[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-page-nl-de-plaats-van-niet-in-de-eenvoudige-zin":3,"grammar-exercises-by-page-01a0ba4b-8942-7541-b31a-8863dcdd0857":112,"exercise-list-path-nl-none":136},{"id":4,"title":5,"slug":6,"seoDescription":7,"content":8,"language":9,"level":10,"displayOrder":11,"grammarTopics":12,"createdAt":19,"updatedAt":20,"vocabularyLists":21,"readyImages":111},"01a0ba4b-8942-7541-b31a-8863dcdd0857","De plaats van niet in de eenvoudige zin","de-plaats-van-niet-in-de-eenvoudige-zin","Leer waar niet in een eenvoudige Nederlandse zin staat, ontken de hele handeling of één zinsdeel en maak een duidelijk onderscheid tussen niet en geen.","## Niet staat bij wat je ontkent\n\nMet **niet** ontken je een handeling, eigenschap of ander deel van de zin. De plaats hangt daarom af van wat precies niet waar is.\n\n:::example\nDe bus rijdt vandaag. → De bus rijdt vandaag **niet**.\n\nHet eten is warm. → Het eten is **niet warm**.\n:::\n\nSoms staat **niet** bijna aan het einde. Soms staat het direct vóór een woordgroep. Er is dus niet één plaats die in iedere zin goed is.\n\n## Een korte zin of de hele handeling\n\nAls je de hele handeling ontkent, staat **niet** meestal na een tijd zoals *vandaag* of *morgen*, na een bepaald lijdend voorwerp zoals *de jas* en na een onbeklemtoond voornaamwoord zoals *hem* of *het*. Een plaats of eigenschap die je ontkent, komt na **niet**.\n\n| Positieve zin | Zin met niet |\n|---|---|\n| Ik slaap. | Ik slaap **niet**. |\n| De winkel sluit vandaag. | De winkel sluit vandaag **niet**. |\n| Ik ken die man. | Ik ken die man **niet**. |\n| Sara begrijpt het. | Sara begrijpt het **niet**. |\n\nBij een ontkenning van de hele handeling:\n\n- Onbeklemtoonde persoonlijke voornaamwoorden, zoals *hem* en *het*, staan vóór **niet**: *Ik zie hem niet* en *Sara begrijpt het niet*.\n- Een bepaald lijdend voorwerp, zoals *de jas* of *die man*, staat vóór **niet**: *Wij kopen de jas niet* en *Ik ken die man niet*.\n\n:::tip\nWil je gewoon zeggen dat de handeling niet gebeurt? Zet **niet** in een korte hoofdzin vaak na de tijd of na woorden zoals *hem*, *het* of *de jas*.\n:::\n\n## Voor een eigenschap, plaats of manier\n\n**Niet** staat vóór woorden die vertellen hoe iets is, hoe iets gebeurt of waar iets is, als je die informatie ontkent.\n\n| Wat ontken je? | Voorbeeld |\n|---|---|\n| eigenschap | De kamer is **niet groot**. |\n| manier | Amir praat **niet snel**. |\n| plaats | Wij wonen **niet in Utrecht**. |\n| richting | De trein rijdt **niet naar Leiden**. |\n\nDe hele woordgroep hoort bij **niet**. *Niet groot* betekent niet automatisch *klein*: de kamer kan ook normaal van grootte zijn. In *niet in Utrecht* ontken je de plaats.\n\n:::example\nIk werk vandaag in Utrecht. → Ik werk vandaag **niet in Utrecht**.\n:::\n\nHier ontken je de plaats: Utrecht is vandaag niet je werkplek.\n\n:::example\nIn Utrecht werk ik vandaag. → In Utrecht werk ik vandaag **niet**.\n:::\n\nHier staat *in Utrecht* al vooraan. Je zet die plaats dus niet nog eens na **niet**. **Niet** staat hier achteraan: je werkt daar vandaag niet.\n\n## Voor een infinitief of voltooid deelwoord\n\nHeeft de zin meer dan één werkwoord? Dan staat **niet** meestal vóór de infinitief of het voltooid deelwoord. Bij een scheidbaar werkwoord, zoals *opstaan*, staat **niet** vóór het losse deel (*op*), ook als er maar één werkwoord is.\n\n- Ik kan morgen **niet komen**.\n- Wij willen de afspraak **niet veranderen**.\n- Sara heeft de e-mail **niet verstuurd**.\n- De kinderen staan vandaag **niet op**.\n\nBij woorden zoals *de film* komt **niet** erna en vóór het laatste werkwoord: *Ik heb de film **niet gezien***.\n\n:::note\nEen ander zinsdeel kan tussen de persoonsvorm en **niet** staan. Kijk daarom niet alleen naar het eerste werkwoord; zoek ook het werkwoord of losse werkwoordsdeel aan het einde.\n:::\n\n## Direct contrast\n\nAls je één specifiek deel verbetert of contrasteert, zet je **niet** direct ervoor. Vaak volgt daarna **maar**.\n\n:::example\nIk werk **niet op maandag**, maar op dinsdag.\n\nWe gaan **niet met de trein**, maar met de bus.\n\nZij koopt **niet de rode jas**, maar de blauwe.\n:::\n\nVergelijk *Ik koop de jas niet* met *Ik koop niet de jas, maar de broek*. In de eerste zin ontken je de aankoop van die jas. In de tweede zin leg je een expliciet contrast tussen twee voorwerpen.\n\n## Niet of geen?\n\nGebruik **geen** bij een onbepaald zelfstandig naamwoord of om te zeggen dat iets niet aanwezig is. Gebruik **niet** in de andere patronen van deze les.\n\n| Positief | Ontkenning | Waarom? |\n|---|---|---|\n| Ik heb een fiets. | Ik heb **geen fiets**. | onbepaald zelfstandig naamwoord |\n| Zij drinkt koffie. | Zij drinkt **geen koffie**. | zonder lidwoord, zoals koffie, water en brood |\n| Ik heb kinderen. | Ik heb **geen kinderen**. | meervoud zonder lidwoord |\n| Ik koop de fiets. | Ik koop **de fiets niet**. | bepaalde fiets |\n| Het huis is groot. | Het huis is **niet groot**. | eigenschap |\n\n:::warning\nZeg niet *Ik heb niet een fiets* als je gewoon bedoelt dat je geen fiets bezit. Gebruik **geen**: **Ik heb geen fiets**. *Niet één fiets, maar twee* is wel mogelijk bij een duidelijk contrast.\n:::\n\n## Vaste combinaties met niet\n\nEnkele veelgebruikte combinaties hebben een eigen betekenis:\n\n- **nog niet:** iets gebeurt later — *De trein is nog niet aangekomen.*\n- **niet meer:** iets gebeurde vroeger wel — *Ik woon niet meer in Delft.*\n- **helemaal niet:** sterke ontkenning — *De oefening is helemaal niet moeilijk.*\n- **ook niet:** dezelfde ontkenning geldt opnieuw — *Noor komt niet en Amir ook niet.*\n\nLeer deze woorden als een blok; zet ze op de plaats waar ook **niet** zou staan.\n\n### Niet altijd en niet vaak\n\nBij woorden die zeggen hoe vaak iets gebeurt, zoals **altijd** en **vaak**, zet je **niet** ervoor als je die informatie ontkent.\n\n- *Ik neem niet altijd de bus.* Soms neem ik de bus, soms niet.\n- *Ik neem niet vaak de bus.* Ik neem de bus maar weinig.\n\n**Niet altijd** betekent dus niet hetzelfde als **nooit**.\n\n### Niet meer of geen ... meer?\n\nMet **niet meer** zeg je dat iets vroeger wel zo was, maar nu niet: *Ik woon niet meer in Delft.* Vroeger woonde ik daar, nu woon ik ergens anders.\n\nGebruik je **geen** bij een zelfstandig naamwoord? Dan gebruik je **geen ... meer**:\n\n- *Ik heb geen brood meer.* Eerst had ik brood, nu is het op.\n- *Ik heb geen fiets meer.* Vroeger had ik een fiets, nu niet.\n\n## Kort samengevat\n\n- Zet **niet** bij het woord of de woordgroep die je ontkent.\n- Bij een korte algemene ontkenning staat **niet** vaak vrij laat: *Ik ken hem niet*.\n- Zet **niet** vóór een eigenschap of plaats die je ontkent, en vóór een infinitief, voltooid deelwoord of los werkwoordsdeel.\n- Zet **niet** direct vóór een expliciet contrast: *niet op maandag, maar op dinsdag*.\n- Gebruik **geen** bij een onbepaald zelfstandig naamwoord: *geen fiets*, *geen koffie*, *geen kinderen*.\n- Onthoud de combinaties **nog niet**, **niet meer**, **helemaal niet** en **ook niet**.","nl","A2",87,[13],{"id":14,"name":15,"level":10,"language":9,"isCompleted":16,"completionPercentage":17,"totalExercises":18,"completedExercises":17},"01a0ba4b-87b2-79d8-9b9e-7db75871e9f4","Niet op de juiste plaats",false,0,3,"2026-09-19T15:31:47+00:00","2026-10-11T12:53:41+00:00",[22],{"id":23,"title":24,"vocabularyListWords":25,"isPublished":40},"01a0ba4c-43ae-7f93-ae8d-e5839608a43e","Ontkennen en contrasteren met niet",[26,43,57,74,84,93,102],{"id":27,"vocabularyWord":28,"displayOrder":41},"01a0ba4c-43af-706f-8595-e80d7b2668f6",{"id":29,"word":30,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":33,"partsOfSpeech":34,"audio":40,"audioUrl":42},"01a0ba4b-d6cb-7b66-942b-9ee783ea236d","niet",10,"A1","tts_6762a047a3dee002_nl-NL.mp3",[35],{"id":36,"partOfSpeech":37,"definition":38,"exampleSentences":39,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d6de-7027-9471-be6b2be18a92","PARTICLE","Ontkenningswoord bij een werkwoord, eigenschap, plaats of bepaald zinsdeel.","Ik werk vandaag niet.",true,1,"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_6762a047a3dee002_nl-NL.mp3",{"id":44,"vocabularyWord":45,"displayOrder":56},"01a0ba4c-43af-70ab-8595-e80d7b30b8de",{"id":46,"word":47,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":48,"partsOfSpeech":49,"audio":40,"audioUrl":55},"01a0ba4b-d537-7200-9238-37f6e14df4b0","geen","tts_9d3578e00ddce0fa_nl-NL.mp3",[50],{"id":51,"partOfSpeech":52,"definition":53,"exampleSentences":54,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d563-7baf-b413-dd0b7529c34e","DETERMINER","Ontkenningswoord voor een zelfstandig naamwoord zonder bepaald lidwoord.","Wij hebben geen auto.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_9d3578e00ddce0fa_nl-NL.mp3",2,{"id":58,"vocabularyWord":59,"displayOrder":18},"01a0ba4c-43af-70e7-8595-e80d7b8065d0",{"id":60,"word":61,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":62,"partsOfSpeech":63,"audio":40,"audioUrl":73},"01a0ba4b-d5b5-7727-9eb8-c252ca196856","maar","tts_13b83cbed6465535_nl-NL.mp3",[64,69],{"id":65,"partOfSpeech":66,"definition":67,"exampleSentences":68,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d5fc-73ea-9f37-be9121eb9a4b","CONJUNCTION","Voegwoord dat een tegenstelling tussen twee delen aangeeft.","De kamer is klein, maar heel mooi.",{"id":70,"partOfSpeech":37,"definition":71,"exampleSentences":72,"isPrimary":16,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d5fc-743a-9f37-be9122c58a57","Woord dat een uitnodiging of bevel vriendelijker en minder sterk maakt.","Kom maar binnen en ga zitten.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_13b83cbed6465535_nl-NL.mp3",{"id":75,"vocabularyWord":76,"displayOrder":83},"01a0ba4c-43af-710b-8595-e80d7bee2ae7",{"id":77,"word":78,"frequency":79,"level":32,"language":9,"audioFilePath":80,"partsOfSpeech":81,"audio":40,"audioUrl":82},"01a0ba4b-d871-7a76-a2a8-0ba5405e6194","nog niet",8,"tts_3a8dde175d6f49e7_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_3a8dde175d6f49e7_nl-NL.mp3",4,{"id":85,"vocabularyWord":86,"displayOrder":92},"01a0ba4c-43af-712b-8595-e80d7c23f045",{"id":87,"word":88,"frequency":79,"level":32,"language":9,"audioFilePath":89,"partsOfSpeech":90,"audio":40,"audioUrl":91},"01a0ba4b-d919-7c44-9881-440f5d76b01e","niet meer","tts_ff0b6cf2bf1b539e_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_ff0b6cf2bf1b539e_nl-NL.mp3",5,{"id":94,"vocabularyWord":95,"displayOrder":101},"01a0ba4c-43af-7147-8595-e80d7c421296",{"id":96,"word":97,"frequency":79,"level":32,"language":9,"audioFilePath":98,"partsOfSpeech":99,"audio":40,"audioUrl":100},"01a0ba4b-d913-73ec-8bd0-1fcae7ebb649","helemaal niet","tts_d1a042dc287d6fc8_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_d1a042dc287d6fc8_nl-NL.mp3",6,{"id":103,"vocabularyWord":104,"displayOrder":110},"01a0ba4c-43af-7163-8595-e80d7d1cb42b",{"id":105,"word":106,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":107,"partsOfSpeech":108,"audio":40,"audioUrl":109},"01a0ba4b-d874-7759-82d0-c4436d63adf5","ook niet","tts_8a0c6b6c1b707a1e_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_8a0c6b6c1b707a1e_nl-NL.mp3",7,[],[113,123,129],{"@id":114,"@type":115,"id":116,"grammarPage":117,"title":118,"instructions":119,"displayOrder":17,"type":120,"questionCount":121,"blankCount":121,"isCompleted":16,"ogImageUrl":122},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-99e2-75c6-9cae-aad90687fba0","GrammarExercise","01a0ba4b-99e2-75c6-9cae-aad90687fba0","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8942-7541-b31a-8863dcdd0857","Niet bij de ontkenning","Kies de plaats of vorm waarmee de bedoelde informatie correct wordt ontkend.","word_select",15,"\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_77b2d6d2-790c-4001-8b6e-74091f28f885_hero.webp?v=1789831911",{"@id":124,"@type":115,"id":125,"grammarPage":117,"title":126,"instructions":127,"displayOrder":41,"type":120,"questionCount":121,"blankCount":121,"isCompleted":16,"ogImageUrl":128},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-99fd-7903-8fbe-9bace389b7c0","01a0ba4b-99fd-7903-8fbe-9bace389b7c0","Geen, contrast en vaste combinaties","Kies de ontkenning die precies past bij de bedoelde tegenstelling of tijd.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_8a97ae78-3718-4d8a-bb8c-9a1cdfd19df8_hero.webp?v=1789831911",{"@id":130,"@type":115,"id":131,"grammarPage":117,"title":132,"instructions":133,"displayOrder":56,"type":134,"questionCount":31,"blankCount":31,"isCompleted":16,"ogImageUrl":135},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-9a19-72e4-a7fc-aaa34cd09248","01a0ba4b-9a19-72e4-a7fc-aaa34cd09248","Bouw zinnen met niet","Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg.","sentence_builder","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_dd76e372-a6db-4179-aaf8-3d4b47dff28e_hero.webp?v=1789831911",null]