[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-page-nl-de-stam-van-een-werkwoord-vinden":3,"grammar-exercises-by-page-01a0ba4b-8947-715c-b329-ba58ae5c2e6a":153,"exercise-list-path-nl-none":170},{"id":4,"title":5,"slug":6,"seoDescription":7,"content":8,"language":9,"level":10,"displayOrder":11,"grammarTopics":12,"createdAt":19,"updatedAt":20,"vocabularyLists":21,"primaryTopicHub":150,"readyImages":152},"01a0ba4b-8947-715c-b329-ba58ae5c2e6a","De stam van een werkwoord vinden","de-stam-van-een-werkwoord-vinden","Leer de stam van een Nederlands werkwoord vinden door -en weg te halen en pas klinkers, dubbele medeklinkers en de letters v en z correct aan.","De **stam** is de basisvorm waarmee je een regelmatig werkwoord vervoegt. De stam is meestal gelijk aan de ik-vorm in de tegenwoordige tijd: **ik werk**, **ik woon**, **ik reis**.\n\nNa deze les kun je:\n\n- de stam van veel regelmatige werkwoorden vinden;\n- de spelling aanpassen terwijl de klank gelijk blijft;\n- de stam gebruiken als de ik-vorm.\n\n## 1. Begin met het hele werkwoord\n\nHet **hele werkwoord**, ook wel de *infinitief*, staat bijvoorbeeld na **willen**: *Ik wil werken.* Veel regelmatige hele werkwoorden eindigen op **-en**.\n\nVoor een eenvoudige stam volg je deze stappen:\n\n1. Neem het hele werkwoord, bijvoorbeeld **werken**.\n2. Haal **-en** weg: **werk**.\n3. Controleer de Nederlandse spelling.\n4. Gebruik de stam bij **ik**: **ik werk**.\n\n| Heel werkwoord | Zonder -en | Stam | Ik-vorm |\n| --- | --- | --- | --- |\n| werken | werk | **werk** | ik werk |\n| fietsen | fiets | **fiets** | ik fiets |\n| vinden | vind | **vind** | ik vind |\n| rijden | rijd | **rijd** | ik rijd |\n| worden | word | **word** | ik word |\n| wandelen | wandel | **wandel** | ik wandel |\n| veranderen | verander | **verander** | ik verander |\n| openen | open | **open** | ik open |\n\nBij **wandelen**, **veranderen** en **openen** haal je alleen de laatste **-en** weg. De **e** in **wandel**, **verander** en **open** blijft staan: **wandelen → wandel**, niet *wandl*.\n\n:::tip\nZeg na elke stam meteen **ik + stam**. Zo controleer je of de vorm bekend klinkt: **ik werk**, **ik fiets**, **ik vind**.\n:::\n\n## 2. Houd een lange klinker lang\n\nSoms heeft het hele werkwoord één klinker in een open lettergreep: **ma-ken**, **wo-nen**, **lo-pen**. Na het verwijderen van **-en** eindigt de stam op een medeklinker. Je schrijft dan twee klinkers om de lange klank te houden.\n\n| Heel werkwoord | Eerste resultaat | Juiste stam |\n| --- | --- | --- |\n| maken | mak | **maak** |\n| wonen | won | **woon** |\n| lopen | lop | **loop** |\n| huren | hur | **huur** |\n\n:::example\n- Ik **maak** het ontbijt.\n- Ik **woon** in een appartement.\n- Ik **loop** naar het station.\n- Ik **huur** een kamer.\n:::\n\n:::warning\nKijk niet alleen naar de letters; houd ook de klinkerklank gelijk.\n\n✓ wonen → ik **woon**\n\n✗ wonen → ik *won*\n:::\n\n## 3. Schrijf één eindmedeklinker\n\nNa het verwijderen van **-en** blijven er soms twee dezelfde medeklinkers over. Aan het einde van de stam schrijf je er één.\n\n| Heel werkwoord | Eerste resultaat | Juiste stam |\n| --- | --- | --- |\n| pakken | pakk | **pak** |\n| bellen | bell | **bel** |\n| zetten | zett | **zet** |\n| missen | miss | **mis** |\n\nDe korte klinker blijft kort, omdat de lettergreep eindigt op een medeklinker: **pak**, **bel**, **zet**, **mis**. Eén medeklinker is genoeg om de lettergreep te sluiten: schrijf **pak**, niet *pakk*.\n\n## 4. Verander v in f en z in s\n\nBij gewone Nederlandse woordstammen schrijf je aan het einde meestal geen **v** of **z**. Komt een van deze letters aan het einde van het eerste resultaat? Verander dan **v** in **f** en **z** in **s**. Controleer ook de klinker.\n\n| Heel werkwoord | Eerste resultaat | Juiste stam |\n| --- | --- | --- |\n| leven | lev | **leef** |\n| geven | gev | **geef** |\n| reizen | reiz | **reis** |\n| kiezen | kiez | **kies** |\n\nBij **leven → lev → leef** pas je twee dingen aan: je verandert **v** in **f** én schrijft **ee** om de lange e-klank te houden. Hetzelfde gebeurt bij **geven → gev → geef**. Bij **reizen** en **kiezen** verander je alleen **z** in **s**; **ei** en **ie** blijven staan.\n\n:::example\n- Ik **leef** in Nederland.\n- Ik **geef** mijn vriend een boek.\n- Ik **reis** met de trein.\n- Ik **kies** de blauwe jas.\n:::\n\n## 5. Gebruik de stam\n\nBij een regelmatig werkwoord gebruik je de stam direct bij **ik**. Bij **jij**, **hij** en **zij** komt meestal een **t** achter de stam. Eindigt de stam al op **-t**, dan komt er geen tweede **t**.\n\n| Onderwerp | Voorbeeld met werken | Voorbeeld met reizen | Voorbeeld met zetten |\n| --- | --- | --- | --- |\n| ik | ik **werk** | ik **reis** | ik **zet** |\n| jij, hij, zij | jij **werkt** | zij **reist** | hij **zet** |\n\nBij **jij**, **hij** en **zij** schrijf je dus een **t** na de stam, behalve als de stam al op **-t** eindigt: **hij zet**, **jij praat**, **zij zit**.\n\nEindigt de stam op **-d**? Laat de **d** staan en voeg bij **jij**, **hij** en **zij** een **t** toe: **ik vind → jij vindt**, **ik rijd → hij rijdt**, **ik word → zij wordt**.\n\nStaat **jij** achter het werkwoord? Dan gebruik je de stam zonder extra **t**. Dat zie je bijvoorbeeld in vragen:\n\n| Jij voor het werkwoord | Jij achter het werkwoord |\n| --- | --- |\n| Jij **werkt**. | **Werk** jij? |\n| Jij **reist** mee. | **Reis** jij mee? |\n| Jij **zet** de stoel klaar. | **Zet** jij de stoel klaar? |\n\nDe **t** van de stam **zet** blijft dus staan.\n\n:::note\nSommige veelvoorkomende werkwoorden zijn onregelmatig. De vormen van **zijn**, **hebben**, **gaan** en **doen** leer je apart. Gebruik de stappen op deze pagina vooral bij regelmatige werkwoorden.\n:::\n\n## 6. Een praktische controle\n\nControleer een nieuwe stam met drie vragen:\n\n1. Heb ik **-en** weggehaald?\n2. Moet een lange klinker dubbel worden geschreven?\n3. Moet ik een dubbele medeklinker verkorten of **v\u002Fz** veranderen in **f\u002Fs**?\n\n:::example\n**reizen** → verwijder **-en** → **reiz** → verander **z** in **s** → **reis** → *ik reis*.\n\n**bellen** → verwijder **-en** → **bell** → schrijf één **l** → **bel** → *ik bel*.\n:::\n\n## 7. Kort samengevat\n\n- De stam van een regelmatig werkwoord is meestal de **ik-vorm**.\n- Haal eerst **-en** van het hele werkwoord.\n- Houd een lange klinker lang: **maken → maak**.\n- Schrijf één eindmedeklinker: **pakken → pak**.\n- Verander een laatste **v** in **f** en een laatste **z** in **s**.","nl","A1",25,[13],{"id":14,"name":15,"level":10,"language":9,"isCompleted":16,"completionPercentage":17,"totalExercises":18,"completedExercises":17},"01a0ba4b-87a7-7e78-988d-3307b6c303b2","Regelmatige en scheidbare werkwoorden",false,0,13,"2026-09-19T15:31:47+00:00","2026-10-11T12:53:41+00:00",[22],{"id":23,"title":24,"vocabularyListWords":25,"isPublished":39},"01a0ba4c-43b3-7ca8-8168-701d791b141f","Regelmatige werkwoorden en hun stam",[26,47,60,77,90,107,120,133],{"id":27,"vocabularyWord":28,"displayOrder":40},"01a0ba4c-43b3-7d50-8168-701d7a0f1122",{"id":29,"word":30,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":32,"partsOfSpeech":33,"audio":39,"audioUrl":46},"01a0ba4b-d752-75e7-baca-96fdd6372e40","werken",10,"tts_9d8727a5051a5a64_nl-NL.mp3",[34,41],{"id":35,"partOfSpeech":36,"definition":37,"exampleSentences":38,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d75a-7885-a2c4-a98ba3dd3d0f","VERB","Een beroep of taak uitvoeren en daar vaak geld mee verdienen.","Ik werk drie dagen per week in een winkel.",true,1,{"id":42,"partOfSpeech":36,"definition":43,"exampleSentences":44,"isPrimary":16,"meaningOrder":45},"01a0ba4b-d75a-78c9-a2c4-a98ba493b1ae","Doen wat de bedoeling is of goed functioneren.","Mijn telefoon werkt weer.",2,"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_9d8727a5051a5a64_nl-NL.mp3",{"id":48,"vocabularyWord":49,"displayOrder":45},"01a0ba4c-43b3-7da4-8168-701d7a22e791",{"id":50,"word":51,"frequency":52,"level":10,"language":9,"audioFilePath":53,"partsOfSpeech":54,"audio":39,"audioUrl":59},"01a0ba4b-d534-7ca0-8404-bbc5e5b893eb","fietsen",9,"tts_cc05e900ca070512_nl-NL.mp3",[55],{"id":56,"partOfSpeech":36,"definition":57,"exampleSentences":58,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d563-7823-b413-dd0b736e13e2","Je op een fiets voortbewegen door de pedalen rond te trappen.","In Nederland fietsen veel mensen naar hun werk.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_cc05e900ca070512_nl-NL.mp3",{"id":61,"vocabularyWord":62,"displayOrder":76},"01a0ba4c-43b3-7dec-8168-701d7a6c41e5",{"id":63,"word":64,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":65,"partsOfSpeech":66,"audio":39,"audioUrl":75},"01a0ba4b-d5b6-73b8-807d-73d19cff0b77","maken","tts_14f005572ef70fff_nl-NL.mp3",[67,71],{"id":68,"partOfSpeech":36,"definition":69,"exampleSentences":70,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d5fc-755a-9f37-be9122e0db42","Iets creëren, bouwen, bereiden of tot stand brengen.","Mijn zus maakt een taart.",{"id":72,"partOfSpeech":36,"definition":73,"exampleSentences":74,"isPrimary":16,"meaningOrder":45},"01a0ba4b-d5fc-75a2-9f37-be91234b4a4f","Ervoor zorgen dat iemand of iets in een bepaalde toestand komt.","Dat nieuws maakt mij blij.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_14f005572ef70fff_nl-NL.mp3",3,{"id":78,"vocabularyWord":79,"displayOrder":89},"01a0ba4c-43b3-7e2c-8168-701d7ac4a9d4",{"id":80,"word":81,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":82,"partsOfSpeech":83,"audio":39,"audioUrl":88},"01a0ba4b-d798-7b1e-8eab-abc279d64637","wonen","tts_193f912235d8b307_nl-NL.mp3",[84],{"id":85,"partOfSpeech":36,"definition":86,"exampleSentences":87,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d7de-73cc-b35c-f80d62ed7c71","Een huis of andere plaats als vaste verblijfplaats hebben.","Wij wonen in een appartement boven een winkel.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_193f912235d8b307_nl-NL.mp3",4,{"id":91,"vocabularyWord":92,"displayOrder":106},"01a0ba4c-43b3-7e6c-8168-701d7ac8fd20",{"id":93,"word":94,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":95,"partsOfSpeech":96,"audio":39,"audioUrl":105},"01a0ba4b-d5b3-71db-9d9b-26c34105692c","lopen","tts_3c8e9e951d71476e_nl-NL.mp3",[97,101],{"id":98,"partOfSpeech":36,"definition":99,"exampleSentences":100,"isPrimary":16,"meaningOrder":45},"01a0ba4b-d5fb-7f98-8a3e-e1b2d27d6ddb","Functioneren of op een bepaalde manier verlopen.","De vergadering loopt vandaag goed.",{"id":102,"partOfSpeech":36,"definition":103,"exampleSentences":104,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d5fb-7f50-8a3e-e1b2d1c57d3f","Je te voet voortbewegen, meestal zonder te rennen.","Elke ochtend loop ik naar het station.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_3c8e9e951d71476e_nl-NL.mp3",5,{"id":108,"vocabularyWord":109,"displayOrder":119},"01a0ba4c-43b3-7eb4-8168-701d7ad0c805",{"id":110,"word":111,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":112,"partsOfSpeech":113,"audio":39,"audioUrl":118},"01a0ba4b-d51a-7e7b-af33-02584af78501","bellen","tts_6a528cb16a55c0c8_nl-NL.mp3",[114],{"id":115,"partOfSpeech":36,"definition":116,"exampleSentences":117,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d560-7db1-bf08-b6af5cd87aa1","Via een telefoon contact met iemand opnemen.","Ik bel mijn moeder als ik op het station ben.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_6a528cb16a55c0c8_nl-NL.mp3",6,{"id":121,"vocabularyWord":122,"displayOrder":132},"01a0ba4c-43b3-7ef4-8168-701d7af84da0",{"id":123,"word":124,"frequency":52,"level":10,"language":9,"audioFilePath":125,"partsOfSpeech":126,"audio":39,"audioUrl":131},"01a0ba4b-d6d6-7eab-a6e2-953e81a0e61c","reizen","tts_7c08911c8706d17a_nl-NL.mp3",[127],{"id":128,"partOfSpeech":36,"definition":129,"exampleSentences":130,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d6df-7564-8a1b-af0b5ae01fc2","Een langere afstand naar een andere plaats afleggen, vaak met een vervoermiddel.","Wij reizen deze zomer met de trein door Duitsland.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_7c08911c8706d17a_nl-NL.mp3",7,{"id":134,"vocabularyWord":135,"displayOrder":149},"01a0ba4c-43b3-7f34-8168-701d7bd61fc2",{"id":136,"word":137,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":138,"partsOfSpeech":139,"audio":39,"audioUrl":148},"01a0ba4b-d539-764f-a706-d3f57ae77e4b","geven","tts_b5d8f4f244926abc_nl-NL.mp3",[140,144],{"id":141,"partOfSpeech":36,"definition":142,"exampleSentences":143,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d563-7ddb-b413-dd0b76841373","Ervoor zorgen dat iemand iets krijgt.","Ik geef mijn zus een boek voor haar verjaardag.",{"id":145,"partOfSpeech":36,"definition":146,"exampleSentences":147,"isPrimary":16,"meaningOrder":45},"01a0ba4b-d563-7e1f-b413-dd0b774cb8a9","Een activiteit, gelegenheid of dienst aanbieden of organiseren.","De docent geeft elke ochtend les.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_b5d8f4f244926abc_nl-NL.mp3",8,{"name":15,"slug":151,"language":9},"regelmatige-en-scheidbare-werkwoorden-a1",[],[154,164],{"@id":155,"@type":156,"id":157,"grammarPage":158,"title":159,"instructions":160,"displayOrder":17,"type":161,"questionCount":162,"blankCount":162,"isCompleted":16,"ogImageUrl":163},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-9a2d-79e4-8830-259ef0bc55e0","GrammarExercise","01a0ba4b-9a2d-79e4-8830-259ef0bc55e0","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8947-715c-b329-ba58ae5c2e6a","Stammen stap voor stap","Kies de juiste stam van elk regelmatig werkwoord.","word_select",15,"\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_c7c49421-68bc-460b-8018-61c16782f386_hero.webp?v=1789831912",{"@id":165,"@type":156,"id":166,"grammarPage":158,"title":167,"instructions":168,"displayOrder":40,"type":161,"questionCount":162,"blankCount":162,"isCompleted":16,"ogImageUrl":169},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-9a49-7c14-b1df-7b2f5f5dc13e","01a0ba4b-9a49-7c14-b1df-7b2f5f5dc13e","Ik gebruik de stam","Kies in elke zin de juiste stam als ik-vorm. Voeg bij ik geen extra t toe.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_aa27d37d-1ed8-4428-9a75-03e1ca12a444_hero.webp?v=1789831912",null]