[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-page-nl-betrekkelijke-bijwoorden-met-waar":3,"grammar-exercises-by-page-01a0ba4b-8896-7047-b4db-4fa96401be6c":290,"exercise-list-path-nl-none":320},{"id":4,"title":5,"slug":6,"seoDescription":7,"content":8,"language":9,"level":10,"displayOrder":11,"grammarTopics":12,"createdAt":19,"updatedAt":20,"vocabularyLists":21,"primaryTopicHub":287,"readyImages":289},"01a0ba4b-8896-7047-b4db-4fa96401be6c","Betrekkelijke bijwoorden met waar","betrekkelijke-bijwoorden-met-waar","Leer met waarin, waarop, waarmee en waarom informatie toevoegen over dingen, plaatsen, tijden en redenen in correcte Nederlandse betrekkelijke bijzinnen.","Een betrekkelijke bijzin geeft extra informatie over een zelfstandig naamwoord. Als er een voorzetsel bij een ding, plaats, tijd of idee hoort, gebruikt het Nederlands vaak **waar + voorzetsel**: *de stoel **waarop** ik zit*.\n\nNa deze les kun je:\n\n- een betrekkelijk bijwoord vormen met **waar**;\n- het voorzetsel kiezen dat bij de betekenis of het werkwoord hoort;\n- personen onderscheiden van dingen;\n- betrekkelijke bijzinnen met een natuurlijke werkwoordpositie bouwen.\n\n## 1. Van een voorzetselgroep naar een waarwoord\n\nBegin met twee zinnen.\n\n*Ik zit op deze stoel. De stoel is nieuw.*\n\nHet voorzetsel **op** hoort bij de relatie *zitten op*. In de betrekkelijke zin wordt *op deze stoel* vervangen door **waarop**:\n\n*De stoel **waarop ik zit**, is nieuw.*\n\n| Losse combinatie | Betrekkelijk bijwoord | Voorbeeld |\n| --- | --- | --- |\n| in het huis | waarin | het huis waarin wij wonen |\n| op de dag | waarop | de dag waarop de cursus begint |\n| met het gereedschap | waarmee | het gereedschap waarmee hij werkt |\n| over het voorstel | waarover | het voorstel waarover we stemmen |\n| van de regeling | waarvan | de regeling waarvan zij gebruikmaakt |\n\nDe volgorde keert om: **in + dat** wordt **waar + in**.\n\n## 2. Het voorzetsel komt uit de betekenis\n\nKies niet eerst een willekeurig waarwoord. Zoek de combinatie in de onderliggende zin.\n\n- wonen **in** een wijk → de wijk **waarin** ik woon;\n- wachten **op** een besluit → het besluit **waarop** we wachten;\n- praten **over** een probleem → het probleem **waarover** zij praten;\n- werken **aan** een plan → het plan **waaraan** het team werkt;\n- rekening houden **met** een risico → het risico **waarmee** we rekening houden.\n\n:::tip\nMaak eerst een gewone zin met het volledige zelfstandig naamwoord. Het voorzetsel in die zin bepaalt meestal het tweede deel van het waarwoord.\n:::\n\n## 3. Plaats en tijd\n\nBij een echte plaats kan **waar** alleen staan.\n\n- Dit is de stad **waar ik studeer**.\n- We zoeken een plek **waar kinderen veilig kunnen spelen**.\n\nEen combinatie met voorzetsel is preciezer wanneer de ruimtelijke relatie telt.\n\n- het gebouw **waarin** de bibliotheek zit;\n- het plein **waarop** de markt wordt gehouden;\n- de brug **waaronder** de boten varen;\n- de straat **waarlangs** de optocht trekt.\n\nBij tijd gebruikt het Nederlands vaak **waarop** of **waarin**: *de dag waarop we verhuisden*, *de periode waarin zij in België woonde*.\n\n## 4. Reden, manier en gevolg\n\nEnkele combinaties hebben een bredere betekenis.\n\n- de reden **waarom** de trein uitviel;\n- de manier **waarop** de medewerker reageerde;\n- het middel **waarmee** we de fout vonden;\n- de oorzaak **waardoor** de storing ontstond.\n\n**Waarom** na *de reden* is ingeburgerd, ook al zit het idee van een reden al in beide woorden. Je kunt ook schrijven: *de reden dat de trein uitviel*. Bij een gevolg verwijst **waardoor** vaak naar een hele voorafgaande situatie: *Er ontstond kortsluiting, waardoor het systeem uitviel.*\n\n:::note\nEen waarwoord kan dus een zelfstandig naamwoord nader bepalen of naar een hele zin terugwijzen. Kijk naar het woord of de gedachte waarop het betrekking heeft.\n:::\n\n## 5. Bij personen: voorzetsel + wie\n\nVoor een concrete persoon gebruik je meestal **voorzetsel + wie**, niet een waarwoord.\n\n- de collega **met wie** ik samenwerk;\n- de arts **op wie** we wachten;\n- de buurvrouw **aan wie** ik de sleutel geef;\n- de kandidaat **over wie** de commissie spreekt.\n\nVergelijk:\n\n| Persoon | Ding of onderwerp |\n| --- | --- |\n| de collega met wie ik werk | het systeem waarmee ik werk |\n| de arts op wie ik wacht | het antwoord waarop ik wacht |\n\nBij een organisatie kan het perspectief de keuze sturen. *De stichting waarvoor ik werk* behandelt de organisatie als zaak; *de mensen met wie ik werk* noemt personen.\n\n## 6. Werkwoord achteraan\n\nEen betrekkelijke zin is een bijzin. De persoonsvorm of werkwoordgroep staat achteraan.\n\n- het formulier **waarop uw naam staat**;\n- de cursus **waaraan ik vorig jaar heb deelgenomen**;\n- het onderwerp **waarover we morgen zullen beslissen**;\n- de reden **waarom de afspraak is verplaatst**.\n\nHet waarwoord staat aan het begin van de betrekkelijke bijzin. Zet daarna onderwerp en middenstuk vóór de werkwoordgroep.\n\n:::warning\nGebruik geen hoofdzinvolgorde na het waarwoord: niet *het plan waarover we beslissen morgen*, maar *het plan waarover we morgen beslissen*.\n:::\n\n## 7. Aaneen of gesplitst\n\nAls **waar** en het voorzetsel naast elkaar staan, schrijf je ze aaneen: **waarop**, **waarmee**, **waarover**. In spreektaal en veel neutrale zinnen kan het voorzetsel verderop staan.\n\n- de afspraak **waarop** ik wacht;\n- de afspraak **waar** ik al weken **op** wacht;\n- het voorstel **waarover** we praten;\n- het voorstel **waar** we morgen **over** praten.\n\nBeide patronen kunnen standaardtaal zijn. De aaneengeschreven vorm is compact en vaak handig in formele teksten; de gesplitste vorm klinkt dikwijls natuurlijk in gesprekken. Wees vooral consequent binnen een zin: schrijf niet *waar op* wanneer de delen direct naast elkaar staan.\n\n:::example\n**Gewone zin:** We hebben lang aan dit project gewerkt.\n\n**Compact:** Dit is het project **waaraan we lang hebben gewerkt**.\n\n**Gesplitst:** Dit is het project **waar we lang aan hebben gewerkt**.\n:::\n\n## 8. Controleer de verwijzing\n\n1. Welk zelfstandig naamwoord krijgt extra informatie?\n2. Welke gewone combinatie met voorzetsel ligt eronder?\n3. Is de verwijzing een persoon? Kies dan meestal **voorzetsel + wie**.\n4. Is het een ding, plaats, tijd of idee? Vorm **waar + voorzetsel**.\n5. Zet de werkwoordgroep achteraan.\n6. Staan waar en het voorzetsel naast elkaar? Schrijf ze aaneen.\n\nZo blijft de relatie precies: niet alleen *het plan dat we bespreken*, maar ook *het plan **waarover** we morgen beslissen*.","nl","B1",133,[13],{"id":14,"name":15,"level":10,"language":9,"isCompleted":16,"completionPercentage":17,"totalExercises":18,"completedExercises":17},"01a0ba4b-87c2-7998-9059-bc3ff2a5795a","Precies verwijzen in betrekkelijke bijzinnen",false,0,15,"2026-09-19T15:31:47+00:00","2026-10-11T12:53:41+00:00",[22],{"id":23,"title":24,"vocabularyListWords":25,"isPublished":40},"01a0ba4c-41d5-7748-9eaf-837eb875c2cc","Waarwoorden met verschillende voorzetsels",[26,43,53,65,74,85,95,103,113,123,135,149,158,176,193,209,220,241,252,273],{"id":27,"vocabularyWord":28,"displayOrder":41},"01a0ba4c-41d5-77ac-9eaf-837eb90a509a",{"id":29,"word":30,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":33,"partsOfSpeech":34,"audio":40,"audioUrl":42},"01a0ba4b-d748-7c05-9ee8-003a4e19d314","waar",10,"A1","tts_a8c14dd28172b1d0_nl-NL.mp3",[35],{"id":36,"partOfSpeech":37,"definition":38,"exampleSentences":39,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d759-77fc-afe6-cd9a847c91a7","ADVERB","Vraagwoord waarmee naar een plaats wordt gevraagd.","Waar woont jouw broer?",true,1,"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_a8c14dd28172b1d0_nl-NL.mp3",{"id":44,"vocabularyWord":45,"displayOrder":52},"01a0ba4c-41d5-77e0-9eaf-837eb9e493fc",{"id":46,"word":47,"frequency":48,"level":10,"language":9,"audioFilePath":49,"partsOfSpeech":50,"audio":40,"audioUrl":51},"01a0ba4b-dbb0-7565-8a0c-365618ad6c0d","waarin",7,"tts_6da10676dccd45dd_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_6da10676dccd45dd_nl-NL.mp3",2,{"id":54,"vocabularyWord":55,"displayOrder":64},"01a0ba4c-41d5-7800-9eaf-837eba1a045a",{"id":56,"word":57,"frequency":48,"level":10,"language":9,"audioFilePath":58,"partsOfSpeech":59,"audio":40,"audioUrl":63},"01a0ba4b-dca2-7d66-a0d9-d0e6ab988777","waarop","tts_b0ccc29c47dda05f_nl-NL.mp3",[60],{"id":61,"partOfSpeech":37,"definition":62,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-dcc2-707d-8514-2c01659a4b88","","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_b0ccc29c47dda05f_nl-NL.mp3",3,{"id":66,"vocabularyWord":67,"displayOrder":73},"01a0ba4c-41d5-7824-9eaf-837eba4c3cd2",{"id":68,"word":69,"frequency":48,"level":10,"language":9,"audioFilePath":70,"partsOfSpeech":71,"audio":40,"audioUrl":72},"01a0ba4b-d911-7163-8879-59207e43e97d","waarmee","tts_1b4f38f0b3ac9eaa_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_1b4f38f0b3ac9eaa_nl-NL.mp3",4,{"id":75,"vocabularyWord":76,"displayOrder":84},"01a0ba4c-41d5-7840-9eaf-837ebb3482f1",{"id":77,"word":78,"frequency":52,"level":10,"language":9,"audioFilePath":79,"partsOfSpeech":80,"audio":40,"audioUrl":83},"01a0ba4b-e04a-7977-be2f-9a9d953f2d78","waarover","tts_1b72ee3ef3ec059c_nl-NL.mp3",[81],{"id":82,"partOfSpeech":37,"definition":62,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-e089-701e-bfd1-2dc5a1a13bae","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_1b72ee3ef3ec059c_nl-NL.mp3",5,{"id":86,"vocabularyWord":87,"displayOrder":94},"01a0ba4c-41d5-7860-9eaf-837ebbb2e21b",{"id":88,"word":89,"frequency":90,"level":10,"language":9,"audioFilePath":91,"partsOfSpeech":92,"audio":40,"audioUrl":93},"01a0ba4b-db0f-7811-99f2-0b2aa57fe373","waarvan",8,"tts_f829fccd61d9ed8f_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_f829fccd61d9ed8f_nl-NL.mp3",6,{"id":96,"vocabularyWord":97,"displayOrder":48},"01a0ba4c-41d5-787c-9eaf-837ebbeb6b99",{"id":98,"word":99,"frequency":48,"level":10,"language":9,"audioFilePath":100,"partsOfSpeech":101,"audio":40,"audioUrl":102},"01a0ba4b-dba4-74ea-b8fd-d80ec839d711","waaraan","tts_523dd5295ab345d7_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_523dd5295ab345d7_nl-NL.mp3",{"id":104,"vocabularyWord":105,"displayOrder":90},"01a0ba4c-41d5-7898-9eaf-837ebc8dae02",{"id":106,"word":107,"frequency":48,"level":10,"language":9,"audioFilePath":108,"partsOfSpeech":109,"audio":40,"audioUrl":112},"01a0ba4b-e522-75da-be74-27ddc3cc4446","waaronder","tts_4a96d568b1a8b974_nl-NL.mp3",[110],{"id":111,"partOfSpeech":37,"definition":62,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-e52f-7a2a-b8a0-7c156168f14b","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_4a96d568b1a8b974_nl-NL.mp3",{"id":114,"vocabularyWord":115,"displayOrder":122},"01a0ba4c-41d5-78b8-9eaf-837ebd334e20",{"id":116,"word":117,"frequency":41,"level":118,"language":9,"audioFilePath":119,"partsOfSpeech":120,"audio":40,"audioUrl":121},"01a0ba4b-dc00-78ae-b702-e306a6f98127","waarlangs","C1","tts_846063c7e9d20088_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_846063c7e9d20088_nl-NL.mp3",9,{"id":124,"vocabularyWord":125,"displayOrder":31},"01a0ba4c-41d5-78e4-9eaf-837ebdd95287",{"id":126,"word":127,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":128,"partsOfSpeech":129,"audio":40,"audioUrl":134},"01a0ba4b-d749-76d9-9bc5-a01e7788484d","waarom","tts_049585783d1683a2_nl-NL.mp3",[130],{"id":131,"partOfSpeech":37,"definition":132,"exampleSentences":133,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d759-790c-afe6-cd9a853e39bd","Vraagwoord waarmee naar een reden wordt gevraagd.","Waarom ga je vandaag niet werken?","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_049585783d1683a2_nl-NL.mp3",{"id":136,"vocabularyWord":137,"displayOrder":148},"01a0ba4c-41d5-7900-9eaf-837ebe6f55dc",{"id":138,"word":139,"frequency":90,"level":140,"language":9,"audioFilePath":141,"partsOfSpeech":142,"audio":40,"audioUrl":147},"01a0ba4b-e04d-7036-af33-cf8ebd7b2d61","waardoor","B2","tts_749857d85d54bae9_nl-NL.mp3",[143],{"id":144,"partOfSpeech":37,"definition":145,"exampleSentences":146,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-e089-74be-bfd1-2dc5a2f3c1fc","Woord dat verwijst naar een eerder genoemde oorzaak en het gevolg ervan inleidt.","Het systeem viel uit, waardoor de aanvraag niet kon worden verwerkt.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_749857d85d54bae9_nl-NL.mp3",11,{"id":150,"vocabularyWord":151,"displayOrder":157},"01a0ba4c-41d5-791c-9eaf-837ebef2247e",{"id":152,"word":153,"frequency":48,"level":10,"language":9,"audioFilePath":154,"partsOfSpeech":155,"audio":40,"audioUrl":156},"01a0ba4b-db0d-72da-853f-4d18715c78ce","waarvoor","tts_8f00adaa01c004c1_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_8f00adaa01c004c1_nl-NL.mp3",12,{"id":159,"vocabularyWord":160,"displayOrder":175},"01a0ba4c-41d5-7938-9eaf-837ebf6abd1b",{"id":161,"word":162,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":163,"partsOfSpeech":164,"audio":40,"audioUrl":174},"01a0ba4b-d54d-74ae-86ab-e12e5ca1207d","in","tts_7190313e86ecc8f6_nl-NL.mp3",[165,170],{"id":166,"partOfSpeech":167,"definition":168,"exampleSentences":169,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d565-7b28-a20d-839bb4067a0e","PREPOSITION","Geeft aan dat iets zich binnen een plaats of ruimte bevindt.","De melk staat in de koelkast.",{"id":171,"partOfSpeech":167,"definition":172,"exampleSentences":173,"isPrimary":16,"meaningOrder":52},"01a0ba4b-d565-7b6c-a20d-839bb4cc4885","Geeft een periode aan waarbinnen iets gebeurt.","Wij gaan in de zomer op vakantie.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_7190313e86ecc8f6_nl-NL.mp3",13,{"id":177,"vocabularyWord":178,"displayOrder":192},"01a0ba4c-41d5-7950-9eaf-837ec056c8fb",{"id":179,"word":180,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":181,"partsOfSpeech":182,"audio":40,"audioUrl":191},"01a0ba4b-d6d2-764c-a5fe-4e6b3002035f","op","tts_d12147bbcd9fbde7_nl-NL.mp3",[183,187],{"id":184,"partOfSpeech":167,"definition":185,"exampleSentences":186,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d6de-7dcb-9471-be6b328006b0","Geeft aan dat iets rust of gebeurt aan de bovenkant van iets anders.","Het bord staat op de tafel.",{"id":188,"partOfSpeech":167,"definition":189,"exampleSentences":190,"isPrimary":16,"meaningOrder":52},"01a0ba4b-d6de-7e0f-9471-be6b328bb2ac","Geeft een dag of bepaald tijdstip aan.","Op maandag heb ik een afspraak.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_d12147bbcd9fbde7_nl-NL.mp3",14,{"id":194,"vocabularyWord":195,"displayOrder":18},"01a0ba4c-41d5-7970-9eaf-837ec07e6945",{"id":196,"word":197,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":198,"partsOfSpeech":199,"audio":40,"audioUrl":208},"01a0ba4b-d5bc-7a8c-9237-436165148d88","met","tts_dc0e8d59d369958d_nl-NL.mp3",[200,204],{"id":201,"partOfSpeech":167,"definition":202,"exampleSentences":203,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d5fc-7f1a-9f37-be912805db1d","Geeft aan dat personen of dingen samen zijn of iets samen doen.","Ik woon met mijn zus in de stad.",{"id":205,"partOfSpeech":167,"definition":206,"exampleSentences":207,"isPrimary":16,"meaningOrder":52},"01a0ba4b-d5fc-7f62-9f37-be91281afae9","Geeft het middel of voorwerp aan waarmee iemand iets doet.","Hij schrijft de naam met een pen.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_dc0e8d59d369958d_nl-NL.mp3",{"id":210,"vocabularyWord":211,"displayOrder":219},"01a0ba4c-41d5-798c-9eaf-837ec120545c",{"id":212,"word":213,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":214,"partsOfSpeech":215,"audio":40,"audioUrl":218},"01a0ba4b-d6d3-7f2e-824a-0a4bc77338ca","over","tts_2898c0d58536e030_nl-NL.mp3",[216],{"id":217,"partOfSpeech":167,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d6df-7110-8a1b-af0b59941c49","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_2898c0d58536e030_nl-NL.mp3",16,{"id":221,"vocabularyWord":222,"displayOrder":240},"01a0ba4c-41d5-79ac-9eaf-837ec1fc9fdf",{"id":223,"word":224,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":225,"partsOfSpeech":226,"audio":40,"audioUrl":239},"01a0ba4b-d723-7632-a5a9-b683105c7d72","van","tts_e34fdb14ce4974eb_nl-NL.mp3",[227,231,235],{"id":228,"partOfSpeech":167,"definition":229,"exampleSentences":230,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d755-7ac1-81bc-8b506cf05557","Geeft aan waar iemand of iets vandaan komt.","De trein komt van Amsterdam.",{"id":232,"partOfSpeech":167,"definition":233,"exampleSentences":234,"isPrimary":16,"meaningOrder":52},"01a0ba4b-d755-7b05-81bc-8b506d2f202d","Geeft aan bij wie iets hoort.","Deze tas is van mijn zus.",{"id":236,"partOfSpeech":167,"definition":237,"exampleSentences":238,"isPrimary":16,"meaningOrder":64},"01a0ba4b-d755-7b45-81bc-8b506d7e43a2","Geeft aan van welk materiaal iets is gemaakt.","De tafel is van hout.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_e34fdb14ce4974eb_nl-NL.mp3",17,{"id":242,"vocabularyWord":243,"displayOrder":251},"01a0ba4c-41d5-79c8-9eaf-837ec2e42127",{"id":244,"word":245,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":246,"partsOfSpeech":247,"audio":40,"audioUrl":250},"01a0ba4b-d511-752a-99e6-91b61f398c35","aan","tts_6cd67845c6dde21a_nl-NL.mp3",[248],{"id":249,"partOfSpeech":167,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d560-7049-bf08-b6af57fec145","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_6cd67845c6dde21a_nl-NL.mp3",18,{"id":253,"vocabularyWord":254,"displayOrder":272},"01a0ba4c-41d5-79e4-9eaf-837ec327746b",{"id":255,"word":256,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":257,"partsOfSpeech":258,"audio":40,"audioUrl":271},"01a0ba4b-d725-7be2-a815-4da64275bc5c","voor","tts_baf91067241cfc02_nl-NL.mp3",[259,263,267],{"id":260,"partOfSpeech":167,"definition":261,"exampleSentences":262,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d755-7e79-81bc-8b506eee5b7b","Geeft aan dat iets aan de voorkant van iets anders is.","Er staat een bus voor het station.",{"id":264,"partOfSpeech":167,"definition":265,"exampleSentences":266,"isPrimary":16,"meaningOrder":52},"01a0ba4b-d755-7ecd-81bc-8b506fac99c6","Geeft aan voor welke persoon iets bedoeld is.","Dit cadeau is voor mijn moeder.",{"id":268,"partOfSpeech":167,"definition":269,"exampleSentences":270,"isPrimary":16,"meaningOrder":64},"01a0ba4b-d755-7f0d-81bc-8b50705e0e4c","Geeft aan dat iets eerder dan een genoemd moment gebeurt.","Ik drink koffie voor het werk.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_baf91067241cfc02_nl-NL.mp3",19,{"id":274,"vocabularyWord":275,"displayOrder":286},"01a0ba4c-41d5-7a00-9eaf-837ec3c972ec",{"id":276,"word":277,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":278,"partsOfSpeech":279,"audio":40,"audioUrl":285},"01a0ba4b-d795-7bfe-aaca-393b0439807a","wie","tts_88393222fd76abf4_nl-NL.mp3",[280],{"id":281,"partOfSpeech":282,"definition":283,"exampleSentences":284,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d7dd-79e5-99f2-101f3991cf66","PRONOUN","Vraagwoord waarmee naar een persoon of personen wordt gevraagd.","Wie is die jongen naast je?","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_88393222fd76abf4_nl-NL.mp3",20,{"name":15,"slug":288,"language":9},"precies-verwijzen-in-betrekkelijke-bijzinnen-b1",[],[291,300,306,313],{"@id":292,"@type":293,"id":294,"grammarPage":295,"title":296,"instructions":297,"displayOrder":17,"type":298,"questionCount":18,"blankCount":18,"isCompleted":16,"ogImageUrl":299},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-919f-733c-9bc4-9ccaad8f0d9e","GrammarExercise","01a0ba4b-919f-733c-9bc4-9ccaad8f0d9e","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8896-7047-b4db-4fa96401be6c","Waarwoord en betekenis","Kies het betrekkelijke bijwoord dat bij de onderliggende combinatie hoort.","word_select","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_61d7aa61-3d71-4074-964d-cf5247e4578f_hero.webp?v=1789831909",{"@id":301,"@type":293,"id":302,"grammarPage":295,"title":303,"instructions":304,"displayOrder":41,"type":298,"questionCount":18,"blankCount":18,"isCompleted":16,"ogImageUrl":305},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-91bb-76ab-bc00-43f9f1c3e658","01a0ba4b-91bb-76ab-bc00-43f9f1c3e658","Personen, woordvolgorde en splitsing","Kies de natuurlijke verwijzing en plaats de werkwoordgroep correct.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_6011653d-8638-4b72-99f7-6c3eb67ef688_hero.webp?v=1789831909",{"@id":307,"@type":293,"id":308,"grammarPage":295,"title":309,"instructions":310,"displayOrder":64,"type":311,"questionCount":31,"blankCount":17,"isCompleted":16,"ogImageUrl":312},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-91d5-766c-ba19-414933f1b98e","01a0ba4b-91d5-766c-ba19-414933f1b98e","Vind en verbeter het waarwoord","In elke betrekkelijke bijzin is één waarwoord of zinsdeel fout. Tik erop en kies de juiste vorm.","find_and_fix","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_63174c4e-37d6-4acf-93b4-da533064e256_hero.webp?v=1789831909",{"@id":314,"@type":293,"id":315,"grammarPage":295,"title":316,"instructions":317,"displayOrder":73,"type":318,"questionCount":84,"blankCount":17,"isCompleted":16,"ogImageUrl":319},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-91de-7233-b44c-efd63d357920","01a0ba4b-91de-7233-b44c-efd63d357920","Betrekkelijke waarwoorden - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","word_sort","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_01f20b6c-c214-4f3b-80af-f791fcbe3ce0_hero.webp?v=1789831909",null]