[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-page-nl-de-vervangende-infinitief-in-het-perfectum":3,"grammar-exercises-by-page-01a0ba4b-8960-72af-9e97-fa0d7bae46a0":364,"exercise-list-path-nl-none":394},{"id":4,"title":5,"slug":6,"seoDescription":7,"content":8,"language":9,"level":10,"displayOrder":11,"grammarTopics":12,"createdAt":19,"updatedAt":20,"vocabularyLists":21,"primaryTopicHub":361,"readyImages":363},"01a0ba4b-8960-72af-9e97-fa0d7bae46a0","De vervangende infinitief in het perfectum","de-vervangende-infinitief-in-het-perfectum","Vorm het Nederlandse perfectum met een vervangende infinitief in zinnen als ik heb moeten werken. Leer wanneer een deelwoord wel of niet past.","In het perfectum verwacht je normaal een voltooid deelwoord: *ik heb gewerkt*. Maar als een modaal of waarnemingswerkwoord een andere infinitief begeleidt, verschijnt vaak zelf ook een infinitief: *ik heb moeten werken*. Die vorm heet de **vervangende infinitief**.\n\n## Het basispatroon\n\nVergelijk een gewone verleden zin met het perfectum.\n\n| Verleden tijd | Perfectum | Niet standaard in deze betekenis |\n|---|---|---|\n| Ik moest werken. | Ik **heb moeten werken**. | ik heb gemoeten werken |\n| Zij kon komen. | Zij **heeft kunnen komen**. | zij heeft gekund komen |\n| We mochten blijven. | We **hebben mogen blijven**. | we hebben gemogen blijven |\n\nMeestal draagt **hebben** de tijd. Aan het einde staan twee infinitieven: eerst het begeleidende werkwoord en daarna het inhoudelijke werkwoord.\n\nHet bovenste werkwoord van de groep, dat de andere infinitief begeleidt, bepaalt de keuze tussen **hebben** en **zijn**: in *zij heeft kunnen komen* bepaalt **kunnen** dus het hulpwerkwoord, ook al zeg je zonder **kunnen** *zij is gekomen*.\n\n:::note\nDe vervangende infinitief vervangt alleen de vorm die anders een deelwoord zou zijn. *Werken, komen* en *blijven* waren al infinitieven.\n:::\n\n## Modale werkwoorden\n\nDe bekendste groep bestaat uit **kunnen, moeten, mogen, willen** en in passende context **zullen**.\n\n- Ik **heb de klant kunnen bereiken**.\n- De bezoekers **hebben buiten moeten wachten**.\n- Amir **heeft een dag langer mogen blijven**.\n- Ze **heeft niet willen reageren**.\n\n**Zullen** komt minder vaak in een gewoon perfectum voor, omdat het zelf vaak toekomst of waarschijnlijkheid uitdrukt. Stapel tijden en modaliteit alleen als de betekenis helder blijft.\n\n## Laten, zien en horen\n\nOok enkele werkwoorden van veroorzaken en waarnemen krijgen deze constructie als ze direct met een infinitief verbonden zijn.\n\n- De monteur **heeft de motor laten draaien**.\n- We **hebben haar de straat zien oversteken**.\n- Ik **heb de telefoon horen overgaan**.\n\nDe vormen *gelaten, gezien* en *gehoord* zijn wel mogelijk wanneer er geen afhankelijke infinitief in deze constructie staat.\n\n- Ik **heb het resultaat gezien**.\n- Ik **heb een vreemd geluid gehoord**.\n- Hij **heeft zijn jas thuisgelaten**.\n\nDe betekenis en zinsbouw bepalen dus of je een gewoon deelwoord of een vervangende infinitief nodig hebt.\n\n### Hoeven, helpen en leren\n\nOok **hoeven, helpen** en **leren** kunnen als vervangende infinitief voorkomen.\n\n- Ik **heb niet hoeven wachten**.\n- Ik **heb niet hoeven te wachten**.\n- Ik **heb hem helpen verhuizen**.\n- Ik **heb hem leren zwemmen**.\n\nBij **hoeven** komen in deze constructie dus zowel de variant zonder **te** als die met **te** voor. **Hoeven** vraagt hier een ontkennend of beperkend element, zoals **niet, geen** of **alleen maar**: *ik heb geen minuut hoeven wachten*; *ik heb alleen maar hoeven tekenen*.\n\n## Wanneer staat er wel een deelwoord?\n\nAls het modale werkwoord zelfstandig wordt gebruikt en de ontbrekende handeling alleen uit de context blijkt, kan een voltooid deelwoord verschijnen.\n\n- Ik wilde meegaan, maar ik **heb het niet gekund**.\n- Niemand dwong haar; ze **heeft het zelf gewild**.\n- Het was verplicht, dus we **hebben wel gemoeten**.\n\nZodra je de tweede infinitief noemt, gebruik je de vervangende vorm: *we hebben moeten vertrekken*.\n\n:::example\n**Met genoemde handeling:** Noor heeft de afspraak **moeten afzeggen**.\n\n**Zonder genoemde handeling:** Noor wilde komen, maar heeft niet **gekund**.\n\nIn de eerste zin begeleidt *moeten* een infinitief. In de tweede staat *kunnen* zelfstandig en verschijnt *gekund*.\n:::\n\n## Niet elk werkwoord met een infinitief doet mee\n\nNa veel werkwoorden blijft het gewone voltooid deelwoord staan, vaak met **te + infinitief**.\n\n- Ze **heeft geprobeerd te bellen**.\n- We **hebben besloten te wachten**.\n- Hij **heeft beloofd te komen**.\n\nLeer daarom welke werkwoorden de vervangende infinitief toelaten. De productieve kern bestaat uit modale werkwoorden, **laten, zien, horen, hoeven, helpen** en **leren**.\n\n## Met zijn als hulpwerkwoord\n\nOok werkwoorden die met **zijn** worden vervoegd kunnen een vervangende infinitief krijgen: *ik ben gaan kijken*, *hij is blijven staan*, *zij is komen helpen*.\n\nVergelijk **hij is blijven staan** met **hij heeft moeten blijven**: in de eerste zin bepaalt **blijven** het hulpwerkwoord, in de tweede **moeten**.\n\n## Plaats in hoofdzin en bijzin\n\nIn een hoofdzin staat **hebben** als persoonsvorm vroeg en de infinitiefgroep achteraan.\n\n- Wij **hebben** langer **moeten wachten**.\n- Zij **heeft** het probleem **kunnen oplossen**.\n\nIn een bijzin komt de hele werkwoordgroep aan het einde. Een veelvoorkomende standaardvolgorde is **heeft\u002Fhebben + vervangende infinitief + inhoudelijke infinitief**.\n\n- omdat wij langer **hebben moeten wachten**\n- hoewel zij het probleem **heeft kunnen oplossen**\n\nZowel in de Nederlands-Nederlandse als in de Belgisch-Nederlandse standaardtaal staat de persoonsvorm in deze constructie vóór de infinitieven: *omdat wij hebben moeten wachten*.\n\nBij een groep met drie werkwoorden en een voltooid deelwoord kan de plaats van dat deelwoord variëren: **dat het had moeten worden betaald** naast **dat het betaald had moeten worden**. In beide varianten blijft **had** vóór **moeten worden** staan.\n\n:::warning\nSchrijf niet *ik heb gemoeten werken* en niet *ik heb moeten te werken*. Correct is: **ik heb moeten werken**.\n:::\n\n## Een betrouwbare controle\n\n1. Zoek het werkwoord dat de tijd draagt: een vorm van **hebben** of **zijn**.\n2. Zoek de inhoudelijke infinitief: *werken, komen, wachten*.\n3. Controleer of het begeleidende werkwoord modaal is of tot de hierboven besproken werkwoorden behoort.\n4. Gebruik dan in de kernconstructie ook voor dat werkwoord de infinitief.\n5. Staat het begeleidende werkwoord zelfstandig? Controleer dan het gewone deelwoord.\n\n## Samenvatting\n\n- In *heeft moeten werken* vervangt **moeten** het verwachte deelwoord.\n- De constructie is typisch bij modale werkwoorden en bij **laten, zien, horen** met een infinitief.\n- Zonder afhankelijke infinitief zijn vormen als **gekund, gewild** en **gezien** mogelijk.\n- Werkwoorden als **proberen, besluiten** en **beloven** houden doorgaans hun deelwoord.\n- In een bijzin staat de hele werkwoordgroep aan het einde.","nl","B2",166,[13],{"id":14,"name":15,"level":10,"language":9,"isCompleted":16,"completionPercentage":17,"totalExercises":18,"completedExercises":17},"01a0ba4b-87cf-7499-8fb5-2b7d8850fdb0","Complexe werkwoordclusters beheersen",false,0,10,"2026-09-19T15:31:47+00:00","2026-10-11T12:53:41+00:00",[22],{"id":23,"title":24,"vocabularyListWords":25,"isPublished":39},"01a0ba4c-43f6-7e9b-914f-1e8a5e906e57","Kernwoorden bij De vervangende infinitief in het perfectum",[26,42,59,72,85,99,108,125,142,152,164,181,194,203,216,229,247,269,286,303,320,332,343,352],{"id":27,"vocabularyWord":28,"displayOrder":40},"01a0ba4c-43f6-7f07-914f-1e8a5ec89b85",{"id":29,"word":30,"frequency":18,"level":31,"language":9,"audioFilePath":32,"partsOfSpeech":33,"audio":39,"audioUrl":41},"01a0ba4b-d6c4-777d-967b-f5b8ec7cb5ea","moeten","A1","tts_8c23aedee6bd6abe_nl-NL.mp3",[34],{"id":35,"partOfSpeech":36,"definition":37,"exampleSentences":38,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d6dd-7231-8390-ca488f9638c2","MODAL_VERB","Uitdrukken dat iets noodzakelijk, verplicht of niet te vermijden is.","We moeten nu vertrekken om de trein te halen.",true,1,"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_8c23aedee6bd6abe_nl-NL.mp3",{"id":43,"vocabularyWord":44,"displayOrder":57},"01a0ba4c-43f6-7f47-914f-1e8a5f7dbe48",{"id":45,"word":46,"frequency":18,"level":31,"language":9,"audioFilePath":47,"partsOfSpeech":48,"audio":39,"audioUrl":58},"01a0ba4b-d55c-77ea-8840-e267b6601348","kunnen","tts_b7151ade890e819b_nl-NL.mp3",[49,53],{"id":50,"partOfSpeech":36,"definition":51,"exampleSentences":52,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d567-7686-aa36-e4be4e561e16","De vaardigheid of mogelijkheid hebben om iets te doen.","Mijn zus kan heel goed zwemmen.",{"id":54,"partOfSpeech":36,"definition":55,"exampleSentences":56,"isPrimary":16,"meaningOrder":57},"01a0ba4b-d567-76ca-aa36-e4be4ecc1f05","Aangeven dat iets mogelijk is.","Het kan morgen gaan regenen.",2,"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_b7151ade890e819b_nl-NL.mp3",{"id":60,"vocabularyWord":61,"displayOrder":71},"01a0ba4c-43f6-7f6b-914f-1e8a5f955c6a",{"id":62,"word":63,"frequency":18,"level":31,"language":9,"audioFilePath":64,"partsOfSpeech":65,"audio":39,"audioUrl":70},"01a0ba4b-d6c5-7198-a17b-dc036d1802b2","mogen","tts_bf65ea99c7e3d468_nl-NL.mp3",[66],{"id":67,"partOfSpeech":36,"definition":68,"exampleSentences":69,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d6dd-7349-8390-ca488fbf6a74","Toestemming hebben of beleefd om toestemming vragen.","Mag ik hier mijn fiets zetten?","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_bf65ea99c7e3d468_nl-NL.mp3",3,{"id":73,"vocabularyWord":74,"displayOrder":84},"01a0ba4c-43f6-7f8b-914f-1e8a6094d0b6",{"id":75,"word":76,"frequency":18,"level":31,"language":9,"audioFilePath":77,"partsOfSpeech":78,"audio":39,"audioUrl":83},"01a0ba4b-d797-7405-86c9-a5706678897e","willen","tts_7b0212d8b2717164_nl-NL.mp3",[79],{"id":80,"partOfSpeech":36,"definition":81,"exampleSentences":82,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d7dd-7ec5-99f2-101f3aff8efe","Een wens, voorkeur of plan uitdrukken.","Wij willen volgend jaar naar Spanje reizen.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_7b0212d8b2717164_nl-NL.mp3",4,{"id":86,"vocabularyWord":87,"displayOrder":98},"01a0ba4c-43f7-7006-ae9f-a79e103ffc74",{"id":88,"word":89,"frequency":18,"level":90,"language":9,"audioFilePath":91,"partsOfSpeech":92,"audio":39,"audioUrl":97},"01a0ba4b-e525-72de-9189-db1a30080cc3","zullen","A2","tts_db62e1c74c948569_nl-NL.mp3",[93],{"id":94,"partOfSpeech":95,"definition":96,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-e52f-7e82-b8a0-7c156399661e","VERB","","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_db62e1c74c948569_nl-NL.mp3",5,{"id":100,"vocabularyWord":101,"displayOrder":107},"01a0ba4c-43f7-702a-ae9f-a79e1119a3bb",{"id":102,"word":103,"frequency":18,"level":90,"language":9,"audioFilePath":104,"partsOfSpeech":105,"audio":39,"audioUrl":106},"01a0ba4b-d864-7907-8ef8-fdf74260345a","laten","tts_7649b48e0d197c09_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_7649b48e0d197c09_nl-NL.mp3",6,{"id":109,"vocabularyWord":110,"displayOrder":124},"01a0ba4c-43f7-7046-ae9f-a79e111e832b",{"id":111,"word":112,"frequency":18,"level":31,"language":9,"audioFilePath":113,"partsOfSpeech":114,"audio":39,"audioUrl":123},"01a0ba4b-d79c-747d-b129-d0c64db4a431","zien","tts_fa1199cc60208f8c_nl-NL.mp3",[115,119],{"id":116,"partOfSpeech":95,"definition":117,"exampleSentences":118,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d7df-7043-a2d4-3487ffa64dc7","Iemand of iets met de ogen waarnemen.","Vanaf het raam zie ik de zee.",{"id":120,"partOfSpeech":95,"definition":121,"exampleSentences":122,"isPrimary":16,"meaningOrder":57},"01a0ba4b-d7df-70d7-a2d4-3487ffd03e99","Iemand ontmoeten of tijd met die persoon doorbrengen.","Ik zie mijn oma elke zondag.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_fa1199cc60208f8c_nl-NL.mp3",7,{"id":126,"vocabularyWord":127,"displayOrder":141},"01a0ba4c-43f7-7066-ae9f-a79e113f3c6d",{"id":128,"word":129,"frequency":18,"level":90,"language":9,"audioFilePath":130,"partsOfSpeech":131,"audio":39,"audioUrl":140},"01a0ba4b-d7da-7b7d-85ab-b0b78d848c61","horen","tts_8ad20e7b3b2bf13a_nl-NL.mp3",[132,136],{"id":133,"partOfSpeech":95,"definition":134,"exampleSentences":135,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d7ed-759c-83a0-073bd3140967","Geluid met de oren waarnemen.","Ik hoor de telefoon in de andere kamer.",{"id":137,"partOfSpeech":95,"definition":138,"exampleSentences":139,"isPrimary":16,"meaningOrder":57},"01a0ba4b-d7ed-7620-83a0-073bd3902e7d","Bij een persoon, zaak of groep passen of daarvan deel zijn.","Deze sleutel hoort bij de voordeur.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_8ad20e7b3b2bf13a_nl-NL.mp3",8,{"id":143,"vocabularyWord":144,"displayOrder":151},"01a0ba4c-43f7-7082-ae9f-a79e1189f23f",{"id":145,"word":146,"frequency":141,"level":147,"language":9,"audioFilePath":148,"partsOfSpeech":149,"audio":39,"audioUrl":150},"01a0ba4b-d5ee-715d-ba5b-aa1c39f7771b","hoeven","B1","tts_4a1a5808b2d537fd_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_4a1a5808b2d537fd_nl-NL.mp3",9,{"id":153,"vocabularyWord":154,"displayOrder":18},"01a0ba4c-43f7-709e-ae9f-a79e1253131e",{"id":155,"word":156,"frequency":18,"level":31,"language":9,"audioFilePath":157,"partsOfSpeech":158,"audio":39,"audioUrl":163},"01a0ba4b-d540-7aac-bbf5-024b2ea5994f","helpen","tts_c01b20905eb014dd_nl-NL.mp3",[159],{"id":160,"partOfSpeech":95,"definition":161,"exampleSentences":162,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d564-794f-97f9-ade232519406","Iets doen waardoor een taak of probleem voor iemand makkelijker wordt.","Mijn buurman helpt mij met de zware dozen.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_c01b20905eb014dd_nl-NL.mp3",{"id":165,"vocabularyWord":166,"displayOrder":180},"01a0ba4c-43f7-70b6-ae9f-a79e13055e57",{"id":167,"word":168,"frequency":18,"level":31,"language":9,"audioFilePath":169,"partsOfSpeech":170,"audio":39,"audioUrl":179},"01a0ba4b-d5af-7f7b-97c5-ae22ffd8f184","leren","tts_336afe135bfab82b_nl-NL.mp3",[171,175],{"id":172,"partOfSpeech":95,"definition":173,"exampleSentences":174,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d5fb-79d4-8a3e-e1b2cdc18b8c","Nieuwe kennis of een nieuwe vaardigheid krijgen door studie of oefening.","Op school leer ik Nederlands.",{"id":176,"partOfSpeech":95,"definition":177,"exampleSentences":178,"isPrimary":16,"meaningOrder":57},"01a0ba4b-d5fb-7a34-8a3e-e1b2ce2a1150","Iemand kennis of een vaardigheid bijbrengen.","Mijn opa leert mij schaken.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_336afe135bfab82b_nl-NL.mp3",11,{"id":182,"vocabularyWord":183,"displayOrder":193},"01a0ba4c-43f7-70d2-ae9f-a79e13c0e835",{"id":184,"word":185,"frequency":151,"level":90,"language":9,"audioFilePath":186,"partsOfSpeech":187,"audio":39,"audioUrl":192},"01a0ba4b-d98a-7316-add4-d9efe9a91d29","proberen","tts_f2e922e1c16d0036_nl-NL.mp3",[188],{"id":189,"partOfSpeech":95,"definition":190,"exampleSentences":191,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d99b-77dc-8d33-0d46a7a400b7","Moeite doen om iets te bereiken of nagaan of iets mogelijk of geschikt is.","Ik probeer elke dag een halfuur Nederlands te lezen.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_f2e922e1c16d0036_nl-NL.mp3",12,{"id":195,"vocabularyWord":196,"displayOrder":202},"01a0ba4c-43f7-70ee-ae9f-a79e145489af",{"id":197,"word":198,"frequency":124,"level":147,"language":9,"audioFilePath":199,"partsOfSpeech":200,"audio":39,"audioUrl":201},"01a0ba4b-d911-7cbb-8879-59207e7c77ef","besluiten","tts_1feb75f348767224_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_1feb75f348767224_nl-NL.mp3",13,{"id":204,"vocabularyWord":205,"displayOrder":215},"01a0ba4c-43f7-710a-ae9f-a79e150a3117",{"id":206,"word":207,"frequency":141,"level":147,"language":9,"audioFilePath":208,"partsOfSpeech":209,"audio":39,"audioUrl":214},"01a0ba4b-da6d-78f2-943b-7d14468812f8","beloven","tts_0093441427f7b0dd_nl-NL.mp3",[210],{"id":211,"partOfSpeech":95,"definition":212,"exampleSentences":213,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-daa7-79ee-af15-7af29ad7a215","Zeggen dat je iets zeker zult doen of dat iets zeker zal gebeuren.","Ik beloof dat ik het geleende boek morgen terugbreng.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_0093441427f7b0dd_nl-NL.mp3",14,{"id":217,"vocabularyWord":218,"displayOrder":228},"01a0ba4c-43f7-7126-ae9f-a79e15f39604",{"id":219,"word":220,"frequency":18,"level":31,"language":9,"audioFilePath":221,"partsOfSpeech":222,"audio":39,"audioUrl":227},"01a0ba4b-d74a-7251-ac25-0b6f83d17f24","wachten","tts_ec64f70816206fc5_nl-NL.mp3",[223],{"id":224,"partOfSpeech":95,"definition":225,"exampleSentences":226,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d759-7a18-afe6-cd9a853efd6f","Op dezelfde plaats of in dezelfde toestand blijven tot iemand komt of iets gebeurt.","We wachten bij de ingang op onze vrienden.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_ec64f70816206fc5_nl-NL.mp3",15,{"id":230,"vocabularyWord":231,"displayOrder":246},"01a0ba4c-43f7-7142-ae9f-a79e16b5ef0d",{"id":232,"word":233,"frequency":18,"level":31,"language":9,"audioFilePath":234,"partsOfSpeech":235,"audio":39,"audioUrl":245},"01a0ba4b-d53f-7c67-85eb-3b9922c23a39","hebben","tts_3fae4853c243bafc_nl-NL.mp3",[236,240],{"id":237,"partOfSpeech":95,"definition":238,"exampleSentences":239,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d564-783b-97f9-ade231f4c857","Iets bezitten, bij je dragen of kunnen gebruiken.","Wij hebben twee fietsen.",{"id":241,"partOfSpeech":242,"definition":243,"exampleSentences":244,"isPrimary":16,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d564-77f7-97f9-ade231e70113","AUXILIARY_VERB","Een hulpwerkwoord waarmee je bij veel werkwoorden de voltooide tijd maakt.","Ze hebben de deur gesloten.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_3fae4853c243bafc_nl-NL.mp3",16,{"id":248,"vocabularyWord":249,"displayOrder":268},"01a0ba4c-43f7-715e-ae9f-a79e172c4d42",{"id":250,"word":251,"frequency":18,"level":31,"language":9,"audioFilePath":252,"partsOfSpeech":253,"audio":39,"audioUrl":267},"01a0ba4b-d79d-7992-a05f-482e3a79eb3b","zijn","tts_ceb8d8b36d305a53_nl-NL.mp3",[254,258,263],{"id":255,"partOfSpeech":242,"definition":256,"exampleSentences":257,"isPrimary":16,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d7df-76f3-a2d4-348800f43663","Een hulpwerkwoord waarmee je bij bepaalde werkwoorden de voltooide tijd maakt.","We zijn gisteren vroeg vertrokken.",{"id":259,"partOfSpeech":260,"definition":261,"exampleSentences":262,"isPrimary":16,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d7df-778f-a2d4-34880166a8ed","PRONOUN","Een bezittelijk woord dat aangeeft dat iets bij een mannelijke persoon of een het-woord hoort.","Joris zoekt zijn jas.",{"id":264,"partOfSpeech":95,"definition":265,"exampleSentences":266,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d7df-7827-a2d4-348801a7c8f6","Een identiteit, eigenschap, toestand of plaats uitdrukken.","De ramen zijn open.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_ceb8d8b36d305a53_nl-NL.mp3",17,{"id":270,"vocabularyWord":271,"displayOrder":285},"01a0ba4c-43f7-717a-ae9f-a79e17ff8e51",{"id":272,"word":273,"frequency":18,"level":31,"language":9,"audioFilePath":274,"partsOfSpeech":275,"audio":39,"audioUrl":284},"01a0ba4b-d536-741a-9b5b-10271c0cd8b0","gaan","tts_5073aaa2a38c7d28_nl-NL.mp3",[276,280],{"id":277,"partOfSpeech":242,"definition":278,"exampleSentences":279,"isPrimary":16,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d563-7a53-b413-dd0b7488d449","Samen met een infinitief uitdrukken dat iets binnenkort of volgens een plan gebeurt.","Ik ga vanavond koken.",{"id":281,"partOfSpeech":95,"definition":282,"exampleSentences":283,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d563-7a9b-b413-dd0b74ef239d","Van de ene plaats naar een andere plaats bewegen of vertrekken.","We gaan met de fiets naar school.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_5073aaa2a38c7d28_nl-NL.mp3",18,{"id":287,"vocabularyWord":288,"displayOrder":302},"01a0ba4c-43f7-7196-ae9f-a79e1864ad5c",{"id":289,"word":290,"frequency":18,"level":147,"language":9,"audioFilePath":291,"partsOfSpeech":292,"audio":39,"audioUrl":301},"01a0ba4b-da7a-7016-a803-0095fc058e83","blijven","tts_e163c862f1ca06c3_nl-NL.mp3",[293,297],{"id":294,"partOfSpeech":95,"definition":295,"exampleSentences":296,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-daa8-7c74-a4f9-feffa5c01f91","Niet weggaan of niet veranderen van plaats, toestand of situatie.","Tijdens de verbouwing blijft de bibliotheek gewoon open.",{"id":298,"partOfSpeech":95,"definition":299,"exampleSentences":300,"isPrimary":16,"meaningOrder":57},"01a0ba4b-daa8-7cb8-a4f9-feffa5e74481","Een handeling gedurende langere tijd voortzetten.","Ook na een fout bleef ze rustig doorwerken.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_e163c862f1ca06c3_nl-NL.mp3",19,{"id":304,"vocabularyWord":305,"displayOrder":319},"01a0ba4c-43f7-71b2-ae9f-a79e188df5c9",{"id":306,"word":307,"frequency":18,"level":31,"language":9,"audioFilePath":308,"partsOfSpeech":309,"audio":39,"audioUrl":318},"01a0ba4b-d55a-78c9-bc98-5b30975f6440","komen","tts_0416817c7aa1466e_nl-NL.mp3",[310,314],{"id":311,"partOfSpeech":95,"definition":312,"exampleSentences":313,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d567-72f6-aa36-e4be4babed76","Zich naar een plaats of persoon toe bewegen en daar aankomen.","De bus komt om acht uur.",{"id":315,"partOfSpeech":95,"definition":316,"exampleSentences":317,"isPrimary":16,"meaningOrder":57},"01a0ba4b-d567-733a-aa36-e4be4c4cf665","Een bepaalde plaats als land, stad of huis als oorsprong hebben.","Mila komt uit België.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_0416817c7aa1466e_nl-NL.mp3",20,{"id":321,"vocabularyWord":322,"displayOrder":331},"01a0ba4c-43f7-71ce-ae9f-a79e1903b14b",{"id":323,"word":324,"frequency":57,"level":147,"language":9,"audioFilePath":325,"partsOfSpeech":326,"audio":39,"audioUrl":330},"01a0ba4b-e24b-7b9d-8bd3-0cddbf2d779d","infinitief","tts_8b09e823d34b02e8_nl-NL.mp3",[327],{"id":328,"partOfSpeech":329,"definition":96,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-e28a-7619-8157-291a94f738c4","NOUN","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_8b09e823d34b02e8_nl-NL.mp3",21,{"id":333,"vocabularyWord":334,"displayOrder":342},"01a0ba4c-43f7-7206-ae9f-a79e1a5dcd90",{"id":335,"word":336,"frequency":40,"level":10,"language":9,"audioFilePath":337,"partsOfSpeech":338,"audio":39,"audioUrl":341},"01a0ba4b-e1f9-7927-999a-15ef671cdcd6","deelwoord","tts_e281aa8eada1f253_nl-NL.mp3",[339],{"id":340,"partOfSpeech":329,"definition":96,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-e203-7e44-9f47-2d81dd70f74e","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_e281aa8eada1f253_nl-NL.mp3",23,{"id":344,"vocabularyWord":345,"displayOrder":351},"01a0ba4c-43f7-722a-ae9f-a79e1ab560f6",{"id":346,"word":347,"frequency":40,"level":147,"language":9,"audioFilePath":348,"partsOfSpeech":349,"audio":39,"audioUrl":350},"01a0ba4b-dbfc-7699-85a8-e807b2c08d43","hulpwerkwoord","tts_434399191693763e_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_434399191693763e_nl-NL.mp3",24,{"id":353,"vocabularyWord":354,"displayOrder":360},"01a0ba4c-43f7-7246-ae9f-a79e1b96a50c",{"id":355,"word":356,"frequency":57,"level":10,"language":9,"audioFilePath":357,"partsOfSpeech":358,"audio":39,"audioUrl":359},"01a0ba4b-de48-7403-98a8-c4e42dfbc67c","modaal","tts_589f984a52224156_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_589f984a52224156_nl-NL.mp3",25,{"name":15,"slug":362,"language":9},"complexe-werkwoordclusters-beheersen-b2",[],[365,374,381,388],{"@id":366,"@type":367,"id":368,"grammarPage":369,"title":370,"instructions":371,"displayOrder":17,"type":372,"questionCount":180,"blankCount":180,"isCompleted":16,"ogImageUrl":373},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-9b84-7476-b4dd-ae823c261c71","GrammarExercise","01a0ba4b-9b84-7476-b4dd-ae823c261c71","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8960-72af-9e97-fa0d7bae46a0","Terugkijken: bouw de werkwoordgroep","Tik de woorden in de juiste volgorde om een zin of vraag te bouwen. Er blijven telkens twee woorden over. Let op hoofdletters en leestekens.","sentence_builder","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_0665db3a-d91d-43ff-b9d4-24495e3d1620_hero.webp?v=1789831912",{"@id":375,"@type":367,"id":376,"grammarPage":369,"title":377,"instructions":378,"displayOrder":40,"type":379,"questionCount":18,"blankCount":17,"isCompleted":16,"ogImageUrl":380},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-9b97-7895-897c-e8e3fd34b0ff","01a0ba4b-9b97-7895-897c-e8e3fd34b0ff","Terugblikken: vind de verkeerde werkwoordsvorm","Elke zin bevat één verkeerd woord. Tik dat woord aan en kies de juiste vervanging.","find_and_fix","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_03d4b5fe-0b6b-4393-9fd6-36da016c02e5_hero.webp?v=1789831912",{"@id":382,"@type":367,"id":383,"grammarPage":369,"title":384,"instructions":385,"displayOrder":57,"type":386,"questionCount":193,"blankCount":193,"isCompleted":16,"ogImageUrl":387},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-9ba0-7add-bd4b-75e9f6a89bcd","01a0ba4b-9ba0-7add-bd4b-75e9f6a89bcd","Een activiteit organiseren: infinitief of deelwoord?","Kies de vorm die past. Let op de verbinding met een andere infinitief en op zelfstandig gebruikte werkwoorden.","word_select","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_aa50fc4d-ceac-4278-8ece-7955e0697e81_hero.webp?v=1789831912",{"@id":389,"@type":367,"id":390,"grammarPage":369,"title":391,"instructions":392,"displayOrder":71,"type":386,"questionCount":202,"blankCount":202,"isCompleted":16,"ogImageUrl":393},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-9bb8-7189-9b27-2b32a2597ac4","01a0ba4b-9bb8-7189-9b27-2b32a2597ac4","Onderweg en op bezoek: kies de juiste werkwoordgroep","Kies de passende vorm of werkwoordgroep. Let op het hulpwerkwoord, de woordvolgorde en werkwoorden die hun deelwoord behouden.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_c94cfa6a-6b60-436b-9704-d1bcd3fc1fe8_hero.webp?v=1789831912",null]