[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-page-nl-deze-die-dit-en-dat-aanwijzen":3,"grammar-exercises-by-page-01a0ba4b-897e-7565-9a93-f65d38dde38d":311,"exercise-list-path-nl-none":334},{"id":4,"title":5,"slug":6,"seoDescription":7,"content":8,"language":9,"level":10,"displayOrder":11,"grammarTopics":12,"createdAt":19,"updatedAt":20,"vocabularyLists":21,"primaryTopicHub":308,"readyImages":310},"01a0ba4b-897e-7565-9a93-f65d38dde38d","Deze, die, dit en dat aanwijzen","deze-die-dit-en-dat-aanwijzen","Leer deze, die, dit en dat kiezen met de-woorden, het-woorden, afstand en meervoud, en wijs mensen en dingen duidelijk aan in eenvoudige zinnen.","Met **deze**, **die**, **dit** en **dat** wijs je een persoon, een dier of een ding aan. Je kiest het woord met twee vragen: is het dichtbij of verder weg, en hoort er **de** of **het** bij?\n\nNa deze les kun je:\n\n- **deze**, **die**, **dit** en **dat** voor een zelfstandig naamwoord zetten;\n- kiezen tussen dichtbij en verder weg;\n- de juiste vorm gebruiken bij een de-woord, een het-woord en een meervoud.\n\n## 1. Het basisverschil\n\nGebruik **deze** en **dit** voor iets dicht bij de spreker. Gebruik **die** en **dat** voor iets verder weg.\n\n| Afstand | De-woord | Het-woord |\n| --- | --- | --- |\n| dichtbij | **deze** | **dit** |\n| verder weg | **die** | **dat** |\n\n:::note\n**Die** en **dat** kunnen ook verwijzen naar iets dat al genoemd of bekend is: *Ik heb dat boek al gelezen.* \u002F *Die film vond ik leuk.*\n\n— Ken je de film *Finding Nemo*?\n— Ja, **die film** vond ik leuk!\n\nHier verwijst **die** naar de film die net genoemd is. Het gaat niet om afstand.\n:::\n\n:::example\nDe fiets staat naast mij: **deze fiets**.\n\nHet boek ligt naast mij: **dit boek**.\n\nDe fiets staat aan de overkant: **die fiets**.\n\nHet boek ligt daar op de tafel: **dat boek**.\n:::\n\n:::tip\nDenk aan twee stappen: kies eerst **de** of **het** en kijk daarna naar de afstand.\n:::\n\n## 2. Deze en die bij de-woorden\n\nEen de-woord krijgt **deze** als het dichtbij is en **die** als het verder weg is. Het aanwijzende woord komt direct voor het zelfstandig naamwoord.\n\n| Woord met lidwoord | Dichtbij | Verder weg |\n| --- | --- | --- |\n| **de fiets** | **deze fiets** | **die fiets** |\n| **de jas** | **deze jas** | **die jas** |\n| **de tafel** | **deze tafel** | **die tafel** |\n| **de vrouw** | **deze vrouw** | **die vrouw** |\n\n:::example\n- **Deze jas** is van mij.\n- Zie je **die vrouw** bij de deur?\n- Ik koop **deze tafel**, niet die tafel daar.\n:::\n\nJe gebruikt geen extra lidwoord. Zeg dus **deze fiets**, niet *deze de fiets*.\n\n## 3. Dit en dat bij het-woorden\n\nEen het-woord krijgt **dit** als het dichtbij is en **dat** als het verder weg is.\n\nVerkleinwoorden zijn in het enkelvoud altijd het-woorden: **het jasje**, **het meisje**.\n\n| Woord met lidwoord | Dichtbij | Verder weg |\n| --- | --- | --- |\n| **het boek** | **dit boek** | **dat boek** |\n| **het jasje** | **dit jasje** | **dat jasje** |\n\nVergelijk: **deze jas** → **dit jasje**. Bij **de jas** kies je **deze**, maar bij **het jasje** kies je **dit**.\n\n:::example\n- **Dit boek** is leuk.\n- **Dat huis** aan het einde van de straat is oud.\n- Kun je **dit raam** openen?\n:::\n\n:::warning\nKijk altijd naar het lidwoord van het zelfstandig naamwoord.\n\n✓ **dit boek** en **deze fiets**\n\n✗ *deze boek* en *dit fiets*\n:::\n\n## 4. Zonder zelfstandig naamwoord\n\nAls je iemand of iets voorstelt met **dit is** of **dat is**, gebruik je **dit** of **dat**, ook als daarna een de-woord komt.\n\n- **Dit is mijn zus.**\n- **Dat is mijn fiets.**\n- **Wat is dit?**\n\nBij meer personen of dingen gebruik je **dit zijn** of **dat zijn**.\n\n- **Dit zijn mijn ouders.**\n- **Dat zijn mijn boeken.**\n\n:::example\n— Welke fiets is van jou?\n— **Die daar.**\n\n— Welk boek is van jou?\n— **Dat daar.**\n\nBij **Dat is mijn fiets** wijs je aan wat iets is. Bij **Die daar** kies je een fiets: **die** verwijst naar **de fiets**.\n:::\n\nJe hoeft het zelfstandig naamwoord niet te herhalen. Bij een de-woord gebruik je **deze** of **die**. Bij een het-woord gebruik je **dit** of **dat**. Bij een meervoud gebruik je **deze** of **die**.\n\n## 5. Meervoud gebruikt deze of die\n\nIn het meervoud krijgen zelfstandige naamwoorden het lidwoord **de**. Daarom gebruik je bij een meervoud altijd **deze** of **die**. Het oorspronkelijke enkelvoud kan een de-woord of een het-woord zijn.\n\n| Enkelvoud | Meervoud dichtbij | Meervoud verder weg |\n| --- | --- | --- |\n| **de stoel** | **deze stoelen** | **die stoelen** |\n| **het boek** | **deze boeken** | **die boeken** |\n| **het kind** | **deze kinderen** | **die kinderen** |\n\nGebruik bij een meervoud dus nooit **dit** of **dat** voor het zelfstandig naamwoord.\n\n## 6. Zo kies je de juiste vorm\n\nVolg deze stappen:\n\n1. Is het één ding of zijn het er meer?\n2. Bij een meervoud kies je **deze** dichtbij of **die** verder weg.\n3. Bij een enkelvoud zoek je het lidwoord op in een woordenlijst of woordenboek: **de** of **het**. Leer het lidwoord altijd samen met het woord.\n4. Kies bij een de-woord **deze\u002Fdie** en bij een het-woord **dit\u002Fdat**.\n5. Controleer de afstand vanuit de situatie. Verwijs je naar iets dat al genoemd of bekend is? Dan kun je ook **die** of **dat** gebruiken.\n\n:::example\nJe houdt het glas in je hand. Het woord is **het glas** en het is dichtbij. Je zegt: **dit glas**.\n\nDe schoenen staan bij de deur aan de andere kant van de kamer. **Schoenen** is een meervoud en ze zijn verder weg. Je zegt: **die schoenen**.\n:::\n\n## 7. Kort samengevat\n\n| Kies op basis van | Dichtbij | Verder weg |\n| --- | --- | --- |\n| enkelvoud met **de** | **deze** | **die** |\n| enkelvoud met **het** | **dit** | **dat** |\n| meervoud | **deze** | **die** |\n\nOnthoud: voor een zelfstandig naamwoord horen **deze\u002Fdie** bij de-woorden en meervouden; **dit\u002Fdat** horen bij enkelvoudige het-woorden.","nl","A1",21,[13],{"id":14,"name":15,"level":10,"language":9,"isCompleted":16,"completionPercentage":17,"totalExercises":18,"completedExercises":17},"01a0ba4b-879c-75e4-b078-0455d299499e","Bezit, aanwijzen en iets introduceren",false,0,10,"2026-09-19T15:31:47+00:00","2026-10-11T12:53:41+00:00",[22],{"id":23,"title":24,"vocabularyListWords":25,"isPublished":38},"01a0ba4c-443f-7df1-99d6-53b22c35e772","Aanwijzen met deze, die, dit en dat",[26,46,67,84,110,123,140,150,165,177,189,206,219,228,241,252,265,278,291],{"id":27,"vocabularyWord":28,"displayOrder":39},"01a0ba4c-443f-7e49-99d6-53b22c57f5fd",{"id":29,"word":30,"frequency":18,"level":10,"language":9,"audioFilePath":31,"partsOfSpeech":32,"audio":38,"audioUrl":45},"01a0ba4b-d527-7788-8d1c-437c0e1bb664","deze","tts_f303d29c5bba3ff7_nl-NL.mp3",[33,40],{"id":34,"partOfSpeech":35,"definition":36,"exampleSentences":37,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d562-70c4-9b4b-5e879c7f0234","DETERMINER","Aanwijzend woord voor een de-woord dichtbij de spreker.","Deze stoel hier is vrij.",true,1,{"id":41,"partOfSpeech":42,"definition":43,"exampleSentences":44,"isPrimary":16,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d562-7110-9b4b-5e879c88c85c","PRONOUN","Aanwijzend voornaamwoord dat zelfstandig naar een nabij de-woord of meervoud verwijst.","Welke jas wil je? Deze is mooi.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_f303d29c5bba3ff7_nl-NL.mp3",{"id":47,"vocabularyWord":48,"displayOrder":61},"01a0ba4c-443f-7e89-99d6-53b22cceb28c",{"id":49,"word":50,"frequency":18,"level":10,"language":9,"audioFilePath":51,"partsOfSpeech":52,"audio":38,"audioUrl":66},"01a0ba4b-d528-730b-8a89-68ee898c3695","die","tts_64c4a9c5d449be15_nl-NL.mp3",[53,57,62],{"id":54,"partOfSpeech":42,"definition":55,"exampleSentences":56,"isPrimary":16,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d562-7268-9b4b-5e879da0f218","Aanwijzend voornaamwoord dat zelfstandig naar een verder weg gelegen de-woord of meervoud verwijst.","Ik wil niet deze appels, maar die.",{"id":58,"partOfSpeech":42,"definition":59,"exampleSentences":60,"isPrimary":16,"meaningOrder":61},"01a0ba4b-d562-72a8-9b4b-5e879dfeefdc","Betrekkelijk voornaamwoord dat terugwijst naar een de-woord of meervoud.","De vrouw die naast ons woont, werkt in het ziekenhuis.",2,{"id":63,"partOfSpeech":35,"definition":64,"exampleSentences":65,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d562-7224-9b4b-5e879cedc960","Aanwijzend woord voor een de-woord verder van de spreker.","Die vrouw aan de overkant is mijn moeder.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_64c4a9c5d449be15_nl-NL.mp3",{"id":68,"vocabularyWord":69,"displayOrder":83},"01a0ba4c-443f-7ead-99d6-53b22d7d2368",{"id":70,"word":71,"frequency":18,"level":10,"language":9,"audioFilePath":72,"partsOfSpeech":73,"audio":38,"audioUrl":82},"01a0ba4b-d528-7eb3-8a89-68ee89eeda96","dit","tts_8a104071ba6ab5f4_nl-NL.mp3",[74,78],{"id":75,"partOfSpeech":35,"definition":76,"exampleSentences":77,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d562-73e4-9b4b-5e879e593d79","Aanwijzend woord voor een enkelvoudig het-woord dichtbij de spreker.","Dit boek hier is van mijn zus.",{"id":79,"partOfSpeech":42,"definition":80,"exampleSentences":81,"isPrimary":16,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d562-7428-9b4b-5e879f11b094","Aanwijzend voornaamwoord dat zelfstandig naar iets dichtbij verwijst.","Wat is dit op de tafel?","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_8a104071ba6ab5f4_nl-NL.mp3",3,{"id":85,"vocabularyWord":86,"displayOrder":109},"01a0ba4c-443f-7ecd-99d6-53b22e74d809",{"id":87,"word":88,"frequency":18,"level":10,"language":9,"audioFilePath":89,"partsOfSpeech":90,"audio":38,"audioUrl":108},"01a0ba4b-d525-736a-b5ba-b2891c447de2","dat","tts_cb8aa98748ccfdaa_nl-NL.mp3",[91,96,100,104],{"id":92,"partOfSpeech":93,"definition":94,"exampleSentences":95,"isPrimary":16,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d561-7c53-8c67-8f0dca208b6c","CONJUNCTION","Voegwoord dat een bijzin met een mededeling of gedachte inleidt.","Ik weet dat de winkel vandaag open is.",{"id":97,"partOfSpeech":35,"definition":98,"exampleSentences":99,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d561-7c97-8c67-8f0dcab6a76a","Aanwijzend woord voor een enkelvoudig het-woord verder van de spreker.","Dat huis aan het einde van de straat is nieuw.",{"id":101,"partOfSpeech":42,"definition":102,"exampleSentences":103,"isPrimary":16,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d561-7cd7-8c67-8f0dcb336235","Aanwijzend voornaamwoord dat zelfstandig naar iets verder weg verwijst.","Wat staat daar? Dat is een ziekenhuis.",{"id":105,"partOfSpeech":42,"definition":106,"exampleSentences":107,"isPrimary":16,"meaningOrder":61},"01a0ba4b-d561-7d17-8c67-8f0dcbf8d715","Betrekkelijk voornaamwoord dat terugwijst naar een enkelvoudig het-woord.","Het boek dat op tafel ligt, is van mijn zus.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_cb8aa98748ccfdaa_nl-NL.mp3",4,{"id":111,"vocabularyWord":112,"displayOrder":122},"01a0ba4c-443f-7ee9-99d6-53b22e91db8e",{"id":113,"word":114,"frequency":18,"level":10,"language":9,"audioFilePath":115,"partsOfSpeech":116,"audio":38,"audioUrl":121},"01a0ba4b-d526-712a-b11c-cb4cd9378a3b","de","tts_0f6c3e98bbd708b2_nl-NL.mp3",[117],{"id":118,"partOfSpeech":35,"definition":119,"exampleSentences":120,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d561-7e33-8c67-8f0dcc38494f","Bepaald lidwoord voor enkelvoudige de-woorden en voor alle meervoudsvormen.","De fiets staat buiten.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_0f6c3e98bbd708b2_nl-NL.mp3",5,{"id":124,"vocabularyWord":125,"displayOrder":139},"01a0ba4c-443f-7f09-99d6-53b22f6a2249",{"id":126,"word":127,"frequency":18,"level":10,"language":9,"audioFilePath":128,"partsOfSpeech":129,"audio":38,"audioUrl":138},"01a0ba4b-d542-7712-8eb4-a5cbffcc383a","het","tts_fab4e188cda728cb_nl-NL.mp3",[130,134],{"id":131,"partOfSpeech":35,"definition":132,"exampleSentences":133,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d564-7b8f-97f9-ade232fbe796","Bepaald lidwoord voor een enkelvoudig het-woord.","Het raam staat open.",{"id":135,"partOfSpeech":42,"definition":136,"exampleSentences":137,"isPrimary":16,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d564-7bd7-97f9-ade2335f48db","Een voornaamwoord dat naar een het-woord verwijst of als onpersoonlijk onderwerp dient.","Het regent al de hele ochtend.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_fab4e188cda728cb_nl-NL.mp3",6,{"id":141,"vocabularyWord":142,"displayOrder":145},"01a0ba4c-443f-7f25-99d6-53b23027df8d",{"id":143,"word":144,"frequency":145,"level":146,"language":9,"audioFilePath":147,"partsOfSpeech":148,"audio":38,"audioUrl":149},"01a0ba4b-d5fb-7678-8a3e-e1b2cd3dc999","dichtbij",7,"A2","tts_7d19d8c72421f1d8_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_7d19d8c72421f1d8_nl-NL.mp3",{"id":151,"vocabularyWord":152,"displayOrder":164},"01a0ba4c-443f-7f41-99d6-53b230300410",{"id":153,"word":154,"frequency":155,"level":10,"language":9,"audioFilePath":156,"partsOfSpeech":157,"audio":38,"audioUrl":163},"01a0ba4b-d534-7160-8404-bbc5e56df4e3","fiets",9,"tts_0f1f269eacac0e93_nl-NL.mp3",[158],{"id":159,"partOfSpeech":160,"definition":161,"exampleSentences":162,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d563-76ff-b413-dd0b72f5e0d0","NOUN","(de; fietsen) voertuig met twee wielen dat iemand met pedalen voortbeweegt.","Mijn fiets staat voor het station.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_0f1f269eacac0e93_nl-NL.mp3",8,{"id":166,"vocabularyWord":167,"displayOrder":155},"01a0ba4c-443f-7f61-99d6-53b230970ce3",{"id":168,"word":169,"frequency":164,"level":146,"language":9,"audioFilePath":170,"partsOfSpeech":171,"audio":38,"audioUrl":176},"01a0ba4b-d83d-7276-b30d-54dece3dd36f","jas","tts_66c1351c51ace9c7_nl-NL.mp3",[172],{"id":173,"partOfSpeech":160,"definition":174,"exampleSentences":175,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d890-77df-b427-275c2a7aa816","(de; jassen) kledingstuk met mouwen dat over andere kleding wordt gedragen, vooral tegen kou of regen.","Hang je natte jas bij de deur aan de kapstok.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_66c1351c51ace9c7_nl-NL.mp3",{"id":178,"vocabularyWord":179,"displayOrder":18},"01a0ba4c-443f-7f7d-99d6-53b23147603f",{"id":180,"word":181,"frequency":155,"level":10,"language":9,"audioFilePath":182,"partsOfSpeech":183,"audio":38,"audioUrl":188},"01a0ba4b-d716-7134-8ec3-79bd894ca78e","tafel","tts_5ab0977c5f8c0a69_nl-NL.mp3",[184],{"id":185,"partOfSpeech":160,"definition":186,"exampleSentences":187,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d754-767f-b46e-efea6d5c6e9b","(de; tafels) meubel met een vlak blad en poten waaraan mensen eten, werken of dingen neerzetten.","De sleutels liggen op de tafel bij de deur.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_5ab0977c5f8c0a69_nl-NL.mp3",{"id":190,"vocabularyWord":191,"displayOrder":205},"01a0ba4c-443f-7f9d-99d6-53b2317e0047",{"id":192,"word":193,"frequency":18,"level":10,"language":9,"audioFilePath":194,"partsOfSpeech":195,"audio":38,"audioUrl":204},"01a0ba4b-d729-7b88-9b89-bc7699fad0a4","vrouw","tts_3ea84a1b838f789c_nl-NL.mp3",[196,200],{"id":197,"partOfSpeech":160,"definition":198,"exampleSentences":199,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d756-75e3-8423-db4592863201","(de; vrouwen) volwassen persoon van het vrouwelijke geslacht.","Een vrouw wacht bij de ingang.",{"id":201,"partOfSpeech":160,"definition":202,"exampleSentences":203,"isPrimary":16,"meaningOrder":61},"01a0ba4b-d756-7627-8423-db45930a3539","(de; vrouwen) echtgenote of vaste vrouwelijke partner.","Zijn vrouw werkt thuis.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_3ea84a1b838f789c_nl-NL.mp3",11,{"id":207,"vocabularyWord":208,"displayOrder":218},"01a0ba4c-4440-701b-9b2a-3df4b171b732",{"id":209,"word":210,"frequency":155,"level":10,"language":9,"audioFilePath":211,"partsOfSpeech":212,"audio":38,"audioUrl":217},"01a0ba4b-d51f-7273-80d7-8feab87404a8","boek","tts_e1a5919b1d5328a6_nl-NL.mp3",[213],{"id":214,"partOfSpeech":160,"definition":215,"exampleSentences":216,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d561-7417-8c67-8f0dc756fb73","(het; boeken) verzameling bedrukte of digitale pagina's die samen een tekst vormen.","Ik lees elke maand een nieuw boek.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_e1a5919b1d5328a6_nl-NL.mp3",12,{"id":220,"vocabularyWord":221,"displayOrder":227},"01a0ba4c-4440-703b-9b2a-3df4b239b5a3",{"id":222,"word":223,"frequency":145,"level":146,"language":9,"audioFilePath":224,"partsOfSpeech":225,"audio":38,"audioUrl":226},"01a0ba4b-d666-733a-9038-b40178c570c6","jasje","tts_0a208c0c5a101797_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_0a208c0c5a101797_nl-NL.mp3",13,{"id":229,"vocabularyWord":230,"displayOrder":240},"01a0ba4c-4440-7057-9b2a-3df4b25e4fba",{"id":231,"word":232,"frequency":155,"level":10,"language":9,"audioFilePath":233,"partsOfSpeech":234,"audio":38,"audioUrl":239},"01a0ba4b-d5ba-7f58-908f-4703817104f5","meisje","tts_d60477c78c0f540f_nl-NL.mp3",[235],{"id":236,"partOfSpeech":160,"definition":237,"exampleSentences":238,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d5fc-7ce6-9f37-be91277801ab","(het; meisjes) vrouwelijk kind of jonge vrouw.","Het meisje tekent een huis met een grote tuin.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_d60477c78c0f540f_nl-NL.mp3",14,{"id":242,"vocabularyWord":243,"displayOrder":251},"01a0ba4c-4440-7073-9b2a-3df4b34ca907",{"id":244,"word":245,"frequency":18,"level":10,"language":9,"audioFilePath":246,"partsOfSpeech":247,"audio":38,"audioUrl":250},"01a0ba4b-d751-7118-bc71-aae33ca2b7cb","welke","tts_3dcae6d93053773d_nl-NL.mp3",[248],{"id":249,"partOfSpeech":35,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d75a-7625-a2c4-a98ba265f5f6","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_3dcae6d93053773d_nl-NL.mp3",15,{"id":253,"vocabularyWord":254,"displayOrder":264},"01a0ba4c-4440-708b-9b2a-3df4b3fcaec4",{"id":255,"word":256,"frequency":155,"level":10,"language":9,"audioFilePath":257,"partsOfSpeech":258,"audio":38,"audioUrl":263},"01a0ba4b-d750-74f6-90f4-42b9e500b9fd","welk","tts_9dd56813404a3b92_nl-NL.mp3",[259],{"id":260,"partOfSpeech":35,"definition":261,"exampleSentences":262,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d75a-7515-a2c4-a98ba23e3b28","Vraagwoord bij een zelfstandig naamwoord waarmee uit mogelijkheden wordt gekozen.","Welk boek wil je lezen?","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_9dd56813404a3b92_nl-NL.mp3",16,{"id":266,"vocabularyWord":267,"displayOrder":277},"01a0ba4c-4440-70ab-9b2a-3df4b4d47680",{"id":268,"word":269,"frequency":18,"level":10,"language":9,"audioFilePath":270,"partsOfSpeech":271,"audio":38,"audioUrl":276},"01a0ba4b-dfd8-70e2-93ae-46736b48d59b","daar","tts_1d07251c67994d61_nl-NL.mp3",[272],{"id":273,"partOfSpeech":274,"definition":275,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-dfea-78b3-8e07-3fb48c7d9503","ADVERB","","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_1d07251c67994d61_nl-NL.mp3",17,{"id":279,"vocabularyWord":280,"displayOrder":290},"01a0ba4c-4440-70c7-9b2a-3df4b58d1f8d",{"id":281,"word":282,"frequency":155,"level":10,"language":9,"audioFilePath":283,"partsOfSpeech":284,"audio":38,"audioUrl":289},"01a0ba4b-d714-7ac1-98a2-8bca81525e85","stoel","tts_1a47006346420f3d_nl-NL.mp3",[285],{"id":286,"partOfSpeech":160,"definition":287,"exampleSentences":288,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d754-7447-b46e-efea6bb5ad7f","(de; stoelen) meubel voor een persoon om op te zitten, meestal met een rugleuning.","Er staat een extra stoel naast de tafel.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_1a47006346420f3d_nl-NL.mp3",18,{"id":292,"vocabularyWord":293,"displayOrder":307},"01a0ba4c-4440-70e3-9b2a-3df4b5d6efae",{"id":294,"word":295,"frequency":155,"level":10,"language":9,"audioFilePath":296,"partsOfSpeech":297,"audio":38,"audioUrl":306},"01a0ba4b-d557-7d4e-9c3a-51e63205d8a4","kind","tts_91787b4feda6709a_nl-NL.mp3",[298,302],{"id":299,"partOfSpeech":160,"definition":300,"exampleSentences":301,"isPrimary":16,"meaningOrder":61},"01a0ba4b-d566-7db4-bc36-e922acb758f1","Een zoon of dochter van iemand, ook wanneer die persoon volwassen is.","Hun kinderen wonen al op zichzelf.",{"id":303,"partOfSpeech":160,"definition":304,"exampleSentences":305,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d566-7d70-bc36-e922abe70813","(het; kinderen) jong mens dat nog niet volwassen is.","Het kind speelt met een bal op straat.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_91787b4feda6709a_nl-NL.mp3",19,{"name":15,"slug":309,"language":9},"bezit-aanwijzen-en-introduceren-a1",[],[312,321,327],{"@id":313,"@type":314,"id":315,"grammarPage":316,"title":317,"instructions":318,"displayOrder":17,"type":319,"questionCount":251,"blankCount":251,"isCompleted":16,"ogImageUrl":320},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-9d0b-7c4e-bb52-06a48cd688be","GrammarExercise","01a0ba4b-9d0b-7c4e-bb52-06a48cd688be","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-897e-7565-9a93-f65d38dde38d","Dichtbij of verder weg","Kies het juiste aanwijzende woord of de juiste woordgroep. Let op het lidwoord en de genoemde afstand.","word_select","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_12ca2374-ffc0-4120-9122-33f23c81da90_hero.webp?v=1789831912",{"@id":322,"@type":314,"id":323,"grammarPage":316,"title":324,"instructions":325,"displayOrder":39,"type":319,"questionCount":251,"blankCount":251,"isCompleted":16,"ogImageUrl":326},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-9d20-7ca4-bc84-016a6d963d86","01a0ba4b-9d20-7ca4-bc84-016a6d963d86","Meerdere dingen aanwijzen","Kies het juiste aanwijzende woord of de juiste woordgroep.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_3d2278ea-71a3-4410-b313-592801e0b7d7_hero.webp?v=1789831912",{"@id":328,"@type":314,"id":329,"grammarPage":316,"title":330,"instructions":331,"displayOrder":109,"type":332,"questionCount":109,"blankCount":17,"isCompleted":16,"ogImageUrl":333},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-9d39-7067-9580-ef53e449bebf","01a0ba4b-9d39-7067-9580-ef53e449bebf","Deze, die, dit en dat aanwijzen - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","word_sort","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_1c68dfdc-d137-4573-bd9e-174fbf584790_hero.webp?v=1789831912",null]