[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-page-nl-het-zinskader-met-twee-werkwoorden":3,"grammar-exercises-by-page-01a0ba4b-8a65-7bbb-93b3-3ca1c28a457f":270,"exercise-list-path-nl-none":300},{"id":4,"title":5,"slug":6,"seoDescription":7,"content":8,"language":9,"level":10,"displayOrder":11,"grammarTopics":12,"createdAt":19,"updatedAt":20,"vocabularyLists":21,"primaryTopicHub":267,"readyImages":269},"01a0ba4b-8a65-7bbb-93b3-3ca1c28a457f","Het zinskader met twee werkwoorden","het-zinskader-met-twee-werkwoorden","Leer het zinskader met twee werkwoorden en plaats de persoonsvorm op de tweede zinsdeelplaats en het hele werkwoord aan het einde van de hoofdzin.","Sommige Nederlandse hoofdzinnen hebben twee werkwoorden. In een mededeling staat de persoonsvorm op de tweede zinsdeelplaats en het tweede werkwoord staat aan het einde. Samen vormen ze het **zinskader**.\n\nNa deze les kun je:\n\n- de twee werkwoorden in een eenvoudige hoofdzin vinden;\n- de persoonsvorm aan de linkerkant van het kader zetten;\n- het hele werkwoord aan het einde plaatsen;\n- het zinskader bij een mededeling, inversie en een vraag gebruiken.\n\n## 1. De twee kanten van het zinskader\n\nBij werkwoorden zoals **willen**, **kunnen**, **moeten** en **gaan** is het eerste werkwoord de persoonsvorm. Het tweede staat meestal als heel werkwoord aan het einde.\n\n| Onderwerp | Persoonsvorm | Midden | Heel werkwoord |\n| --- | --- | --- | --- |\n| Ik | **wil** | de koffie | **drinken**. |\n| Zij | **kan** | het formulier | **invullen**. |\n| Wij | **moeten** | de trein | **halen**. |\n| De kok | **gaat** | het eten | **maken**. |\n\nDe twee vetgedrukte werkwoorden staan als een kader om de informatie in het midden.\n\n:::example\n**Noor wil vanavond in de keuken koken.**\n\nLinkerkant van het kader: **wil**.\n\nRechterkant van het kader: **koken**.\n\nIn het midden: *vanavond in de keuken*.\n:::\n\n## 2. De persoonsvorm verandert\n\nDe persoonsvorm past bij het onderwerp. Het hele werkwoord aan het einde verandert niet.\n\n| Onderwerp | Persoonsvorm | Einde |\n| --- | --- | --- |\n| ik | **kan** | komen |\n| hij | **kan** | komen |\n| wij | **kunnen** | komen |\n| ik | **moet** | werken |\n| de studenten | **moeten** | werken |\n\n:::tip\nZoek eerst welk werkwoord bij het onderwerp verandert. Dat is de persoonsvorm en hoort aan de linkerkant van het kader.\n:::\n\n## 3. Informatie in het midden\n\nAndere informatie staat meestal tussen de twee werkwoorden. Staat het onderwerp vooraan, dan staat het vóór het kader. Bij inversie of een vraag kan het onderwerp wel in het midden staan.\n\n- tijd: *Ik wil **morgen** de fiets repareren.*\n- plaats: *Wij kunnen **in de bibliotheek** studeren.*\n- een ding: *Zij moet **het bericht** lezen.*\n- ontkenning: *Amir kan **vandaag niet** komen.*\n\nAls er geen extra informatie is, kunnen de werkwoorden naast elkaar staan: **Ik wil slapen.**\n\n## 4. Het kader bij inversie\n\nEen tijd of plaats kan vooraan staan. De persoonsvorm blijft op de tweede zinsdeelplaats en het hele werkwoord blijft achteraan.\n\n| Eerste zinsdeel | Persoonsvorm | Onderwerp en midden | Einde |\n| --- | --- | --- | --- |\n| Morgen | **wil** | ik de fiets | **repareren**. |\n| In de winkel | **moet** | Sara het formulier | **invullen**. |\n| Om acht uur | **gaat** | Noor de winkel | **openen**. |\n\n## 5. Het kader in een vraag\n\nIn een ja-neevraag staat de persoonsvorm op de eerste plaats. Het tweede werkwoord blijft aan het einde.\n\n:::example\n- **Wil** je de soep **maken**?\n- **Kunnen** jullie morgen **komen**?\n- **Moet** de klant het formulier **invullen**?\n:::\n\n:::warning\nZet het tweede werkwoord niet midden in de zin. Niet: *Ik wil repareren morgen de fiets.* Wel: **Ik wil morgen de fiets repareren.**\n:::\n\n## 6. Kort overzicht\n\n1. Vind de persoonsvorm.\n2. Zet hem in een mededeling op de tweede zinsdeelplaats.\n3. Plaats de andere informatie in het midden; bij inversie of een vraag staat ook het onderwerp daar.\n4. Zet het hele werkwoord aan het einde.\n\nHet vaste patroon is: **persoonsvorm + midden + heel werkwoord**.","nl","A1",34,[13],{"id":14,"name":15,"level":10,"language":9,"isCompleted":16,"completionPercentage":17,"totalExercises":18,"completedExercises":17},"01a0ba4b-879e-7133-88a6-1059f73c596e","De Nederlandse hoofdzin bouwen",false,0,13,"2026-09-19T15:31:47+00:00","2026-10-11T12:53:41+00:00",[22],{"id":23,"title":24,"vocabularyListWords":25,"isPublished":39},"01a0ba4c-4ccf-7e6b-b19a-26239ef57d3f","Werkwoorden voor het Nederlandse zinskader",[26,42,59,72,91,104,121,139,156,172,185,202,216,232,245,254],{"id":27,"vocabularyWord":28,"displayOrder":40},"01a0ba4c-4ccf-7ee3-b19a-26239efddb0c",{"id":29,"word":30,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":32,"partsOfSpeech":33,"audio":39,"audioUrl":41},"01a0ba4b-d797-7405-86c9-a5706678897e","willen",10,"tts_7b0212d8b2717164_nl-NL.mp3",[34],{"id":35,"partOfSpeech":36,"definition":37,"exampleSentences":38,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d7dd-7ec5-99f2-101f3aff8efe","MODAL_VERB","Een wens, voorkeur of plan uitdrukken.","Wij willen volgend jaar naar Spanje reizen.",true,1,"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_7b0212d8b2717164_nl-NL.mp3",{"id":43,"vocabularyWord":44,"displayOrder":57},"01a0ba4c-4ccf-7f1f-b19a-26239fcda2ec",{"id":45,"word":46,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":47,"partsOfSpeech":48,"audio":39,"audioUrl":58},"01a0ba4b-d55c-77ea-8840-e267b6601348","kunnen","tts_b7151ade890e819b_nl-NL.mp3",[49,53],{"id":50,"partOfSpeech":36,"definition":51,"exampleSentences":52,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d567-7686-aa36-e4be4e561e16","De vaardigheid of mogelijkheid hebben om iets te doen.","Mijn zus kan heel goed zwemmen.",{"id":54,"partOfSpeech":36,"definition":55,"exampleSentences":56,"isPrimary":16,"meaningOrder":57},"01a0ba4b-d567-76ca-aa36-e4be4ecc1f05","Aangeven dat iets mogelijk is.","Het kan morgen gaan regenen.",2,"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_b7151ade890e819b_nl-NL.mp3",{"id":60,"vocabularyWord":61,"displayOrder":71},"01a0ba4c-4ccf-7f47-b19a-2623a0970405",{"id":62,"word":63,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":64,"partsOfSpeech":65,"audio":39,"audioUrl":70},"01a0ba4b-d6c4-777d-967b-f5b8ec7cb5ea","moeten","tts_8c23aedee6bd6abe_nl-NL.mp3",[66],{"id":67,"partOfSpeech":36,"definition":68,"exampleSentences":69,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d6dd-7231-8390-ca488f9638c2","Uitdrukken dat iets noodzakelijk, verplicht of niet te vermijden is.","We moeten nu vertrekken om de trein te halen.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_8c23aedee6bd6abe_nl-NL.mp3",3,{"id":73,"vocabularyWord":74,"displayOrder":90},"01a0ba4c-4ccf-7f67-b19a-2623a0d10959",{"id":75,"word":76,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":77,"partsOfSpeech":78,"audio":39,"audioUrl":89},"01a0ba4b-d536-741a-9b5b-10271c0cd8b0","gaan","tts_5073aaa2a38c7d28_nl-NL.mp3",[79,84],{"id":80,"partOfSpeech":81,"definition":82,"exampleSentences":83,"isPrimary":16,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d563-7a53-b413-dd0b7488d449","AUXILIARY_VERB","Samen met een infinitief uitdrukken dat iets binnenkort of volgens een plan gebeurt.","Ik ga vanavond koken.",{"id":85,"partOfSpeech":86,"definition":87,"exampleSentences":88,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d563-7a9b-b413-dd0b74ef239d","VERB","Van de ene plaats naar een andere plaats bewegen of vertrekken.","We gaan met de fiets naar school.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_5073aaa2a38c7d28_nl-NL.mp3",4,{"id":92,"vocabularyWord":93,"displayOrder":103},"01a0ba4c-4ccf-7f83-b19a-2623a0d481b5",{"id":94,"word":95,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":96,"partsOfSpeech":97,"audio":39,"audioUrl":102},"01a0ba4b-d52b-7e8a-a10c-0125dbf09080","drinken","tts_91fd5ae5192a2a0f_nl-NL.mp3",[98],{"id":99,"partOfSpeech":86,"definition":100,"exampleSentences":101,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d562-7910-9b4b-5e87a14381b7","Vloeistof via de mond innemen en doorslikken.","Op warme dagen drinkt Sara veel water.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_91fd5ae5192a2a0f_nl-NL.mp3",5,{"id":105,"vocabularyWord":106,"displayOrder":120},"01a0ba4c-4cd0-7011-a516-83bf601b5147",{"id":107,"word":108,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":109,"partsOfSpeech":110,"audio":39,"audioUrl":119},"01a0ba4b-d5b6-73b8-807d-73d19cff0b77","maken","tts_14f005572ef70fff_nl-NL.mp3",[111,115],{"id":112,"partOfSpeech":86,"definition":113,"exampleSentences":114,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d5fc-755a-9f37-be9122e0db42","Iets creëren, bouwen, bereiden of tot stand brengen.","Mijn zus maakt een taart.",{"id":116,"partOfSpeech":86,"definition":117,"exampleSentences":118,"isPrimary":16,"meaningOrder":57},"01a0ba4b-d5fc-75a2-9f37-be91234b4a4f","Ervoor zorgen dat iemand of iets in een bepaalde toestand komt.","Dat nieuws maakt mij blij.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_14f005572ef70fff_nl-NL.mp3",6,{"id":122,"vocabularyWord":123,"displayOrder":138},"01a0ba4c-4cd0-7035-a516-83bf608f7dc6",{"id":124,"word":125,"frequency":126,"level":10,"language":9,"audioFilePath":127,"partsOfSpeech":128,"audio":39,"audioUrl":137},"01a0ba4b-d559-7e58-89cd-86b75779fab2","koken",9,"tts_a09f5a7b1d80b283_nl-NL.mp3",[129,133],{"id":130,"partOfSpeech":86,"definition":131,"exampleSentences":132,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d567-7196-aa36-e4be4b081026","Eten met warmte bereiden.","Op zondag kookt mijn vader soep voor de familie.",{"id":134,"partOfSpeech":86,"definition":135,"exampleSentences":136,"isPrimary":16,"meaningOrder":57},"01a0ba4b-d567-71e2-aa36-e4be4b7785bd","Zo heet zijn dat een vloeistof borrelt en in damp verandert.","Het water kookt al in de pan.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_a09f5a7b1d80b283_nl-NL.mp3",7,{"id":140,"vocabularyWord":141,"displayOrder":155},"01a0ba4c-4cd0-7055-a516-83bf616ab61c",{"id":142,"word":143,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":144,"partsOfSpeech":145,"audio":39,"audioUrl":154},"01a0ba4b-d752-75e7-baca-96fdd6372e40","werken","tts_9d8727a5051a5a64_nl-NL.mp3",[146,150],{"id":147,"partOfSpeech":86,"definition":148,"exampleSentences":149,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d75a-7885-a2c4-a98ba3dd3d0f","Een beroep of taak uitvoeren en daar vaak geld mee verdienen.","Ik werk drie dagen per week in een winkel.",{"id":151,"partOfSpeech":86,"definition":152,"exampleSentences":153,"isPrimary":16,"meaningOrder":57},"01a0ba4b-d75a-78c9-a2c4-a98ba493b1ae","Doen wat de bedoeling is of goed functioneren.","Mijn telefoon werkt weer.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_9d8727a5051a5a64_nl-NL.mp3",8,{"id":157,"vocabularyWord":158,"displayOrder":126},"01a0ba4c-4cd0-7071-a516-83bf62371a49",{"id":159,"word":160,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":161,"partsOfSpeech":162,"audio":39,"audioUrl":171},"01a0ba4b-d55a-78c9-bc98-5b30975f6440","komen","tts_0416817c7aa1466e_nl-NL.mp3",[163,167],{"id":164,"partOfSpeech":86,"definition":165,"exampleSentences":166,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d567-72f6-aa36-e4be4babed76","Zich naar een plaats of persoon toe bewegen en daar aankomen.","De bus komt om acht uur.",{"id":168,"partOfSpeech":86,"definition":169,"exampleSentences":170,"isPrimary":16,"meaningOrder":57},"01a0ba4b-d567-733a-aa36-e4be4c4cf665","Een bepaalde plaats als land, stad of huis als oorsprong hebben.","Mila komt uit België.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_0416817c7aa1466e_nl-NL.mp3",{"id":173,"vocabularyWord":174,"displayOrder":31},"01a0ba4c-4cd0-708d-a516-83bf62dd1ce9",{"id":175,"word":176,"frequency":155,"level":177,"language":9,"audioFilePath":178,"partsOfSpeech":179,"audio":39,"audioUrl":184},"01a0ba4b-d83c-77b8-9df2-f5c667173288","invullen","A2","tts_af7ad2116a6fc56b_nl-NL.mp3",[180],{"id":181,"partOfSpeech":86,"definition":182,"exampleSentences":183,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d890-76ab-b427-275c2a33e173","Gevraagde informatie op een formulier of in lege vakken schrijven.","Vul op het formulier je naam en adres in.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_af7ad2116a6fc56b_nl-NL.mp3",{"id":186,"vocabularyWord":187,"displayOrder":201},"01a0ba4c-4cd0-70a9-a516-83bf63aeb4fd",{"id":188,"word":189,"frequency":31,"level":177,"language":9,"audioFilePath":190,"partsOfSpeech":191,"audio":39,"audioUrl":200},"01a0ba4b-d7d4-724e-b145-2696a2c7e6de","halen","tts_8600df8261da7ce1_nl-NL.mp3",[192,196],{"id":193,"partOfSpeech":86,"definition":194,"exampleSentences":195,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d7ec-72eb-b258-1bd9cdc9da18","Naar een plaats gaan om iemand of iets mee terug te nemen.","Ik haal mijn dochter om drie uur van school.",{"id":197,"partOfSpeech":86,"definition":198,"exampleSentences":199,"isPrimary":16,"meaningOrder":57},"01a0ba4b-d7ec-738b-b258-1bd9ce9faf61","Een doel, resultaat of vereiste niveau bereiken.","Met deze cijfers haalt hij het examen gemakkelijk.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_8600df8261da7ce1_nl-NL.mp3",11,{"id":203,"vocabularyWord":204,"displayOrder":215},"01a0ba4c-4cd0-70c5-a516-83bf644ede6b",{"id":205,"word":206,"frequency":138,"level":207,"language":9,"audioFilePath":208,"partsOfSpeech":209,"audio":39,"audioUrl":214},"01a0ba4b-dc24-7c1f-8c45-48c434b3f2ac","repareren","B1","tts_e50939742402d55c_nl-NL.mp3",[210],{"id":211,"partOfSpeech":86,"definition":212,"exampleSentences":213,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-dc3b-75bc-bf06-8202a1ffb59c","Een kapot of beschadigd voorwerp weer bruikbaar maken.","De fietsenmaker repareert morgen mijn kapotte rem.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_e50939742402d55c_nl-NL.mp3",12,{"id":217,"vocabularyWord":218,"displayOrder":18},"01a0ba4c-4cd0-70e1-a516-83bf6474bb33",{"id":219,"word":220,"frequency":155,"level":177,"language":9,"audioFilePath":221,"partsOfSpeech":222,"audio":39,"audioUrl":231},"01a0ba4b-d980-70dc-87fc-2ff459e63721","openen","tts_d07cbacd73b8aaa6_nl-NL.mp3",[223,227],{"id":224,"partOfSpeech":86,"definition":225,"exampleSentences":226,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d99a-7612-a0ca-fdff1474474d","Iets dat dicht of gesloten is openmaken of toegankelijk maken.","Met deze sleutel kun je de voordeur openen.",{"id":228,"partOfSpeech":86,"definition":229,"exampleSentences":230,"isPrimary":16,"meaningOrder":57},"01a0ba4b-d99a-7656-a0ca-fdff153a8975","Beginnen toegankelijk of actief te zijn voor bezoekers of klanten.","De bibliotheek opent op werkdagen om negen uur.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_d07cbacd73b8aaa6_nl-NL.mp3",{"id":233,"vocabularyWord":234,"displayOrder":244},"01a0ba4c-4cd0-70fd-a516-83bf6554fb2f",{"id":235,"word":236,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":237,"partsOfSpeech":238,"audio":39,"audioUrl":243},"01a0ba4b-d5b0-7c2f-9bc3-4d7f09fec702","lezen","tts_667b397c5acdaa18_nl-NL.mp3",[239],{"id":240,"partOfSpeech":86,"definition":241,"exampleSentences":242,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d5fb-7b64-8a3e-e1b2ce8cf632","Geschreven tekens en woorden bekijken en begrijpen.","Mijn dochter leest graag verhalen over dieren.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_667b397c5acdaa18_nl-NL.mp3",14,{"id":246,"vocabularyWord":247,"displayOrder":253},"01a0ba4c-4cd0-7119-a516-83bf6607f345",{"id":248,"word":249,"frequency":138,"level":177,"language":9,"audioFilePath":250,"partsOfSpeech":251,"audio":39,"audioUrl":252},"01a0ba4b-d5c9-71b9-9e10-fb3837421daa","studeren","tts_3fe92e765b5e439a_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_3fe92e765b5e439a_nl-NL.mp3",15,{"id":255,"vocabularyWord":256,"displayOrder":266},"01a0ba4c-4cd0-7135-a516-83bf660d6602",{"id":257,"word":258,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":259,"partsOfSpeech":260,"audio":39,"audioUrl":265},"01a0ba4b-d70e-74cf-80d1-ac3d2cc92aef","slapen","tts_b6790bf08cc6feb3_nl-NL.mp3",[261],{"id":262,"partOfSpeech":86,"definition":263,"exampleSentences":264,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d753-76d0-ac34-23a0a6e41800","Met gesloten ogen en weinig bewustzijn rusten, meestal gedurende meerdere uren.","De baby slaapt rustig in zijn bed.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_b6790bf08cc6feb3_nl-NL.mp3",16,{"name":15,"slug":268,"language":9},"de-nederlandse-hoofdzin-bouwen-a1",[],[271,280,286,293],{"@id":272,"@type":273,"id":274,"grammarPage":275,"title":276,"instructions":277,"displayOrder":17,"type":278,"questionCount":253,"blankCount":253,"isCompleted":16,"ogImageUrl":279},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-a7de-73e3-ae74-5ec9c5ca2db9","GrammarExercise","01a0ba4b-a7de-73e3-ae74-5ec9c5ca2db9","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8a65-7bbb-93b3-3ca1c28a457f","Zet het zinskader goed","Kies de natuurlijke zin. De persoonsvorm staat links en het hele werkwoord staat aan het einde.","word_select","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_aa1ae5d9-812c-46c1-99fd-7c09827cebbf_hero.webp?v=1789831915",{"@id":281,"@type":273,"id":282,"grammarPage":275,"title":283,"instructions":284,"displayOrder":40,"type":278,"questionCount":253,"blankCount":253,"isCompleted":16,"ogImageUrl":285},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-a7fa-79c7-9cae-c2c23e4d16d3","01a0ba4b-a7fa-79c7-9cae-c2c23e4d16d3","Maak het zinskader af","Kies de woorden die de zin of vraag natuurlijk afmaken. Let op beide kanten van het zinskader.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_670817a2-a1f2-4bec-a709-bb465d3699a3_hero.webp?v=1789831915",{"@id":287,"@type":273,"id":288,"grammarPage":275,"title":289,"instructions":290,"displayOrder":57,"type":291,"questionCount":31,"blankCount":31,"isCompleted":16,"ogImageUrl":292},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-a818-7cee-a576-27bbf2bcc92b","01a0ba4b-a818-7cee-a576-27bbf2bcc92b","Bouw het zinskader","Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg.","sentence_builder","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_598f7547-4986-4ac4-91a2-e0529aad32a1_hero.webp?v=1789831915",{"@id":294,"@type":273,"id":295,"grammarPage":275,"title":296,"instructions":297,"displayOrder":71,"type":298,"questionCount":31,"blankCount":17,"isCompleted":16,"ogImageUrl":299},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-a82b-7eff-a638-321ce9e601e2","01a0ba4b-a82b-7eff-a638-321ce9e601e2","Vind en verbeter het zinskader","In elke zin is één werkwoordsvorm fout. Tik erop en kies de juiste verbetering.","find_and_fix","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_ee548f0a-34d0-476c-974d-e400938224a9_hero.webp?v=1789831915",null]