[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-page-nl-het-perfectum-met-hebben":3,"grammar-exercises-by-page-01a0ba4b-8a42-7372-b201-afb513dfd163":529,"exercise-list-path-nl-none":559},{"id":4,"title":5,"slug":6,"seoDescription":7,"content":8,"language":9,"level":10,"displayOrder":11,"grammarTopics":12,"createdAt":19,"updatedAt":20,"vocabularyLists":21,"primaryTopicHub":526,"readyImages":528},"01a0ba4b-8a42-7372-b201-afb513dfd163","Het perfectum met hebben","het-perfectum-met-hebben","Leer het Nederlandse perfectum met hebben vormen en gebruiken, met regelmatige en onregelmatige voltooide deelwoorden en de juiste woordvolgorde.","Het perfectum vertelt vaak over iets dat vóór het moment van spreken is gebeurd. Je maakt deze tijd met een vorm van het hulpwerkwoord **hebben** en een voltooid deelwoord: *Ik **heb** de maaltijd **gekookt***.\n\nNa deze les kun je:\n\n- het perfectum met **hebben** vormen;\n- regelmatige en veelgebruikte onregelmatige deelwoorden gebruiken;\n- het hulpwerkwoord en het deelwoord op de juiste plaats zetten.\n\n## 1. Wanneer gebruik je het perfectum?\n\nHet perfectum heet ook de *voltooid tegenwoordige tijd*. In gesprekken gebruik je het vaak voor een gebeurtenis in het verleden.\n\n- een afgeronde handeling: *Ik heb mijn huiswerk gemaakt.*\n- een ervaring: *Wij hebben die film al gezien.*\n- een gebeurtenis met een resultaat nu: *Sara heeft de deur geopend. De deur is nu open.*\n\n:::example\n**Vraag:** Wat heb je vanmorgen gedaan?\n\n**Antwoord:** Ik heb boodschappen **gedaan**, koffie **gezet** en mijn oma **gebeld**.\n:::\n\nEen tijdsbepaling kan het moment duidelijk maken: **gisteren**, **vorige week**, **vanmorgen**, **al** of **nog nooit**.\n\n## 2. De vorm van hebben\n\nHet hulpwerkwoord verandert met het onderwerp. Het voltooid deelwoord blijft hetzelfde.\n\n| Onderwerp | Hebben | Voorbeeld |\n| --- | --- | --- |\n| ik | **heb** | Ik **heb** gewerkt. |\n| jij \u002F je | **hebt** | Jij **hebt** gewerkt. |\n| u | **hebt \u002F heeft** | U **heeft** gewerkt. |\n| hij \u002F zij \u002F het | **heeft** | Zij **heeft** gewerkt. |\n| wij \u002F we | **hebben** | Wij **hebben** gewerkt. |\n| jullie | **hebben** | Jullie **hebben** gewerkt. |\n| zij \u002F ze | **hebben** | Ze **hebben** gewerkt. |\n\nIn een gewone hoofdzin staat de vorm van **hebben** op de tweede plaats. Het voltooid deelwoord staat meestal achteraan: **Wij hebben gisteren in de tuin gewerkt.**\n\n:::tip\nZoek eerst het onderwerp en kies **heb**, **hebt**, **heeft** of **hebben**. Zet daarna het voltooid deelwoord aan het einde van de hoofdzin.\n:::\n\n## 3. Regelmatige voltooide deelwoorden\n\nEen regelmatig voltooid deelwoord heeft vaak de vorm **ge- + stam + -d\u002F-t**.\n\nDe geschreven stam is bij deze regelmatige werkwoorden de **ik-vorm**: *werken → ik werk → werk*, *maken → ik maak → maak*.\n\n| Hele werkwoord | Stam | Voltooid deelwoord |\n| --- | --- | --- |\n| werken | werk | **gewerkt** |\n| maken | maak | **gemaakt** |\n| fietsen | fiets | **gefietst** |\n| bellen | bel | **gebeld** |\n| leren | leer | **geleerd** |\n| wonen | woon | **gewoond** |\n| zetten | zet | **gezet** |\n| praten | praat | **gepraat** |\n| antwoorden | antwoord | **geantwoord** |\n\nVoor de keuze tussen **-t** en **-d** kijk je naar het hele werkwoord zonder **-en**, vóór je de spelling aanpast aan de ik-vorm. Is de laatste medeklinker **t, k, f, s, ch** of **p**? Dan krijgt het regelmatige deelwoord **-t**. Het ezelsbruggetje is **'t kofschip**. Ook **x** telt mee, want die klinkt als **ks**: *faxen → gefaxt*. In andere regelmatige gevallen krijgt het deelwoord **-d**. De verleden tijd helpt ook: *werkte → gewerkt*, maar *leerde → geleerd*.\n\nLet op: een **v** in het hele werkwoord wordt **f** in de geschreven stam, en een **z** wordt **s**. Voor de uitgang gebruik je de **v** of **z** van het hele werkwoord, dus schrijf je **-d**:\n\n| Hele werkwoord | Geschreven stam | Voltooid deelwoord |\n| --- | --- | --- |\n| geloven | geloof | **geloofd** |\n| leven | leef | **geleefd** |\n| reizen | reis | **gereisd** |\n| verhuizen | verhuis | **verhuisd** |\n\nEindigt de stam al op **t** of **d**? Dan schrijf je geen tweede **t** of **d**: *zetten → gezet*, *praten → gepraat*, *antwoorden → geantwoord*.\n\n:::warning\nJe hoort aan het einde vaak dezelfde klank, maar de spelling kan **d** of **t** zijn. Controleer het hele werkwoord zonder **-en** of de verleden tijd: **geleerd**, niet *geleert*.\n:::\n\n## 4. Deelwoorden zonder ge- en onregelmatige vormen\n\nEen scheidbaar werkwoord krijgt **ge-** tussen de twee delen. Een werkwoord met een onbeklemtoond voorvoegsel zoals **be-**, **ont-**, **ver-**, **her-** of **ge-** krijgt geen extra **ge-**.\n\nOnbeklemtoond betekent dat dat deel niet de nadruk krijgt. De hoofdletters laten de nadruk zien: **OP**bellen en **AF**maken zijn scheidbaar (*ik bel op*, *ik maak af*). Bij be**TA**len en ont**DEK**ken ligt de nadruk verderop: **be-** en **ont-** blijven vast aan het werkwoord.\n\n| Type | Hele werkwoord | Voltooid deelwoord |\n| --- | --- | --- |\n| scheidbaar | opbellen | **opgebeld** |\n| scheidbaar | afmaken | **afgemaakt** |\n| met be- | betalen | **betaald** |\n| met ont- | ontdekken | **ontdekt** |\n| met ver- | vertellen | **verteld** |\n| met her- | herhalen | **herhaald** |\n| met ge- | geloven | **geloofd** |\n\nBij veel onregelmatige werkwoorden eindigt het voltooid deelwoord op **-en** en verandert de klinker, zoals **geschreven**, **gelezen** en **gedronken**. Leer die vormen apart.\n\n- hebben → **gehad**\n- doen → **gedaan**\n- zien → **gezien**\n- lezen → **gelezen**\n- schrijven → **geschreven**\n- kopen → **gekocht**\n\n## 5. Wanneer kies je hebben?\n\nVeel werkwoorden gebruiken **hebben**. Dat geldt in verreweg de meeste gevallen voor werkwoorden met een lijdend voorwerp en voor veel activiteiten die geen verandering van de toestand of de plaats van het onderwerp uitdrukken.\n\n| Werkwoord | Voorbeeld met hebben |\n| --- | --- |\n| maken | Ik **heb** een kast **gemaakt**. |\n| eten | Wij **hebben** soep **gegeten**. |\n| lezen | Noor **heeft** het boek **gelezen**. |\n| slapen | Het kind **heeft** goed **geslapen**. |\n| werken | Jullie **hebben** lang **gewerkt**. |\n\nSommige werkwoorden van beweging kunnen **hebben** of **zijn** gebruiken. Bij de activiteit past vaak **hebben**: *Ik heb een uur gefietst.* Bij een duidelijke verplaatsing naar een doel past vaak **zijn**: *Ik ben naar het station gefietst.*\n\n| Betekenis | Voorbeeld |\n| --- | --- |\n| activiteit: hoelang? | Ik **heb** een uur **gefietst**. |\n| verplaatsing: waarheen? | Ik **ben** naar het station **gefietst**. |\n\n:::note\nWerkwoorden zoals **gaan**, **komen** en **worden** gebruiken normaal **zijn**. Die vormen horen bij de aparte les over het perfectum met **zijn**.\n:::\n\n## 6. Vragen, ontkenningen en controle\n\nIn een ja-neevraag staat **hebben** voor het onderwerp. Het deelwoord blijft achteraan.\n\n- **Heb** je de e-mail **gestuurd**?\n- **Heeft** Amir zijn kamer **opgeruimd**?\n- **Hebben** jullie de oefening **begrepen**?\n\nBij **jij** en **je** verdwijnt de **-t** wanneer het hulpwerkwoord ervoor staat: **Jij hebt gebeld**, maar **Heb jij gebeld?**\n\nVoor een ontkenning gebruik je bijvoorbeeld **niet**, **geen** of **nog niet**: *Ik heb de film nog niet gezien* en *Wij hebben geen brood gekocht*.\n\nIn een bijzin met **dat** staan het hulpwerkwoord en het deelwoord samen achteraan. Beide volgordes zijn goed:\n\n- Ik denk dat hij de brief **gestuurd heeft**.\n- Ik denk dat hij de brief **heeft gestuurd**.\n\nControleer elke zin in drie stappen:\n\n1. Kies de juiste vorm van **hebben** bij het onderwerp.\n2. Vorm of leer het juiste voltooid deelwoord.\n3. Zet het deelwoord meestal aan het einde van de hoofdzin.\n\n| Tegenwoordige tijd | Perfectum |\n| --- | --- |\n| Ik maak het eten. | Ik **heb** het eten **gemaakt**. |\n| Zij belt haar vader. | Zij **heeft** haar vader **gebeld**. |\n| We lezen de krant. | We **hebben** de krant **gelezen**. |\n\nHet basispatroon is dus: **onderwerp + vorm van hebben + rest + voltooid deelwoord**.","nl","A2",64,[13],{"id":14,"name":15,"level":10,"language":9,"isCompleted":16,"completionPercentage":17,"totalExercises":18,"completedExercises":17},"01a0ba4b-87ac-7dc6-a8d9-e8107c63d0af","Het perfectum met hebben of zijn",false,0,8,"2026-09-19T15:31:47+00:00","2026-10-11T12:53:41+00:00",[22],{"id":23,"title":24,"vocabularyListWords":25,"isPublished":40},"01a0ba4c-463b-7458-971b-7fc7c749eaca","Werkwoorden die het perfectum met hebben vormen",[26,48,65,82,96,109,126,139,147,159,167,184,201,210,224,237,250,263,275,292,301,314,323,344,361,374,391,404,421,434,447,465,478,491,505,514],{"id":27,"vocabularyWord":28,"displayOrder":41},"01a0ba4c-463b-74b8-971b-7fc7c7b487db",{"id":29,"word":30,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":33,"partsOfSpeech":34,"audio":40,"audioUrl":47},"01a0ba4b-d53f-7c67-85eb-3b9922c23a39","hebben",10,"A1","tts_3fae4853c243bafc_nl-NL.mp3",[35,42],{"id":36,"partOfSpeech":37,"definition":38,"exampleSentences":39,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d564-783b-97f9-ade231f4c857","VERB","Iets bezitten, bij je dragen of kunnen gebruiken.","Wij hebben twee fietsen.",true,1,{"id":43,"partOfSpeech":44,"definition":45,"exampleSentences":46,"isPrimary":16,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d564-77f7-97f9-ade231e70113","AUXILIARY_VERB","Een hulpwerkwoord waarmee je bij veel werkwoorden de voltooide tijd maakt.","Ze hebben de deur gesloten.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_3fae4853c243bafc_nl-NL.mp3",{"id":49,"vocabularyWord":50,"displayOrder":63},"01a0ba4c-463b-74f0-971b-7fc7c7ea5b03",{"id":51,"word":52,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":53,"partsOfSpeech":54,"audio":40,"audioUrl":64},"01a0ba4b-d752-75e7-baca-96fdd6372e40","werken","tts_9d8727a5051a5a64_nl-NL.mp3",[55,59],{"id":56,"partOfSpeech":37,"definition":57,"exampleSentences":58,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d75a-7885-a2c4-a98ba3dd3d0f","Een beroep of taak uitvoeren en daar vaak geld mee verdienen.","Ik werk drie dagen per week in een winkel.",{"id":60,"partOfSpeech":37,"definition":61,"exampleSentences":62,"isPrimary":16,"meaningOrder":63},"01a0ba4b-d75a-78c9-a2c4-a98ba493b1ae","Doen wat de bedoeling is of goed functioneren.","Mijn telefoon werkt weer.",2,"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_9d8727a5051a5a64_nl-NL.mp3",{"id":66,"vocabularyWord":67,"displayOrder":81},"01a0ba4c-463b-7514-971b-7fc7c82ccbc7",{"id":68,"word":69,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":70,"partsOfSpeech":71,"audio":40,"audioUrl":80},"01a0ba4b-d5b6-73b8-807d-73d19cff0b77","maken","tts_14f005572ef70fff_nl-NL.mp3",[72,76],{"id":73,"partOfSpeech":37,"definition":74,"exampleSentences":75,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d5fc-755a-9f37-be9122e0db42","Iets creëren, bouwen, bereiden of tot stand brengen.","Mijn zus maakt een taart.",{"id":77,"partOfSpeech":37,"definition":78,"exampleSentences":79,"isPrimary":16,"meaningOrder":63},"01a0ba4b-d5fc-75a2-9f37-be91234b4a4f","Ervoor zorgen dat iemand of iets in een bepaalde toestand komt.","Dat nieuws maakt mij blij.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_14f005572ef70fff_nl-NL.mp3",3,{"id":83,"vocabularyWord":84,"displayOrder":95},"01a0ba4c-463b-7544-971b-7fc7c832e082",{"id":85,"word":86,"frequency":87,"level":32,"language":9,"audioFilePath":88,"partsOfSpeech":89,"audio":40,"audioUrl":94},"01a0ba4b-d534-7ca0-8404-bbc5e5b893eb","fietsen",9,"tts_cc05e900ca070512_nl-NL.mp3",[90],{"id":91,"partOfSpeech":37,"definition":92,"exampleSentences":93,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d563-7823-b413-dd0b736e13e2","Je op een fiets voortbewegen door de pedalen rond te trappen.","In Nederland fietsen veel mensen naar hun werk.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_cc05e900ca070512_nl-NL.mp3",4,{"id":97,"vocabularyWord":98,"displayOrder":108},"01a0ba4c-463b-7560-971b-7fc7c86012a8",{"id":99,"word":100,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":101,"partsOfSpeech":102,"audio":40,"audioUrl":107},"01a0ba4b-d51a-7e7b-af33-02584af78501","bellen","tts_6a528cb16a55c0c8_nl-NL.mp3",[103],{"id":104,"partOfSpeech":37,"definition":105,"exampleSentences":106,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d560-7db1-bf08-b6af5cd87aa1","Via een telefoon contact met iemand opnemen.","Ik bel mijn moeder als ik op het station ben.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_6a528cb16a55c0c8_nl-NL.mp3",5,{"id":110,"vocabularyWord":111,"displayOrder":125},"01a0ba4c-463b-757c-971b-7fc7c8e08df7",{"id":112,"word":113,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":114,"partsOfSpeech":115,"audio":40,"audioUrl":124},"01a0ba4b-d5af-7f7b-97c5-ae22ffd8f184","leren","tts_336afe135bfab82b_nl-NL.mp3",[116,120],{"id":117,"partOfSpeech":37,"definition":118,"exampleSentences":119,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d5fb-79d4-8a3e-e1b2cdc18b8c","Nieuwe kennis of een nieuwe vaardigheid krijgen door studie of oefening.","Op school leer ik Nederlands.",{"id":121,"partOfSpeech":37,"definition":122,"exampleSentences":123,"isPrimary":16,"meaningOrder":63},"01a0ba4b-d5fb-7a34-8a3e-e1b2ce2a1150","Iemand kennis of een vaardigheid bijbrengen.","Mijn opa leert mij schaken.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_336afe135bfab82b_nl-NL.mp3",6,{"id":127,"vocabularyWord":128,"displayOrder":138},"01a0ba4c-463b-759c-971b-7fc7c9d1971b",{"id":129,"word":130,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":131,"partsOfSpeech":132,"audio":40,"audioUrl":137},"01a0ba4b-d798-7b1e-8eab-abc279d64637","wonen","tts_193f912235d8b307_nl-NL.mp3",[133],{"id":134,"partOfSpeech":37,"definition":135,"exampleSentences":136,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d7de-73cc-b35c-f80d62ed7c71","Een huis of andere plaats als vaste verblijfplaats hebben.","Wij wonen in een appartement boven een winkel.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_193f912235d8b307_nl-NL.mp3",7,{"id":140,"vocabularyWord":141,"displayOrder":18},"01a0ba4c-463b-75b8-971b-7fc7caad8393",{"id":142,"word":143,"frequency":18,"level":32,"language":9,"audioFilePath":144,"partsOfSpeech":145,"audio":40,"audioUrl":146},"01a0ba4b-d96f-7864-9a04-f984be39d91e","zetten","tts_2ff888b724803382_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_2ff888b724803382_nl-NL.mp3",{"id":148,"vocabularyWord":149,"displayOrder":87},"01a0ba4c-463b-75d0-971b-7fc7cb151dc2",{"id":150,"word":151,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":152,"partsOfSpeech":153,"audio":40,"audioUrl":158},"01a0ba4b-d6d5-7838-8848-f95325bb02ee","praten","tts_f1c43f971e96af2e_nl-NL.mp3",[154],{"id":155,"partOfSpeech":37,"definition":156,"exampleSentences":157,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d6df-7334-8a1b-af0b5a222e51","Met woorden iets tegen of met iemand zeggen.","Tijdens de pauze praten we over onze vakantie.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_f1c43f971e96af2e_nl-NL.mp3",{"id":160,"vocabularyWord":161,"displayOrder":31},"01a0ba4c-463b-75ec-971b-7fc7cb440296",{"id":162,"word":163,"frequency":18,"level":10,"language":9,"audioFilePath":164,"partsOfSpeech":165,"audio":40,"audioUrl":166},"01a0ba4b-d63c-7ac4-a46e-b6cccb082eee","antwoorden","tts_e08ad209c55313ba_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_e08ad209c55313ba_nl-NL.mp3",{"id":168,"vocabularyWord":169,"displayOrder":183},"01a0ba4c-463b-7608-971b-7fc7cb6a736d",{"id":170,"word":171,"frequency":87,"level":32,"language":9,"audioFilePath":172,"partsOfSpeech":173,"audio":40,"audioUrl":182},"01a0ba4b-d559-7e58-89cd-86b75779fab2","koken","tts_a09f5a7b1d80b283_nl-NL.mp3",[174,178],{"id":175,"partOfSpeech":37,"definition":176,"exampleSentences":177,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d567-7196-aa36-e4be4b081026","Eten met warmte bereiden.","Op zondag kookt mijn vader soep voor de familie.",{"id":179,"partOfSpeech":37,"definition":180,"exampleSentences":181,"isPrimary":16,"meaningOrder":63},"01a0ba4b-d567-71e2-aa36-e4be4b7785bd","Zo heet zijn dat een vloeistof borrelt en in damp verandert.","Het water kookt al in de pan.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_a09f5a7b1d80b283_nl-NL.mp3",11,{"id":185,"vocabularyWord":186,"displayOrder":200},"01a0ba4c-463b-7624-971b-7fc7cb973f1f",{"id":187,"word":188,"frequency":18,"level":10,"language":9,"audioFilePath":189,"partsOfSpeech":190,"audio":40,"audioUrl":199},"01a0ba4b-d980-70dc-87fc-2ff459e63721","openen","tts_d07cbacd73b8aaa6_nl-NL.mp3",[191,195],{"id":192,"partOfSpeech":37,"definition":193,"exampleSentences":194,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d99a-7612-a0ca-fdff1474474d","Iets dat dicht of gesloten is openmaken of toegankelijk maken.","Met deze sleutel kun je de voordeur openen.",{"id":196,"partOfSpeech":37,"definition":197,"exampleSentences":198,"isPrimary":16,"meaningOrder":63},"01a0ba4b-d99a-7656-a0ca-fdff153a8975","Beginnen toegankelijk of actief te zijn voor bezoekers of klanten.","De bibliotheek opent op werkdagen om negen uur.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_d07cbacd73b8aaa6_nl-NL.mp3",12,{"id":202,"vocabularyWord":203,"displayOrder":209},"01a0ba4c-463b-7640-971b-7fc7cc52d32c",{"id":204,"word":205,"frequency":138,"level":10,"language":9,"audioFilePath":206,"partsOfSpeech":207,"audio":40,"audioUrl":208},"01a0ba4b-d6a6-7f89-91fd-ff05898cb54b","opbellen","tts_d0734d9b553e8987_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_d0734d9b553e8987_nl-NL.mp3",13,{"id":211,"vocabularyWord":212,"displayOrder":223},"01a0ba4c-463b-7658-971b-7fc7cc65c95a",{"id":213,"word":214,"frequency":18,"level":215,"language":9,"audioFilePath":216,"partsOfSpeech":217,"audio":40,"audioUrl":222},"01a0ba4b-da64-7f45-971a-ff56c3606a7b","afmaken","B1","tts_79e433d0af090623_nl-NL.mp3",[218],{"id":219,"partOfSpeech":37,"definition":220,"exampleSentences":221,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-daa6-7d54-bb1e-5b179363974a","Iets waaraan je bent begonnen helemaal voltooien.","Ik maak mijn huiswerk af voordat ik televisie kijk.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_79e433d0af090623_nl-NL.mp3",14,{"id":225,"vocabularyWord":226,"displayOrder":236},"01a0ba4c-463b-7674-971b-7fc7cca8276b",{"id":227,"word":228,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":229,"partsOfSpeech":230,"audio":40,"audioUrl":235},"01a0ba4b-d51b-7c62-be4b-06c5de44ad96","betalen","tts_f218b1cf9c570ff3_nl-NL.mp3",[231],{"id":232,"partOfSpeech":37,"definition":233,"exampleSentences":234,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d560-7ecd-bf08-b6af5d314a1c","Geld geven omdat je iets koopt, gebruikt of verschuldigd bent.","In dit restaurant betalen we aan tafel.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_f218b1cf9c570ff3_nl-NL.mp3",15,{"id":238,"vocabularyWord":239,"displayOrder":249},"01a0ba4c-463b-7690-971b-7fc7ccf90564",{"id":240,"word":241,"frequency":18,"level":215,"language":9,"audioFilePath":242,"partsOfSpeech":243,"audio":40,"audioUrl":248},"01a0ba4b-dc15-7a13-be24-cd7dccaa65d2","ontdekken","tts_2f20e474178c6aed_nl-NL.mp3",[244],{"id":245,"partOfSpeech":37,"definition":246,"exampleSentences":247,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-dc39-7b6e-b770-f5ab96ef36d7","Iets vinden of te weten komen dat je nog niet kende.","Tijdens de reis ontdekten we een rustig dorp aan zee.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_2f20e474178c6aed_nl-NL.mp3",16,{"id":251,"vocabularyWord":252,"displayOrder":262},"01a0ba4c-463b-76ac-971b-7fc7cd9e699e",{"id":253,"word":254,"frequency":31,"level":215,"language":9,"audioFilePath":255,"partsOfSpeech":256,"audio":40,"audioUrl":261},"01a0ba4b-dc79-7d65-be77-93064e57fd5e","vertellen","tts_0b04532446d57d4d_nl-NL.mp3",[257],{"id":258,"partOfSpeech":37,"definition":259,"exampleSentences":260,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-dcbe-743b-84e5-4d5481399fb0","Mondeling of schriftelijk informatie geven of een verhaal delen.","Mijn grootvader vertelt graag verhalen over zijn jeugd.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_0b04532446d57d4d_nl-NL.mp3",17,{"id":264,"vocabularyWord":265,"displayOrder":274},"01a0ba4c-463b-76c4-971b-7fc7cdc5d8fe",{"id":266,"word":267,"frequency":138,"level":10,"language":9,"audioFilePath":268,"partsOfSpeech":269,"audio":40,"audioUrl":273},"01a0ba4b-e249-70a2-b770-fff68f30c31e","herhalen","tts_326657779ad01fa7_nl-NL.mp3",[270],{"id":271,"partOfSpeech":37,"definition":272,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-e28a-7119-8157-291a92855b55","","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_326657779ad01fa7_nl-NL.mp3",18,{"id":276,"vocabularyWord":277,"displayOrder":291},"01a0ba4c-463b-76e0-971b-7fc7ce3ba02b",{"id":278,"word":279,"frequency":87,"level":215,"language":9,"audioFilePath":280,"partsOfSpeech":281,"audio":40,"audioUrl":290},"01a0ba4b-da8f-77ac-a213-24d587e41ddb","geloven","tts_81eb489761c8a7e8_nl-NL.mp3",[282,286],{"id":283,"partOfSpeech":37,"definition":284,"exampleSentences":285,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-daaa-7c31-9fff-6f1492135a48","Denken dat iets waar is, ook als er geen volledig bewijs is.","Ik geloof zijn uitleg omdat alle details kloppen.",{"id":287,"partOfSpeech":37,"definition":288,"exampleSentences":289,"isPrimary":16,"meaningOrder":63},"01a0ba4b-daaa-7c75-9fff-6f1492bdd3d3","Vertrouwen hebben in een persoon, idee, mogelijkheid of religie.","De trainer gelooft in de mogelijkheden van het team.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_81eb489761c8a7e8_nl-NL.mp3",19,{"id":293,"vocabularyWord":294,"displayOrder":300},"01a0ba4c-463b-76f8-971b-7fc7cec19ea7",{"id":295,"word":296,"frequency":18,"level":32,"language":9,"audioFilePath":297,"partsOfSpeech":298,"audio":40,"audioUrl":299},"01a0ba4b-d90f-7947-8daa-9c901addd103","leven","tts_9bab37db52af6349_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_9bab37db52af6349_nl-NL.mp3",20,{"id":302,"vocabularyWord":303,"displayOrder":313},"01a0ba4c-463b-7714-971b-7fc7cefd6705",{"id":304,"word":305,"frequency":87,"level":32,"language":9,"audioFilePath":306,"partsOfSpeech":307,"audio":40,"audioUrl":312},"01a0ba4b-d6d6-7eab-a6e2-953e81a0e61c","reizen","tts_7c08911c8706d17a_nl-NL.mp3",[308],{"id":309,"partOfSpeech":37,"definition":310,"exampleSentences":311,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d6df-7564-8a1b-af0b5ae01fc2","Een langere afstand naar een andere plaats afleggen, vaak met een vervoermiddel.","Wij reizen deze zomer met de trein door Duitsland.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_7c08911c8706d17a_nl-NL.mp3",21,{"id":315,"vocabularyWord":316,"displayOrder":322},"01a0ba4c-463b-7730-971b-7fc7cfbdad24",{"id":317,"word":318,"frequency":138,"level":10,"language":9,"audioFilePath":319,"partsOfSpeech":320,"audio":40,"audioUrl":321},"01a0ba4b-d8f1-7c70-843c-ffb745af3714","verhuizen","tts_f5fbc8977749af96_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_f5fbc8977749af96_nl-NL.mp3",22,{"id":324,"vocabularyWord":325,"displayOrder":343},"01a0ba4c-463b-7748-971b-7fc7d02281ef",{"id":326,"word":327,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":328,"partsOfSpeech":329,"audio":40,"audioUrl":342},"01a0ba4b-d529-7a46-8646-15d234d4c760","doen","tts_5e816f32d01bda90_nl-NL.mp3",[330,334,338],{"id":331,"partOfSpeech":37,"definition":332,"exampleSentences":333,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d562-7540-9b4b-5e879f644e45","Een handeling of activiteit uitvoeren.","Wat doe je na het werk?",{"id":335,"partOfSpeech":37,"definition":336,"exampleSentences":337,"isPrimary":16,"meaningOrder":63},"01a0ba4b-d562-7584-9b4b-5e879fd195dd","Iets op een bepaalde plaats zetten of in iets stoppen.","Doe de kaas na het eten in de koelkast.",{"id":339,"partOfSpeech":37,"definition":340,"exampleSentences":341,"isPrimary":16,"meaningOrder":81},"01a0ba4b-d562-75c4-9b4b-5e879ff98c9e","Werken of functioneren, meestal in de combinatie het doen.","Mijn telefoon doet het niet meer.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_5e816f32d01bda90_nl-NL.mp3",23,{"id":345,"vocabularyWord":346,"displayOrder":360},"01a0ba4c-463b-7764-971b-7fc7d0aa7a0a",{"id":347,"word":348,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":349,"partsOfSpeech":350,"audio":40,"audioUrl":359},"01a0ba4b-d79c-747d-b129-d0c64db4a431","zien","tts_fa1199cc60208f8c_nl-NL.mp3",[351,355],{"id":352,"partOfSpeech":37,"definition":353,"exampleSentences":354,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d7df-7043-a2d4-3487ffa64dc7","Iemand of iets met de ogen waarnemen.","Vanaf het raam zie ik de zee.",{"id":356,"partOfSpeech":37,"definition":357,"exampleSentences":358,"isPrimary":16,"meaningOrder":63},"01a0ba4b-d7df-70d7-a2d4-3487ffd03e99","Iemand ontmoeten of tijd met die persoon doorbrengen.","Ik zie mijn oma elke zondag.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_fa1199cc60208f8c_nl-NL.mp3",24,{"id":362,"vocabularyWord":363,"displayOrder":373},"01a0ba4c-463b-7784-971b-7fc7d134e819",{"id":364,"word":365,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":366,"partsOfSpeech":367,"audio":40,"audioUrl":372},"01a0ba4b-d5b0-7c2f-9bc3-4d7f09fec702","lezen","tts_667b397c5acdaa18_nl-NL.mp3",[368],{"id":369,"partOfSpeech":37,"definition":370,"exampleSentences":371,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d5fb-7b64-8a3e-e1b2ce8cf632","Geschreven tekens en woorden bekijken en begrijpen.","Mijn dochter leest graag verhalen over dieren.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_667b397c5acdaa18_nl-NL.mp3",25,{"id":375,"vocabularyWord":376,"displayOrder":390},"01a0ba4c-463b-77a0-971b-7fc7d17ec444",{"id":377,"word":378,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":379,"partsOfSpeech":380,"audio":40,"audioUrl":389},"01a0ba4b-d70d-7876-b9b5-47dd106f71d0","schrijven","tts_38b0644fdc686105_nl-NL.mp3",[381,385],{"id":382,"partOfSpeech":37,"definition":383,"exampleSentences":384,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d753-7564-ac34-23a0a5a51414","Letters, woorden of andere tekens op papier of een scherm zetten.","Sara schrijft haar naam op het formulier.",{"id":386,"partOfSpeech":37,"definition":387,"exampleSentences":388,"isPrimary":16,"meaningOrder":63},"01a0ba4b-d753-75b0-ac34-23a0a60026d7","Een tekst zoals een brief, verhaal of boek maken.","Mijn broer schrijft een bericht aan zijn docent.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_38b0644fdc686105_nl-NL.mp3",26,{"id":392,"vocabularyWord":393,"displayOrder":403},"01a0ba4c-463b-77bc-971b-7fc7d18ba74c",{"id":394,"word":395,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":396,"partsOfSpeech":397,"audio":40,"audioUrl":402},"01a0ba4b-d55b-72ce-afbe-e43cfb443248","kopen","tts_7a3c024bbb25fa44_nl-NL.mp3",[398],{"id":399,"partOfSpeech":37,"definition":400,"exampleSentences":401,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d567-745e-aa36-e4be4d0a02af","Iets krijgen door er geld voor te betalen.","Op de markt koop ik appels en kaas.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_7a3c024bbb25fa44_nl-NL.mp3",27,{"id":405,"vocabularyWord":406,"displayOrder":420},"01a0ba4c-463b-77d4-971b-7fc7d1ec1821",{"id":407,"word":408,"frequency":87,"level":10,"language":9,"audioFilePath":409,"partsOfSpeech":410,"audio":40,"audioUrl":419},"01a0ba4b-d9cc-7db7-bda0-956d5802f541","sturen","tts_a7b188ce69d639ec_nl-NL.mp3",[411,415],{"id":412,"partOfSpeech":37,"definition":413,"exampleSentences":414,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-da0f-71bb-8596-e7ac4b743b74","Ervoor zorgen dat een persoon, voorwerp of bericht naar een bepaalde bestemming gaat.","Stuur het ingevulde formulier naar het adres onderaan de brief.",{"id":416,"partOfSpeech":37,"definition":417,"exampleSentences":418,"isPrimary":16,"meaningOrder":63},"01a0ba4b-da0f-720b-8596-e7ac4be33676","De richting van een voertuig bepalen met een stuur.","Mijn zus stuurt de auto voorzichtig door de smalle straat.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_a7b188ce69d639ec_nl-NL.mp3",28,{"id":422,"vocabularyWord":423,"displayOrder":433},"01a0ba4c-463b-77f0-971b-7fc7d1ed95ce",{"id":424,"word":425,"frequency":18,"level":10,"language":9,"audioFilePath":426,"partsOfSpeech":427,"audio":40,"audioUrl":432},"01a0ba4b-d982-75e4-85a4-d5be65fc82b7","opruimen","tts_f25052463b6b7d9a_nl-NL.mp3",[428],{"id":429,"partOfSpeech":37,"definition":430,"exampleSentences":431,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d99a-799a-a0ca-fdff16949fda","Losse of gebruikte dingen op hun plaats zetten en een ruimte netjes maken.","Na het feest ruimen we samen de woonkamer op.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_f25052463b6b7d9a_nl-NL.mp3",29,{"id":435,"vocabularyWord":436,"displayOrder":446},"01a0ba4c-463b-780c-971b-7fc7d254f3af",{"id":437,"word":438,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":439,"partsOfSpeech":440,"audio":40,"audioUrl":445},"01a0ba4b-d51a-7087-af33-02584a90acba","begrijpen","tts_41c2a6aa5c9beae5_nl-NL.mp3",[441],{"id":442,"partOfSpeech":37,"definition":443,"exampleSentences":444,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d560-7c91-bf08-b6af5c15906a","De betekenis, reden of werking van iets kennen en volgen.","Na de uitleg begrijp ik de vraag.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_41c2a6aa5c9beae5_nl-NL.mp3",30,{"id":448,"vocabularyWord":449,"displayOrder":464},"01a0ba4c-463b-7828-971b-7fc7d340c05b",{"id":450,"word":451,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":452,"partsOfSpeech":453,"audio":40,"audioUrl":463},"01a0ba4b-d531-7c40-b92e-e22844f1d8da","eten","tts_aae1f8ff3bbdf1ae_nl-NL.mp3",[454,459],{"id":455,"partOfSpeech":456,"definition":457,"exampleSentences":458,"isPrimary":16,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d563-736f-b413-dd0b703ba199","NOUN","(het; geen meervoud) voedsel of maaltijd die iemand eet.","Het eten staat al op tafel.",{"id":460,"partOfSpeech":37,"definition":461,"exampleSentences":462,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d563-73b7-b413-dd0b70a42ec2","Voedsel in de mond nemen, kauwen en doorslikken.","Wij eten vanavond rijst met groente.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_aae1f8ff3bbdf1ae_nl-NL.mp3",31,{"id":466,"vocabularyWord":467,"displayOrder":477},"01a0ba4c-463b-7844-971b-7fc7d41b7f86",{"id":468,"word":469,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":470,"partsOfSpeech":471,"audio":40,"audioUrl":476},"01a0ba4b-d52b-7e8a-a10c-0125dbf09080","drinken","tts_91fd5ae5192a2a0f_nl-NL.mp3",[472],{"id":473,"partOfSpeech":37,"definition":474,"exampleSentences":475,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d562-7910-9b4b-5e87a14381b7","Vloeistof via de mond innemen en doorslikken.","Op warme dagen drinkt Sara veel water.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_91fd5ae5192a2a0f_nl-NL.mp3",32,{"id":479,"vocabularyWord":480,"displayOrder":490},"01a0ba4c-463b-785c-971b-7fc7d4e3f671",{"id":481,"word":482,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":483,"partsOfSpeech":484,"audio":40,"audioUrl":489},"01a0ba4b-d70e-74cf-80d1-ac3d2cc92aef","slapen","tts_b6790bf08cc6feb3_nl-NL.mp3",[485],{"id":486,"partOfSpeech":37,"definition":487,"exampleSentences":488,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d753-76d0-ac34-23a0a6e41800","Met gesloten ogen en weinig bewustzijn rusten, meestal gedurende meerdere uren.","De baby slaapt rustig in zijn bed.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_b6790bf08cc6feb3_nl-NL.mp3",33,{"id":492,"vocabularyWord":493,"displayOrder":504},"01a0ba4c-463b-7878-971b-7fc7d521dffb",{"id":494,"word":495,"frequency":87,"level":10,"language":9,"audioFilePath":496,"partsOfSpeech":497,"audio":40,"audioUrl":503},"01a0ba4b-d7d3-71c3-9291-cd42bc104ff7","gisteren","tts_9f6e666ad88b59bc_nl-NL.mp3",[498],{"id":499,"partOfSpeech":500,"definition":501,"exampleSentences":502,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d7ec-70c3-b258-1bd9cd9efd58","ADVERB","Op de dag vóór vandaag.","Gisteren werkte ik thuis, maar vandaag ben ik op kantoor.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_9f6e666ad88b59bc_nl-NL.mp3",34,{"id":506,"vocabularyWord":507,"displayOrder":513},"01a0ba4c-463b-7894-971b-7fc7d5e2e406",{"id":508,"word":509,"frequency":138,"level":32,"language":9,"audioFilePath":510,"partsOfSpeech":511,"audio":40,"audioUrl":512},"01a0ba4b-d8ee-7c54-af69-22e75380444e","vanmorgen","tts_16b76be26e9afd41_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_16b76be26e9afd41_nl-NL.mp3",35,{"id":515,"vocabularyWord":516,"displayOrder":525},"01a0ba4c-463b-78ac-971b-7fc7d62e0397",{"id":517,"word":518,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":519,"partsOfSpeech":520,"audio":40,"audioUrl":524},"01a0ba4b-d513-7f51-afd1-0f5cb52459b1","al","tts_dfec5c76430824bd_nl-NL.mp3",[521],{"id":522,"partOfSpeech":523,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d560-74a1-bf08-b6af59ab822f","DETERMINER","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_dfec5c76430824bd_nl-NL.mp3",36,{"name":15,"slug":527,"language":9},"het-perfectum-met-hebben-of-zijn-a2",[],[530,539,545,552],{"@id":531,"@type":532,"id":533,"grammarPage":534,"title":535,"instructions":536,"displayOrder":17,"type":537,"questionCount":236,"blankCount":249,"isCompleted":16,"ogImageUrl":538},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-a5d7-721b-9615-ae499b25b598","GrammarExercise","01a0ba4b-a5d7-721b-9615-ae499b25b598","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8a42-7372-b201-afb513dfd163","Hebben met een voltooid deelwoord","Kies de juiste vorm van hebben of het passende voltooide deelwoord.","word_select","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_9d0acb65-253b-4578-bded-b345ec6c7fa9_hero.webp?v=1789831914",{"@id":540,"@type":532,"id":541,"grammarPage":534,"title":542,"instructions":543,"displayOrder":41,"type":537,"questionCount":236,"blankCount":262,"isCompleted":16,"ogImageUrl":544},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-a5f3-7bf3-ac83-085035122664","01a0ba4b-a5f3-7bf3-ac83-085035122664","Resultaten, activiteiten en vragen","Kies de vorm die het afgeronde resultaat of de activiteit correct uitdrukt.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_9fc2e789-54f5-4798-92b4-bf5b2c38990d_hero.webp?v=1789831915",{"@id":546,"@type":532,"id":547,"grammarPage":534,"title":548,"instructions":549,"displayOrder":63,"type":550,"questionCount":31,"blankCount":31,"isCompleted":16,"ogImageUrl":551},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-a610-71dc-8bb2-4bea7fb67adb","01a0ba4b-a610-71dc-8bb2-4bea7fb67adb","Bouw het perfectum met hebben","Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg.","sentence_builder","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_20b3a3ee-de59-4d4a-8755-4e95e0ec3f22_hero.webp?v=1789831915",{"@id":553,"@type":532,"id":554,"grammarPage":534,"title":555,"instructions":556,"displayOrder":95,"type":557,"questionCount":95,"blankCount":17,"isCompleted":16,"ogImageUrl":558},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-a623-7b2b-a77a-0e3b5b597728","01a0ba4b-a623-7b2b-a77a-0e3b5b597728","Het perfectum met hebben - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","word_sort","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_6e866ba2-060c-4f47-82b2-24c715e3b2f6_hero.webp?v=1789831915",null]