[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-page-nl-het-imperfectum-van-regelmatige-werkwoorden":3,"grammar-exercises-by-page-01a0ba4b-8a27-7c1c-af66-7383f8c89dbe":244,"exercise-list-path-nl-none":274},{"id":4,"title":5,"slug":6,"seoDescription":7,"content":8,"language":9,"level":10,"displayOrder":11,"grammarTopics":12,"createdAt":19,"updatedAt":20,"vocabularyLists":21,"primaryTopicHub":241,"readyImages":243},"01a0ba4b-8a27-7c1c-af66-7383f8c89dbe","Het imperfectum van regelmatige werkwoorden","het-imperfectum-van-regelmatige-werkwoorden","Leer het imperfectum van regelmatige Nederlandse werkwoorden vormen met -de\u002F-den of -te\u002F-ten en pas de spellingregels toe bij leven en reizen.","## Een gebeurtenis of situatie in het verleden\n\nHet imperfectum heet ook de *onvoltooid verleden tijd*. Je gebruikt het onder andere om een situatie, gewoonte of reeks gebeurtenissen in het verleden te beschrijven.\n\n:::example\nVroeger **woonde** ik naast de school. Elke ochtend **wandelde** ik naar de les. Onderweg **groette** ik de bakker.\n:::\n\nBij regelmatige werkwoorden blijft de klinkerklank van de stam gelijk. Je voegt een uitgang met **-d-** of **-t-** toe.\n\n## Enkelvoud en meervoud\n\nAlle vormen in het enkelvoud zijn gelijk. Alle vormen in het meervoud krijgen een extra **-n**.\n\n| Onderwerp | werken | wonen |\n|---|---|---|\n| ik | werkte | woonde |\n| jij \u002F je | werkte | woonde |\n| u | werkte | woonde |\n| hij \u002F zij \u002F het | werkte | woonde |\n| wij \u002F we | werkten | woonden |\n| jullie | werkten | woonden |\n| zij \u002F ze | werkten | woonden |\n\nHet basispatroon is dus:\n\n- enkelvoud: **stam + -te** of **stam + -de**\n- meervoud: **stam + -ten** of **stam + -den**\n\n## Kiezen tussen -te en -de\n\nGebruik **'t kofschip** om de uitgang te kiezen. Kijk naar de laatste oorspronkelijke medeklinker van de stam.\n\n| Laatste klank | Enkelvoud | Meervoud | Voorbeeld |\n|---|---|---|---|\n| t, k, f, s, ch, p | **-te** | **-ten** | werken → werkte, werkten |\n| andere medeklinker | **-de** | **-den** | bellen → belde, belden |\n| klinker | **-de** | **-den** | roeien → roeide, roeiden |\n\n:::tip\nDezelfde keuze zie je in het voltooid deelwoord: **werkte – gewerkt** en **woonde – gewoond**. Een **t** blijft een **t** en een **d** blijft een **d**.\n:::\n\n## Een stappenplan\n\n1. Controleer of het werkwoord regelmatig is.\n2. Zoek de stam en kijk naar de laatste oorspronkelijke klank.\n3. Staat die klank in **'t kofschip**? Kies **-te\u002F-ten**. Kies anders **-de\u002F-den**.\n4. Kies enkelvoud of meervoud op basis van het onderwerp.\n\n| Hele werkwoord | Stam | Enkelvoud | Meervoud |\n|---|---|---|---|\n| maken | maak | maakte | maakten |\n| fietsen | fiets | fietste | fietsten |\n| lachen | lach | lachte | lachten |\n| leren | leer | leerde | leerden |\n| wonen | woon | woonde | woonden |\n| wachten | wacht | wachtte | wachtten |\n\n## Leven, reizen en dubbele letters\n\nBij een stam op geschreven **f** of **s** moet je soms naar het hele werkwoord kijken. De oorspronkelijke **v** of **z** bepaalt dan de uitgang met **d**.\n\n- leven → leef + de → **leefde**\n- geloven → geloof + de → **geloofde**\n- reizen → reis + de → **reisde**\n- verhuizen → verhuis + de → **verhuisde**\n\nWanneer de stam al op **t** of **d** eindigt, zie je in het imperfectum twee dezelfde letters:\n\n- praten → praat + te → **praatte**\n- wachten → wacht + te → **wachtte**\n- antwoorden → antwoord + de → **antwoordde**\n\n:::warning\nSchrijf **leefde** en **reisde**, niet *leefte* en *reiste*. De **v** van *leven* en de **z** van *reizen* zijn beslissend.\n:::\n\n## Wanneer gebruik je het imperfectum?\n\nHet imperfectum past vaak bij:\n\n- een situatie op een moment in het verleden: *Het regende en ik wachtte op de bus.*\n- een gewoonte of herhaling: *Elke zaterdag voetbalden we in het park.*\n- gebeurtenissen in een verhaal: *Ik opende de deur, pakte de tas en fietste weg.*\n\nHet perfectum kan over hetzelfde verleden spreken, maar legt vaak meer nadruk op het voltooide feit of het resultaat.\n\n:::example\n**Perfectum:** Ik heb de keuken schoongemaakt. De taak is klaar.\n\n**Imperfectum:** Ik maakte de keuken schoon toen Noor belde. De handeling was op dat moment bezig.\n:::\n\nBeide tijden kunnen natuurlijk zijn. De context en het verhaal bepalen welk perspectief je kiest.\n\n## Plaats in de zin\n\nDe vorm in het imperfectum is zelf de persoonsvorm. In een gewone hoofdzin staat hij op de tweede plaats.\n\n| Zinstype | Voorbeeld |\n|---|---|\n| gewone volgorde | Amir **werkte** gisteren thuis. |\n| met tijd vooraan | Gisteren **werkte** Amir thuis. |\n| ja-neevraag | **Werkte** Amir gisteren thuis? |\n| ontkenning | Amir **werkte** gisteren niet thuis. |\n\n:::note\n**'t Kofschip** bepaalt hier alleen **-de** of **-te**. Gebruik het niet voor een onregelmatig werkwoord: *lopen* wordt **liep**, niet *loopte*.\n:::\n\n## Kort samengevat\n\n- Het imperfectum beschrijft een verleden situatie, gewoonte of gebeurtenis.\n- Gebruik in het enkelvoud **-de\u002F-te** en in het meervoud **-den\u002F-ten**.\n- Kies de **t**-uitgang na een klank uit **'t kofschip**; kies anders de **d**-uitgang.\n- Kijk bij **f\u002Fs** terug naar het hele werkwoord: **leefde**, **reisde**.\n- Schrijf dubbele letters wanneer stam en uitgang samenkomen: **praatte**, **antwoordde**.\n- Onregelmatige vormen zoals **liep** moet je apart leren.","nl","A2",69,[13],{"id":14,"name":15,"level":10,"language":9,"isCompleted":16,"completionPercentage":17,"totalExercises":18,"completedExercises":17},"01a0ba4b-87b6-7dcf-b42a-aaebcf6c96e7","Verleden tijden in verhalen",false,0,11,"2026-09-19T15:31:47+00:00","2026-10-11T12:53:41+00:00",[22],{"id":23,"title":24,"vocabularyListWords":25,"isPublished":40},"01a0ba4c-4600-701b-a2f1-5867ac5d3475","Regelmatige werkwoorden in het imperfectum",[26,48,60,73,83,99,113,126,143,155,163,180,193,202,215,224],{"id":27,"vocabularyWord":28,"displayOrder":41},"01a0ba4c-4600-707f-a2f1-5867accff8ea",{"id":29,"word":30,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":33,"partsOfSpeech":34,"audio":40,"audioUrl":47},"01a0ba4b-d752-75e7-baca-96fdd6372e40","werken",10,"A1","tts_9d8727a5051a5a64_nl-NL.mp3",[35,42],{"id":36,"partOfSpeech":37,"definition":38,"exampleSentences":39,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d75a-7885-a2c4-a98ba3dd3d0f","VERB","Een beroep of taak uitvoeren en daar vaak geld mee verdienen.","Ik werk drie dagen per week in een winkel.",true,1,{"id":43,"partOfSpeech":37,"definition":44,"exampleSentences":45,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d75a-78c9-a2c4-a98ba493b1ae","Doen wat de bedoeling is of goed functioneren.","Mijn telefoon werkt weer.",2,"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_9d8727a5051a5a64_nl-NL.mp3",{"id":49,"vocabularyWord":50,"displayOrder":46},"01a0ba4c-4600-70af-a2f1-5867adc0c8a6",{"id":51,"word":52,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":53,"partsOfSpeech":54,"audio":40,"audioUrl":59},"01a0ba4b-d798-7b1e-8eab-abc279d64637","wonen","tts_193f912235d8b307_nl-NL.mp3",[55],{"id":56,"partOfSpeech":37,"definition":57,"exampleSentences":58,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d7de-73cc-b35c-f80d62ed7c71","Een huis of andere plaats als vaste verblijfplaats hebben.","Wij wonen in een appartement boven een winkel.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_193f912235d8b307_nl-NL.mp3",{"id":61,"vocabularyWord":62,"displayOrder":72},"01a0ba4c-4600-70d3-a2f1-5867ae1d0b2c",{"id":63,"word":64,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":65,"partsOfSpeech":66,"audio":40,"audioUrl":71},"01a0ba4b-d51a-7e7b-af33-02584af78501","bellen","tts_6a528cb16a55c0c8_nl-NL.mp3",[67],{"id":68,"partOfSpeech":37,"definition":69,"exampleSentences":70,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d560-7db1-bf08-b6af5cd87aa1","Via een telefoon contact met iemand opnemen.","Ik bel mijn moeder als ik op het station ben.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_6a528cb16a55c0c8_nl-NL.mp3",3,{"id":74,"vocabularyWord":75,"displayOrder":82},"01a0ba4c-4600-70f3-a2f1-5867aee8e660",{"id":76,"word":77,"frequency":78,"level":10,"language":9,"audioFilePath":79,"partsOfSpeech":80,"audio":40,"audioUrl":81},"01a0ba4b-d88c-78f6-8967-29a4df616184","roeien",5,"tts_faf9ee52c7b33ed6_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_faf9ee52c7b33ed6_nl-NL.mp3",4,{"id":84,"vocabularyWord":85,"displayOrder":78},"01a0ba4c-4600-7113-a2f1-5867aee97bd3",{"id":86,"word":87,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":88,"partsOfSpeech":89,"audio":40,"audioUrl":98},"01a0ba4b-d5b6-73b8-807d-73d19cff0b77","maken","tts_14f005572ef70fff_nl-NL.mp3",[90,94],{"id":91,"partOfSpeech":37,"definition":92,"exampleSentences":93,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d5fc-755a-9f37-be9122e0db42","Iets creëren, bouwen, bereiden of tot stand brengen.","Mijn zus maakt een taart.",{"id":95,"partOfSpeech":37,"definition":96,"exampleSentences":97,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d5fc-75a2-9f37-be91234b4a4f","Ervoor zorgen dat iemand of iets in een bepaalde toestand komt.","Dat nieuws maakt mij blij.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_14f005572ef70fff_nl-NL.mp3",{"id":100,"vocabularyWord":101,"displayOrder":112},"01a0ba4c-4600-712f-a2f1-5867aeefcf55",{"id":102,"word":103,"frequency":104,"level":32,"language":9,"audioFilePath":105,"partsOfSpeech":106,"audio":40,"audioUrl":111},"01a0ba4b-d534-7ca0-8404-bbc5e5b893eb","fietsen",9,"tts_cc05e900ca070512_nl-NL.mp3",[107],{"id":108,"partOfSpeech":37,"definition":109,"exampleSentences":110,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d563-7823-b413-dd0b736e13e2","Je op een fiets voortbewegen door de pedalen rond te trappen.","In Nederland fietsen veel mensen naar hun werk.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_cc05e900ca070512_nl-NL.mp3",6,{"id":114,"vocabularyWord":115,"displayOrder":125},"01a0ba4c-4600-714b-a2f1-5867af9e3949",{"id":116,"word":117,"frequency":104,"level":32,"language":9,"audioFilePath":118,"partsOfSpeech":119,"audio":40,"audioUrl":124},"01a0ba4b-d55d-7e64-8563-d3a5af3e57c0","lachen","tts_67e9e00816162517_nl-NL.mp3",[120],{"id":121,"partOfSpeech":37,"definition":122,"exampleSentences":123,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d567-792e-aa36-e4be508b2e7e","Met je gezicht en stem laten merken dat je iets grappig of leuk vindt.","De kinderen lachen om de grappige foto.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_67e9e00816162517_nl-NL.mp3",7,{"id":127,"vocabularyWord":128,"displayOrder":142},"01a0ba4c-4600-716b-a2f1-5867b0509cf6",{"id":129,"word":130,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":131,"partsOfSpeech":132,"audio":40,"audioUrl":141},"01a0ba4b-d5af-7f7b-97c5-ae22ffd8f184","leren","tts_336afe135bfab82b_nl-NL.mp3",[133,137],{"id":134,"partOfSpeech":37,"definition":135,"exampleSentences":136,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d5fb-79d4-8a3e-e1b2cdc18b8c","Nieuwe kennis of een nieuwe vaardigheid krijgen door studie of oefening.","Op school leer ik Nederlands.",{"id":138,"partOfSpeech":37,"definition":139,"exampleSentences":140,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d5fb-7a34-8a3e-e1b2ce2a1150","Iemand kennis of een vaardigheid bijbrengen.","Mijn opa leert mij schaken.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_336afe135bfab82b_nl-NL.mp3",8,{"id":144,"vocabularyWord":145,"displayOrder":104},"01a0ba4c-4600-7193-a2f1-5867b0d4fb1d",{"id":146,"word":147,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":148,"partsOfSpeech":149,"audio":40,"audioUrl":154},"01a0ba4b-d74a-7251-ac25-0b6f83d17f24","wachten","tts_ec64f70816206fc5_nl-NL.mp3",[150],{"id":151,"partOfSpeech":37,"definition":152,"exampleSentences":153,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d759-7a18-afe6-cd9a853efd6f","Op dezelfde plaats of in dezelfde toestand blijven tot iemand komt of iets gebeurt.","We wachten bij de ingang op onze vrienden.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_ec64f70816206fc5_nl-NL.mp3",{"id":156,"vocabularyWord":157,"displayOrder":31},"01a0ba4c-4600-71af-a2f1-5867b164a88d",{"id":158,"word":159,"frequency":142,"level":32,"language":9,"audioFilePath":160,"partsOfSpeech":161,"audio":40,"audioUrl":162},"01a0ba4b-d90f-7947-8daa-9c901addd103","leven","tts_9bab37db52af6349_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_9bab37db52af6349_nl-NL.mp3",{"id":164,"vocabularyWord":165,"displayOrder":18},"01a0ba4c-4600-71cb-a2f1-5867b1765524",{"id":166,"word":167,"frequency":104,"level":168,"language":9,"audioFilePath":169,"partsOfSpeech":170,"audio":40,"audioUrl":179},"01a0ba4b-da8f-77ac-a213-24d587e41ddb","geloven","B1","tts_81eb489761c8a7e8_nl-NL.mp3",[171,175],{"id":172,"partOfSpeech":37,"definition":173,"exampleSentences":174,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-daaa-7c31-9fff-6f1492135a48","Denken dat iets waar is, ook als er geen volledig bewijs is.","Ik geloof zijn uitleg omdat alle details kloppen.",{"id":176,"partOfSpeech":37,"definition":177,"exampleSentences":178,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-daaa-7c75-9fff-6f1492bdd3d3","Vertrouwen hebben in een persoon, idee, mogelijkheid of religie.","De trainer gelooft in de mogelijkheden van het team.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_81eb489761c8a7e8_nl-NL.mp3",{"id":181,"vocabularyWord":182,"displayOrder":192},"01a0ba4c-4600-71e7-a2f1-5867b1b122b5",{"id":183,"word":184,"frequency":104,"level":32,"language":9,"audioFilePath":185,"partsOfSpeech":186,"audio":40,"audioUrl":191},"01a0ba4b-d6d6-7eab-a6e2-953e81a0e61c","reizen","tts_7c08911c8706d17a_nl-NL.mp3",[187],{"id":188,"partOfSpeech":37,"definition":189,"exampleSentences":190,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d6df-7564-8a1b-af0b5ae01fc2","Een langere afstand naar een andere plaats afleggen, vaak met een vervoermiddel.","Wij reizen deze zomer met de trein door Duitsland.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_7c08911c8706d17a_nl-NL.mp3",12,{"id":194,"vocabularyWord":195,"displayOrder":201},"01a0ba4c-4600-7203-a2f1-5867b21896f2",{"id":196,"word":197,"frequency":125,"level":10,"language":9,"audioFilePath":198,"partsOfSpeech":199,"audio":40,"audioUrl":200},"01a0ba4b-d8f1-7c70-843c-ffb745af3714","verhuizen","tts_f5fbc8977749af96_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_f5fbc8977749af96_nl-NL.mp3",13,{"id":203,"vocabularyWord":204,"displayOrder":214},"01a0ba4c-4600-721f-a2f1-5867b2d29e17",{"id":205,"word":206,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":207,"partsOfSpeech":208,"audio":40,"audioUrl":213},"01a0ba4b-d6d5-7838-8848-f95325bb02ee","praten","tts_f1c43f971e96af2e_nl-NL.mp3",[209],{"id":210,"partOfSpeech":37,"definition":211,"exampleSentences":212,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d6df-7334-8a1b-af0b5a222e51","Met woorden iets tegen of met iemand zeggen.","Tijdens de pauze praten we over onze vakantie.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_f1c43f971e96af2e_nl-NL.mp3",14,{"id":216,"vocabularyWord":217,"displayOrder":223},"01a0ba4c-4600-723b-a2f1-5867b311c413",{"id":218,"word":219,"frequency":142,"level":10,"language":9,"audioFilePath":220,"partsOfSpeech":221,"audio":40,"audioUrl":222},"01a0ba4b-d63c-7ac4-a46e-b6cccb082eee","antwoorden","tts_e08ad209c55313ba_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_e08ad209c55313ba_nl-NL.mp3",15,{"id":225,"vocabularyWord":226,"displayOrder":240},"01a0ba4c-4600-7257-a2f1-5867b3b94540",{"id":227,"word":228,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":229,"partsOfSpeech":230,"audio":40,"audioUrl":239},"01a0ba4b-d5b3-71db-9d9b-26c34105692c","lopen","tts_3c8e9e951d71476e_nl-NL.mp3",[231,235],{"id":232,"partOfSpeech":37,"definition":233,"exampleSentences":234,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d5fb-7f98-8a3e-e1b2d27d6ddb","Functioneren of op een bepaalde manier verlopen.","De vergadering loopt vandaag goed.",{"id":236,"partOfSpeech":37,"definition":237,"exampleSentences":238,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d5fb-7f50-8a3e-e1b2d1c57d3f","Je te voet voortbewegen, meestal zonder te rennen.","Elke ochtend loop ik naar het station.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_3c8e9e951d71476e_nl-NL.mp3",16,{"name":15,"slug":242,"language":9},"verleden-tijden-in-verhalen-a2",[],[245,254,260,267],{"@id":246,"@type":247,"id":248,"grammarPage":249,"title":250,"instructions":251,"displayOrder":17,"type":252,"questionCount":223,"blankCount":223,"isCompleted":16,"ogImageUrl":253},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-a47e-7c33-b0cc-62210558aa92","GrammarExercise","01a0ba4b-a47e-7c33-b0cc-62210558aa92","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8a27-7c1c-af66-7383f8c89dbe","Enkelvoud en meervoud in het verleden","Kies de regelmatige imperfectumvorm die bij het onderwerp past.","word_select","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_694134e0-3728-41ca-92cc-51f3e8d812a9_hero.webp?v=1789831914",{"@id":255,"@type":247,"id":256,"grammarPage":249,"title":257,"instructions":258,"displayOrder":41,"type":252,"questionCount":223,"blankCount":223,"isCompleted":16,"ogImageUrl":259},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-a498-7a91-9d9c-e44ced45381d","01a0ba4b-a498-7a91-9d9c-e44ced45381d","Spelling en gebruik van het imperfectum","Kies de correct gespelde verleden vorm die bij de context past.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_c3894451-6b31-4ccd-863d-fbe2300096b8_hero.webp?v=1789831914",{"@id":261,"@type":247,"id":262,"grammarPage":249,"title":263,"instructions":264,"displayOrder":72,"type":265,"questionCount":31,"blankCount":17,"isCompleted":16,"ogImageUrl":266},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-a4b1-75d5-994f-f53210791aea","01a0ba4b-a4b1-75d5-994f-f53210791aea","Vind en verbeter het imperfectum","In elke zin is één regelmatige vorm in het imperfectum fout. Tik erop en kies de juiste vorm.","find_and_fix","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_503ef377-5055-4119-8c01-96a3150ddbf1_hero.webp?v=1789831914",{"@id":268,"@type":247,"id":269,"grammarPage":249,"title":270,"instructions":271,"displayOrder":82,"type":272,"questionCount":82,"blankCount":17,"isCompleted":16,"ogImageUrl":273},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-a4ba-7710-b8f5-d3eefb4c876f","01a0ba4b-a4ba-7710-b8f5-d3eefb4c876f","Het imperfectum van regelmatige werkwoorden - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","word_sort","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_13502f56-5ce2-4a14-9420-87fdf617f618_hero.webp?v=1789831914",null]