[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-exercise-01a0ba4b-c4f9-7a35-8086-ea7b04083920":3,"grammar-exercise-lesson-01a0ba4b-8d00-7c9f-b91d-b3f67e369916":283},{"id":4,"grammarPage":5,"title":6,"instructions":7,"seoTitle":8,"seoDescription":9,"displayOrder":10,"type":11,"questions":12,"ogImageUrl":282},"01a0ba4b-c4f9-7a35-8086-ea7b04083920","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8d00-7c9f-b91d-b3f67e369916","Bouw wederkerende zinnen","Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg.","Zinnen bouwen met wederkerende werkwoorden","Bouw mededelingen en vragen met wederkerende werkwoorden door woordtegels in de juiste volgorde te zetten, zoals ik heb me vergist en haast jij je.",2,"sentence_builder",[13,40,64,85,107,133,154,174,196,218,240,261],{"id":14,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":16,"explanation":17,"exampleSentence":18,"blanks":19},"01a0ba4b-c4f9-7c0d-8086-ea7b069993c6","Bouw de zin: __1__",0,"Ik staat door de hoofdletter vooraan. Daarna volgt de persoonsvorm heb. Me verwijst terug naar ik en staat vóór het voltooid deelwoord vergist, dat door de punt achteraan staat.","Ik heb me voorgesteld.",[20],{"id":21,"blankNumber":22,"options":23,"tiles":35},"01a0ba4b-c4f9-7bc1-8086-ea7b06920d9b",1,[24,28,32],{"id":25,"optionText":26,"isCorrect":27,"displayOrder":16},"01a0ba4b-c4f9-7b39-8086-ea7b04c23568","Ik heb me vergist.",true,{"id":29,"optionText":30,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-c4f9-7b75-8086-ea7b0565828d","hebt",false,{"id":33,"optionText":34,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c4f9-7b9d-8086-ea7b06387029","zich",[36,37,38,39],"Ik","heb","me","vergist.",{"id":41,"sentenceTemplate":42,"displayOrder":22,"explanation":43,"exampleSentence":44,"blanks":45},"01a0ba4b-c4f9-7d0d-8086-ea7b09799df4","Bouw de vraag: __1__","Haast opent de ja-neevraag; bij het onderwerp jij in inversie vervalt de t, dus Haast en niet Haasten, dat bij wij of jullie hoort. Je verwijst terug naar jij en staat na het onderwerp, vóór de bepaling voor de trein.","Voel jij je beter?",[46],{"id":47,"blankNumber":22,"options":48,"tiles":57},"01a0ba4b-c4f9-7cd5-8086-ea7b089a955f",[49,52,55],{"id":50,"optionText":51,"isCorrect":27,"displayOrder":16},"01a0ba4b-c4f9-7c5d-8086-ea7b07602425","Haast jij je voor de trein?",{"id":53,"optionText":54,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-c4f9-7c81-8086-ea7b07977884","Haasten",{"id":56,"optionText":34,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c4f9-7cb5-8086-ea7b08323bee",[58,59,60,61,62,63],"Haast","jij","je","voor","de","trein?",{"id":65,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":10,"explanation":66,"exampleSentence":67,"blanks":68},"01a0ba4b-c4f9-7de5-8086-ea7b0adec1ce","U staat door de hoofdletter vooraan. Daarna volgen de persoonsvorm kunt en het wederkerende zich. Omkleden blijft één infinitief en staat door de punt achteraan.","U kunt zich voorstellen.",[69],{"id":70,"blankNumber":22,"options":71,"tiles":81},"01a0ba4b-c4f9-7db1-8086-ea7b0ad820be",[72,75,78],{"id":73,"optionText":74,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-c4f9-7d51-8086-ea7b097d9109","kunnen",{"id":76,"optionText":77,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-c4f9-7d75-8086-ea7b09ff6b36","uw",{"id":79,"optionText":80,"isCorrect":27,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c4f9-7d91-8086-ea7b0a15be6a","U kunt zich omkleden.",[82,83,34,84],"U","kunt","omkleden.",{"id":86,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":87,"explanation":88,"exampleSentence":89,"blanks":90},"01a0ba4b-c4f9-7eb5-8086-ea7b0d1a834b",3,"Hij staat vooraan en krijgt voelt als persoonsvorm. Zich verwijst terug naar hij en staat vóór het bijvoeglijk naamwoord moe, dat door de punt achteraan blijft.","Amir voelt zich goed.",[91],{"id":92,"blankNumber":22,"options":93,"tiles":103},"01a0ba4b-c4f9-7e81-8086-ea7b0ce659da",[94,97,100],{"id":95,"optionText":96,"isCorrect":27,"displayOrder":16},"01a0ba4b-c4f9-7e25-8086-ea7b0b3b13a0","Hij voelt zich moe.",{"id":98,"optionText":99,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-c4f9-7e49-8086-ea7b0bd73cf1","voel",{"id":101,"optionText":102,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c4f9-7e65-8086-ea7b0c180f98","hem",[104,105,34,106],"Hij","voelt","moe.",{"id":108,"sentenceTemplate":109,"displayOrder":110,"explanation":111,"exampleSentence":112,"blanks":113},"01a0ba4b-c4f9-7f85-8086-ea7b0febe8ee","Bouw de zin met een bijzin: __1__",4,"Ik opent de hoofdzin, gevolgd door de persoonsvorm blijf en de plaats thuis. Omdat leidt de bijzin in: daarna staan het onderwerp ik, het wederkerende me, de ontkenning en de bepaling, en de persoonsvorm voel staat in de bijzin achteraan. Zich past niet bij het onderwerp ik.","Ze blijft thuis omdat ze zich moe voelt.",[114],{"id":115,"blankNumber":22,"options":116,"tiles":125},"01a0ba4b-c4f9-7f51-8086-ea7b0f142524",[117,119,122],{"id":118,"optionText":34,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-c4f9-7ef9-8086-ea7b0d674b7b",{"id":120,"optionText":121,"isCorrect":27,"displayOrder":22},"01a0ba4b-c4f9-7f19-8086-ea7b0e325cf4","Ik blijf thuis omdat ik me niet lekker voel.",{"id":123,"optionText":124,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c4f9-7f35-8086-ea7b0ecb8b6d","voelen",[36,126,127,128,129,38,130,131,132],"blijf","thuis","omdat","ik","niet","lekker","voel.",{"id":134,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":135,"explanation":136,"exampleSentence":137,"blanks":138},"01a0ba4b-c4fa-70d6-a7e6-ef5d389f07e3",5,"Jullie staat door de hoofdletter vooraan, gevolgd door de persoonsvorm haasten. Je verwijst terug naar jullie; zich past niet bij dit onderwerp. De bepaling voor de bus staat vóór de punt achteraan.","Jullie voelen je moe.",[139],{"id":140,"blankNumber":22,"options":141,"tiles":150},"01a0ba4b-c4fa-708e-a7e6-ef5d3875f2af",[142,145,147],{"id":143,"optionText":144,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-c4fa-7026-a7e6-ef5d37b8325a","haast",{"id":146,"optionText":34,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-c4fa-704e-a7e6-ef5d37d125db",{"id":148,"optionText":149,"isCorrect":27,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c4fa-7072-a7e6-ef5d3838c8a9","Jullie haasten je voor de bus.",[151,152,60,61,62,153],"Jullie","haasten","bus.",{"id":155,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":156,"explanation":157,"exampleSentence":158,"blanks":159},"01a0ba4b-c4fa-71aa-a7e6-ef5d3b03adfe",6,"Ze staat vooraan, gevolgd door stellen (meervoud). Zich verwijst terug naar ze. Het scheidbare deel voor staat door de punt achteraan; voelt of voelen past niet bij het wederkerende zich voorstellen.","De gasten kleden zich om.",[160],{"id":161,"blankNumber":22,"options":162,"tiles":170},"01a0ba4b-c4fa-7176-a7e6-ef5d3a98899f",[163,165,167],{"id":164,"optionText":105,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-c4fa-711a-a7e6-ef5d39645b33",{"id":166,"optionText":124,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-c4fa-713a-a7e6-ef5d399163f7",{"id":168,"optionText":169,"isCorrect":27,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c4fa-715a-a7e6-ef5d3a1dbede","Ze stellen zich voor.",[171,172,34,173],"Ze","stellen","voor.",{"id":175,"sentenceTemplate":15,"displayOrder":176,"explanation":177,"exampleSentence":178,"blanks":179},"01a0ba4b-c4fa-727a-a7e6-ef5d3c4d8c27",7,"Ik staat vooraan en krijgt trek als persoonsvorm. Me staat na trek en het losse deel terug van zich terugtrekken sluit de hoofdzin af. Zich past niet bij het onderwerp ik.","Ik kleed me om zeven uur aan.",[180],{"id":181,"blankNumber":22,"options":182,"tiles":191},"01a0ba4b-c4fa-724a-a7e6-ef5d3c44e65c",[183,186,188],{"id":184,"optionText":185,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-c4fa-71ea-a7e6-ef5d3bb439e6","trekt",{"id":187,"optionText":34,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-c4fa-720e-a7e6-ef5d3c0dee1e",{"id":189,"optionText":190,"isCorrect":27,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c4fa-722a-a7e6-ef5d3c376178","Ik trek me 's avonds terug.",[36,192,38,193,194,195],"trek","'s","avonds","terug.",{"id":197,"sentenceTemplate":42,"displayOrder":198,"explanation":199,"exampleSentence":200,"blanks":201},"01a0ba4b-c4fa-734a-a7e6-ef5d3eafe224",8,"Scheer opent de ja-neevraag; bij inversie met jij vervalt de t, dus Scheer en niet Scheren. Je verwijst terug naar jij; het voltooid deelwoord gescheren past niet bij deze tegenwoordige vraag.","Voelt zij zich vandaag beter?",[202],{"id":203,"blankNumber":22,"options":204,"tiles":214},"01a0ba4b-c4fa-7316-a7e6-ef5d3ead9953",[205,208,211],{"id":206,"optionText":207,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-c4fa-72be-a7e6-ef5d3d33bc53","gescheren",{"id":209,"optionText":210,"isCorrect":27,"displayOrder":22},"01a0ba4b-c4fa-72de-a7e6-ef5d3dc8b0a6","Scheer jij je elke ochtend?",{"id":212,"optionText":213,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c4fa-72fa-a7e6-ef5d3e753e35","Scheren",[215,59,60,216,217],"Scheer","elke","ochtend?",{"id":219,"sentenceTemplate":220,"displayOrder":221,"explanation":222,"exampleSentence":223,"blanks":224},"01a0ba4b-c4fa-7482-a7e6-ef5d419761cc","Niemand helpt mij. Bouw de zin: __1__",9,"Door het contrast met niemand helpt mij legt de vorm met -zelf de nadruk op ik: mezelf. Ik staat vooraan en krijgt kleed als persoonsvorm; het losse deel aan sluit de hoofdzin af. Zich past niet bij het onderwerp ik.","Ik was mezelf, niet de baby.",[225],{"id":226,"blankNumber":22,"options":227,"tiles":236},"01a0ba4b-c4fa-7446-a7e6-ef5d409a075f",[228,231,234],{"id":229,"optionText":230,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-c4fa-73b2-a7e6-ef5d3f7c08b4","kleedt",{"id":232,"optionText":233,"isCorrect":27,"displayOrder":22},"01a0ba4b-c4fa-73fe-a7e6-ef5d4041b172","Ik kleed mezelf aan.",{"id":235,"optionText":34,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c4fa-7426-a7e6-ef5d4087c1e3",[36,237,238,239],"kleed","mezelf","aan.",{"id":241,"sentenceTemplate":242,"displayOrder":243,"explanation":244,"exampleSentence":245,"blanks":246},"01a0ba4b-c4fa-7566-a7e6-ef5d4439f3a3","Bouw de zin met een modaal en een infinitief: __1__",10,"Ik staat door de hoofdletter vooraan, gevolgd door de persoonsvorm wil. Me verwijst terug naar ik en staat direct na wil, vóór de bepaling snel en de infinitiefgroep omkleden achteraan.","Ik wil me even voorstellen.",[247],{"id":248,"blankNumber":22,"options":249,"tiles":258},"01a0ba4b-c4fa-752e-a7e6-ef5d43f3e745",[250,253,256],{"id":251,"optionText":252,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-c4fa-74d2-a7e6-ef5d42194de6","omkleedt",{"id":254,"optionText":255,"isCorrect":27,"displayOrder":22},"01a0ba4b-c4fa-74f2-a7e6-ef5d428e7021","Ik wil me snel omkleden.",{"id":257,"optionText":34,"isCorrect":31,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c4fa-7512-a7e6-ef5d43806253",[36,259,38,260,84],"wil","snel",{"id":262,"sentenceTemplate":263,"displayOrder":264,"explanation":265,"exampleSentence":266,"blanks":267},"01a0ba4b-c4fa-7636-a7e6-ef5d471826ce","Bouw de zin in de voltooide tijd: __1__",11,"In het perfectum staat heb na het onderwerp ik. De auto is het lijdend voorwerp en gewassen staat als voltooid deelwoord achteraan; de handeling gaat niet terug naar ik, dus er staat geen me.","Ik heb de fiets gerepareerd.",[268],{"id":269,"blankNumber":22,"options":270,"tiles":279},"01a0ba4b-c4fa-7602-a7e6-ef5d46566952",[271,273,276],{"id":272,"optionText":38,"isCorrect":31,"displayOrder":16},"01a0ba4b-c4fa-75a6-a7e6-ef5d4476d022",{"id":274,"optionText":275,"isCorrect":31,"displayOrder":22},"01a0ba4b-c4fa-75c6-a7e6-ef5d44fa548d","waste",{"id":277,"optionText":278,"isCorrect":27,"displayOrder":10},"01a0ba4b-c4fa-75e6-a7e6-ef5d45be0712","Ik heb de auto gewassen.",[36,37,62,280,281],"auto","gewassen.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_84eda8ee-e031-4015-b04c-436ef635b477_hero.webp?v=1789831922",{"title":284,"slug":285,"language":286,"level":287},"Wederkerende voornaamwoorden bij dagelijkse handelingen","wederkerende-voornaamwoorden-bij-dagelijkse-handelingen","nl","A2"]