[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-topic-hub-nl-voornaamwoordelijke-bijwoorden-precies-gebruiken-b2":3},{"id":4,"name":5,"slug":6,"language":7,"level":8,"introduction":9,"lessonCount":10,"totalExercises":11,"objectives":12,"prerequisites":16,"lessons":19},"01a0ba4b-87d8-77a5-b4d6-82307f7fec73","Voornaamwoordelijke bijwoorden precies gebruiken","voornaamwoordelijke-bijwoorden-precies-gebruiken-b2","nl","B2","Voornaamwoordelijke bijwoorden verbinden een vaste voorzetselrelatie met compacte verwijzing. Je kiest de vorm vanuit persoon of zaak en gebruikt waarvormen daarna in directe, ingebedde en betrekkelijke zinnen.",2,7,[13,14,15],"Naar zaken en personen met verschillende voorzetselconstructies verwijzen.","Er-, hier-, daar- en waarvormen vanuit het vaste voorzetsel vormen.","Waarvormen correct plaatsen en splitsen in vragen en betrekkelijke bijzinnen.",[17,18],"Je kent veelvoorkomende vaste voorzetsels bij werkwoorden.","Je kunt voornaamwoordelijke bijwoorden met er op B1-niveau gebruiken.",[20,41],{"id":21,"contentId":22,"slug":23,"title":24,"level":8,"summary":25,"order":26,"exercises":27},"01a0ba4b-8cb3-7b56-b860-963f7c68ebc0","pg_76b9ef13-87f5-4f2e-8f86-f385c18710aa","voornaamwoordelijke-bijwoorden-voor-zaken-en-personen","Voornaamwoordelijke bijwoorden voor zaken en personen","Kies er-, waar-, daar- of hier plus voorzetsel voor zaken en een persoonlijk voornaamwoord of wie voor personen.",1,[28,32,37],{"id":29,"title":30,"order":10,"type":31},"01a0ba4b-c19f-714c-b55a-6434dd78ef2a","Bouw verwijzingen naar zaken en personen","sentence_builder",{"id":33,"title":34,"order":35,"type":36},"01a0ba4b-c1b5-71a0-9af2-1d36dc1cea67","Verwijzen tijdens het werk",3,"word_select",{"id":38,"title":39,"order":40,"type":36},"01a0ba4b-c1cc-732d-a519-9613fe61780b","Vragen, beschrijven en nadruk leggen",4,{"id":42,"contentId":43,"slug":44,"title":45,"level":8,"summary":46,"order":10,"exercises":47},"01a0ba4b-8ce3-7e7a-9447-28112fcf53da","pg_ea975bc4-495f-4eb4-abbb-847dcb111c90","waarmee-waarover-en-waarop-in-vraag-en-verwijzing","Waarmee, waarover en waarop in vraag en verwijzing","Gebruik waarvormen compact of gesplitst in directe vragen, ingebedde vragen en betrekkelijke verwijzingen naar zaken en situaties.",[48,52,56,59],{"id":49,"title":50,"order":51,"type":31},"01a0ba4b-c393-74b1-8f4c-221a00d9a56d","Vragen stellen en verbanden leggen",0,{"id":53,"title":54,"order":26,"type":55},"01a0ba4b-c3a4-7539-a710-7d5dafeb845b","Verwijzen met het juiste voorzetsel","find_and_fix",{"id":57,"title":58,"order":10,"type":36},"01a0ba4b-c3af-7b0b-b541-7563e11975e7","Van directe vraag naar bijzin",{"id":60,"title":61,"order":35,"type":36},"01a0ba4b-c3c5-71dc-aad9-832e62e1966b","Verwijzen in een samenhangende tekst"]