[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-page-nl-het-werkwoord-hebben-in-de-tegenwoordige-tijd":3,"grammar-exercises-by-page-01a0ba4b-8a5b-7dc3-86a1-3dd4b376b037":387,"exercise-list-path-nl-none":417},{"id":4,"title":5,"slug":6,"seoDescription":7,"content":8,"language":9,"level":10,"displayOrder":11,"grammarTopics":12,"createdAt":19,"updatedAt":20,"vocabularyLists":21,"primaryTopicHub":384,"readyImages":386},"01a0ba4b-8a5b-7dc3-86a1-3dd4b376b037","Het werkwoord hebben in de tegenwoordige tijd","het-werkwoord-hebben-in-de-tegenwoordige-tijd","Leer de vormen heb, hebt, heeft en hebben in de tegenwoordige tijd en gebruik hebben voor bezit, relaties, kenmerken, ontkenningen en vragen.","Met het werkwoord **hebben** vertel je dat iemand een bezit, een familielid, een afspraak of een kenmerk heeft. De vorm van het werkwoord verandert bij het onderwerp.\n\nNa deze les kun je:\n\n- **heb**, **hebt**, **heeft** en **hebben** bij het juiste onderwerp gebruiken;\n- vertellen wat iemand wel of niet heeft;\n- een eenvoudige vraag met **hebben** stellen en beantwoorden.\n\n## 1. De vormen van hebben\n\n**Hebben** is het hele werkwoord. Bekijk de vormen in de tegenwoordige tijd.\n\n| Onderwerp | Vorm | Voorbeeld |\n| --- | --- | --- |\n| ik | **heb** | Ik heb een fiets. |\n| jij\u002Fje | **hebt** | Jij hebt een hond. |\n| u | **heeft** | U heeft een afspraak. |\n| hij | **heeft** | Hij heeft een broer. |\n| zij\u002Fze | **heeft** | Zij heeft een vraag. |\n| het | **heeft** | Het heeft geen zin. |\n| wij\u002Fwe | **hebben** | Wij hebben pauze. |\n| jullie | **hebben** | Jullie hebben tijd. |\n| zij\u002Fze | **hebben** | Zij hebben twee kinderen. |\n\n:::note\nBij **u** zijn **u heeft** en **u hebt** allebei correct. In deze les gebruiken we **u heeft**, een veelvoorkomende vorm in Nederland.\n:::\n\n## 2. Wanneer gebruik je hebben?\n\nJe gebruikt **hebben** in veel dagelijkse situaties.\n\n| Betekenis | Voorbeeld |\n| --- | --- |\n| een bezit | Ik **heb** een telefoon. |\n| een familierelatie | Sara **heeft** een zus. |\n| een afspraak of een activiteit | We **hebben** morgen een les. |\n| een kenmerk | De kamer **heeft** twee ramen. |\n| een gevoel of een behoefte | Hij **heeft** honger. |\n\n:::example\n- Ik **heb** een rode jas.\n- Mijn buurvrouw **heeft** een kat.\n- Jullie **hebben** vandaag een vrije dag.\n- De tafel **heeft** vier poten.\n:::\n\nBij sommige vaste combinaties hoort geen lidwoord: **honger hebben**, **dorst hebben** en **tijd hebben**.\n\n## 3. Een mededeling maken\n\nIn een gewone zin staat het onderwerp meestal eerst. Daarna komt de juiste vorm van **hebben**.\n\n**Onderwerp + heb\u002Fhebt\u002Fheeft\u002Fhebben + informatie**\n\n1. Kies het onderwerp.\n2. Kies de passende vorm van **hebben**.\n3. Vertel wat de persoon of het ding heeft.\n\n:::example\n**Wij + hebben + een auto** → Wij **hebben een auto**.\n\n**Mijn vriend + heeft + een nieuwe baan** → Mijn vriend **heeft een nieuwe baan**.\n\n**Jij + hebt + een goed idee** → Jij **hebt een goed idee**.\n:::\n\nBegint de zin met tijd, dan staat **hebben** vóór het onderwerp: **Vandaag heb ik geen tijd.** \u002F **Morgen hebben wij les.**\n\n:::tip\nKijk eerst of het onderwerp enkelvoud of meervoud is. Bij **wij**, **jullie** en meervoudig **zij** gebruik je altijd **hebben**.\n:::\n\n## 4. Geen en niet\n\nGebruik **geen** om **een** te vervangen, of bij een zelfstandig naamwoord zonder lidwoord: **geen auto**, **geen broer**, **geen tijd**. Staat er **de**, **het** of een bezitswoord, gebruik dan **niet**: **Ik heb de sleutel niet.** \u002F **Ik heb mijn sleutel niet.**\n\n| Positief | Negatief |\n| --- | --- |\n| Ik heb een auto. | Ik heb **geen auto**. |\n| Zij heeft een broer. | Zij heeft **geen broer**. |\n| We hebben tijd. | We hebben **geen tijd**. |\n\nGebruik **niet** als je een ander deel van de zin ontkent.\n\n- Ik heb de sleutel **niet**.\n- Hij heeft vandaag **niet** veel tijd.\n\n:::warning\nGebruik bij een zelfstandig naamwoord zonder **de** of **het** meestal **geen**, niet *niet een*.\n\n✓ Ik heb **geen fiets**.\n\n✗ Ik heb *niet een fiets*.\n:::\n\n## 5. Een vraag stellen\n\nIn een ja-neevraag staat de vorm van **hebben** voor het onderwerp.\n\n**Heb\u002Fheeft\u002Fhebben + onderwerp + informatie?**\n\n| Mededeling | Vraag |\n| --- | --- |\n| Jij hebt een pen. | **Heb** jij een pen? |\n| U heeft een afspraak. | **Heeft** u een afspraak? |\n| Zij heeft een fiets. | **Heeft** zij een fiets? |\n| Jullie hebben les. | **Hebben** jullie les? |\n\nBij **jij\u002Fje** verdwijnt de **-t** als het onderwerp direct na het werkwoord staat: **jij hebt**, maar **heb jij?**\n\nBij **u** zijn **Heeft u een afspraak?** en **Hebt u een afspraak?** allebei correct. Deze les gebruikt de vormen met **heeft**, bijvoorbeeld *U heeft ...* en *Heeft u ...?*\n\n:::example\n**Heb je een broer?** — Ja, ik heb een broer.\n\n**Heeft Noor een hond?** — Nee, zij heeft geen hond.\n\n**Hebben de buren een auto?** — Ja, zij hebben een auto.\n:::\n\n## 6. Leeftijd met zijn\n\nIn het Nederlands gebruik je **zijn**, niet **hebben**, om een leeftijd te noemen.\n\n:::warning\n✓ Ik **ben** twintig jaar.\n\n✗ Ik **heb** twintig jaar.\n:::\n\n## 7. Kort samengevat\n\n- Gebruik **heb** bij **ik**.\n- Gebruik **hebt** bij **jij\u002Fje** en meestal **heeft** bij **u**.\n- Gebruik **heeft** bij **hij**, **zij\u002Fze** en **het**.\n- Gebruik **hebben** bij **wij\u002Fwe**, **jullie** en meervoudig **zij\u002Fze**.\n- Zet het werkwoord voor het onderwerp om een ja-neevraag te maken.\n- Deze les gaat over **hebben** als zelfstandig werkwoord. Later gebruik je **hebben** ook als hulpwerkwoord in de voltooide tijd: **Ik heb gewerkt.**","nl","A1",23,[13],{"id":14,"name":15,"level":10,"language":9,"isCompleted":16,"completionPercentage":17,"totalExercises":18,"completedExercises":17},"01a0ba4b-87a9-78d9-83fc-f29da4be096c","Zijn, hebben en frequente werkwoorden",false,0,11,"2026-09-19T15:31:47+00:00","2026-10-11T12:53:41+00:00",[22],{"id":23,"title":24,"vocabularyListWords":25,"isPublished":39},"01a0ba4c-4679-7c7d-bdec-68b7f5c23385","Onderwerpen en bezit bij hebben",[26,47,61,74,96,109,122,139,156,173,185,197,214,228,241,259,272,285,298,310,319,328,345,357,370],{"id":27,"vocabularyWord":28,"displayOrder":40},"01a0ba4c-4679-7cf9-bdec-68b7f5e994a0",{"id":29,"word":30,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":32,"partsOfSpeech":33,"audio":39,"audioUrl":46},"01a0ba4b-d53f-7c67-85eb-3b9922c23a39","hebben",10,"tts_3fae4853c243bafc_nl-NL.mp3",[34,41],{"id":35,"partOfSpeech":36,"definition":37,"exampleSentences":38,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d564-783b-97f9-ade231f4c857","VERB","Iets bezitten, bij je dragen of kunnen gebruiken.","Wij hebben twee fietsen.",true,1,{"id":42,"partOfSpeech":43,"definition":44,"exampleSentences":45,"isPrimary":16,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d564-77f7-97f9-ade231e70113","AUXILIARY_VERB","Een hulpwerkwoord waarmee je bij veel werkwoorden de voltooide tijd maakt.","Ze hebben de deur gesloten.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_3fae4853c243bafc_nl-NL.mp3",{"id":48,"vocabularyWord":49,"displayOrder":60},"01a0ba4c-4679-7d35-bdec-68b7f647b3f9",{"id":50,"word":51,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":52,"partsOfSpeech":53,"audio":39,"audioUrl":59},"01a0ba4b-d54c-7607-a6a4-57f8afd0e39d","ik","tts_8779a8d55970b887_nl-NL.mp3",[54],{"id":55,"partOfSpeech":56,"definition":57,"exampleSentences":58,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d565-7a18-a20d-839bb36bfef5","PRONOUN","Persoonlijk voornaamwoord waarmee de spreker naar zichzelf verwijst.","Ik woon in een klein dorp.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_8779a8d55970b887_nl-NL.mp3",2,{"id":62,"vocabularyWord":63,"displayOrder":73},"01a0ba4c-4679-7d59-bdec-68b7f6645220",{"id":64,"word":65,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":66,"partsOfSpeech":67,"audio":39,"audioUrl":72},"01a0ba4b-d54f-7d19-a926-742ec92cc2d2","jij","tts_ae927c28c98ccb7c_nl-NL.mp3",[68],{"id":69,"partOfSpeech":56,"definition":70,"exampleSentences":71,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d565-7f34-a20d-839bb80038cc","Beklemtoond persoonlijk voornaamwoord voor één persoon die je informeel aanspreekt.","Jij maakt vandaag het eten, niet ik.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_ae927c28c98ccb7c_nl-NL.mp3",3,{"id":75,"vocabularyWord":76,"displayOrder":95},"01a0ba4c-4679-7d79-bdec-68b7f75edf39",{"id":77,"word":78,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":79,"partsOfSpeech":80,"audio":39,"audioUrl":94},"01a0ba4b-d54f-7061-a926-742ec8a36984","je","tts_8b4daa97ec22c4f8_nl-NL.mp3",[81,86,90],{"id":82,"partOfSpeech":83,"definition":84,"exampleSentences":85,"isPrimary":16,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d565-7d94-a20d-839bb60c0e40","DETERMINER","Onbeklemtoond bezittelijk woord voor iets dat hoort bij de persoon die wordt aangesproken.","Waar staat je fiets?",{"id":87,"partOfSpeech":56,"definition":88,"exampleSentences":89,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d565-7de4-a20d-839bb6e9157b","Onbeklemtoond persoonlijk voornaamwoord voor iemand die je informeel aanspreekt, gebruikt als onderwerp.","Je werkt vandaag thuis.",{"id":91,"partOfSpeech":56,"definition":92,"exampleSentences":93,"isPrimary":16,"meaningOrder":60},"01a0ba4b-d565-7e24-a20d-839bb7c5a90c","Onbeklemtoond persoonlijk voornaamwoord voor iemand die je informeel aanspreekt, gebruikt als voorwerp.","Ik bel je na het werk.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_8b4daa97ec22c4f8_nl-NL.mp3",4,{"id":97,"vocabularyWord":98,"displayOrder":108},"01a0ba4c-4679-7d95-bdec-68b7f784a649",{"id":99,"word":100,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":101,"partsOfSpeech":102,"audio":39,"audioUrl":107},"01a0ba4b-d71f-7486-ae2c-cef4dc74e106","u","tts_d3b2389647125849_nl-NL.mp3",[103],{"id":104,"partOfSpeech":56,"definition":105,"exampleSentences":106,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d755-74d9-81bc-8b506a0f8e6c","Beleefd persoonlijk voornaamwoord voor één of meer mensen die worden aangesproken.","Wilt u hier even wachten?","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_d3b2389647125849_nl-NL.mp3",5,{"id":110,"vocabularyWord":111,"displayOrder":121},"01a0ba4c-4679-7db1-bdec-68b7f7c8a5dd",{"id":112,"word":113,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":114,"partsOfSpeech":115,"audio":39,"audioUrl":120},"01a0ba4b-d544-7ec3-a3c9-09e7287b5df9","hij","tts_a54c9fcbd1b7ff9e_nl-NL.mp3",[116],{"id":117,"partOfSpeech":56,"definition":118,"exampleSentences":119,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d564-7f13-97f9-ade23479d0a2","Persoonlijk voornaamwoord voor een man of jongen over wie wordt gesproken.","Mijn vader kookt vaak en hij maakt lekkere soep.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_a54c9fcbd1b7ff9e_nl-NL.mp3",6,{"id":123,"vocabularyWord":124,"displayOrder":138},"01a0ba4c-4679-7dcd-bdec-68b7f7fbcc7c",{"id":125,"word":126,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":127,"partsOfSpeech":128,"audio":39,"audioUrl":137},"01a0ba4b-d79c-7ec1-b129-d0c64e2abf36","zij","tts_578c81f0f6e244b3_nl-NL.mp3",[129,133],{"id":130,"partOfSpeech":56,"definition":131,"exampleSentences":132,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d7df-739b-a2d4-34880087d46f","Beklemtoond persoonlijk voornaamwoord voor een vrouw of meisje over wie wordt gesproken.","Niet haar broer, maar zij betaalt de rekening.",{"id":134,"partOfSpeech":56,"definition":135,"exampleSentences":136,"isPrimary":16,"meaningOrder":60},"01a0ba4b-d7df-7437-a2d4-348800b20006","Beklemtoond persoonlijk voornaamwoord voor meerdere mensen, dieren of dingen.","Zij gaan met de trein en wij nemen de bus.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_578c81f0f6e244b3_nl-NL.mp3",7,{"id":140,"vocabularyWord":141,"displayOrder":155},"01a0ba4c-4679-7ded-bdec-68b7f8780809",{"id":142,"word":143,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":144,"partsOfSpeech":145,"audio":39,"audioUrl":154},"01a0ba4b-d799-7662-a10f-d484ab248a91","ze","tts_3fffc0fa9facbfc3_nl-NL.mp3",[146,150],{"id":147,"partOfSpeech":56,"definition":148,"exampleSentences":149,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d7de-7614-b35c-f80d6385ad97","Onbeklemtoond persoonlijk voornaamwoord voor een vrouw of meisje over wie wordt gesproken.","Lisa komt straks; ze is nu nog op haar werk.",{"id":151,"partOfSpeech":56,"definition":152,"exampleSentences":153,"isPrimary":16,"meaningOrder":60},"01a0ba4b-d7de-7694-b35c-f80d6388381f","Onbeklemtoond persoonlijk voornaamwoord voor meerdere mensen, dieren of dingen.","De kinderen zijn buiten en ze spelen in de tuin.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_3fffc0fa9facbfc3_nl-NL.mp3",8,{"id":157,"vocabularyWord":158,"displayOrder":172},"01a0ba4c-4679-7e09-bdec-68b7f8c0e50c",{"id":159,"word":160,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":161,"partsOfSpeech":162,"audio":39,"audioUrl":171},"01a0ba4b-d542-7712-8eb4-a5cbffcc383a","het","tts_fab4e188cda728cb_nl-NL.mp3",[163,167],{"id":164,"partOfSpeech":83,"definition":165,"exampleSentences":166,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d564-7b8f-97f9-ade232fbe796","Bepaald lidwoord voor een enkelvoudig het-woord.","Het raam staat open.",{"id":168,"partOfSpeech":56,"definition":169,"exampleSentences":170,"isPrimary":16,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d564-7bd7-97f9-ade2335f48db","Een voornaamwoord dat naar een het-woord verwijst of als onpersoonlijk onderwerp dient.","Het regent al de hele ochtend.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_fab4e188cda728cb_nl-NL.mp3",9,{"id":174,"vocabularyWord":175,"displayOrder":31},"01a0ba4c-4679-7e21-bdec-68b7f8d9e783",{"id":176,"word":177,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":178,"partsOfSpeech":179,"audio":39,"audioUrl":184},"01a0ba4b-d796-78bb-85e1-ba71562ad055","wij","tts_077af8d143bf0b13_nl-NL.mp3",[180],{"id":181,"partOfSpeech":56,"definition":182,"exampleSentences":183,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d7dd-7c79-99f2-101f3a39b4d4","Beklemtoond persoonlijk voornaamwoord voor de spreker samen met één of meer anderen.","Wij gaan met de fiets, maar zij gaan lopen.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_077af8d143bf0b13_nl-NL.mp3",{"id":186,"vocabularyWord":187,"displayOrder":18},"01a0ba4c-4679-7e41-bdec-68b7f9d5f675",{"id":188,"word":189,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":190,"partsOfSpeech":191,"audio":39,"audioUrl":196},"01a0ba4b-d74d-7752-a708-80e54967490a","we","tts_8224fbed52052275_nl-NL.mp3",[192],{"id":193,"partOfSpeech":56,"definition":194,"exampleSentences":195,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d75a-7071-a2c4-a98b9f68c7c8","Onbeklemtoond persoonlijk voornaamwoord voor de spreker samen met één of meer anderen.","We drinken elke ochtend samen koffie.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_8224fbed52052275_nl-NL.mp3",{"id":198,"vocabularyWord":199,"displayOrder":213},"01a0ba4c-4679-7e5d-bdec-68b7fa3f929b",{"id":200,"word":201,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":202,"partsOfSpeech":203,"audio":39,"audioUrl":212},"01a0ba4b-d553-72fe-913b-645c53b4ac61","jullie","tts_9c063ae52318e6d3_nl-NL.mp3",[204,208],{"id":205,"partOfSpeech":56,"definition":206,"exampleSentences":207,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d566-7554-bc36-e922a6589115","Persoonlijk voornaamwoord voor meerdere mensen die informeel worden aangesproken.","Komen jullie vanavond bij ons eten?",{"id":209,"partOfSpeech":83,"definition":210,"exampleSentences":211,"isPrimary":16,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d566-750c-bc36-e922a5db844c","Bezittelijk woord voor iets dat hoort bij meerdere aangesproken mensen.","Is dit jullie tafel?","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_9c063ae52318e6d3_nl-NL.mp3",12,{"id":215,"vocabularyWord":216,"displayOrder":227},"01a0ba4c-4679-7e89-bdec-68b7fada692c",{"id":217,"word":218,"frequency":172,"level":10,"language":9,"audioFilePath":219,"partsOfSpeech":220,"audio":39,"audioUrl":226},"01a0ba4b-d534-7160-8404-bbc5e56df4e3","fiets","tts_0f1f269eacac0e93_nl-NL.mp3",[221],{"id":222,"partOfSpeech":223,"definition":224,"exampleSentences":225,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d563-76ff-b413-dd0b72f5e0d0","NOUN","(de; fietsen) voertuig met twee wielen dat iemand met pedalen voortbeweegt.","Mijn fiets staat voor het station.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_0f1f269eacac0e93_nl-NL.mp3",13,{"id":229,"vocabularyWord":230,"displayOrder":240},"01a0ba4c-4679-7ea5-bdec-68b7faed6fea",{"id":231,"word":232,"frequency":172,"level":10,"language":9,"audioFilePath":233,"partsOfSpeech":234,"audio":39,"audioUrl":239},"01a0ba4b-d546-7c1f-9657-1c7c8339aa00","hond","tts_7142b7bf5c970d66_nl-NL.mp3",[235],{"id":236,"partOfSpeech":223,"definition":237,"exampleSentences":238,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d565-71a4-a20d-839baca58825","(de; honden) dier dat vaak bij mensen woont en kan blaffen.","De hond loopt met zijn baas in het park.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_7142b7bf5c970d66_nl-NL.mp3",14,{"id":242,"vocabularyWord":243,"displayOrder":258},"01a0ba4c-4679-7ec5-bdec-68b7fb179159",{"id":244,"word":245,"frequency":155,"level":246,"language":9,"audioFilePath":247,"partsOfSpeech":248,"audio":39,"audioUrl":257},"01a0ba4b-d7a6-72e9-9e89-7416eb6db499","afspraak","A2","tts_4a4d245eea801819_nl-NL.mp3",[249,253],{"id":250,"partOfSpeech":223,"definition":251,"exampleSentences":252,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d7e2-70d1-b8dd-705590214af5","(de; afspraken) overeengekomen tijd waarop mensen elkaar ontmoeten of iets laten doen.","Morgen heb ik om tien uur een afspraak bij de tandarts.",{"id":254,"partOfSpeech":223,"definition":255,"exampleSentences":256,"isPrimary":16,"meaningOrder":60},"01a0ba4b-d7e2-717d-b8dd-705590305344","(de; afspraken) regel of belofte waarover twee of meer mensen het eens zijn.","Onze afspraak is dat iedereen op tijd komt.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_4a4d245eea801819_nl-NL.mp3",15,{"id":260,"vocabularyWord":261,"displayOrder":271},"01a0ba4c-4679-7ee1-bdec-68b7fbe7b409",{"id":262,"word":263,"frequency":172,"level":10,"language":9,"audioFilePath":264,"partsOfSpeech":265,"audio":39,"audioUrl":270},"01a0ba4b-d520-7e2c-a3aa-65818a3b1c3b","broer","tts_6bb07ec0a94ad707_nl-NL.mp3",[266],{"id":267,"partOfSpeech":223,"definition":268,"exampleSentences":269,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d561-764f-8c67-8f0dc7ca8b04","(de; broers) mannelijke persoon met dezelfde ouder of ouders als iemand anders.","Mijn broer is twee jaar ouder dan ik.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_6bb07ec0a94ad707_nl-NL.mp3",16,{"id":273,"vocabularyWord":274,"displayOrder":284},"01a0ba4c-4679-7ef9-bdec-68b7fcd18337",{"id":275,"word":276,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":277,"partsOfSpeech":278,"audio":39,"audioUrl":283},"01a0ba4b-d719-7359-b072-ae06c3b378d8","telefoon","tts_d365632c42be7679_nl-NL.mp3",[279],{"id":280,"partOfSpeech":223,"definition":281,"exampleSentences":282,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d754-7adb-b46e-efea6ef99291","(de; telefoons) apparaat waarmee je kunt bellen en berichten kunt sturen.","Ik gebruik mijn telefoon om mijn moeder te bellen.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_d365632c42be7679_nl-NL.mp3",17,{"id":286,"vocabularyWord":287,"displayOrder":297},"01a0ba4c-4679-7f15-bdec-68b7fd6afe1f",{"id":288,"word":289,"frequency":172,"level":10,"language":9,"audioFilePath":290,"partsOfSpeech":291,"audio":39,"audioUrl":296},"01a0ba4b-d7a0-74ad-8acf-b5e3a885c7e5","zus","tts_0e5c1f4f77d8a302_nl-NL.mp3",[292],{"id":293,"partOfSpeech":223,"definition":294,"exampleSentences":295,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d7e0-7402-ac72-711be02db87e","(de; zussen) vrouwelijke persoon met dezelfde ouder of ouders als iemand anders.","Zijn zus studeert in Amsterdam.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_0e5c1f4f77d8a302_nl-NL.mp3",18,{"id":299,"vocabularyWord":300,"displayOrder":309},"01a0ba4c-4679-7f2d-bdec-68b7fdf08897",{"id":301,"word":302,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":303,"partsOfSpeech":304,"audio":39,"audioUrl":308},"01a0ba4b-d73b-709c-8027-4c648ee19d7e","les","tts_13931791705eabf0_nl-NL.mp3",[305],{"id":306,"partOfSpeech":223,"definition":307,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d758-71cf-b4da-ec1c0258f708","","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_13931791705eabf0_nl-NL.mp3",19,{"id":311,"vocabularyWord":312,"displayOrder":318},"01a0ba4c-4679-7f49-bdec-68b7fe7838ec",{"id":313,"word":314,"frequency":155,"level":10,"language":9,"audioFilePath":315,"partsOfSpeech":316,"audio":39,"audioUrl":317},"01a0ba4b-d5d4-7c56-a245-6928822d4323","honger","tts_ef7af8d84b17197a_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_ef7af8d84b17197a_nl-NL.mp3",20,{"id":320,"vocabularyWord":321,"displayOrder":327},"01a0ba4c-4679-7f65-bdec-68b7ff6c3098",{"id":322,"word":323,"frequency":155,"level":10,"language":9,"audioFilePath":324,"partsOfSpeech":325,"audio":39,"audioUrl":326},"01a0ba4b-d6b8-7c58-88fc-b349240043e6","dorst","tts_0f03f47f4a284df8_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_0f03f47f4a284df8_nl-NL.mp3",21,{"id":329,"vocabularyWord":330,"displayOrder":344},"01a0ba4c-4679-7f7d-bdec-68b80041675f",{"id":331,"word":332,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":333,"partsOfSpeech":334,"audio":39,"audioUrl":343},"01a0ba4b-d71b-77b4-b846-efec9ad1a5c3","tijd","tts_4ff84128a4e66071_nl-NL.mp3",[335,339],{"id":336,"partOfSpeech":223,"definition":337,"exampleSentences":338,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d754-7e33-b46e-efea7027cf12","(de; tijden) opeenvolging van momenten waarin iets gebeurt.","Ik heb vanmiddag geen tijd om te koken.",{"id":340,"partOfSpeech":223,"definition":341,"exampleSentences":342,"isPrimary":16,"meaningOrder":60},"01a0ba4b-d754-7e7b-b46e-efea70762112","Een bepaalde periode in het verleden, het heden of de toekomst.","In die tijd hadden weinig mensen een auto.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_4ff84128a4e66071_nl-NL.mp3",22,{"id":346,"vocabularyWord":347,"displayOrder":11},"01a0ba4c-4679-7f99-bdec-68b800ee7e31",{"id":348,"word":349,"frequency":172,"level":10,"language":9,"audioFilePath":350,"partsOfSpeech":351,"audio":39,"audioUrl":356},"01a0ba4b-d517-7512-b67d-2ca8a95e4c5a","auto","tts_bbae5b874259976d_nl-NL.mp3",[352],{"id":353,"partOfSpeech":223,"definition":354,"exampleSentences":355,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d560-7935-bf08-b6af5beb21ff","(de; auto's) motorvoertuig met meestal vier wielen voor vervoer over de weg.","Onze auto staat in de garage.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_bbae5b874259976d_nl-NL.mp3",{"id":358,"vocabularyWord":359,"displayOrder":369},"01a0ba4c-467a-7017-956a-d705744bf9cb",{"id":360,"word":361,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":362,"partsOfSpeech":363,"audio":39,"audioUrl":368},"01a0ba4b-d537-7200-9238-37f6e14df4b0","geen","tts_9d3578e00ddce0fa_nl-NL.mp3",[364],{"id":365,"partOfSpeech":83,"definition":366,"exampleSentences":367,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d563-7baf-b413-dd0b7529c34e","Ontkenningswoord voor een zelfstandig naamwoord zonder bepaald lidwoord.","Wij hebben geen auto.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_9d3578e00ddce0fa_nl-NL.mp3",24,{"id":371,"vocabularyWord":372,"displayOrder":383},"01a0ba4c-467a-7037-956a-d70574796c4c",{"id":373,"word":374,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":375,"partsOfSpeech":376,"audio":39,"audioUrl":382},"01a0ba4b-d6cb-7b66-942b-9ee783ea236d","niet","tts_6762a047a3dee002_nl-NL.mp3",[377],{"id":378,"partOfSpeech":379,"definition":380,"exampleSentences":381,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d6de-7027-9471-be6b2be18a92","PARTICLE","Ontkenningswoord bij een werkwoord, eigenschap, plaats of bepaald zinsdeel.","Ik werk vandaag niet.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_6762a047a3dee002_nl-NL.mp3",25,{"name":15,"slug":385,"language":9},"zijn-hebben-en-frequente-werkwoorden-a1",[],[388,397,403,410],{"@id":389,"@type":390,"id":391,"grammarPage":392,"title":393,"instructions":394,"displayOrder":17,"type":395,"questionCount":258,"blankCount":258,"isCompleted":16,"ogImageUrl":396},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-a74d-76e1-a068-80b515b7b0e2","GrammarExercise","01a0ba4b-a74d-76e1-a068-80b515b7b0e2","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8a5b-7dc3-86a1-3dd4b376b037","Wie heeft wat?","Kies de juiste vorm van hebben of de juiste vaste combinatie.","word_select","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_1497a84e-d410-4147-ad42-b1f7e032260e_hero.webp?v=1789831915",{"@id":398,"@type":390,"id":399,"grammarPage":392,"title":400,"instructions":401,"displayOrder":40,"type":395,"questionCount":258,"blankCount":258,"isCompleted":16,"ogImageUrl":402},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-a769-77be-a312-a8b0bc06095f","01a0ba4b-a769-77be-a312-a8b0bc06095f","Vragen, ontkenningen en leeftijd","Kies de juiste vorm in vragen, antwoorden en negatieve zinnen. Let ook op leeftijd met zijn.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_e3031adb-5313-4946-aec7-86bcf3deafb9_hero.webp?v=1789831915",{"@id":404,"@type":390,"id":405,"grammarPage":392,"title":406,"instructions":407,"displayOrder":95,"type":408,"questionCount":95,"blankCount":17,"isCompleted":16,"ogImageUrl":409},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-a787-7d67-8a8d-4e19705880c3","01a0ba4b-a787-7d67-8a8d-4e19705880c3","Het werkwoord hebben in de tegenwoordige tijd - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","word_sort","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_d5c6d02d-c4e8-4948-bfbb-cd1016352960_hero.webp?v=1789831915",{"@id":411,"@type":390,"id":412,"grammarPage":392,"title":413,"instructions":414,"displayOrder":108,"type":415,"questionCount":155,"blankCount":17,"isCompleted":16,"ogImageUrl":416},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-a78d-7df6-bc38-1b6b768c033b","01a0ba4b-a78d-7df6-bc38-1b6b768c033b","Wat hebben mensen en dingen?","In elke zin staat één verkeerd woord. Tik op dat woord en kies de juiste verbetering.","find_and_fix","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_572078fc-3436-47f1-bb9f-604012d681ca_hero.webp?v=1789831915",null]