[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-page-nl-persoonlijke-voornaamwoorden-als-lijdend-en-meewerkend-voorwerp":3,"grammar-exercises-by-page-01a0ba4b-8ba4-7bf2-8240-894d40b179fa":349,"exercise-list-path-nl-none":379},{"id":4,"title":5,"slug":6,"seoDescription":7,"content":8,"language":9,"level":10,"displayOrder":11,"grammarTopics":12,"createdAt":19,"updatedAt":20,"vocabularyLists":21,"primaryTopicHub":346,"readyImages":348},"01a0ba4b-8ba4-7bf2-8240-894d40b179fa","Persoonlijke voornaamwoorden als lijdend en meewerkend voorwerp","persoonlijke-voornaamwoorden-als-lijdend-en-meewerkend-voorwerp","Leer Nederlandse persoonlijke voornaamwoorden als lijdend en meewerkend voorwerp gebruiken, met volle, korte en informele vormen in context.","## Een persoon noemen zonder de naam te herhalen\n\nEen persoonlijk voornaamwoord kan een persoon of een zaak vervangen. Zo hoef je dezelfde naam of zelfstandig naamwoord niet steeds te herhalen.\n\n- **Lijdend voorwerp:** de persoon of zaak die de handeling direct ondergaat. Je vraagt vaak: *wie of wat?*\n- **Meewerkend voorwerp:** de persoon die iets krijgt of voor wie iets gebeurt. Je vraagt vaak: *aan wie of voor wie?*\n\n:::example\nIk zie **de buurvrouw**. → Ik zie **haar**.\n\nIk geef **de buurvrouw** het pakket. → Ik geef **haar** het pakket.\n:::\n\nIn beide zinnen vervangt **haar** *de buurvrouw*. De functie is wel anders: in de eerste zin is **haar** lijdend voorwerp, in de tweede zin meewerkend voorwerp.\n\n## Welke vorm kies je?\n\nBij **mij\u002Fjou** en **me\u002Fje** hangt de keuze vooral af van de nadruk. Bij **hen\u002Fhun** speelt ook de functie in de zin een rol.\n\n| Onderwerp | Gewone, vaak onbeklemtoonde vorm | Volle of beklemtoonde vorm | Voorbeeld |\n|---|---|---|---|\n| ik | me | mij | Ze belt me. \u002F Ze kiest mij. |\n| jij \u002F je | je | jou | Ik help je. \u002F Ik bedoel jou. |\n| u | u | u | Ik stuur u een bericht. |\n| hij | hem | hem | We zien hem morgen. |\n| zij \u002F ze (enkelvoud) | haar | haar (zie ook de informele vormen hieronder) | Ik geef haar de sleutel. |\n| het | het | het | Ik koop het vandaag. |\n| wij \u002F we | ons | ons | Hij nodigt ons uit. |\n| jullie | jullie | jullie | Ik hoor jullie goed. |\n| zij \u002F ze (meervoud) | ze | hen | Ik zie ze. \u002F Ik zie hen. |\n\nDe korte vormen **me**, **je** en **ze** zijn heel gewoon in neutrale gesproken taal en in veel informele teksten. **Mij** en **jou** zijn niet beleefder; ze krijgen meestal meer nadruk.\n\n## Volle vormen voor nadruk en contrast\n\nGebruik een volle vorm wanneer je duidelijk wilt maken om welke persoon het gaat. De klemtoon valt dan op het voornaamwoord.\n\n:::example\nDe docent vraagt niet **mij**, maar **jou**.\n\nKun je **haar** helpen? Ik kan het vandaag niet doen.\n\nIk stuur de uitnodiging aan **hen**, niet aan de organisatoren.\n:::\n\nZonder contrast klinkt een korte vorm vaak natuurlijker:\n\n- Mijn broer belt **me** vanavond.\n- Ik laat **je** de foto zien.\n- We ontmoeten **ze** bij het station.\n\n:::tip\nVraag jezelf af: wil ik deze persoon verbeteren, vergelijken of extra duidelijk aanwijzen? Kies dan vaak **mij**, **jou**, **hem**, **haar** of **hen** en spreek die vorm met nadruk uit.\n:::\n\n## Hen, hun en ze\n\nIn verzorgde standaardtaal kun je deze praktische regel gebruiken:\n\n| Functie | Vorm | Voorbeeld |\n|---|---|---|\n| lijdend voorwerp | hen | De manager ziet **hen** elke dag. |\n| na een voorzetsel | hen | Ik ga met **hen** naar het kantoor. |\n| meewerkend voorwerp zonder voorzetsel | hun | Ik geef **hun** de documenten. |\n| onbeklemtoond, in beide functies | ze | Ik zie **ze**. \u002F Ik geef **ze** de documenten. |\n\nJe kunt een meewerkend voorwerp ook met **aan** vormen: *Ik geef de documenten aan hen.* In dagelijkse gesprekken gebruiken veel Nederlanders **ze**, omdat deze vorm natuurlijk is en geen verschil tussen lijdend en meewerkend voorwerp maakt.\n\n:::note\nHet onderscheid tussen **hen** en **hun** is vooral belangrijk in verzorgde schrijftaal. In gewone spreektaal hoor je verschillende vormen. Met onbeklemtoond **ze** maak je vaak een veilige, natuurlijke zin.\n:::\n\n:::warning\nNa een voorzetsel gebruik je bij een zaak vaak een voornaamwoordelijk bijwoord: **Ik kijk ernaar** en **Ik denk erover**, niet *Ik kijk naar het*. Bij personen gebruik je wel een gewoon voornaamwoord, zoals *Ik kijk naar hem*.\n:::\n\n## Plaats in een gewone zin\n\nEen voornaamwoord als voorwerp staat meestal vrij vroeg in het midden van de zin, vaak direct na de persoonsvorm.\n\n- Ik **bel hem** vanmiddag.\n- We **geven haar** morgen de sleutel.\n- De buren **willen ons** zaterdag helpen.\n- Kun je **het** voor mij bewaren?\n\nAls een naam of zelfstandig naamwoord het meewerkend voorwerp is, kan **aan** de betekenis duidelijk maken: *Ik stuur het bericht aan de klant.* Met een voornaamwoord zijn beide patronen mogelijk: *Ik stuur hem het bericht* en *Ik stuur het bericht aan hem*.\n\nBij twee voorwerpen is de volgorde belangrijk. Is het lijdend voorwerp een voornaamwoord, dan komt het vóór het meewerkend voorwerp: **Ik geef het haar**, niet *Ik geef haar het*. Is het lijdend voorwerp een zelfstandig naamwoord, dan komt het meewerkend voorwerp vaak eerst: **Ik geef haar de sleutel**.\n\n## Zeer informele vormen\n\nIn gesprekken worden sommige vormen nog korter. Je hoort bijvoorbeeld **'m** voor *hem*, **'r** of **d'r** voor *haar* en **'t** voor *het*.\n\n:::warning\nDeze apostrofvormen passen bij informele spreektaal en dialogen. Gebruik in een neutrale e-mail, een formulier of een zakelijke tekst liever **hem**, **haar** en **het**.\n:::\n\n## Kort samengevat\n\n- Gebruik een voornaamwoord om een naam of zelfstandig naamwoord niet te herhalen.\n- **Me, je** en **ze** zijn gewone onbeklemtoonde vormen; **mij** en **jou** geven vaak nadruk.\n- Gebruik in de formele regel **hen** als lijdend voorwerp en na een voorzetsel, en **hun** als meewerkend voorwerp zonder voorzetsel.\n- Onbeklemtoond **ze** is in dagelijkse taal mogelijk voor zowel *hen* als *hun*.\n- Schrijf **'m**, **'r**, **d'r** en **'t** alleen wanneer de informele toon echt past.","nl","A2",55,[13],{"id":14,"name":15,"level":10,"language":9,"isCompleted":16,"completionPercentage":17,"totalExercises":18,"completedExercises":17},"01a0ba4b-87b7-7b14-98d1-5c54089b2cc2","Verwijzen zonder onnodige herhaling",false,0,16,"2026-09-19T15:31:48+00:00","2026-10-11T12:53:41+00:00",[22],{"id":23,"title":24,"vocabularyListWords":25,"isPublished":38},"01a0ba4c-503c-7e91-80de-df397410bccf","Werkwoorden met personen en andere voorwerpen",[26,41,52,74,85,98,109,126,143,160,176,193,204,221,233,247,259,276,293,310,319,328,337],{"id":27,"vocabularyWord":28,"displayOrder":39},"01a0ba4c-503c-7f01-80de-df39745866f7",{"id":29,"word":30,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":33,"partsOfSpeech":34,"audio":38,"audioUrl":40},"01a0ba4b-d5b9-7531-9b2a-94afae7fb504","me",10,"A1","tts_168abb52d64cb705_nl-NL.mp3",[35],{"id":36,"partOfSpeech":37,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d5fc-7a9e-9f37-be91267c0f8c","PRONOUN",true,1,"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_168abb52d64cb705_nl-NL.mp3",{"id":42,"vocabularyWord":43,"displayOrder":51},"01a0ba4c-503c-7f4d-80de-df397465fb26",{"id":44,"word":45,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":46,"partsOfSpeech":47,"audio":38,"audioUrl":50},"01a0ba4b-d5be-7420-bbeb-6e45582ce5a6","mij","tts_25694a454c326dc9_nl-NL.mp3",[48],{"id":49,"partOfSpeech":37,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d5fd-7207-b5de-b23baf9a1a2f","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_25694a454c326dc9_nl-NL.mp3",2,{"id":53,"vocabularyWord":54,"displayOrder":73},"01a0ba4c-503c-7f91-80de-df3974b174f3",{"id":55,"word":56,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":57,"partsOfSpeech":58,"audio":38,"audioUrl":72},"01a0ba4b-d54f-7061-a926-742ec8a36984","je","tts_8b4daa97ec22c4f8_nl-NL.mp3",[59,64,68],{"id":60,"partOfSpeech":61,"definition":62,"exampleSentences":63,"isPrimary":16,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d565-7d94-a20d-839bb60c0e40","DETERMINER","Onbeklemtoond bezittelijk woord voor iets dat hoort bij de persoon die wordt aangesproken.","Waar staat je fiets?",{"id":65,"partOfSpeech":37,"definition":66,"exampleSentences":67,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d565-7de4-a20d-839bb6e9157b","Onbeklemtoond persoonlijk voornaamwoord voor iemand die je informeel aanspreekt, gebruikt als onderwerp.","Je werkt vandaag thuis.",{"id":69,"partOfSpeech":37,"definition":70,"exampleSentences":71,"isPrimary":16,"meaningOrder":51},"01a0ba4b-d565-7e24-a20d-839bb7c5a90c","Onbeklemtoond persoonlijk voornaamwoord voor iemand die je informeel aanspreekt, gebruikt als voorwerp.","Ik bel je na het werk.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_8b4daa97ec22c4f8_nl-NL.mp3",3,{"id":75,"vocabularyWord":76,"displayOrder":84},"01a0ba4c-503d-702d-98ca-a75b00ba244c",{"id":77,"word":78,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":79,"partsOfSpeech":80,"audio":38,"audioUrl":83},"01a0ba4b-d551-7da5-b7e8-5cd2de750bc3","jou","tts_36b5ab76083b5eca_nl-NL.mp3",[81],{"id":82,"partOfSpeech":37,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d566-72d8-bc36-e922a58fcf3a","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_36b5ab76083b5eca_nl-NL.mp3",4,{"id":86,"vocabularyWord":87,"displayOrder":97},"01a0ba4c-503d-7075-98ca-a75b019ddaaa",{"id":88,"word":89,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":90,"partsOfSpeech":91,"audio":38,"audioUrl":96},"01a0ba4b-d71f-7486-ae2c-cef4dc74e106","u","tts_d3b2389647125849_nl-NL.mp3",[92],{"id":93,"partOfSpeech":37,"definition":94,"exampleSentences":95,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d755-74d9-81bc-8b506a0f8e6c","Beleefd persoonlijk voornaamwoord voor één of meer mensen die worden aangesproken.","Wilt u hier even wachten?","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_d3b2389647125849_nl-NL.mp3",5,{"id":99,"vocabularyWord":100,"displayOrder":108},"01a0ba4c-503d-70b5-98ca-a75b01d2c668",{"id":101,"word":102,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":103,"partsOfSpeech":104,"audio":38,"audioUrl":107},"01a0ba4b-d541-796f-8d12-58791b6bc18d","hem","tts_01c50c3126fbd212_nl-NL.mp3",[105],{"id":106,"partOfSpeech":37,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d564-7a77-97f9-ade232b9544f","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_01c50c3126fbd212_nl-NL.mp3",6,{"id":110,"vocabularyWord":111,"displayOrder":125},"01a0ba4c-503d-70f5-98ca-a75b01dd0048",{"id":112,"word":113,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":114,"partsOfSpeech":115,"audio":38,"audioUrl":124},"01a0ba4b-d53e-7e4e-b944-4405c47121ee","haar","tts_d4f2cfd1b85ebb08_nl-NL.mp3",[116,120],{"id":117,"partOfSpeech":61,"definition":118,"exampleSentences":119,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d564-769f-97f9-ade230ecfce7","Bezittelijk woord voor iets dat hoort bij een vrouw of meisje over wie wordt gesproken.","Sara zet haar fiets voor het huis.",{"id":121,"partOfSpeech":37,"definition":122,"exampleSentences":123,"isPrimary":16,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d564-76e7-97f9-ade231118422","Persoonlijk voornaamwoord dat als voorwerp verwijst naar een vrouw of meisje.","Ik zie Anna en ik geef haar het boek.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_d4f2cfd1b85ebb08_nl-NL.mp3",7,{"id":127,"vocabularyWord":128,"displayOrder":142},"01a0ba4c-503d-7131-98ca-a75b028b9ffe",{"id":129,"word":130,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":131,"partsOfSpeech":132,"audio":38,"audioUrl":141},"01a0ba4b-d542-7712-8eb4-a5cbffcc383a","het","tts_fab4e188cda728cb_nl-NL.mp3",[133,137],{"id":134,"partOfSpeech":61,"definition":135,"exampleSentences":136,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d564-7b8f-97f9-ade232fbe796","Bepaald lidwoord voor een enkelvoudig het-woord.","Het raam staat open.",{"id":138,"partOfSpeech":37,"definition":139,"exampleSentences":140,"isPrimary":16,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d564-7bd7-97f9-ade2335f48db","Een voornaamwoord dat naar een het-woord verwijst of als onpersoonlijk onderwerp dient.","Het regent al de hele ochtend.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_fab4e188cda728cb_nl-NL.mp3",8,{"id":144,"vocabularyWord":145,"displayOrder":159},"01a0ba4c-503d-7171-98ca-a75b028e4eda",{"id":146,"word":147,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":148,"partsOfSpeech":149,"audio":38,"audioUrl":158},"01a0ba4b-d6d1-708a-a69c-b30fb467e00a","ons","tts_dd3b3b0ab99e1ae3_nl-NL.mp3",[150,154],{"id":151,"partOfSpeech":61,"definition":152,"exampleSentences":153,"isPrimary":16,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d6de-7b2b-9471-be6b317c39a2","Bezittelijk woord voor een enkelvoudig het-woord dat bij de spreker en anderen hoort.","Ons huis heeft een kleine tuin.",{"id":155,"partOfSpeech":37,"definition":156,"exampleSentences":157,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d6de-7b6f-9471-be6b31c360fe","Persoonlijk voornaamwoord dat als voorwerp verwijst naar de spreker en één of meer anderen.","Onze vriend helpt ons met de verhuizing.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_dd3b3b0ab99e1ae3_nl-NL.mp3",9,{"id":161,"vocabularyWord":162,"displayOrder":31},"01a0ba4c-503d-71ad-98ca-a75b03082ec5",{"id":163,"word":164,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":165,"partsOfSpeech":166,"audio":38,"audioUrl":175},"01a0ba4b-d553-72fe-913b-645c53b4ac61","jullie","tts_9c063ae52318e6d3_nl-NL.mp3",[167,171],{"id":168,"partOfSpeech":37,"definition":169,"exampleSentences":170,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d566-7554-bc36-e922a6589115","Persoonlijk voornaamwoord voor meerdere mensen die informeel worden aangesproken.","Komen jullie vanavond bij ons eten?",{"id":172,"partOfSpeech":61,"definition":173,"exampleSentences":174,"isPrimary":16,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d566-750c-bc36-e922a5db844c","Bezittelijk woord voor iets dat hoort bij meerdere aangesproken mensen.","Is dit jullie tafel?","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_9c063ae52318e6d3_nl-NL.mp3",{"id":177,"vocabularyWord":178,"displayOrder":192},"01a0ba4c-503d-71ed-98ca-a75b036caa96",{"id":179,"word":180,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":181,"partsOfSpeech":182,"audio":38,"audioUrl":191},"01a0ba4b-d799-7662-a10f-d484ab248a91","ze","tts_3fffc0fa9facbfc3_nl-NL.mp3",[183,187],{"id":184,"partOfSpeech":37,"definition":185,"exampleSentences":186,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d7de-7614-b35c-f80d6385ad97","Onbeklemtoond persoonlijk voornaamwoord voor een vrouw of meisje over wie wordt gesproken.","Lisa komt straks; ze is nu nog op haar werk.",{"id":188,"partOfSpeech":37,"definition":189,"exampleSentences":190,"isPrimary":16,"meaningOrder":51},"01a0ba4b-d7de-7694-b35c-f80d6388381f","Onbeklemtoond persoonlijk voornaamwoord voor meerdere mensen, dieren of dingen.","De kinderen zijn buiten en ze spelen in de tuin.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_3fffc0fa9facbfc3_nl-NL.mp3",11,{"id":194,"vocabularyWord":195,"displayOrder":203},"01a0ba4c-503d-7229-98ca-a75b0426a67b",{"id":196,"word":197,"frequency":142,"level":10,"language":9,"audioFilePath":198,"partsOfSpeech":199,"audio":38,"audioUrl":202},"01a0ba4b-d7d6-7853-85b6-b7afbfab60cc","hen","tts_cd7541c8ef3bb880_nl-NL.mp3",[200],{"id":201,"partOfSpeech":37,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d7ec-799f-b258-1bd9cefadc32","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_cd7541c8ef3bb880_nl-NL.mp3",12,{"id":205,"vocabularyWord":206,"displayOrder":220},"01a0ba4c-503d-7269-98ca-a75b04cf0304",{"id":207,"word":208,"frequency":159,"level":32,"language":9,"audioFilePath":209,"partsOfSpeech":210,"audio":38,"audioUrl":219},"01a0ba4b-d549-7591-bd01-cc521cb0e293","hun","tts_9e10b3c41d39aaca_nl-NL.mp3",[211,215],{"id":212,"partOfSpeech":61,"definition":213,"exampleSentences":214,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d565-7584-a20d-839bb05825c2","Bezittelijk woord voor iets dat hoort bij meerdere mensen, dieren of dingen.","De kinderen zetten hun fietsen bij de school.",{"id":216,"partOfSpeech":37,"definition":217,"exampleSentences":218,"isPrimary":16,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d565-75c8-a20d-839bb09c5728","Persoonlijk voornaamwoord dat als meewerkend voorwerp naar meerdere mensen verwijst.","Ik geef hun morgen de sleutel.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_9e10b3c41d39aaca_nl-NL.mp3",13,{"id":222,"vocabularyWord":223,"displayOrder":232},"01a0ba4c-503d-72a9-98ca-a75b0557cb99",{"id":224,"word":225,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":226,"partsOfSpeech":227,"audio":38,"audioUrl":231},"01a0ba4b-d511-752a-99e6-91b61f398c35","aan","tts_6cd67845c6dde21a_nl-NL.mp3",[228],{"id":229,"partOfSpeech":230,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d560-7049-bf08-b6af57fec145","PREPOSITION","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_6cd67845c6dde21a_nl-NL.mp3",14,{"id":234,"vocabularyWord":235,"displayOrder":246},"01a0ba4c-503d-72e5-98ca-a75b063a4145",{"id":236,"word":237,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":238,"partsOfSpeech":239,"audio":38,"audioUrl":245},"01a0ba4b-d540-7aac-bbf5-024b2ea5994f","helpen","tts_c01b20905eb014dd_nl-NL.mp3",[240],{"id":241,"partOfSpeech":242,"definition":243,"exampleSentences":244,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d564-794f-97f9-ade232519406","VERB","Iets doen waardoor een taak of probleem voor iemand makkelijker wordt.","Mijn buurman helpt mij met de zware dozen.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_c01b20905eb014dd_nl-NL.mp3",15,{"id":248,"vocabularyWord":249,"displayOrder":18},"01a0ba4c-503d-7325-98ca-a75b072f847b",{"id":250,"word":251,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":252,"partsOfSpeech":253,"audio":38,"audioUrl":258},"01a0ba4b-d51a-7e7b-af33-02584af78501","bellen","tts_6a528cb16a55c0c8_nl-NL.mp3",[254],{"id":255,"partOfSpeech":242,"definition":256,"exampleSentences":257,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d560-7db1-bf08-b6af5cd87aa1","Via een telefoon contact met iemand opnemen.","Ik bel mijn moeder als ik op het station ben.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_6a528cb16a55c0c8_nl-NL.mp3",{"id":260,"vocabularyWord":261,"displayOrder":275},"01a0ba4c-503d-737d-98ca-a75b079a0a37",{"id":262,"word":263,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":264,"partsOfSpeech":265,"audio":38,"audioUrl":274},"01a0ba4b-d539-764f-a706-d3f57ae77e4b","geven","tts_b5d8f4f244926abc_nl-NL.mp3",[266,270],{"id":267,"partOfSpeech":242,"definition":268,"exampleSentences":269,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d563-7ddb-b413-dd0b76841373","Ervoor zorgen dat iemand iets krijgt.","Ik geef mijn zus een boek voor haar verjaardag.",{"id":271,"partOfSpeech":242,"definition":272,"exampleSentences":273,"isPrimary":16,"meaningOrder":51},"01a0ba4b-d563-7e1f-b413-dd0b774cb8a9","Een activiteit, gelegenheid of dienst aanbieden of organiseren.","De docent geeft elke ochtend les.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_b5d8f4f244926abc_nl-NL.mp3",17,{"id":277,"vocabularyWord":278,"displayOrder":292},"01a0ba4c-503d-73b5-98ca-a75b08316998",{"id":279,"word":280,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":281,"partsOfSpeech":282,"audio":38,"audioUrl":291},"01a0ba4b-d79c-747d-b129-d0c64db4a431","zien","tts_fa1199cc60208f8c_nl-NL.mp3",[283,287],{"id":284,"partOfSpeech":242,"definition":285,"exampleSentences":286,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d7df-7043-a2d4-3487ffa64dc7","Iemand of iets met de ogen waarnemen.","Vanaf het raam zie ik de zee.",{"id":288,"partOfSpeech":242,"definition":289,"exampleSentences":290,"isPrimary":16,"meaningOrder":51},"01a0ba4b-d7df-70d7-a2d4-3487ffd03e99","Iemand ontmoeten of tijd met die persoon doorbrengen.","Ik zie mijn oma elke zondag.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_fa1199cc60208f8c_nl-NL.mp3",18,{"id":294,"vocabularyWord":295,"displayOrder":309},"01a0ba4c-503d-73d5-98ca-a75b092b8242",{"id":296,"word":297,"frequency":159,"level":10,"language":9,"audioFilePath":298,"partsOfSpeech":299,"audio":38,"audioUrl":308},"01a0ba4b-d9cc-7db7-bda0-956d5802f541","sturen","tts_a7b188ce69d639ec_nl-NL.mp3",[300,304],{"id":301,"partOfSpeech":242,"definition":302,"exampleSentences":303,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-da0f-71bb-8596-e7ac4b743b74","Ervoor zorgen dat een persoon, voorwerp of bericht naar een bepaalde bestemming gaat.","Stuur het ingevulde formulier naar het adres onderaan de brief.",{"id":305,"partOfSpeech":242,"definition":306,"exampleSentences":307,"isPrimary":16,"meaningOrder":51},"01a0ba4b-da0f-720b-8596-e7ac4be33676","De richting van een voertuig bepalen met een stuur.","Mijn zus stuurt de auto voorzichtig door de smalle straat.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_a7b188ce69d639ec_nl-NL.mp3",19,{"id":311,"vocabularyWord":312,"displayOrder":318},"01a0ba4c-503d-73f1-98ca-a75b09a5dbfb",{"id":313,"word":314,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":315,"partsOfSpeech":316,"audio":38,"audioUrl":317},"01a0ba4b-d8fb-7845-af60-77d9390fb972","'m","tts_14a29dce1bcf6101_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_14a29dce1bcf6101_nl-NL.mp3",20,{"id":320,"vocabularyWord":321,"displayOrder":327},"01a0ba4c-503d-7411-98ca-a75b09ceb085",{"id":322,"word":323,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":324,"partsOfSpeech":325,"audio":38,"audioUrl":326},"01a0ba4b-d952-764a-9a05-449e8a1c4524","'r","tts_3f6ab3cfd3c9eba3_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_3f6ab3cfd3c9eba3_nl-NL.mp3",21,{"id":329,"vocabularyWord":330,"displayOrder":336},"01a0ba4c-503d-742d-98ca-a75b0abc2c9b",{"id":331,"word":332,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":333,"partsOfSpeech":334,"audio":38,"audioUrl":335},"01a0ba4b-d86b-70fa-8cc3-809fe95266bc","d'r","tts_2c201b719ebc1aa9_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_2c201b719ebc1aa9_nl-NL.mp3",22,{"id":338,"vocabularyWord":339,"displayOrder":345},"01a0ba4c-503d-7449-98ca-a75b0b9c56ef",{"id":340,"word":341,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":342,"partsOfSpeech":343,"audio":38,"audioUrl":344},"01a0ba4b-d901-712f-89d4-03d13769b584","'t","tts_27743840bb117531_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_27743840bb117531_nl-NL.mp3",23,{"name":15,"slug":347,"language":9},"verwijzen-zonder-onnodige-herhaling-a2",[],[350,359,365,372],{"@id":351,"@type":352,"id":353,"grammarPage":354,"title":355,"instructions":356,"displayOrder":17,"type":357,"questionCount":246,"blankCount":18,"isCompleted":16,"ogImageUrl":358},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-b666-7309-b559-18af5dfd840e","GrammarExercise","01a0ba4b-b666-7309-b559-18af5dfd840e","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8ba4-7bf2-8240-894d40b179fa","Voorwerpen in dagelijkse zinnen","Kies het voornaamwoord of de woordvolgorde die past. Gebruik bij hen en hun de regel van de verzorgde standaardtaal.","word_select","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_cd28ae92-cc99-4522-8f02-94f9c63e879c_hero.webp?v=1789831919",{"@id":360,"@type":352,"id":361,"grammarPage":354,"title":362,"instructions":363,"displayOrder":39,"type":357,"questionCount":246,"blankCount":246,"isCompleted":16,"ogImageUrl":364},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-b67d-70c2-b3bd-cb31ae434c66","01a0ba4b-b67d-70c2-b3bd-cb31ae434c66","Nadruk, hen en hun","Kies de passende voorwerpsvorm. Gebruik verzorgde standaardtaal en schrijf zonder apostrofvormen, zoals in een neutrale e-mail. Let op nadruk bij een tegenstelling.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_46a394b7-75bc-4d03-8660-97c7261a6c19_hero.webp?v=1789831919",{"@id":366,"@type":352,"id":367,"grammarPage":354,"title":368,"instructions":369,"displayOrder":51,"type":370,"questionCount":203,"blankCount":203,"isCompleted":16,"ogImageUrl":371},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-b692-7172-90e5-a6a74cf77aea","01a0ba4b-b692-7172-90e5-a6a74cf77aea","Bouw zinnen met voorwerpsvormen","Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg. Volg bij hen en hun de regel van de verzorgde standaardtaal.","sentence_builder","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_ee63340a-f562-4cd7-bb56-8243b250350f_hero.webp?v=1789831919",{"@id":373,"@type":352,"id":374,"grammarPage":354,"title":375,"instructions":376,"displayOrder":84,"type":377,"questionCount":97,"blankCount":17,"isCompleted":16,"ogImageUrl":378},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-b6a3-77df-acc2-854cc5406f7a","01a0ba4b-b6a3-77df-acc2-854cc5406f7a","Persoonlijke voornaamwoorden als voorwerp - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","word_sort","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_6caadfb8-ea68-4127-b46a-d7a410db26b2_hero.webp?v=1789831919",null]