[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-page-nl-betrekkelijke-bijzinnen-met-die-en-dat":3,"grammar-exercises-by-page-01a0ba4b-889a-72b7-b319-38287ecbeed0":258,"exercise-list-path-nl-none":281},{"id":4,"title":5,"slug":6,"seoDescription":7,"content":8,"language":9,"level":10,"displayOrder":11,"grammarTopics":12,"createdAt":19,"updatedAt":20,"vocabularyLists":21,"primaryTopicHub":255,"readyImages":257},"01a0ba4b-889a-72b7-b319-38287ecbeed0","Betrekkelijke bijzinnen met die en dat","betrekkelijke-bijzinnen-met-die-en-dat","Leer betrekkelijke bijzinnen met die en dat maken, kies op basis van de- en het-woorden en plaats de werkwoorden correct aan het einde van de bijzin.","## Informatie aan een zelfstandig naamwoord toevoegen\n\nEen **betrekkelijke bijzin** geeft meer informatie over een persoon, dier of zaak in de hoofdzin. De bijzin staat direct na het zelfstandig naamwoord waarover hij iets vertelt. Dat woord heet het **antecedent**.\n\n:::example\nTwee zinnen: De buurvrouw woont boven ons. De buurvrouw werkt in het ziekenhuis.\n\nEén zin: De buurvrouw **die boven ons woont**, werkt in het ziekenhuis.\n:::\n\nMet **die** of **dat** hoef je het zelfstandig naamwoord niet te herhalen. Het betrekkelijk voornaamwoord verbindt de informatie tot één zin.\n\nNa deze les kun je:\n\n- **die** of **dat** kiezen bij een de-woord, een het-woord of een meervoud;\n- de woordvolgorde in een betrekkelijke bijzin gebruiken;\n- herkennen wanneer **wat**, **wie** of **waarmee** nodig is.\n\n## Die of dat kiezen\n\nDe keuze hangt af van het antecedent. Kijk naar het lidwoord van het zelfstandig naamwoord en naar enkelvoud of meervoud.\n\n| Antecedent | Betrekkelijk voornaamwoord | Voorbeeld |\n|---|---|---|\n| een enkelvoudig de-woord | **die** | de fiets **die** buiten staat |\n| een enkelvoudig het-woord | **dat** | het raam **dat** openstaat |\n| een meervoud | **die** | de ramen **die** openstaan |\n\nHet onbepaalde lidwoord **een** vertelt niet of een woord een de-woord of een het-woord is. Denk daarom aan de bepaalde vorm:\n\n- een tafel → de tafel → een tafel **die** inklapbaar is;\n- een huis → het huis → een huis **dat** te koop staat;\n- een meisje → het meisje → een meisje **dat** hier woont;\n- kinderen → de kinderen → kinderen **die** buiten spelen.\n\n:::tip\nTwijfel je tussen **die** en **dat**? Zet tijdelijk **de** of **het** vóór het zelfstandig naamwoord. Kies daarna **de → die** en **het → dat**. Bij een meervoud kies je altijd **die**.\n:::\n\n## De functie van die en dat in de bijzin\n\n**Die** en **dat** verwijzen niet alleen naar het antecedent; ze hebben ook een functie in de bijzin. Ze kunnen bijvoorbeeld het onderwerp of het lijdend voorwerp zijn. De vorm verandert daardoor niet.\n\n| Functie | Voorbeeld | Uitleg |\n|---|---|---|\n| onderwerp | de kok **die de soep maakt** | De kok maakt de soep. |\n| lijdend voorwerp | de kok **die wij bedanken** | Wij bedanken de kok. |\n| onderwerp | het apparaat **dat veel energie gebruikt** | Het apparaat gebruikt energie. |\n| lijdend voorwerp | het apparaat **dat ik gisteren kocht** | Ik kocht het apparaat. |\n\nWanneer **die** of **dat** het onderwerp is, volgt er dus niet nog een persoonlijk voornaamwoord met dezelfde functie.\n\n:::warning\nZeg niet: *De kok die hij de soep maakt.* **Die** is hier al het onderwerp. Goed is: *De kok **die de soep maakt***.\n:::\n\n## Wat gebruiken in plaats van die of dat\n\n**Wat** is wel correct, maar niet na een gewoon zelfstandig naamwoord zoals *het boek*. Gebruik **wat** na woorden als **alles**, **iets**, **niets**, **het enige** en **het mooiste**. Het kan ook terugwijzen naar een hele zin.\n\n- Alles **wat** ik weet, vertel ik je.\n- Iets **wat** mij opviel, was de stilte.\n- Er is niets **wat** helpt.\n- Het enige **wat** telt, is de uitslag.\n- Het mooiste **wat** ik zag, was de kust.\n- Hij kwam te laat, **wat** vervelend was.\n\nIn de laatste zin geeft **wat** extra informatie over de hele vorige zin.\n\n## De woordvolgorde in de betrekkelijke bijzin\n\nEen betrekkelijke bijzin heeft de woordvolgorde van een gewone bijzin. De persoonsvorm of het werkwoordcluster staat meestal aan het einde. Als **die** of **dat** zelf het onderwerp is en er geen andere woorden in de bijzin staan, volgt de persoonsvorm direct: *de lamp die brandt*. Het gaat dus niet om een korte bijzin, maar om de functie van **die** of **dat**.\n\n:::example\nHoofdzin: De manager **bespreekt** morgen het plan.\n\nBetrekkelijke bijzin: het plan **dat de manager morgen bespreekt**\n\nHoofdzin met meerdere werkwoorden: Sara **zal** het verslag morgen **sturen**.\n\nBetrekkelijke bijzin: het verslag **dat Sara morgen zal sturen**\n:::\n\nLet vooral op deze volgorde:\n\n1. zet **die** of **dat** direct na het antecedent;\n2. plaats daarna het onderwerp als **die** of **dat** niet zelf het onderwerp is;\n3. zet andere informatie in het midden;\n4. plaats het werkwoord of werkwoordcluster aan het einde.\n\n## Met een voorzetsel\n\nNa een voorzetsel gebruik je niet *met die* of *met dat*. Bij personen zeg je **wie**, bij dingen vaak **waar + voorzetsel**.\n\n- de collega **met wie** ik werk\n- het systeem **waarmee** ik werk\n\nDit wordt verder uitgelegd in de les over **waar + voorzetsel**.\n\n## Noodzakelijke en extra informatie\n\nSoms bepaalt de bijzin precies wie of wat je bedoelt. Dan is de informatie **beperkend** en staat er geen komma vóór **die** of **dat**. Loopt de hoofdzin na de bijzin door, dan sluit je de bijzin wel met een komma af.\n\n- De studenten **die het examen hebben gehaald**, krijgen een certificaat. Alleen deze studenten krijgen het.\n- Ik zoek het boek **dat je gisteren noemde**. De bijzin zegt welk boek ik zoek.\n\nEen **uitbreidende** bijzin geeft alleen extra informatie. Je zet hem tussen komma's als hij midden in de zin staat.\n\n- Mijn broer, **die in Groningen woont**, komt dit weekend langs.\n- Deze laptop, **die al tien jaar oud is**, werkt nog steeds.\n\n:::note\nDe komma vóór de bijzin hangt af van de betekenis. Vergelijk *de collega's die thuiswerken* — alleen die groep — met *mijn collega's, die allemaal thuiswerken, zijn vandaag online* — extra informatie over alle collega's.\n:::\n\n## Veelvoorkomende vergissingen\n\nLet op deze contrasten:\n\n- **het kind dat** hier speelt, niet *het kind die*; **kind** is een het-woord;\n- **de kinderen die** hier spelen, want een meervoud krijgt **die**;\n- **een boek dat** ik aanraad, want het is **het boek**;\n- **de vrouw die** ik gisteren sprak, zonder extra *haar*;\n- het bericht **dat zij heeft gestuurd**, met het werkwoordcluster aan het einde.\n\nIn de spreektaal hoor je soms *het boek wat* of *het meisje die*. Voor helder, verzorgd Nederlands gebruik je bij een concreet enkelvoudig het-woord **dat**.\n\n## Kort samengevat\n\n- Een betrekkelijke bijzin geeft informatie over een antecedent.\n- Gebruik **die** bij enkelvoudige de-woorden en bij alle meervouden.\n- Gebruik **dat** bij enkelvoudige het-woorden, ook bij **het kind** en **het meisje**.\n- Zet het werkwoord of werkwoordcluster aan het einde van de bijzin.\n- Herhaal geen onderwerp of lijdend voorwerp dat al door **die** of **dat** wordt vertegenwoordigd.\n- Zet bij een beperkende bijzin geen komma vóór **die** of **dat**; volgt de hoofdzin daarna nog, dan komt er wel een komma na de bijzin.","nl","B1",130,[13],{"id":14,"name":15,"level":10,"language":9,"isCompleted":16,"completionPercentage":17,"totalExercises":18,"completedExercises":17},"01a0ba4b-87c2-7998-9059-bc3ff2a5795a","Precies verwijzen in betrekkelijke bijzinnen",false,0,15,"2026-09-19T15:31:47+00:00","2026-10-11T12:53:41+00:00",[22],{"id":23,"title":24,"vocabularyListWords":25,"isPublished":51},"01a0ba4c-41de-70a1-9cd0-406428abea7c","De- en het-woorden verbinden met die en dat",[26,53,78,91,108,121,134,145,156,166,176,185,198,216,224,238],{"id":27,"vocabularyWord":28,"displayOrder":40},"01a0ba4c-41de-7101-9cd0-406428ce465f",{"id":29,"word":30,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":33,"partsOfSpeech":34,"audio":51,"audioUrl":52},"01a0ba4b-d528-730b-8a89-68ee898c3695","die",10,"A1","tts_64c4a9c5d449be15_nl-NL.mp3",[35,41,46],{"id":36,"partOfSpeech":37,"definition":38,"exampleSentences":39,"isPrimary":16,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d562-7268-9b4b-5e879da0f218","PRONOUN","Aanwijzend voornaamwoord dat zelfstandig naar een verder weg gelegen de-woord of meervoud verwijst.","Ik wil niet deze appels, maar die.",1,{"id":42,"partOfSpeech":37,"definition":43,"exampleSentences":44,"isPrimary":16,"meaningOrder":45},"01a0ba4b-d562-72a8-9b4b-5e879dfeefdc","Betrekkelijk voornaamwoord dat terugwijst naar een de-woord of meervoud.","De vrouw die naast ons woont, werkt in het ziekenhuis.",2,{"id":47,"partOfSpeech":48,"definition":49,"exampleSentences":50,"isPrimary":51,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d562-7224-9b4b-5e879cedc960","DETERMINER","Aanwijzend woord voor een de-woord verder van de spreker.","Die vrouw aan de overkant is mijn moeder.",true,"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_64c4a9c5d449be15_nl-NL.mp3",{"id":54,"vocabularyWord":55,"displayOrder":45},"01a0ba4c-41de-7135-9cd0-4064295eba90",{"id":56,"word":57,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":58,"partsOfSpeech":59,"audio":51,"audioUrl":77},"01a0ba4b-d525-736a-b5ba-b2891c447de2","dat","tts_cb8aa98748ccfdaa_nl-NL.mp3",[60,65,69,73],{"id":61,"partOfSpeech":62,"definition":63,"exampleSentences":64,"isPrimary":16,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d561-7c53-8c67-8f0dca208b6c","CONJUNCTION","Voegwoord dat een bijzin met een mededeling of gedachte inleidt.","Ik weet dat de winkel vandaag open is.",{"id":66,"partOfSpeech":48,"definition":67,"exampleSentences":68,"isPrimary":51,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d561-7c97-8c67-8f0dcab6a76a","Aanwijzend woord voor een enkelvoudig het-woord verder van de spreker.","Dat huis aan het einde van de straat is nieuw.",{"id":70,"partOfSpeech":37,"definition":71,"exampleSentences":72,"isPrimary":16,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d561-7cd7-8c67-8f0dcb336235","Aanwijzend voornaamwoord dat zelfstandig naar iets verder weg verwijst.","Wat staat daar? Dat is een ziekenhuis.",{"id":74,"partOfSpeech":37,"definition":75,"exampleSentences":76,"isPrimary":16,"meaningOrder":45},"01a0ba4b-d561-7d17-8c67-8f0dcbf8d715","Betrekkelijk voornaamwoord dat terugwijst naar een enkelvoudig het-woord.","Het boek dat op tafel ligt, is van mijn zus.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_cb8aa98748ccfdaa_nl-NL.mp3",{"id":79,"vocabularyWord":80,"displayOrder":90},"01a0ba4c-41de-717d-9cd0-40642a32090e",{"id":81,"word":82,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":83,"partsOfSpeech":84,"audio":51,"audioUrl":89},"01a0ba4b-d526-712a-b11c-cb4cd9378a3b","de","tts_0f6c3e98bbd708b2_nl-NL.mp3",[85],{"id":86,"partOfSpeech":48,"definition":87,"exampleSentences":88,"isPrimary":51,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d561-7e33-8c67-8f0dcc38494f","Bepaald lidwoord voor enkelvoudige de-woorden en voor alle meervoudsvormen.","De fiets staat buiten.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_0f6c3e98bbd708b2_nl-NL.mp3",4,{"id":92,"vocabularyWord":93,"displayOrder":107},"01a0ba4c-41de-7199-9cd0-40642a50914e",{"id":94,"word":95,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":96,"partsOfSpeech":97,"audio":51,"audioUrl":106},"01a0ba4b-d542-7712-8eb4-a5cbffcc383a","het","tts_fab4e188cda728cb_nl-NL.mp3",[98,102],{"id":99,"partOfSpeech":48,"definition":100,"exampleSentences":101,"isPrimary":51,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d564-7b8f-97f9-ade232fbe796","Bepaald lidwoord voor een enkelvoudig het-woord.","Het raam staat open.",{"id":103,"partOfSpeech":37,"definition":104,"exampleSentences":105,"isPrimary":16,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d564-7bd7-97f9-ade2335f48db","Een voornaamwoord dat naar een het-woord verwijst of als onpersoonlijk onderwerp dient.","Het regent al de hele ochtend.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_fab4e188cda728cb_nl-NL.mp3",5,{"id":109,"vocabularyWord":110,"displayOrder":120},"01a0ba4c-41de-71b9-9cd0-40642b078888",{"id":111,"word":112,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":113,"partsOfSpeech":114,"audio":51,"audioUrl":119},"01a0ba4b-d52d-765f-bec9-1433fcd1f991","een","tts_2d8d179dc18ecb01_nl-NL.mp3",[115],{"id":116,"partOfSpeech":48,"definition":117,"exampleSentences":118,"isPrimary":51,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d562-7b7c-9b4b-5e87a374ed67","Onbepaald lidwoord voor één persoon, dier of ding dat nog niet bekend is.","Er staat een fiets voor het huis.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_2d8d179dc18ecb01_nl-NL.mp3",6,{"id":122,"vocabularyWord":123,"displayOrder":133},"01a0ba4c-41de-71d5-9cd0-40642b463f26",{"id":124,"word":125,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":126,"partsOfSpeech":127,"audio":51,"audioUrl":132},"01a0ba4b-d74c-72be-b5da-e436148d9e8a","wat","tts_50c4ca8480227c77_nl-NL.mp3",[128],{"id":129,"partOfSpeech":37,"definition":130,"exampleSentences":131,"isPrimary":51,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d759-7db0-afe6-cd9a87407c8e","Vraagwoord waarmee naar een ding, handeling of informatie wordt gevraagd.","Wat lees je nu?","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_50c4ca8480227c77_nl-NL.mp3",7,{"id":135,"vocabularyWord":136,"displayOrder":144},"01a0ba4c-41de-71f1-9cd0-40642b561056",{"id":137,"word":138,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":139,"partsOfSpeech":140,"audio":51,"audioUrl":143},"01a0ba4b-d515-7834-a554-2d9518e3e37d","alles","tts_4a21de808d093556_nl-NL.mp3",[141],{"id":142,"partOfSpeech":37,"isPrimary":51,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d560-76f5-bf08-b6af5b126164","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_4a21de808d093556_nl-NL.mp3",8,{"id":146,"vocabularyWord":147,"displayOrder":155},"01a0ba4c-41de-720d-9cd0-40642c15773a",{"id":148,"word":149,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":150,"partsOfSpeech":151,"audio":51,"audioUrl":154},"01a0ba4b-d54b-77db-968b-6772a3c20096","iets","tts_92fbf747ddd6f084_nl-NL.mp3",[152],{"id":153,"partOfSpeech":37,"isPrimary":51,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d565-7900-a20d-839bb28c8cce","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_92fbf747ddd6f084_nl-NL.mp3",9,{"id":157,"vocabularyWord":158,"displayOrder":31},"01a0ba4c-41de-7229-9cd0-40642c4d6cdd",{"id":159,"word":160,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":161,"partsOfSpeech":162,"audio":51,"audioUrl":165},"01a0ba4b-d6cc-7672-a133-be23a8d9595f","niets","tts_53068665716faf0b_nl-NL.mp3",[163],{"id":164,"partOfSpeech":37,"isPrimary":51,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d6de-713f-9471-be6b2c3c9cef","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_53068665716faf0b_nl-NL.mp3",{"id":167,"vocabularyWord":168,"displayOrder":175},"01a0ba4c-41de-7251-9cd0-40642d3a1f41",{"id":169,"word":170,"frequency":144,"level":171,"language":9,"audioFilePath":172,"partsOfSpeech":173,"audio":51,"audioUrl":174},"01a0ba4b-dc09-7d4c-aca1-52dc535fde25","enige","A2","tts_356d2dcd0e8a4e57_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_356d2dcd0e8a4e57_nl-NL.mp3",11,{"id":177,"vocabularyWord":178,"displayOrder":184},"01a0ba4c-41de-7271-9cd0-40642daf136c",{"id":179,"word":180,"frequency":144,"level":171,"language":9,"audioFilePath":181,"partsOfSpeech":182,"audio":51,"audioUrl":183},"01a0ba4b-db40-787a-b5d8-5f651e9862a4","mooiste","tts_993c3cc02739864f_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_993c3cc02739864f_nl-NL.mp3",12,{"id":186,"vocabularyWord":187,"displayOrder":197},"01a0ba4c-41de-7289-9cd0-40642df6fb09",{"id":188,"word":189,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":190,"partsOfSpeech":191,"audio":51,"audioUrl":196},"01a0ba4b-d795-7bfe-aaca-393b0439807a","wie","tts_88393222fd76abf4_nl-NL.mp3",[192],{"id":193,"partOfSpeech":37,"definition":194,"exampleSentences":195,"isPrimary":51,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d7dd-79e5-99f2-101f3991cf66","Vraagwoord waarmee naar een persoon of personen wordt gevraagd.","Wie is die jongen naast je?","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_88393222fd76abf4_nl-NL.mp3",13,{"id":199,"vocabularyWord":200,"displayOrder":215},"01a0ba4c-41de-72a5-9cd0-40642e67fc1b",{"id":201,"word":202,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":203,"partsOfSpeech":204,"audio":51,"audioUrl":214},"01a0ba4b-d5bc-7a8c-9237-436165148d88","met","tts_dc0e8d59d369958d_nl-NL.mp3",[205,210],{"id":206,"partOfSpeech":207,"definition":208,"exampleSentences":209,"isPrimary":51,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d5fc-7f1a-9f37-be912805db1d","PREPOSITION","Geeft aan dat personen of dingen samen zijn of iets samen doen.","Ik woon met mijn zus in de stad.",{"id":211,"partOfSpeech":207,"definition":212,"exampleSentences":213,"isPrimary":16,"meaningOrder":45},"01a0ba4b-d5fc-7f62-9f37-be91281afae9","Geeft het middel of voorwerp aan waarmee iemand iets doet.","Hij schrijft de naam met een pen.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_dc0e8d59d369958d_nl-NL.mp3",14,{"id":217,"vocabularyWord":218,"displayOrder":18},"01a0ba4c-41de-72c1-9cd0-40642f07254b",{"id":219,"word":220,"frequency":133,"level":10,"language":9,"audioFilePath":221,"partsOfSpeech":222,"audio":51,"audioUrl":223},"01a0ba4b-d911-7163-8879-59207e43e97d","waarmee","tts_1b4f38f0b3ac9eaa_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_1b4f38f0b3ac9eaa_nl-NL.mp3",{"id":225,"vocabularyWord":226,"displayOrder":237},"01a0ba4c-41de-72dd-9cd0-40642fa0c73c",{"id":227,"word":228,"frequency":155,"level":32,"language":9,"audioFilePath":229,"partsOfSpeech":230,"audio":51,"audioUrl":236},"01a0ba4b-d5ba-7f58-908f-4703817104f5","meisje","tts_d60477c78c0f540f_nl-NL.mp3",[231],{"id":232,"partOfSpeech":233,"definition":234,"exampleSentences":235,"isPrimary":51,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d5fc-7ce6-9f37-be91277801ab","NOUN","(het; meisjes) vrouwelijk kind of jonge vrouw.","Het meisje tekent een huis met een grote tuin.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_d60477c78c0f540f_nl-NL.mp3",16,{"id":239,"vocabularyWord":240,"displayOrder":254},"01a0ba4c-41de-72f5-9cd0-40643026cd46",{"id":241,"word":242,"frequency":155,"level":32,"language":9,"audioFilePath":243,"partsOfSpeech":244,"audio":51,"audioUrl":253},"01a0ba4b-d557-7d4e-9c3a-51e63205d8a4","kind","tts_91787b4feda6709a_nl-NL.mp3",[245,249],{"id":246,"partOfSpeech":233,"definition":247,"exampleSentences":248,"isPrimary":16,"meaningOrder":45},"01a0ba4b-d566-7db4-bc36-e922acb758f1","Een zoon of dochter van iemand, ook wanneer die persoon volwassen is.","Hun kinderen wonen al op zichzelf.",{"id":250,"partOfSpeech":233,"definition":251,"exampleSentences":252,"isPrimary":51,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d566-7d70-bc36-e922abe70813","(het; kinderen) jong mens dat nog niet volwassen is.","Het kind speelt met een bal op straat.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_91787b4feda6709a_nl-NL.mp3",17,{"name":15,"slug":256,"language":9},"precies-verwijzen-in-betrekkelijke-bijzinnen-b1",[],[259,268,274],{"@id":260,"@type":261,"id":262,"grammarPage":263,"title":264,"instructions":265,"displayOrder":17,"type":266,"questionCount":18,"blankCount":237,"isCompleted":16,"ogImageUrl":267},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-91e5-7cd3-9c04-a5e15a01f0e3","GrammarExercise","01a0ba4b-91e5-7cd3-9c04-a5e15a01f0e3","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-889a-72b7-b319-38287ecbeed0","Die, dat of een ander woord","Kies het betrekkelijk voornaamwoord dat in verzorgd Nederlands bij het antecedent past. Eén vraag heeft twee lege plekken.","word_select","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_bc9dce15-cf74-4b5a-af61-b587b23b56dc_hero.webp?v=1789831909",{"@id":269,"@type":261,"id":270,"grammarPage":263,"title":271,"instructions":272,"displayOrder":40,"type":266,"questionCount":18,"blankCount":237,"isCompleted":16,"ogImageUrl":273},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-9203-706e-ac76-86e1db4ad252","01a0ba4b-9203-706e-ac76-86e1db4ad252","Woordvolgorde en komma’s","Kies de betrekkelijke zin met de juiste woordvolgorde en leestekens. Eén vraag heeft twee lege plekken.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_d51a815f-761e-48ae-8094-f97aefd6c104_hero.webp?v=1789831909",{"@id":275,"@type":261,"id":276,"grammarPage":263,"title":277,"instructions":278,"displayOrder":45,"type":279,"questionCount":107,"blankCount":17,"isCompleted":16,"ogImageUrl":280},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-9226-7b7f-816d-2c377c89288b","01a0ba4b-9226-7b7f-816d-2c377c89288b","Betrekkelijke bijzinnen: vorm en functie","Tik op een tegel en daarna op de passende kolom. Plaats alle tegels.","word_sort","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_46e8d8ff-77a6-432b-bb84-0596e9c55d61_hero.webp?v=1789831909",null]