4a9de2e83","Het water zijn koud.",0,"Het water is enkelvoud: daarbij hoort is, niet zijn, ben of bent. Ben hoort bij ik; bent hoort bij jij of u. Ander voorbeeld: Vandaag is mijn zus thuis.","Het water is koud.",[],{"words":21,"correct":26,"wrongIndex":27,"corrections":28},[22,23,24,25],"Het","water","zijn","koud.","is",2,[29,26,30],"bent","ben",{"id":32,"sentenceTemplate":33,"displayOrder":34,"explanation":35,"exampleSentence":36,"blanks":37,"payload":38},"01a0ba4b-bee2-7280-a42e-e2e4a9fc8c2c","Dit huis hebben een tuin.",1,"Dit huis is derde persoon enkelvoud: je gebruikt heeft. Heb hoort bij ik; hebt hoort bij jij of u. Ander voorbeeld: Heeft de winkel ook brood?","Dit huis heeft een tuin.",[],{"words":39,"correct":45,"wrongIndex":27,"corrections":46},[40,41,42,43,44],"Dit","huis","hebben","een","tuin.","heeft",[45,47,48],"heb","hebt",{"id":50,"sentenceTemplate":51,"displayOrder":27,"explanation":52,"exampleSentence":53,"blanks":54,"payload":55},"01a0ba4b-bee2-72b8-a42e-e2e4aa28d4db","Wanneer gaan jij jezelf wassen?","Jij staat na het werkwoord. Daarom gebruik je ga zonder t, niet gaat of gaan. Het tweede werkwoord, wassen, blijft heel. Ander voorbeeld: Wanneer ga jij slapen?","Wanneer ga jij jezelf wassen?",[],{"words":56,"correct":62,"wrongIndex":34,"corrections":63},[57,58,59,60,61],"Wanneer","gaan","jij","jezelf","wassen?","ga",[62,64],"gaat",{"id":66,"sentenceTemplate":67,"displayOrder":68,"explanation":69,"exampleSentence":70,"blanks":71,"payload":72},"01a0ba4b-bee2-72ec-a42e-e2e4ab08820d","Het rode glas staan op tafel.",3,"Het rode glas is derde persoon enkelvoud. De stam sta krijgt een t: staat. Staan hoort bij een meervoudig onderwerp; sta hoort bij ik. Ander voorbeeld: Bij de deur staat een tas.","Het rode glas staat op tafel.",[],{"words":73,"correct":79,"wrongIndex":68,"corrections":80},[22,74,75,76,77,78],"rode","glas","staan","op","tafel.","staat",[79,81],"sta",{"id":83,"sentenceTemplate":84,"displayOrder":85,"explanation":86,"exampleSentence":87,"blanks":88,"payload":89},"01a0ba4b-bee2-731c-a42e-e2e4ab84e4d7","Vandaag doet mijn broer en ik de afwas.",4,"Mijn broer en ik zijn samen twee personen: wij. Daarom gebruik je doen. Na Vandaag staat het werkwoord vóór het hele onderwerp. Doe en doet zijn enkelvoud. Ander voorbeeld: Morgen doen mijn zus en ik de boodschappen.","Vandaag doen mijn broer en ik de afwas.",[],{"words":90,"correct":99,"wrongIndex":34,"corrections":100},[91,92,93,94,95,96,97,98],"Vandaag","doet","mijn","broer","en","ik","de","afwas.","doen",[101,99],"doe",{"id":103,"sentenceTemplate":104,"displayOrder":10,"explanation":105,"exampleSentence":106,"blanks":107,"payload":108},"01a0ba4b-bee2-734c-a42e-e2e4ac2f1737","Het meisje zien een vogel in de tuin.","Het meisje is derde persoon enkelvoud. De stam zie krijgt daarom een t: ziet. Zien hoort bij een meervoudig onderwerp; zie hoort bij ik. Ander voorbeeld: Ziet de baby zijn moeder?","Het meisje ziet een vogel in de tuin.",[],{"words":109,"correct":114,"wrongIndex":27,"corrections":115},[22,110,111,43,112,113,97,44],"meisje","zien","vogel","in","ziet",[114,116],"zie",{"id":118,"sentenceTemplate":119,"displayOrder":120,"explanation":121,"exampleSentence":122,"blanks":123,"payload":124},"01a0ba4b-bee2-7398-a42e-e2e4ac90d167","Ik zit hier en leest een boek.",6,"Ik is het onderwerp van zit en van lees. Bij ik gebruik je de stam zonder extra t. Lees bewaart de lange e; leest hoort bij jij of hij en lezen bij een meervoud. Ander voorbeeld: Ik lees graag in de tuin.","Ik zit hier en lees een boek.",[],{"words":125,"correct":131,"wrongIndex":85,"corrections":132},[126,127,128,95,129,43,130],"Ik","zit","hier","leest","boek.","lees",[131,133],"lezen",{"id":135,"sentenceTemplate":136,"displayOrder":137,"explanation":138,"exampleSentence":139,"blanks":140,"payload":141},"01a0ba4b-bee2-73c8-a42e-e2e4ad56de89","Om tien uur pakt u uw tas en neem de bus.",7,"U is het onderwerp van pakt en van neemt. Bij u krijgt de stam neem een t, ook als de zin met een tijd begint. Nemen hoort bij een meervoud. Ander voorbeeld: Na de les neemt u de trein.","Om tien uur pakt u uw tas en neemt de bus.",[],{"words":142,"correct":152,"wrongIndex":153,"corrections":154},[143,144,145,146,147,148,149,95,150,97,151],"Om","tien","uur","pakt","u","uw","tas","neem","bus.","neemt",8,[152,155],"nemen",{"id":157,"sentenceTemplate":158,"displayOrder":153,"explanation":159,"exampleSentence":160,"blanks":161,"payload":162},"01a0ba4b-bee2-73f4-a42e-e2e4adc80c3a","Zien jij jezelf in deze spiegel?","Jij staat als onderwerp na de persoonsvorm. Daarom gebruik je de ik-vorm zie, zonder extra t. Zien is de meervoudsvorm. Ander voorbeeld: Zie jij die rode auto?","Zie jij jezelf in deze spiegel?",[],{"words":163,"correct":167,"wrongIndex":16,"corrections":168},[164,59,60,113,165,166],"Zien","deze","spiegel?","Zie",[167,169],"Ziet",{"id":171,"sentenceTemplate":172,"displayOrder":173,"explanation":174,"exampleSentence":175,"blanks":176,"payload":177},"01a0ba4b-bee2-7424-a42e-e2e4aec632b9","Dit kleine kind kunt al zwemmen.",9,"Dit kleine kind is derde persoon enkelvoud. Bij kunnen gebruik je dan kan, zonder t. Kunt hoort bij jij of u; kunnen hoort bij een meervoudig onderwerp. Ander voorbeeld: Mijn zus kan goed fietsen.","Dit kleine kind kan al zwemmen.",[],{"words":178,"correct":184,"wrongIndex":68,"corrections":185},[40,179,180,181,182,183],"kleine","kind","kunt","al","zwemmen.","kan",[184,186],"kunnen",{"id":188,"sentenceTemplate":189,"displayOrder":190,"explanation":191,"exampleSentence":192,"blanks":193,"payload":194},"01a0ba4b-bee2-7450-a42e-e2e4af469990","Morgen willen dat meisje buiten spelen.",10,"Dat meisje is derde persoon enkelvoud, ook als het na de persoonsvorm staat. Bij willen hoort daarbij wil, zonder t. Wilt hoort bij jij of u; willen hoort bij een meervoudig onderwerp. Ander voorbeeld: Na school wil mijn broer voetballen.","Morgen wil dat meisje buiten spelen.",[],{"words":195,"correct":201,"wrongIndex":34,"corrections":202},[196,197,198,110,199,200],"Morgen","willen","dat","buiten","spelen.","wil",[201,203],"wilt",{"id":205,"sentenceTemplate":206,"displayOrder":207,"explanation":208,"exampleSentence":209,"blanks":210,"payload":211},"01a0ba4b-bee2-7478-a42e-e2e4b03d0096","Die twee kinderen uit onze straat mag hier spelen.",11,"Die twee kinderen uit onze straat is een meervoudig onderwerp. Daarbij gebruik je in de tegenwoordige tijd het hele werkwoord mogen. Mag en mocht zijn enkelvoud; mocht is bovendien verleden tijd. Ander voorbeeld: De leerlingen mogen nu naar buiten.","Die twee kinderen uit onze straat mogen hier spelen.",[],{"words":212,"correct":220,"wrongIndex":120,"corrections":221},[213,214,215,216,217,218,219,128,200],"Die","twee","kinderen","uit","onze","straat","mag","mogen",[220,222],"mocht","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_f10da5bb-64cc-4f35-839d-249724296802_hero.webp?v=1789831921",{"title":225,"slug":226,"language":227,"level":228},"Veelgebruikte onregelmatige werkwoorden","veelgebruikte-onregelmatige-werkwoorden","nl","A1"]