[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-page-nl-indirecte-rede-met-dat-en-of":3,"grammar-exercises-by-page-01a0ba4b-8aa4-7f2c-9483-ca068210593f":296,"exercise-list-path-nl-none":333},{"id":4,"title":5,"slug":6,"seoDescription":7,"content":8,"language":9,"level":10,"displayOrder":11,"grammarTopics":12,"createdAt":19,"updatedAt":20,"vocabularyLists":21,"readyImages":295},"01a0ba4b-8aa4-7f2c-9483-ca068210593f","Indirecte rede met dat en of","indirecte-rede-met-dat-en-of","Leer uitspraken en vragen in indirecte rede weergeven met dat, of en vraagwoorden, met passende voornaamwoorden, tijdsaanduidingen en werkwoordstijden.","In de directe rede geef je iemands precieze woorden weer: *Noor zegt: “Ik kom morgen.”* In de indirecte rede verwerk je de boodschap in je eigen zin: *Noor zegt dat ze morgen komt.*\n\nNa deze les kun je:\n\n- een mededeling weergeven met **dat**;\n- een ja-neevraag weergeven met **of**;\n- een vraagwoord behouden in een indirecte vraag;\n- voornaamwoorden, tijdsaanduidingen en werkwoordstijden aan het nieuwe perspectief aanpassen.\n\n## 1. Mededelingen met dat\n\nNa werkwoorden als **zeggen, vertellen, uitleggen, denken, vinden** en **melden** leidt **dat** vaak de weergegeven inhoud in.\n\n- Amir zegt: “Ik werk thuis.” → Amir zegt **dat hij thuis werkt**.\n- De arts vertelt: “De uitslag is goed.” → De arts vertelt **dat de uitslag goed is**.\n- Noor dacht: “Dit plan kost te veel.” → Noor dacht **dat het plan te veel kostte**.\n\nNa **dat** staat een bijzin. Het onderwerp komt voor de werkwoordgroep en de persoonsvorm staat achteraan.\n\n:::tip\nZoek eerst de kernboodschap. Maak daarvan een dat-bijzin en pas daarna de verwijzingen aan.\n:::\n\n## 2. Ja-neevragen met of\n\nEen directe vraag waarop **ja** of **nee** mogelijk is, wordt een bijzin met **of**.\n\n- “Kom je morgen?” → Zij vraagt **of ik morgen kom**.\n- “Heeft de klant betaald?” → Hij wil weten **of de klant heeft betaald**.\n- “Is de deur gesloten?” → De beheerder controleert **of de deur gesloten is**.\n\nIn de indirecte vraag verdwijnt de directe vraagvolgorde. Vergelijk:\n\n| Directe vraag | Indirecte vraag |\n| --- | --- |\n| Komt Amir later? | Weet je of Amir later komt? |\n| Heeft Noor gebeld? | Ik vraag of Noor heeft gebeld. |\n\nDe hele zin krijgt alleen een vraagteken als de hoofdzin zelf een vraag is: *Weet je of Amir later komt?* Maar: *Ik vraag of Amir later komt.*\n\n## 3. Open vragen behouden hun vraagwoord\n\nBegint de directe vraag met **wie, wat, waar, wanneer, waarom** of **hoe**? Dan wordt dat vraagwoord de verbinding.\n\n- “Waar woont u?” → Zij vraagt **waar ik woon**.\n- “Wanneer begint de cursus?” → Hij wil weten **wanneer de cursus begint**.\n- “Waarom is de trein uitgevallen?” → We weten niet **waarom de trein is uitgevallen**.\n- “Wie heeft dit geschreven?” → De docent vraagt **wie dit heeft geschreven**.\n\nVoeg geen extra **of** toe: *waar de cursus is*, niet *of waar de cursus is*.\n\n## 4. Voornaamwoorden verschuiven met het perspectief\n\nDe spreker in het oorspronkelijke citaat is niet altijd de verteller van de nieuwe zin.\n\n- Sara zegt tegen mij: “**Ik** bel **jou**.” → Sara zegt dat **zij mij** belt.\n- Ik zeg tegen Amir: “**Jij** krijgt **mijn** sleutel.” → Ik zeg dat **hij mijn** sleutel krijgt.\n- De buren zeggen: “**Wij** verkopen **ons** huis.” → De buren zeggen dat **zij hun** huis verkopen.\n\nGebruik namen wanneer een voornaamwoord dubbelzinnig wordt: *Noor vertelde Sara dat **Noor** later zou bellen* kan duidelijker zijn dan een onzekere *ze*.\n\n:::warning\nVervang voornaamwoorden niet mechanisch. Bepaal bij elk woord wie spreekt, wie luistert en naar wie of wat het verwijst.\n:::\n\n## 5. Tijd en plaats aanpassen\n\nRelatieve woorden hangen af van het spreekmoment en de spreekplaats. Als die veranderen, pas je de woorden aan.\n\n| Direct | Later of vanuit een ander punt |\n| --- | --- |\n| vandaag | die dag |\n| gisteren | de dag ervoor |\n| morgen | de volgende dag |\n| hier | daar \u002F op die plek |\n| volgende week | de week erna |\n\n- Maandag zei hij: “Ik kom morgen hier.”\n- Later vertel je: *Hij zei dat hij **de volgende dag daar** zou komen.*\n\nAls het oorspronkelijke woord nog steeds klopt op het moment van navertellen, hoeft het niet te veranderen: vanmorgen zei Noor *Ik kom vanavond*, en vanmiddag kun je zeggen: *Noor zei dat ze vanavond komt.*\n\n## 6. Werkwoordstijd: geen automatische terugschuiving\n\nHet Nederlands verplicht niet na elk verleden in de hoofdzin een vaste “backshift”. Kies de tijd op basis van betekenis en perspectief.\n\n- *Zij zei dat de winkel **dicht was***: de toestand hoort bij dat verleden moment.\n- *Zij zei dat de winkel op zondag **dicht is***: de regel geldt nog steeds.\n- *Zij zei dat ze de volgende dag **zou komen***: toekomst vanuit het verleden.\n- *Zij zei dat ze gisteren **is gekomen***: de spreker presenteert het als een afgerond feit vanuit nu.\n\nHoud de tijdlijn consistent, maar verander een nog geldige waarheid niet onnodig in een afgesloten verleden.\n\n## 7. Zeggen, vragen en vertellen\n\nKies een werkwoord dat bij de communicatieve handeling past.\n\n- **zeggen dat**: een uitspraak weergeven;\n- **vertellen dat**: informatie of een verhaal delen;\n- **vragen of\u002Fwaarom\u002Fwanneer**: een vraag weergeven;\n- **willen weten of**: informatie zoeken;\n- **antwoorden dat**: een antwoord rapporteren;\n- **waarschuwen dat**: een risico of gevaar doorgeven.\n\nLet op de aanvulling bij personen: *Zij zegt **tegen mij** dat ...* maar *Zij vertelt **mij** dat ...*.\n\n:::example\n**Direct:** De reiziger vraagt: “Waarom rijdt de trein niet en komt er een bus?”\n\n**Indirect:** De reiziger vraagt **waarom de trein niet rijdt en of er een bus komt**.\n\nDe open waarom-vraag behoudt **waarom**; de ja-neevraag krijgt **of**.\n:::\n\n## 8. Directe en indirecte rede stilistisch kiezen\n\nDirecte rede brengt de stem van de spreker dichtbij en bewaart de exacte formulering. Indirecte rede vat informatie samen en past gemakkelijker in een verslag.\n\n- direct: *De bewoner zei: “Ik voel me niet gehoord.”*\n- indirect: *De bewoner zei dat hij zich niet gehoord voelde.*\n\nZet geen aanhalingstekens om een indirecte bijzin. Claim ook geen letterlijk citaat als je de woorden samenvat.\n\n## 9. Controle in vijf stappen\n\n1. Is de bron een mededeling, ja-neevraag of open vraag?\n2. Kies **dat**, **of** of het oorspronkelijke vraagwoord.\n3. Zet de werkwoordgroep achteraan.\n4. Pas personen, tijd en plaats aan het nieuwe perspectief aan.\n5. Kies een werkwoordstijd die de bedoelde tijdlijn weergeeft.\n\nEen goede indirecte weergave bewaart de inhoud, maar maakt helder wie de boodschap nu vertelt en vanuit welk moment.","nl","B1",129,[13],{"id":14,"name":15,"level":10,"language":9,"isCompleted":16,"completionPercentage":17,"totalExercises":18,"completedExercises":17},"01a0ba4b-87bf-73b5-bc6c-f4369c3887eb","Mededelingen en vragen indirect weergeven",false,0,5,"2026-09-19T15:31:48+00:00","2026-10-11T12:53:41+00:00",[22],{"id":23,"title":24,"vocabularyListWords":25,"isPublished":46},"01a0ba4c-4d89-75e3-8e20-5488c7b9cd22","Werkwoorden voor indirecte rede",[26,58,74,88,101,115,132,149,166,182,194,207,220,234,247,260,273,282],{"id":27,"vocabularyWord":28,"displayOrder":40},"01a0ba4c-4d89-7643-8e20-5488c87af709",{"id":29,"word":30,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":33,"partsOfSpeech":34,"audio":46,"audioUrl":57},"01a0ba4b-d525-736a-b5ba-b2891c447de2","dat",10,"A1","tts_cb8aa98748ccfdaa_nl-NL.mp3",[35,41,47,52],{"id":36,"partOfSpeech":37,"definition":38,"exampleSentences":39,"isPrimary":16,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d561-7c53-8c67-8f0dca208b6c","CONJUNCTION","Voegwoord dat een bijzin met een mededeling of gedachte inleidt.","Ik weet dat de winkel vandaag open is.",1,{"id":42,"partOfSpeech":43,"definition":44,"exampleSentences":45,"isPrimary":46,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d561-7c97-8c67-8f0dcab6a76a","DETERMINER","Aanwijzend woord voor een enkelvoudig het-woord verder van de spreker.","Dat huis aan het einde van de straat is nieuw.",true,{"id":48,"partOfSpeech":49,"definition":50,"exampleSentences":51,"isPrimary":16,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d561-7cd7-8c67-8f0dcb336235","PRONOUN","Aanwijzend voornaamwoord dat zelfstandig naar iets verder weg verwijst.","Wat staat daar? Dat is een ziekenhuis.",{"id":53,"partOfSpeech":49,"definition":54,"exampleSentences":55,"isPrimary":16,"meaningOrder":56},"01a0ba4b-d561-7d17-8c67-8f0dcbf8d715","Betrekkelijk voornaamwoord dat terugwijst naar een enkelvoudig het-woord.","Het boek dat op tafel ligt, is van mijn zus.",2,"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_cb8aa98748ccfdaa_nl-NL.mp3",{"id":59,"vocabularyWord":60,"displayOrder":56},"01a0ba4c-4d89-7677-8e20-5488c8a8745b",{"id":61,"word":62,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":63,"partsOfSpeech":64,"audio":46,"audioUrl":73},"01a0ba4b-d6cf-707c-9c55-9d6b62e4b93f","of","tts_06162fd32b9eb852_nl-NL.mp3",[65,69],{"id":66,"partOfSpeech":37,"definition":67,"exampleSentences":68,"isPrimary":46,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d6de-7677-9471-be6b2e87ecdc","Voegwoord tussen twee of meer mogelijkheden.","Wil je koffie of thee?",{"id":70,"partOfSpeech":37,"definition":71,"exampleSentences":72,"isPrimary":16,"meaningOrder":56},"01a0ba4b-d6de-76bb-9471-be6b2f1e82da","Voegwoord dat een indirecte ja-neevraag inleidt.","Ik weet niet of de winkel open is.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_06162fd32b9eb852_nl-NL.mp3",{"id":75,"vocabularyWord":76,"displayOrder":87},"01a0ba4c-4d89-769f-8e20-5488c94ed420",{"id":77,"word":78,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":79,"partsOfSpeech":80,"audio":46,"audioUrl":86},"01a0ba4b-d79a-721c-89ee-26cea91e91bb","zeggen","tts_c3bd1badd67487ba_nl-NL.mp3",[81],{"id":82,"partOfSpeech":83,"definition":84,"exampleSentences":85,"isPrimary":46,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d7de-78cc-b35c-f80d63a28ea0","VERB","Met woorden vertellen of uitspreken wat iemand denkt, weet of wil.","De dokter zegt dat ik veel water moet drinken.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_c3bd1badd67487ba_nl-NL.mp3",3,{"id":89,"vocabularyWord":90,"displayOrder":100},"01a0ba4c-4d89-76cf-8e20-5488ca343eee",{"id":91,"word":92,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":93,"partsOfSpeech":94,"audio":46,"audioUrl":99},"01a0ba4b-dc79-7d65-be77-93064e57fd5e","vertellen","tts_0b04532446d57d4d_nl-NL.mp3",[95],{"id":96,"partOfSpeech":83,"definition":97,"exampleSentences":98,"isPrimary":46,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-dcbe-743b-84e5-4d5481399fb0","Mondeling of schriftelijk informatie geven of een verhaal delen.","Mijn grootvader vertelt graag verhalen over zijn jeugd.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_0b04532446d57d4d_nl-NL.mp3",4,{"id":102,"vocabularyWord":103,"displayOrder":18},"01a0ba4c-4d89-76ef-8e20-5488ca6e76cd",{"id":104,"word":105,"frequency":106,"level":107,"language":9,"audioFilePath":108,"partsOfSpeech":109,"audio":46,"audioUrl":114},"01a0ba4b-d9d5-7c89-8360-722dad4e5004","uitleggen",9,"A2","tts_f3b299f36efb75eb_nl-NL.mp3",[110],{"id":111,"partOfSpeech":83,"definition":112,"exampleSentences":113,"isPrimary":46,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-da10-7197-8796-6b60b1912fc1","Informatie geven waardoor iemand iets kan begrijpen of weet hoe iets werkt.","De verkoper legt rustig uit hoe de nieuwe koelkast werkt.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_f3b299f36efb75eb_nl-NL.mp3",{"id":116,"vocabularyWord":117,"displayOrder":131},"01a0ba4c-4d89-770f-8e20-5488ca8acbbc",{"id":118,"word":119,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":120,"partsOfSpeech":121,"audio":46,"audioUrl":130},"01a0ba4b-da82-76b2-ad8e-dac61d778607","denken","tts_6018537def527c11_nl-NL.mp3",[122,126],{"id":123,"partOfSpeech":83,"definition":124,"exampleSentences":125,"isPrimary":16,"meaningOrder":56},"01a0ba4b-daa9-78f7-b3a5-b7b90bd2f440","De aandacht of herinnering op iemand of iets richten.","Denk je eraan om het formulier morgen mee te nemen?",{"id":127,"partOfSpeech":83,"definition":128,"exampleSentences":129,"isPrimary":46,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-daa9-78b3-b3a5-b7b90bd11f00","Gedachten vormen, iets overwegen of een mening over iets hebben.","Ik denk dat deze oplossing op lange termijn goedkoper is.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_6018537def527c11_nl-NL.mp3",6,{"id":133,"vocabularyWord":134,"displayOrder":148},"01a0ba4c-4d89-772b-8e20-5488cb0492bb",{"id":135,"word":136,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":137,"partsOfSpeech":138,"audio":46,"audioUrl":147},"01a0ba4b-dc7b-7ce9-940b-68339a45f6d9","vinden","tts_38bdbfdbfa717735_nl-NL.mp3",[139,143],{"id":140,"partOfSpeech":83,"definition":141,"exampleSentences":142,"isPrimary":46,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-dcbe-77e7-84e5-4d54835a1178","Iemand of iets ontdekken, aantreffen of terugkrijgen na ernaar te hebben gezocht.","Na lang zoeken vond ik de sleutel onder de bank.",{"id":144,"partOfSpeech":83,"definition":145,"exampleSentences":146,"isPrimary":16,"meaningOrder":56},"01a0ba4b-dcbe-782f-84e5-4d5483adc30f","Een bepaalde mening of beoordeling over iemand of iets hebben.","Veel bewoners vinden de nieuwe verkeersregels duidelijker.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_38bdbfdbfa717735_nl-NL.mp3",7,{"id":150,"vocabularyWord":151,"displayOrder":165},"01a0ba4c-4d89-7747-8e20-5488cb6ca093",{"id":152,"word":153,"frequency":106,"level":10,"language":9,"audioFilePath":154,"partsOfSpeech":155,"audio":46,"audioUrl":164},"01a0ba4b-daa0-7e2a-9bd4-1ab69c9ef427","melden","tts_6087cd6046ef882f_nl-NL.mp3",[156,160],{"id":157,"partOfSpeech":83,"definition":158,"exampleSentences":159,"isPrimary":46,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-daac-7b29-85e0-7767cf3e7b86","Officieel of duidelijk doorgeven dat iets is gebeurd, bestaat of aandacht nodig heeft.","Bewoners kunnen schade via een online formulier melden.",{"id":161,"partOfSpeech":83,"definition":162,"exampleSentences":163,"isPrimary":16,"meaningOrder":56},"01a0ba4b-daac-7b6d-85e0-7767cfa16380","Laten weten dat je bent aangekomen of beschikbaar bent door je bij iemand of ergens aan te melden.","Nieuwe bezoekers moeten zich eerst bij de receptie melden.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_6087cd6046ef882f_nl-NL.mp3",8,{"id":167,"vocabularyWord":168,"displayOrder":106},"01a0ba4c-4d89-7767-8e20-5488cc23bd96",{"id":169,"word":170,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":171,"partsOfSpeech":172,"audio":46,"audioUrl":181},"01a0ba4b-d727-7498-b968-6cb3029d8e0b","vragen","tts_862b8759f7896b10_nl-NL.mp3",[173,177],{"id":174,"partOfSpeech":83,"definition":175,"exampleSentences":176,"isPrimary":46,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d756-71db-8423-db458f15063f","Met woorden proberen informatie of een antwoord te krijgen.","De toerist vraagt waar het station is.",{"id":178,"partOfSpeech":83,"definition":179,"exampleSentences":180,"isPrimary":16,"meaningOrder":56},"01a0ba4b-d756-721f-8423-db458fc90755","Iemand verzoeken iets te geven of te doen.","Ik vraag mijn buurman om hulp.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_862b8759f7896b10_nl-NL.mp3",{"id":183,"vocabularyWord":184,"displayOrder":31},"01a0ba4c-4d89-7783-8e20-5488cd0213ba",{"id":185,"word":186,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":187,"partsOfSpeech":188,"audio":46,"audioUrl":193},"01a0ba4b-d753-70b8-ac34-23a0a3f1109c","weten","tts_ef1497f1444005dd_nl-NL.mp3",[189],{"id":190,"partOfSpeech":83,"definition":191,"exampleSentences":192,"isPrimary":46,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d75a-79d5-a2c4-a98ba5285db9","Informatie in je hoofd hebben of ergens zeker van zijn.","Ik weet hoe laat de trein vertrekt.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_ef1497f1444005dd_nl-NL.mp3",{"id":195,"vocabularyWord":196,"displayOrder":206},"01a0ba4c-4d89-779f-8e20-5488cdd4e001",{"id":197,"word":198,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":199,"partsOfSpeech":200,"audio":46,"audioUrl":205},"01a0ba4b-d795-7bfe-aaca-393b0439807a","wie","tts_88393222fd76abf4_nl-NL.mp3",[201],{"id":202,"partOfSpeech":49,"definition":203,"exampleSentences":204,"isPrimary":46,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d7dd-79e5-99f2-101f3991cf66","Vraagwoord waarmee naar een persoon of personen wordt gevraagd.","Wie is die jongen naast je?","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_88393222fd76abf4_nl-NL.mp3",11,{"id":208,"vocabularyWord":209,"displayOrder":219},"01a0ba4c-4d89-77bb-8e20-5488cea180a1",{"id":210,"word":211,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":212,"partsOfSpeech":213,"audio":46,"audioUrl":218},"01a0ba4b-d74c-72be-b5da-e436148d9e8a","wat","tts_50c4ca8480227c77_nl-NL.mp3",[214],{"id":215,"partOfSpeech":49,"definition":216,"exampleSentences":217,"isPrimary":46,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d759-7db0-afe6-cd9a87407c8e","Vraagwoord waarmee naar een ding, handeling of informatie wordt gevraagd.","Wat lees je nu?","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_50c4ca8480227c77_nl-NL.mp3",12,{"id":221,"vocabularyWord":222,"displayOrder":233},"01a0ba4c-4d89-77d7-8e20-5488cee38f16",{"id":223,"word":224,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":225,"partsOfSpeech":226,"audio":46,"audioUrl":232},"01a0ba4b-d748-7c05-9ee8-003a4e19d314","waar","tts_a8c14dd28172b1d0_nl-NL.mp3",[227],{"id":228,"partOfSpeech":229,"definition":230,"exampleSentences":231,"isPrimary":46,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d759-77fc-afe6-cd9a847c91a7","ADVERB","Vraagwoord waarmee naar een plaats wordt gevraagd.","Waar woont jouw broer?","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_a8c14dd28172b1d0_nl-NL.mp3",13,{"id":235,"vocabularyWord":236,"displayOrder":246},"01a0ba4c-4d89-77f3-8e20-5488cf22d4c7",{"id":237,"word":238,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":239,"partsOfSpeech":240,"audio":46,"audioUrl":245},"01a0ba4b-d74a-7cfd-ac25-0b6f84879b1c","wanneer","tts_928188504ebabbd8_nl-NL.mp3",[241],{"id":242,"partOfSpeech":229,"definition":243,"exampleSentences":244,"isPrimary":46,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d759-7b28-afe6-cd9a86225e31","Vraagwoord waarmee naar een tijd of moment wordt gevraagd.","Wanneer begint de les?","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_928188504ebabbd8_nl-NL.mp3",14,{"id":248,"vocabularyWord":249,"displayOrder":259},"01a0ba4c-4d89-780f-8e20-5488cfaacbfd",{"id":250,"word":251,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":252,"partsOfSpeech":253,"audio":46,"audioUrl":258},"01a0ba4b-d749-76d9-9bc5-a01e7788484d","waarom","tts_049585783d1683a2_nl-NL.mp3",[254],{"id":255,"partOfSpeech":229,"definition":256,"exampleSentences":257,"isPrimary":46,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d759-790c-afe6-cd9a853e39bd","Vraagwoord waarmee naar een reden wordt gevraagd.","Waarom ga je vandaag niet werken?","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_049585783d1683a2_nl-NL.mp3",15,{"id":261,"vocabularyWord":262,"displayOrder":272},"01a0ba4c-4d89-782b-8e20-5488d0a89f62",{"id":263,"word":264,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":265,"partsOfSpeech":266,"audio":46,"audioUrl":271},"01a0ba4b-d545-7de9-9ec2-7dd7cfaea3c0","hoe","tts_cc776dd7098ac7f6_nl-NL.mp3",[267],{"id":268,"partOfSpeech":229,"definition":269,"exampleSentences":270,"isPrimary":46,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d565-7084-a20d-839bac29a887","Vraagwoord waarmee naar de manier, toestand of mate wordt gevraagd.","Hoe reis je elke dag naar je werk?","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_cc776dd7098ac7f6_nl-NL.mp3",16,{"id":274,"vocabularyWord":275,"displayOrder":281},"01a0ba4c-4d89-7847-8e20-5488d0e133bd",{"id":276,"word":277,"frequency":165,"level":107,"language":9,"audioFilePath":278,"partsOfSpeech":279,"audio":46,"audioUrl":280},"01a0ba4b-d63c-7ac4-a46e-b6cccb082eee","antwoorden","tts_e08ad209c55313ba_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_e08ad209c55313ba_nl-NL.mp3",17,{"id":283,"vocabularyWord":284,"displayOrder":294},"01a0ba4c-4d89-7863-8e20-5488d1b74c45",{"id":285,"word":286,"frequency":165,"level":10,"language":9,"audioFilePath":287,"partsOfSpeech":288,"audio":46,"audioUrl":293},"01a0ba4b-dca6-7103-9e24-8b9f61924b0c","waarschuwen","tts_cd32ed2c1fb23fed_nl-NL.mp3",[289],{"id":290,"partOfSpeech":83,"definition":291,"exampleSentences":292,"isPrimary":46,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-dcc2-7585-8514-2c0167e7be05","Iemand laten weten dat er gevaar, een probleem of een ongewenst gevolg kan ontstaan.","De politie waarschuwt automobilisten voor gladde wegen.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_cd32ed2c1fb23fed_nl-NL.mp3",18,[],[297,306,312,319,326],{"@id":298,"@type":299,"id":300,"grammarPage":301,"title":302,"instructions":303,"displayOrder":17,"type":304,"questionCount":259,"blankCount":259,"isCompleted":16,"ogImageUrl":305},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-aacf-7082-9bca-90a2755dc095","GrammarExercise","01a0ba4b-aacf-7082-9bca-90a2755dc095","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8aa4-7f2c-9483-ca068210593f","Mededeling, vraag en vraagwoord","Kies de verbinding en woordvolgorde voor de indirecte weergave.","word_select","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_d4ecf706-a1f3-455e-bad4-44f3efe51add_hero.webp?v=1789831916",{"@id":307,"@type":299,"id":308,"grammarPage":301,"title":309,"instructions":310,"displayOrder":40,"type":304,"questionCount":259,"blankCount":259,"isCompleted":16,"ogImageUrl":311},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-aaea-7c79-a0bb-e7416b9ef5de","01a0ba4b-aaea-7c79-a0bb-e7416b9ef5de","Perspectief, tijd en werkwoord","Pas personen, tijd, plaats en werkwoordstijd aan het nieuwe vertelperspectief aan.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_a29b51bc-6da0-472a-9b1e-e54e5ff3e0d8_hero.webp?v=1789831916",{"@id":313,"@type":299,"id":314,"grammarPage":301,"title":315,"instructions":316,"displayOrder":56,"type":317,"questionCount":31,"blankCount":31,"isCompleted":16,"ogImageUrl":318},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-ab05-73fb-bddd-5ce38b067c4e","01a0ba4b-ab05-73fb-bddd-5ce38b067c4e","Bouw indirecte rede","Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg.","sentence_builder","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_f0bd722e-644b-4bcb-b8c3-49032de4b182_hero.webp?v=1789831916",{"@id":320,"@type":299,"id":321,"grammarPage":301,"title":322,"instructions":323,"displayOrder":87,"type":324,"questionCount":31,"blankCount":17,"isCompleted":16,"ogImageUrl":325},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-ab16-7e0b-85e0-4960feee715b","01a0ba4b-ab16-7e0b-85e0-4960feee715b","Vind en verbeter de indirecte rede","In elke weergave van iemands woorden is één vorm fout. Tik erop en kies de juiste vorm.","find_and_fix","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_db07941e-6540-4293-aafe-54b8498ce093_hero.webp?v=1789831916",{"@id":327,"@type":299,"id":328,"grammarPage":301,"title":329,"instructions":330,"displayOrder":100,"type":331,"questionCount":100,"blankCount":17,"isCompleted":16,"ogImageUrl":332},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-ab1f-7e5e-bdf9-612e8eb401fd","01a0ba4b-ab1f-7e5e-bdf9-612e8eb401fd","Indirecte rede met dat en of - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","word_sort","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_dde41d1c-e851-483e-b60c-6d1f4913280f_hero.webp?v=1789831916",null]