[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-c30d-75db-b26b-73bc330c981b":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-8cd2-7938-8779-ae39d4dc8377":123},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":122},"01a0ba4b-c30d-75db-b26b-73bc330c981b","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8cd2-7938-8779-ae39d4dc8377","Personen en zaken met voorzetsels - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","Voorzetsel plus wie en waar plus voorzetsel sorteren","Sorteer betrekkelijke verbindingen op persoon met voorzetsel plus wie of zaak met waar plus voorzetsel, en deel ze in bij met, op, aan of over.",4,"word_sort",[13,40,69,95],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":16,"explanation":17,"blanks":18,"payload":19},"01a0ba4b-c30d-770f-b26b-73bc333d6247","Sorteer de betrekkelijke verbindingen op een persoon of een zaak.",0,"Gebruik bij een persoon meestal voorzetsel plus wie. Vorm bij een zaak waar plus het voorzetsel.",[],{"items":20,"categories":39},[21,24,26,28,30,33,35,37],{"text":22,"category":23},"de collega met wie ik werk","Persoon: voorzetsel + wie",{"text":25,"category":23},"de vriendin op wie ik reken",{"text":27,"category":23},"de arts aan wie ik iets vraag",{"text":29,"category":23},"de kandidaat over wie we praten",{"text":31,"category":32},"het project waaraan ik werk","Zaak: waar + voorzetsel",{"text":34,"category":32},"de uitslag waarop we wachten",{"text":36,"category":32},"de pen waarmee ik schrijf",{"text":38,"category":32},"de reis waarvan hij droomt",[23,32],{"id":41,"sentenceTemplate":42,"displayOrder":43,"explanation":44,"blanks":45,"payload":46},"01a0ba4b-c30d-7783-b26b-73bc3412fbaf","Plaats de verbindingen bij met, op, aan of over.",1,"Het vaste voorzetsel in de onderliggende werkwoordcombinatie bepaalt de vorm met wie of waar.",[],{"items":47,"categories":68},[48,51,53,56,58,61,63,66],{"text":49,"category":50},"met wie ik samenwerk","met",{"text":52,"category":50},"waarmee hij schrijft",{"text":54,"category":55},"op wie je kunt rekenen","op",{"text":57,"category":55},"waarop iedereen wacht",{"text":59,"category":60},"aan wie ik de sleutel geef","aan",{"text":62,"category":60},"waaraan het team werkt",{"text":64,"category":65},"over wie de commissie spreekt","over",{"text":67,"category":65},"waarover we morgen praten",[50,55,60,65],{"id":70,"sentenceTemplate":71,"displayOrder":72,"explanation":73,"blanks":74,"payload":75},"01a0ba4b-c30d-77e3-b26b-73bc34e4ce33","Sorteer de waarverbindingen op aaneengeschreven of gesplitst.",2,"Staan waar en het voorzetsel naast elkaar, dan schrijf je ze aaneen. Andere woorden tussen de delen maken de vorm gesplitst.",[],{"items":76,"categories":94},[77,80,82,84,85,88,90,92],{"text":78,"category":79},"waarover we praten","Aaneengeschreven",{"text":81,"category":79},"waarop ik wacht",{"text":83,"category":79},"waaraan zij werkt",{"text":52,"category":79},{"text":86,"category":87},"waar we morgen over praten","Gesplitst",{"text":89,"category":87},"waar ik al weken op wacht",{"text":91,"category":87},"waar zij elke dag aan werkt",{"text":93,"category":87},"waar hij zijn naam mee schrijft",[79,87],{"id":96,"sentenceTemplate":97,"displayOrder":98,"explanation":99,"blanks":100,"payload":101},"01a0ba4b-c30d-783b-b26b-73bc35240204","Sorteer de vormen op een directe vraag of een betrekkelijke bijzin.",3,"In een directe vraag staat de persoonsvorm vroeg. In een betrekkelijke bijzin staat de vorm na een antecedent en het werkwoord later.",[],{"items":102,"categories":121},[103,106,108,110,112,115,117,119],{"text":104,"category":105},"Met wie werk je?","Directe vraag",{"text":107,"category":105},"Waarop wacht je?",{"text":109,"category":105},"Aan wie geef je de sleutel?",{"text":111,"category":105},"Waarover praat de commissie?",{"text":113,"category":114},"de collega met wie je werkt","Betrekkelijke bijzin",{"text":116,"category":114},"het bericht waarop je wacht",{"text":118,"category":114},"de arts aan wie je de sleutel geeft",{"text":120,"category":114},"het plan waarover zij praten",[105,114],"\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_dcd4818d-ca7f-46c9-affa-8504927001f3_hero.webp?v=1789831922",{"title":124,"slug":125,"language":126,"level":127},"Voorzetsel plus wie en waar plus voorzetsel","voorzetsel-plus-wie-en-waar-plus-voorzetsel","nl","B1"]