[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-c347-7551-bebd-29bcf114126a":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-8cde-7300-830a-aa5794a4dc20":266},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":265},"01a0ba4b-c347-7551-bebd-29bcf114126a","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8cde-7300-830a-aa5794a4dc20","Kies het vraagwoord","Kies het vraagwoord dat precies past bij het antwoord en de informatie die je zoekt.","Vraagwoorden kiezen: wie, wat, waar, wanneer","Kies het vraagwoord dat past bij het antwoord, zoals wie, waar of wanneer, in eenvoudige vragen over docenten, familie, wonen en tijden op A1-niveau.",0,"word_select",[13,35,52,68,84,100,116,134,152,168,185,201,217,233,249],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":10,"explanation":16,"exampleSentence":17,"blanks":18},"01a0ba4b-c347-772d-bebd-29bcf40c494c","__1__ is je nieuwe docent? — Meneer De Jong.","Het antwoord noemt een persoon. Daarom begint de vraag met wie.","Wie is die vrouw? — Dat is mijn buurvrouw.",[19],{"id":20,"blankNumber":21,"options":22},"01a0ba4b-c347-76e1-bebd-29bcf317dcb0",1,[23,27,31],{"id":24,"optionText":25,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c347-7651-bebd-29bcf17aff6a","Wie",true,{"id":28,"optionText":29,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-c347-7691-bebd-29bcf217ea3e","Waar",false,{"id":32,"optionText":33,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c347-76b9-bebd-29bcf2803fc7","Wat",2,{"id":36,"sentenceTemplate":37,"displayOrder":21,"explanation":38,"exampleSentence":39,"blanks":40},"01a0ba4b-c347-7819-bebd-29bcf6c4612f","__1__ woont je zus? — In Groningen.","In Groningen is een plaats. Met waar vraag je naar een plaats.","Waar werkt Amir? — In het ziekenhuis.",[41],{"id":42,"blankNumber":21,"options":43},"01a0ba4b-c347-77e1-bebd-29bcf627550c",[44,47,49],{"id":45,"optionText":46,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c347-777d-bebd-29bcf4d95c9b","Wanneer",{"id":48,"optionText":29,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-c347-77a1-bebd-29bcf50ae11a",{"id":50,"optionText":51,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c347-77c1-bebd-29bcf550856f","Hoe",{"id":53,"sentenceTemplate":54,"displayOrder":34,"explanation":55,"exampleSentence":56,"blanks":57},"01a0ba4b-c347-78f9-bebd-29bcf9a71576","__1__ ga je naar de markt? — Zaterdag.","Zaterdag is een moment. Daarom gebruik je wanneer om naar de tijd te vragen.","Wanneer komt de bus? — Over tien minuten.",[58],{"id":59,"blankNumber":21,"options":60},"01a0ba4b-c347-78c1-bebd-29bcf8d6ce71",[61,63,66],{"id":62,"optionText":29,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c347-785d-bebd-29bcf783e40f",{"id":64,"optionText":65,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-c347-7881-bebd-29bcf79f20ab","Waarom",{"id":67,"optionText":46,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c347-78a1-bebd-29bcf87c3ae6",{"id":69,"sentenceTemplate":70,"displayOrder":71,"explanation":72,"exampleSentence":73,"blanks":74},"01a0ba4b-c347-79e5-bebd-29bcfb980ef9","__1__ blijft Rosa vandaag thuis? — Omdat ze ziek is.",3,"Het antwoord met omdat geeft een reden. Naar een reden vraag je met waarom.","Waarom neem je de trein? — Omdat mijn fiets kapot is.",[75],{"id":76,"blankNumber":21,"options":77},"01a0ba4b-c347-79ad-bebd-29bcfb9342bf",[78,80,82],{"id":79,"optionText":65,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c347-7939-bebd-29bcfa92ab1d",{"id":81,"optionText":25,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-c347-796d-bebd-29bcfaaeab14",{"id":83,"optionText":51,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c347-798d-bebd-29bcfb7062b9",{"id":85,"sentenceTemplate":86,"displayOrder":87,"explanation":88,"exampleSentence":89,"blanks":90},"01a0ba4b-c347-7abd-bebd-29bcfe575f99","__1__ koop je bij de bakker? — Een volkorenbrood.",4,"Een volkorenbrood is een ding. Met wat vraag je naar het ding dat iemand koopt.","Wat drinkt Noor? — Een glas water.",[91],{"id":92,"blankNumber":21,"options":93},"01a0ba4b-c347-7a85-bebd-29bcfdab854c",[94,96,98],{"id":95,"optionText":29,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c347-7a25-bebd-29bcfba7c1a2",{"id":97,"optionText":33,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-c347-7a49-bebd-29bcfbc9feb5",{"id":99,"optionText":25,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c347-7a69-bebd-29bcfcbea5fc",{"id":101,"sentenceTemplate":102,"displayOrder":103,"explanation":104,"exampleSentence":105,"blanks":106},"01a0ba4b-c347-7b95-bebd-29bd010bedc5","__1__ gaat u naar het station? — Met de tram.",5,"Met de tram vertelt op welke manier u reist. Met hoe vraag je naar die manier.","Hoe ga jij naar je werk? — Met de fiets.",[107],{"id":108,"blankNumber":21,"options":109},"01a0ba4b-c347-7b5d-bebd-29bd008c1bf0",[110,112,114],{"id":111,"optionText":29,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c347-7afd-bebd-29bcfeac0cf8",{"id":113,"optionText":46,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-c347-7b21-bebd-29bcff8c90f1",{"id":115,"optionText":51,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c347-7b41-bebd-29bd00843612",{"id":117,"sentenceTemplate":118,"displayOrder":119,"explanation":120,"exampleSentence":121,"blanks":122},"01a0ba4b-c347-7c71-bebd-29bd03d7ef04","__1__ appels koopt Mila? — Zes.",6,"Zes is een aantal. Hoeveel staat vóór appels als je naar het aantal vraagt.","Hoeveel studenten zitten in de klas? — Tien.",[123],{"id":124,"blankNumber":21,"options":125},"01a0ba4b-c347-7c39-bebd-29bd031e1dd1",[126,129,132],{"id":127,"optionText":128,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c347-7bd9-bebd-29bd01310e76","Hoeveel",{"id":130,"optionText":131,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-c347-7bf9-bebd-29bd0222bbd3","Welke",{"id":133,"optionText":33,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c347-7c1d-bebd-29bd0303687d",{"id":135,"sentenceTemplate":136,"displayOrder":137,"explanation":138,"exampleSentence":139,"blanks":140},"01a0ba4b-c347-7d51-bebd-29bd0601552a","Je wilt de precieze kloktijd weten: \"__1__ vertrekt de trein?\" — \"Om 07.45 uur.\"",7,"Hoe laat vraagt naar een kloktijd. De persoonsvorm vertrekt staat direct na deze vraagwoordgroep.","Hoe laat begint de voorstelling? — Om acht uur.",[141],{"id":142,"blankNumber":21,"options":143},"01a0ba4b-c347-7d1d-bebd-29bd053d34d8",[144,147,150],{"id":145,"optionText":146,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c347-7cb1-bebd-29bd0469318d","Hoe oud",{"id":148,"optionText":149,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-c347-7cd5-bebd-29bd0474c6ac","Hoe laat",{"id":151,"optionText":128,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c347-7cfd-bebd-29bd04e38204",{"id":153,"sentenceTemplate":154,"displayOrder":155,"explanation":156,"exampleSentence":157,"blanks":158},"01a0ba4b-c347-7e25-bebd-29bd08259cf4","__1__ is je dochter? — Ze is acht jaar.",8,"Acht jaar geeft een leeftijd. Naar een leeftijd vraag je met hoe oud.","Hoe oud is je broer? — Hij is twintig jaar.",[159],{"id":160,"blankNumber":21,"options":161},"01a0ba4b-c347-7ded-bebd-29bd08184432",[162,164,166],{"id":163,"optionText":128,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c347-7d91-bebd-29bd06ba9097",{"id":165,"optionText":149,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-c347-7db5-bebd-29bd06f27339",{"id":167,"optionText":146,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c347-7dd1-bebd-29bd07508b3b",{"id":169,"sentenceTemplate":170,"displayOrder":171,"explanation":172,"exampleSentence":173,"blanks":174},"01a0ba4b-c347-7ef9-bebd-29bd0a5a2d12","__1__ boek kies je uit deze drie? — Het rode boek.",9,"Boek is een enkelvoudig het-woord. Daarom gebruik je welk vóór boek.","Welk station is dichtbij? — Station Zuid.",[175],{"id":176,"blankNumber":21,"options":177},"01a0ba4b-c347-7ec1-bebd-29bd0a3df6c3",[178,181,183],{"id":179,"optionText":180,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c347-7e65-bebd-29bd08a7630a","Welk",{"id":182,"optionText":131,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-c347-7e89-bebd-29bd092b9447",{"id":184,"optionText":33,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c347-7ea5-bebd-29bd09b4e3fd",{"id":186,"sentenceTemplate":187,"displayOrder":188,"explanation":189,"exampleSentence":190,"blanks":191},"01a0ba4b-c348-702e-9ed6-393b9acd72b0","__1__ jas vindt Amir het mooist? — De blauwe jas.",10,"Jas is een de-woord. Daarom staat welke vóór het zelfstandig naamwoord.","Welke kleur kies jij? — Groen.",[192],{"id":193,"blankNumber":21,"options":194},"01a0ba4b-c347-7f99-bebd-29bd0c02faa8",[195,197,199],{"id":196,"optionText":180,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c347-7f39-bebd-29bd0aa01fda",{"id":198,"optionText":131,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-c347-7f59-bebd-29bd0b885fe0",{"id":200,"optionText":128,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c347-7f79-bebd-29bd0b97dcf1",{"id":202,"sentenceTemplate":203,"displayOrder":204,"explanation":205,"exampleSentence":206,"blanks":207},"01a0ba4b-c348-711a-9ed6-393b9d194b15","__1__ schoenen doe je vandaag aan? — De zwarte schoenen.",11,"Schoenen staat in het meervoud. Bij een meervoud gebruik je altijd welke.","Welke bloemen koop je? — De gele bloemen.",[208],{"id":209,"blankNumber":21,"options":210},"01a0ba4b-c348-70d6-9ed6-393b9c4dd96d",[211,213,215],{"id":212,"optionText":180,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c348-707a-9ed6-393b9b21e819",{"id":214,"optionText":128,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-c348-709e-9ed6-393b9bc5dafa",{"id":216,"optionText":131,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c348-70ba-9ed6-393b9c04b20d",{"id":218,"sentenceTemplate":219,"displayOrder":220,"explanation":221,"exampleSentence":222,"blanks":223},"01a0ba4b-c348-71f6-9ed6-393b9f848209","__1__ woont naast je? — Mijn buurvrouw.",12,"Wie vraagt hier naar de persoon die woont. Wie is zelf het onderwerp, dus er volgt geen tweede onderwerp.","Wie werkt vandaag? — Mijn collega werkt vandaag.",[224],{"id":225,"blankNumber":21,"options":226},"01a0ba4b-c348-71be-9ed6-393b9e973119",[227,229,231],{"id":228,"optionText":25,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c348-715e-9ed6-393b9d356bba",{"id":230,"optionText":33,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-c348-7182-9ed6-393b9dd0f7f8",{"id":232,"optionText":29,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c348-71a2-9ed6-393b9e0ff585",{"id":234,"sentenceTemplate":235,"displayOrder":236,"explanation":237,"exampleSentence":238,"blanks":239},"01a0ba4b-c348-72ca-9ed6-393ba27b9e24","__1__ ligt onder de stoel? — Mijn tas.",13,"De vraag zoekt het ding dat daar ligt. Wat is hier zelf het onderwerp van ligt.","Wat staat op het bureau? — Een computer.",[240],{"id":241,"blankNumber":21,"options":242},"01a0ba4b-c348-7296-9ed6-393ba1a41206",[243,245,247],{"id":244,"optionText":25,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c348-7236-9ed6-393b9f9ffbaf",{"id":246,"optionText":33,"isCorrect":26,"displayOrder":21},"01a0ba4b-c348-725a-9ed6-393ba06da771",{"id":248,"optionText":180,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c348-727a-9ed6-393ba0e22eb4",{"id":250,"sentenceTemplate":251,"displayOrder":252,"explanation":253,"exampleSentence":254,"blanks":255},"01a0ba4b-c348-73e2-9ed6-393ba59ff1a8","__1__ help jij na de les? — Ik help mijn nieuwe buurman.",14,"Wie vraagt naar de persoon die hulp krijgt. Jij is het onderwerp en staat na de persoonsvorm help.","Wie belt u vanmiddag? — Ik bel de tandarts.",[256],{"id":257,"blankNumber":21,"options":258},"01a0ba4b-c348-739e-9ed6-393ba55031cc",[259,261,263],{"id":260,"optionText":33,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c348-730e-9ed6-393ba349fd3c",{"id":262,"optionText":29,"isCorrect":30,"displayOrder":21},"01a0ba4b-c348-732e-9ed6-393ba43dcf9c",{"id":264,"optionText":25,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c348-734e-9ed6-393ba4fa4672","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_a8b54b25-155b-4cdb-af6b-8ec1c84076b3_hero.webp?v=1789831922",{"title":267,"slug":268,"language":269,"level":270},"Vraagwoorden in eenvoudige vragen","vraagwoorden-in-eenvoudige-vragen","nl","A1"]