[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-c362-7253-8be4-0695707b9ba4":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-8cde-7300-830a-aa5794a4dc20":300},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":299},"01a0ba4b-c362-7253-8be4-0695707b9ba4","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8cde-7300-830a-aa5794a4dc20","Kies de passende vraag","Kies de vraag die bij het antwoord past. Let ook op de plaats van de persoonsvorm en het onderwerp.","De passende vraag bij een antwoord kiezen","Kies de vraag die bij een gegeven antwoord past, met de persoonsvorm vóór het onderwerp, in korte vragen over werk, familiebezoek en dagelijkse plannen.",1,"word_select",[13,35,53,71,90,109,128,147,166,185,204,223,242,261,280],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":16,"explanation":17,"exampleSentence":18,"blanks":19},"01a0ba4b-c362-74a3-8be4-069572ff1b9b","Het antwoord is: \"Nora werkt in het ziekenhuis.\" Welke vraag past? __1__",0,"In het ziekenhuis is een plaats. In de vraag staan waar, de persoonsvorm werkt en daarna het onderwerp Nora.","Waar studeert Pablo? — Pablo studeert in Utrecht.",[20],{"id":21,"blankNumber":10,"options":22},"01a0ba4b-c362-7453-8be4-069572cc3586",[23,27,31],{"id":24,"optionText":25,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-c362-73bb-8be4-069570a7c3b2","Waar werkt Nora?",true,{"id":28,"optionText":29,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c362-7403-8be4-0695719c93e1","Waar Nora werkt?",false,{"id":32,"optionText":33,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c362-742f-8be4-0695724b1954","Wanneer werkt Nora?",2,{"id":36,"sentenceTemplate":37,"displayOrder":10,"explanation":38,"exampleSentence":39,"blanks":40},"01a0ba4b-c362-759f-8be4-069575957920","Het antwoord is: \"Sam bezoekt zijn opa op zondag.\" Welke vraag past? __1__","Op zondag is een tijd. Daarom begint de vraag met wanneer, gevolgd door bezoekt en Sam.","Wanneer belt Mila haar moeder? — Mila belt haar moeder vanavond.",[41],{"id":42,"blankNumber":10,"options":43},"01a0ba4b-c362-7567-8be4-069574ca4175",[44,47,50],{"id":45,"optionText":46,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-c362-7503-8be4-06957358342a","Waarom bezoekt Sam zijn opa?",{"id":48,"optionText":49,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c362-7527-8be4-069573ca9e37","Wanneer bezoekt Sam zijn opa?",{"id":51,"optionText":52,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c362-754b-8be4-069574b8273e","Wanneer Sam zijn opa bezoekt?",{"id":54,"sentenceTemplate":55,"displayOrder":34,"explanation":56,"exampleSentence":57,"blanks":58},"01a0ba4b-c362-767f-8be4-069577e3bb93","Het antwoord is: \"Lotte leert Duits omdat ze een nieuwe baan heeft.\" Welke vraag past? __1__","Omdat geeft een reden, dus waarom past. Na waarom komen de persoonsvorm leert en het onderwerp Lotte.","Waarom rent Karim? — Omdat hij te laat is.",[59],{"id":60,"blankNumber":10,"options":61},"01a0ba4b-c362-7647-8be4-069576f5a033",[62,65,68],{"id":63,"optionText":64,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-c362-75e7-8be4-069576314217","Hoe leert Lotte Duits?",{"id":66,"optionText":67,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c362-7607-8be4-069576615b4b","Waarom Lotte Duits leert?",{"id":69,"optionText":70,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c362-7627-8be4-069576769a9a","Waarom leert Lotte Duits?",{"id":72,"sentenceTemplate":73,"displayOrder":74,"explanation":75,"exampleSentence":76,"blanks":77},"01a0ba4b-c362-7757-8be4-06957a8e5e23","Het antwoord is: \"Karim gaat met de fiets naar school.\" Welke vraag past? __1__",3,"Met de fiets noemt de manier van reizen. De juiste volgorde is hoe, gaat en daarna Karim.","Hoe reist Elena naar Parijs? — Met de trein.",[78],{"id":79,"blankNumber":10,"options":80},"01a0ba4b-c362-7723-8be4-069579e68a7f",[81,84,87],{"id":82,"optionText":83,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-c362-76c3-8be4-069578015f8f","Hoe gaat Karim naar school?",{"id":85,"optionText":86,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c362-76e3-8be4-069578e6a983","Waar gaat Karim naar school?",{"id":88,"optionText":89,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c362-7703-8be4-06957962810d","Hoe Karim naar school gaat?",{"id":91,"sentenceTemplate":92,"displayOrder":93,"explanation":94,"exampleSentence":95,"blanks":96},"01a0ba4b-c362-782b-8be4-06957cc4713e","Het antwoord is: \"Eva leest een brief in de trein.\" Welke vraag past? __1__",4,"Een brief is het ding dat Eva leest. Na wat staan de persoonsvorm leest en het onderwerp Eva.","Wat maakt de kok? — De kok maakt soep.",[97],{"id":98,"blankNumber":10,"options":99},"01a0ba4b-c362-77f7-8be4-06957c47afab",[100,103,106],{"id":101,"optionText":102,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-c362-7797-8be4-06957b04fe44","Wie leest Eva in de trein?",{"id":104,"optionText":105,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c362-77b7-8be4-06957b2619cc","Wat leest Eva in de trein?",{"id":107,"optionText":108,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c362-77d7-8be4-06957b7197f8","Wat Eva in de trein leest?",{"id":110,"sentenceTemplate":111,"displayOrder":112,"explanation":113,"exampleSentence":114,"blanks":115},"01a0ba4b-c362-7913-8be4-06957ec79f3d","Het antwoord is: \"Mijn assistent komt morgen.\" Welke vraag past? __1__",5,"Wie vraagt naar de persoon die komt en is zelf het onderwerp. Daarom staat er geen tweede onderwerp na komt.","Wie wacht buiten? — De bezorger wacht buiten.",[116],{"id":117,"blankNumber":10,"options":118},"01a0ba4b-c362-78db-8be4-06957e7ce4de",[119,122,125],{"id":120,"optionText":121,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-c362-786f-8be4-06957d25cdd5","Wie komt hij morgen?",{"id":123,"optionText":124,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c362-789b-8be4-06957e06c27c","Wie hij morgen komt?",{"id":126,"optionText":127,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c362-78bf-8be4-06957e76de0d","Wie komt morgen?",{"id":129,"sentenceTemplate":130,"displayOrder":131,"explanation":132,"exampleSentence":133,"blanks":134},"01a0ba4b-c362-79eb-8be4-0695819a99a8","Het antwoord is: \"Zij belt vanavond haar moeder.\" Je vraagt naar haar moeder. Welke vraag past? __1__",6,"Wie vraagt naar de persoon die zij belt. Zij is het onderwerp en staat direct na de persoonsvorm belt.","Wie bezoekt hij zaterdag? — Hij bezoekt zijn oom.",[135],{"id":136,"blankNumber":10,"options":137},"01a0ba4b-c362-79b7-8be4-069580b9d91d",[138,141,144],{"id":139,"optionText":140,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-c362-7957-8be4-06957f675e6b","Wie belt zij vanavond?",{"id":142,"optionText":143,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c362-797b-8be4-06957f9ecf05","Wie zij vanavond belt?",{"id":145,"optionText":146,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c362-799b-8be4-06958095d037","Wie belt vanavond?",{"id":148,"sentenceTemplate":149,"displayOrder":150,"explanation":151,"exampleSentence":152,"blanks":153},"01a0ba4b-c362-7abb-8be4-069583d0fc41","Het antwoord is: \"De muziek stopt plotseling.\" Welke vraag past? __1__",7,"Wat vraagt naar het ding dat plotseling stopt. Wat is zelf het onderwerp, dus een extra onderwerp is niet nodig.","Wat begint om twaalf uur? — De pauze begint om twaalf uur.",[154],{"id":155,"blankNumber":10,"options":156},"01a0ba4b-c362-7a87-8be4-0695834fa32a",[157,160,163],{"id":158,"optionText":159,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-c362-7a2b-8be4-069581e41859","Wat de muziek plotseling stopt?",{"id":161,"optionText":162,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c362-7a4f-8be4-069582ac198d","Wat stopt plotseling?",{"id":164,"optionText":165,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c362-7a6b-8be4-069582d53ea7","Wat stopt de muziek plotseling?",{"id":167,"sentenceTemplate":168,"displayOrder":169,"explanation":170,"exampleSentence":171,"blanks":172},"01a0ba4b-c362-7b8f-8be4-06958603b109","Het antwoord is: \"De kok maakt tomatensoep.\" Je vraagt naar de soep. Welke vraag past? __1__",8,"Wat vraagt naar het ding dat de kok maakt. De kok blijft het onderwerp en staat na de persoonsvorm maakt.","Wat koopt Sara? — Sara koopt een jas.",[173],{"id":174,"blankNumber":10,"options":175},"01a0ba4b-c362-7b5b-8be4-069585231023",[176,179,182],{"id":177,"optionText":178,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-c362-7aff-8be4-0695845892f7","Wat de kok maakt?",{"id":180,"optionText":181,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c362-7b1f-8be4-069584b57cb6","Wie maakt de tomatensoep?",{"id":183,"optionText":184,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c362-7b3b-8be4-06958511313a","Wat maakt de kok?",{"id":186,"sentenceTemplate":187,"displayOrder":188,"explanation":189,"exampleSentence":190,"blanks":191},"01a0ba4b-c362-7c73-8be4-0695882b8ac8","Amir kiest uit drie stations en antwoordt: \"Ik gebruik station Noord.\" Welke vraag past? __1__",9,"Station is een enkelvoudig het-woord, dus welk is juist. De hele vraagwoordgroep Welk station staat vóór gebruikt.","Welk boek koopt Anna? — Anna koopt het kookboek.",[192],{"id":193,"blankNumber":10,"options":194},"01a0ba4b-c362-7c3b-8be4-06958805c6ca",[195,198,201],{"id":196,"optionText":197,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-c362-7bd3-8be4-069586d89645","Welk station gebruikt Amir?",{"id":199,"optionText":200,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c362-7bf3-8be4-069587013341","Welke station gebruikt Amir?",{"id":202,"optionText":203,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c362-7c1b-8be4-069587b2dbc0","Welk station Amir gebruikt?",{"id":205,"sentenceTemplate":206,"displayOrder":207,"explanation":208,"exampleSentence":209,"blanks":210},"01a0ba4b-c362-7d43-8be4-06958a83bb3c","Eva kiest een bus en antwoordt: \"Ik neem bus 12.\" Welke vraag past? __1__",10,"Bus is een de-woord, dus welke is juist. Na de vraagwoordgroep Welke bus staan neemt en Eva.","Welke route neemt u? — Ik neem de korte route.",[211],{"id":212,"blankNumber":10,"options":213},"01a0ba4b-c362-7d0f-8be4-06958a3d6299",[214,217,220],{"id":215,"optionText":216,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-c362-7cb3-8be4-069588d039ab","Welk bus neemt Eva?",{"id":218,"optionText":219,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c362-7cd3-8be4-069589954224","Welke bus neemt Eva?",{"id":221,"optionText":222,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c362-7cf3-8be4-069589b73ac3","Welke bus Eva neemt?",{"id":224,"sentenceTemplate":225,"displayOrder":226,"explanation":227,"exampleSentence":228,"blanks":229},"01a0ba4b-c362-7e13-8be4-06958c971915","Je vraagt naar een keuze uit meerdere boeken. Het antwoord is: \"Ik lees de twee dunne boeken.\" __1__",11,"Boeken is meervoud, dus welke is juist. De persoonsvorm lees staat direct na de volledige vraagwoordgroep.","Welke tijdschriften koopt u? — Ik koop de reistijdschriften.",[230],{"id":231,"blankNumber":10,"options":232},"01a0ba4b-c362-7ddf-8be4-06958c32bb64",[233,236,239],{"id":234,"optionText":235,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-c362-7d83-8be4-06958acab011","Welk boeken lees jij?",{"id":237,"optionText":238,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c362-7da7-8be4-06958b66c4f9","Welke boeken jij leest?",{"id":240,"optionText":241,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c362-7dc3-8be4-06958bf9406e","Welke boeken lees jij?",{"id":243,"sentenceTemplate":244,"displayOrder":245,"explanation":246,"exampleSentence":247,"blanks":248},"01a0ba4b-c362-7ee3-8be4-06958eb81443","Het antwoord is: \"De film begint om kwart over acht.\" Welke vraag naar de kloktijd past? __1__",12,"Hoe laat vraagt naar de kloktijd. Na deze vraagwoordgroep volgen de persoonsvorm begint en het onderwerp de film.","Hoe laat sluit de winkel? — De winkel sluit om zes uur.",[249],{"id":250,"blankNumber":10,"options":251},"01a0ba4b-c362-7eaf-8be4-06958ea4e222",[252,255,258],{"id":253,"optionText":254,"isCorrect":26,"displayOrder":16},"01a0ba4b-c362-7e53-8be4-06958cf4cc76","Hoe laat begint de film?",{"id":256,"optionText":257,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c362-7e77-8be4-06958d7b245f","Hoe laat de film begint?",{"id":259,"optionText":260,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c362-7e93-8be4-06958e33c7d3","Hoeveel begint de film?",{"id":262,"sentenceTemplate":263,"displayOrder":264,"explanation":265,"exampleSentence":266,"blanks":267},"01a0ba4b-c363-7018-95e6-58e319e79e25","Het antwoord is: \"Mijn zus is negentien jaar.\" Welke vraag past? __1__",13,"Negentien jaar is een leeftijd. Hoe oud vormt samen de vraagwoordgroep vóór is en je zus.","Hoe oud is uw zoon? — Hij is twaalf jaar.",[268],{"id":269,"blankNumber":10,"options":270},"01a0ba4b-c362-7f87-8be4-069590e19f6d",[271,274,277],{"id":272,"optionText":273,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-c362-7f23-8be4-06958f8d3a1b","Hoeveel oud is je zus?",{"id":275,"optionText":276,"isCorrect":26,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c362-7f43-8be4-06958fff5c55","Hoe oud is je zus?",{"id":278,"optionText":279,"isCorrect":30,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c362-7f63-8be4-06959021ecc3","Hoe oud je zus is?",{"id":281,"sentenceTemplate":282,"displayOrder":283,"explanation":284,"exampleSentence":285,"blanks":286},"01a0ba4b-c363-70f4-95e6-58e31d677257","Het antwoord is: \"De klas heeft vierentwintig stoelen.\" Welke vraag past? __1__",14,"Vierentwintig is een aantal, dus hoeveel is juist en wordt als één woord geschreven. Daarna volgen stoelen, heeft en de klas.","Hoeveel ramen heeft het huis? — Het huis heeft zes ramen.",[287],{"id":288,"blankNumber":10,"options":289},"01a0ba4b-c363-70c0-95e6-58e31c69c21c",[290,293,296],{"id":291,"optionText":292,"isCorrect":30,"displayOrder":16},"01a0ba4b-c363-7060-95e6-58e31a6af42a","Hoeveel stoelen de klas heeft?",{"id":294,"optionText":295,"isCorrect":30,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c363-7084-95e6-58e31ae9e0ed","Hoe veel stoelen heeft de klas?",{"id":297,"optionText":298,"isCorrect":26,"displayOrder":34},"01a0ba4b-c363-70a0-95e6-58e31bc6ba55","Hoeveel stoelen heeft de klas?","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_50eec370-0693-42e6-b83c-7a50117ae312_hero.webp?v=1789831922",{"title":301,"slug":302,"language":303,"level":304},"Vraagwoorden in eenvoudige vragen","vraagwoorden-in-eenvoudige-vragen","nl","A1"]