[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-page-nl-presentatief-er-bij-een-onbepaald-onderwerp":3,"grammar-exercises-by-page-01a0ba4b-8bae-789f-a518-7256f03bc1d0":284,"exercise-list-path-nl-none":314},{"id":4,"title":5,"slug":6,"seoDescription":7,"content":8,"language":9,"level":10,"displayOrder":11,"grammarTopics":12,"createdAt":19,"updatedAt":20,"vocabularyLists":21,"primaryTopicHub":281,"readyImages":283},"01a0ba4b-8bae-789f-a518-7256f03bc1d0","Presentatief er bij een onbepaald onderwerp","presentatief-er-bij-een-onbepaald-onderwerp","Leer presentatief er gebruiken om een onbepaald onderwerp te introduceren, pas de woordvolgorde toe en onderscheid nieuwe van bekende informatie.","## Nieuwe informatie introduceren\n\nMet **presentatief er** kondig je aan dat er nieuwe informatie over het onderwerp volgt. **Er** verwijst hier niet naar een plaats; het heeft vooral een functie in de opbouw van de zin.\n\n:::example\n**Er staat een fiets voor de deur.**\n\n**Er kwamen drie bezoekers binnen.**\n:::\n\nIn de eerste zin is **een fiets** het echte onderwerp. In de tweede zin is **drie bezoekers** het onderwerp. Beide onderwerpen zijn nog niet bekend of precies bepaald.\n\n## Het basispatroon\n\nPresentatief **er** staat op de plek waar in een gewone hoofdzin vaak het onderwerp staat. Het onbepaalde onderwerp komt later.\n\n| Volgorde | Voorbeeld |\n|---|---|\n| eerste plaats: er | **Er** |\n| persoonsvorm | **ligt** |\n| onbepaald onderwerp | **een brief** |\n| rest | **op tafel** |\n\nSamen: **Er ligt een brief op tafel.**\n\nDe persoonsvorm past bij het echte onderwerp:\n\n- **Er ligt één brief** op tafel.\n- **Er liggen vier brieven** op tafel.\n- **Er komt iemand** naar de balie.\n- **Er komen veel mensen** naar het feest.\n\n:::tip\nZoek voor enkelvoud of meervoud niet naar **er**, maar naar het onderwerp verderop: **een brief ligt**, **vier brieven liggen**.\n:::\n\n## Welke onderwerpen zijn onbepaald?\n\nEen onbepaald onderwerp noemt iets of iemand voor het eerst. Het begint vaak met **een**, **geen**, een aantal of een woord als **iemand**.\n\n| Type | Voorbeeld |\n|---|---|\n| een + zelfstandig naamwoord | Er wacht **een klant**. |\n| geen + zelfstandig naamwoord | Er is **geen oplossing**. |\n| getal | Er staan **twee dozen** in de gang. |\n| hoeveelheid | Er kwamen **veel reacties**. |\n| onbepaald voornaamwoord | Er is **iemand** aan de telefoon. |\n\nOok in een vraag kan **er** staan: *Wie staat er buiten?* Hier is **wie** het vragende onderwerp. Dit is geen extra type onbepaalde naamwoordgroep.\n\n## Een bekend onderwerp zonder presentatief er\n\nEen bepaald onderwerp is al bekend of duidelijk aangewezen. Het begint bijvoorbeeld met **de**, **het**, **deze**, **die**, **mijn** of een eigennaam. Dan gebruik je normaal geen presentatief **er**.\n\n| Onbepaald en nieuw | Bepaald en bekend |\n|---|---|\n| Er staat **een bus** bij de halte. | **De bus** staat bij de halte. |\n| Er ligt **een jas** op de stoel. | **Mijn jas** ligt op de stoel. |\n| Er wacht **iemand** buiten. | **Noor** wacht buiten. |\n\n:::warning\n*Er staat de bus bij de halte* is niet de gewone vorm als **de bus** al bekend is. Zeg **De bus staat bij de halte**. Gebruik **er** alleen als het werkelijk een andere functie heeft.\n:::\n\n## Er na tijd of plaats\n\nAls een tijds- of plaatsbepaling vooraan staat, komt presentatief **er** meestal na de persoonsvorm.\n\n- Vandaag **komt er** een monteur.\n- Op het plein **spelen** kinderen.\n- In de kast **liggen** enkele handdoeken.\n- Gisteren **was er** een storing.\n\nIn Nederlands-Nederlands blijft **er** na een vooropgeplaatste plaatsbepaling meestal weg. In Belgisch-Nederlands of in sterk spreektalige taal hoor je ook: *Op het plein spelen er kinderen* en *In de kast liggen er enkele handdoeken*.\n\n:::note\nNa een tijdsbepaling is **er** heel gebruikelijk: *Vandaag komt er een monteur*. Na een plaatsbepaling gebruik je in Nederlands-Nederlands meestal het patroon **plaats + persoonsvorm + onbepaald onderwerp**.\n:::\n\n## Er in een bijzin en met extra werkwoorden\n\nIn een bijzin staat **er** direct na het voegwoord. De werkwoordelijke eindgroep staat achteraan.\n\n- Ik zie **dat er een fiets voor de deur staat**.\n- De winkel bleef dicht **omdat er gisteren een storing was**.\n\nOok met een voltooide tijd of een modaal werkwoord staat **er** voor het onbepaalde onderwerp:\n\n- **Er is een pakket bezorgd.**\n- **Er kunnen vandaag geen bezoekers binnenkomen.**\n\nHet patroon is: **er + persoonsvorm + onbepaald onderwerp + rest + eindgroep**.\n\n## Veelgebruikte werkwoorden\n\nPresentatief **er** komt vaak voor met **zijn**, **staan**, **liggen**, **zitten**, **komen**, **gebeuren**, **bestaan** en **ontstaan**.\n\n:::example\nEr **is** nog koffie.\n\nEr **gebeurde** gisteren iets vreemds.\n\nEr **bestaat** een eenvoudige oplossing.\n\nEr **ontstond** een lange rij bij de ingang.\n:::\n\nOok in een passieve zin zonder genoemd onderwerp is **er** gebruikelijk: *Er wordt buiten gedanst* en *Er is hard gewerkt*.\n\n## Presentatief of plaats?\n\nVergelijk de twee functies:\n\n- **Er staat een stoel in de gang.** Hier introduceert **er** het nieuwe onderwerp *een stoel*.\n- **De stoel staat er nog.** Hier verwijst **er** naar een eerder genoemde plaats.\n\nPresentatief **er** kun je meestal niet vervangen door **daar**. Bij plaats-er kan dat vaak wel: *De stoel staat daar nog*.\n\n## Kort samengevat\n\n- Presentatief **er** introduceert een nieuw, onbepaald onderwerp.\n- Het echte onderwerp staat vaak later en bepaalt enkelvoud of meervoud.\n- Onbepaalde onderwerpen beginnen vaak met **een**, **geen**, een getal of een hoeveelheidswoord.\n- Gebruik normaal geen presentatief **er** bij een bekend onderwerp met **de**, **het**, **mijn** of een naam.\n- Na een tijds- of plaatsbepaling staat **er** meestal na de persoonsvorm.\n- Verwar presentatief **er** niet met **er** dat naar een plaats verwijst.","nl","B1",103,[13],{"id":14,"name":15,"level":10,"language":9,"isCompleted":16,"completionPercentage":17,"totalExercises":18,"completedExercises":17},"01a0ba4b-87c0-7dc2-8f6b-4a3380b3fbb6","Met er en voornaamwoordelijke bijwoorden verwijzen",false,0,15,"2026-09-19T15:31:48+00:00","2026-10-11T12:53:41+00:00",[22],{"id":23,"title":24,"vocabularyListWords":25,"isPublished":40},"01a0ba4c-504c-76fa-98c6-d2ff41104e8a","Nieuwe onderwerpen introduceren met er",[26,48,61,74,85,97,110,127,140,163,183,200,217,234,247,255,269],{"id":27,"vocabularyWord":28,"displayOrder":41},"01a0ba4c-504c-7762-98c6-d2ff4182e495",{"id":29,"word":30,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":33,"partsOfSpeech":34,"audio":40,"audioUrl":47},"01a0ba4b-d531-71e0-b92e-e22844b9dcd4","er",10,"A1","tts_78083737665d4e5d_nl-NL.mp3",[35,42],{"id":36,"partOfSpeech":37,"definition":38,"exampleSentences":39,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d563-71f7-b413-dd0b6ef1d982","ADVERB","Onbeklemtoond woord dat verwijst naar een plaats die al bekend is.","Mijn broer woont in Utrecht en ik werk er.",true,1,{"id":43,"partOfSpeech":37,"definition":44,"exampleSentences":45,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d563-7243-b413-dd0b6fe56f42","Onbeklemtoond woord dat een nieuwe persoon of zaak in een zin met zijn introduceert.","Er is een supermarkt naast het station.",2,"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_78083737665d4e5d_nl-NL.mp3",{"id":49,"vocabularyWord":50,"displayOrder":46},"01a0ba4c-504c-779a-98c6-d2ff42005a3e",{"id":51,"word":52,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":53,"partsOfSpeech":54,"audio":40,"audioUrl":60},"01a0ba4b-d52d-765f-bec9-1433fcd1f991","een","tts_2d8d179dc18ecb01_nl-NL.mp3",[55],{"id":56,"partOfSpeech":57,"definition":58,"exampleSentences":59,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d562-7b7c-9b4b-5e87a374ed67","DETERMINER","Onbepaald lidwoord voor één persoon, dier of ding dat nog niet bekend is.","Er staat een fiets voor het huis.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_2d8d179dc18ecb01_nl-NL.mp3",{"id":62,"vocabularyWord":63,"displayOrder":73},"01a0ba4c-504c-77be-98c6-d2ff42b641ca",{"id":64,"word":65,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":66,"partsOfSpeech":67,"audio":40,"audioUrl":72},"01a0ba4b-d537-7200-9238-37f6e14df4b0","geen","tts_9d3578e00ddce0fa_nl-NL.mp3",[68],{"id":69,"partOfSpeech":57,"definition":70,"exampleSentences":71,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d563-7baf-b413-dd0b7529c34e","Ontkenningswoord voor een zelfstandig naamwoord zonder bepaald lidwoord.","Wij hebben geen auto.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_9d3578e00ddce0fa_nl-NL.mp3",3,{"id":75,"vocabularyWord":76,"displayOrder":84},"01a0ba4c-504c-77e2-98c6-d2ff43acc70c",{"id":77,"word":78,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":79,"partsOfSpeech":80,"audio":40,"audioUrl":83},"01a0ba4b-d725-7046-a815-4da641890d43","veel","tts_14eda8a434718bb0_nl-NL.mp3",[81],{"id":82,"partOfSpeech":57,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d755-7d69-81bc-8b506ea6d28b","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_14eda8a434718bb0_nl-NL.mp3",4,{"id":86,"vocabularyWord":87,"displayOrder":96},"01a0ba4c-504c-780e-98c6-d2ff443f1dcd",{"id":88,"word":89,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":90,"partsOfSpeech":91,"audio":40,"audioUrl":95},"01a0ba4b-d54a-7cc9-9867-3d87a1878435","iemand","tts_bd4936685674f6a6_nl-NL.mp3",[92],{"id":93,"partOfSpeech":94,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d565-77ec-a20d-839bb2184034","PRONOUN","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_bd4936685674f6a6_nl-NL.mp3",5,{"id":98,"vocabularyWord":99,"displayOrder":109},"01a0ba4c-504c-782e-98c6-d2ff447b6700",{"id":100,"word":101,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":102,"partsOfSpeech":103,"audio":40,"audioUrl":108},"01a0ba4b-d526-712a-b11c-cb4cd9378a3b","de","tts_0f6c3e98bbd708b2_nl-NL.mp3",[104],{"id":105,"partOfSpeech":57,"definition":106,"exampleSentences":107,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d561-7e33-8c67-8f0dcc38494f","Bepaald lidwoord voor enkelvoudige de-woorden en voor alle meervoudsvormen.","De fiets staat buiten.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_0f6c3e98bbd708b2_nl-NL.mp3",6,{"id":111,"vocabularyWord":112,"displayOrder":126},"01a0ba4c-504c-784a-98c6-d2ff44a5099e",{"id":113,"word":114,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":115,"partsOfSpeech":116,"audio":40,"audioUrl":125},"01a0ba4b-d542-7712-8eb4-a5cbffcc383a","het","tts_fab4e188cda728cb_nl-NL.mp3",[117,121],{"id":118,"partOfSpeech":57,"definition":119,"exampleSentences":120,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d564-7b8f-97f9-ade232fbe796","Bepaald lidwoord voor een enkelvoudig het-woord.","Het raam staat open.",{"id":122,"partOfSpeech":94,"definition":123,"exampleSentences":124,"isPrimary":16,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d564-7bd7-97f9-ade2335f48db","Een voornaamwoord dat naar een het-woord verwijst of als onpersoonlijk onderwerp dient.","Het regent al de hele ochtend.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_fab4e188cda728cb_nl-NL.mp3",7,{"id":128,"vocabularyWord":129,"displayOrder":139},"01a0ba4c-504c-7866-98c6-d2ff44bb7bfd",{"id":130,"word":131,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":132,"partsOfSpeech":133,"audio":40,"audioUrl":138},"01a0ba4b-d5bf-70ae-9bcd-c841610e3f32","mijn","tts_2b8f52b80aaa6b21_nl-NL.mp3",[134],{"id":135,"partOfSpeech":57,"definition":136,"exampleSentences":137,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d5fd-7323-b5de-b23bb06c042b","Bezittelijk woord waarmee de spreker aangeeft dat iets bij hem of haar hoort.","Mijn tas staat naast de deur.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_2b8f52b80aaa6b21_nl-NL.mp3",8,{"id":141,"vocabularyWord":142,"displayOrder":162},"01a0ba4c-504c-7886-98c6-d2ff4578ca0b",{"id":143,"word":144,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":145,"partsOfSpeech":146,"audio":40,"audioUrl":161},"01a0ba4b-d79d-7992-a05f-482e3a79eb3b","zijn","tts_ceb8d8b36d305a53_nl-NL.mp3",[147,152,156],{"id":148,"partOfSpeech":149,"definition":150,"exampleSentences":151,"isPrimary":16,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d7df-76f3-a2d4-348800f43663","AUXILIARY_VERB","Een hulpwerkwoord waarmee je bij bepaalde werkwoorden de voltooide tijd maakt.","We zijn gisteren vroeg vertrokken.",{"id":153,"partOfSpeech":94,"definition":154,"exampleSentences":155,"isPrimary":16,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d7df-778f-a2d4-34880166a8ed","Een bezittelijk woord dat aangeeft dat iets bij een mannelijke persoon of een het-woord hoort.","Joris zoekt zijn jas.",{"id":157,"partOfSpeech":158,"definition":159,"exampleSentences":160,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d7df-7827-a2d4-348801a7c8f6","VERB","Een identiteit, eigenschap, toestand of plaats uitdrukken.","De ramen zijn open.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_ceb8d8b36d305a53_nl-NL.mp3",9,{"id":164,"vocabularyWord":165,"displayOrder":31},"01a0ba4c-504c-78a2-98c6-d2ff462a69e0",{"id":166,"word":167,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":168,"partsOfSpeech":169,"audio":40,"audioUrl":182},"01a0ba4b-d711-7d14-8be8-ef138d5f2775","staan","tts_dfb1e60c0d17931a_nl-NL.mp3",[170,174,178],{"id":171,"partOfSpeech":158,"definition":172,"exampleSentences":173,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d753-7df0-ac34-23a0ad13a124","Rechtop zijn met de voeten of onderkant op de grond.","Er staan drie mensen bij de halte.",{"id":175,"partOfSpeech":158,"definition":176,"exampleSentences":177,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d753-7e34-ac34-23a0adb137f2","Zich op een bepaalde plaats bevinden, vooral rechtop of op een vaste basis.","De koelkast staat in de keuken.",{"id":179,"partOfSpeech":158,"definition":180,"exampleSentences":181,"isPrimary":16,"meaningOrder":73},"01a0ba4b-d753-7e74-ac34-23a0ae7e0d04","Geschreven of gedrukt te lezen zijn.","Het adres staat onderaan de brief.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_dfb1e60c0d17931a_nl-NL.mp3",{"id":184,"vocabularyWord":185,"displayOrder":199},"01a0ba4c-504c-78be-98c6-d2ff4664914a",{"id":186,"word":187,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":188,"partsOfSpeech":189,"audio":40,"audioUrl":198},"01a0ba4b-d5b2-7537-9e13-5fc5c5d63216","liggen","tts_e17ca5c85fefaf58_nl-NL.mp3",[190,194],{"id":191,"partOfSpeech":158,"definition":192,"exampleSentences":193,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d5fb-7de8-8a3e-e1b2d088931d","Met het lichaam of de lange kant op een ondergrond rusten.","De hond ligt onder de tafel te slapen.",{"id":195,"partOfSpeech":158,"definition":196,"exampleSentences":197,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d5fb-7e30-8a3e-e1b2d11a2372","Zich op een bepaalde plaats bevinden, vooral horizontaal of als plaats op een kaart.","Het dorp ligt dicht bij de stad.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_e17ca5c85fefaf58_nl-NL.mp3",11,{"id":201,"vocabularyWord":202,"displayOrder":216},"01a0ba4c-504c-78d6-98c6-d2ff46b20b28",{"id":203,"word":204,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":205,"partsOfSpeech":206,"audio":40,"audioUrl":215},"01a0ba4b-d79e-7599-9e47-d1d0b432dc6e","zitten","tts_3b5104f9e096e579_nl-NL.mp3",[207,211],{"id":208,"partOfSpeech":158,"definition":209,"exampleSentences":210,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d7df-7aa3-a2d4-3488024c2314","Rustend zijn met het lichaam op een stoel, bank of andere ondergrond.","Mijn oma zit graag bij het raam.",{"id":212,"partOfSpeech":158,"definition":213,"exampleSentences":214,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d7df-7b3f-a2d4-348802d8c21b","Zich in een ruimte, voorwerp of groep bevinden.","De sleutel zit in mijn jaszak.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_3b5104f9e096e579_nl-NL.mp3",12,{"id":218,"vocabularyWord":219,"displayOrder":233},"01a0ba4c-504c-78f6-98c6-d2ff47a20fb7",{"id":220,"word":221,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":222,"partsOfSpeech":223,"audio":40,"audioUrl":232},"01a0ba4b-d55a-78c9-bc98-5b30975f6440","komen","tts_0416817c7aa1466e_nl-NL.mp3",[224,228],{"id":225,"partOfSpeech":158,"definition":226,"exampleSentences":227,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-d567-72f6-aa36-e4be4babed76","Zich naar een plaats of persoon toe bewegen en daar aankomen.","De bus komt om acht uur.",{"id":229,"partOfSpeech":158,"definition":230,"exampleSentences":231,"isPrimary":16,"meaningOrder":46},"01a0ba4b-d567-733a-aa36-e4be4c4cf665","Een bepaalde plaats als land, stad of huis als oorsprong hebben.","Mila komt uit België.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_0416817c7aa1466e_nl-NL.mp3",13,{"id":235,"vocabularyWord":236,"displayOrder":246},"01a0ba4c-504c-7912-98c6-d2ff48500298",{"id":237,"word":238,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":239,"partsOfSpeech":240,"audio":40,"audioUrl":245},"01a0ba4b-da8d-74b2-b0d4-110cfffee047","gebeuren","tts_1298d2fbd95b8b61_nl-NL.mp3",[241],{"id":242,"partOfSpeech":158,"definition":243,"exampleSentences":244,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-daaa-78ed-9fff-6f1490baad46","Plaatsvinden of werkelijkheid worden, vaak zonder dat een handelende persoon wordt genoemd.","Niemand weet precies wat er tijdens de storing is gebeurd.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_1298d2fbd95b8b61_nl-NL.mp3",14,{"id":248,"vocabularyWord":249,"displayOrder":18},"01a0ba4c-504c-792e-98c6-d2ff4911e380",{"id":250,"word":251,"frequency":139,"level":32,"language":9,"audioFilePath":252,"partsOfSpeech":253,"audio":40,"audioUrl":254},"01a0ba4b-db10-7558-af9f-ce4a015b76c5","bestaan","tts_f5c36e7d4b8c88d3_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_f5c36e7d4b8c88d3_nl-NL.mp3",{"id":256,"vocabularyWord":257,"displayOrder":268},"01a0ba4c-504c-794a-98c6-d2ff49208f3f",{"id":258,"word":259,"frequency":31,"level":260,"language":9,"audioFilePath":261,"partsOfSpeech":262,"audio":40,"audioUrl":267},"01a0ba4b-df60-7cf9-9e62-4a70bbf96942","ontstaan","B2","tts_5c3163e1fed66d1a_nl-NL.mp3",[263],{"id":264,"partOfSpeech":158,"definition":265,"exampleSentences":266,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-df67-7d67-9e9d-68d1b6dce279","Beginnen te bestaan of zich geleidelijk vormen.","Door onduidelijke afspraken ontstond er een conflict over de verantwoordelijkheid.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_5c3163e1fed66d1a_nl-NL.mp3",16,{"id":270,"vocabularyWord":271,"displayOrder":280},"01a0ba4c-504c-7966-98c6-d2ff4a1f62ac",{"id":272,"word":273,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":274,"partsOfSpeech":275,"audio":40,"audioUrl":279},"01a0ba4b-dfd8-70e2-93ae-46736b48d59b","daar","tts_1d07251c67994d61_nl-NL.mp3",[276],{"id":277,"partOfSpeech":37,"definition":278,"isPrimary":40,"meaningOrder":41},"01a0ba4b-dfea-78b3-8e07-3fb48c7d9503","","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_1d07251c67994d61_nl-NL.mp3",17,{"name":15,"slug":282,"language":9},"met-er-en-voornaamwoordelijke-bijwoorden-verwijzen-b1",[],[285,294,300,307],{"@id":286,"@type":287,"id":288,"grammarPage":289,"title":290,"instructions":291,"displayOrder":17,"type":292,"questionCount":18,"blankCount":18,"isCompleted":16,"ogImageUrl":293},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-b6db-75e0-a165-7f41cc549e69","GrammarExercise","01a0ba4b-b6db-75e0-a165-7f41cc549e69","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8bae-789f-a518-7256f03bc1d0","Nieuwe informatie met er","Kies de natuurlijke vorm met presentatief er en laat de persoonsvorm bij het echte onderwerp passen.","word_select","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_fae4829b-dcb0-4ad8-adda-b15ed264b815_hero.webp?v=1789831919",{"@id":295,"@type":287,"id":296,"grammarPage":289,"title":297,"instructions":298,"displayOrder":41,"type":292,"questionCount":18,"blankCount":18,"isCompleted":16,"ogImageUrl":299},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-b6f0-7255-99b4-74002a009a53","01a0ba4b-b6f0-7255-99b4-74002a009a53","Bekend of onbepaald","Kies de aanvulling die nieuwe informatie of een al bekend onderwerp natuurlijk presenteert.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_bfda7da6-fbb4-43e9-bfad-c7a9d61ba19f_hero.webp?v=1789831919",{"@id":301,"@type":287,"id":302,"grammarPage":289,"title":303,"instructions":304,"displayOrder":46,"type":305,"questionCount":31,"blankCount":31,"isCompleted":16,"ogImageUrl":306},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-b708-7640-bf4d-5e271ee54ba4","01a0ba4b-b708-7640-bf4d-5e271ee54ba4","Bouw zinnen met presentatief er","Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg.","sentence_builder","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_49649170-9496-47c5-a6eb-22ca3f533e53_hero.webp?v=1789831919",{"@id":308,"@type":287,"id":309,"grammarPage":289,"title":310,"instructions":311,"displayOrder":84,"type":312,"questionCount":84,"blankCount":17,"isCompleted":16,"ogImageUrl":313},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-b71e-7d4f-befa-7ff13abceb92","01a0ba4b-b71e-7d4f-befa-7ff13abceb92","Presentatief er - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","word_sort","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_2ada9bd2-0bf7-4e0f-9c73-785b32316329_hero.webp?v=1789831919",null]