[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-page-nl-regelmatige-werkwoorden-in-de-tegenwoordige-tijd":3,"grammar-exercises-by-page-01a0ba4b-8bcf-7b17-96b3-3d0ce096e3b3":219,"exercise-list-path-nl-none":251},{"id":4,"title":5,"slug":6,"seoDescription":7,"content":8,"language":9,"level":10,"displayOrder":11,"grammarTopics":12,"createdAt":19,"updatedAt":20,"vocabularyLists":21,"primaryTopicHub":216,"readyImages":218},"01a0ba4b-8bcf-7b17-96b3-3d0ce096e3b3","Regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd","regelmatige-werkwoorden-in-de-tegenwoordige-tijd","Leer regelmatige Nederlandse werkwoorden in de tegenwoordige tijd vervoegen met de stam, stam plus t en het hele werkwoord in dagelijkse zinnen.","Met de **tegenwoordige tijd** praat je bijvoorbeeld over een gewoonte, een feit of iets dat nu gebeurt. Bij een regelmatig werkwoord bouw je de vormen met de **stam** en het hele werkwoord.\n\nNa deze les kun je:\n\n- een regelmatig werkwoord bij elk onderwerp vervoegen;\n- kiezen tussen **de stam**, **de stam + t** en **het hele werkwoord**;\n- een mededeling, een ontkenning en een vraag maken.\n\n## 1. Het basispatroon\n\nGebruik voor **ik** de stam. Gebruik voor **jij\u002Fje**, **u**, **hij**, **zij\u002Fze** en **het** de stam + **t**. Bij **wij\u002Fwe**, **jullie** en meervoudig **zij\u002Fze** gebruik je het hele werkwoord.\n\n| Onderwerp | Vorm van werken | Regel |\n| --- | --- | --- |\n| ik | ik **werk** | stam |\n| jij\u002Fje | jij **werkt** | stam + t |\n| u | u **werkt** | stam + t |\n| hij\u002Fzij\u002Fze\u002Fhet | hij **werkt** | stam + t |\n| wij\u002Fwe | wij **werken** | heel werkwoord |\n| jullie | jullie **werken** | heel werkwoord |\n| zij\u002Fze | zij **werken** | heel werkwoord |\n\n:::tip\nOnthoud drie korte groepen: **ik werk**, **jij\u002Fhij werkt** en **wij\u002Fjullie\u002Fzij werken**.\n:::\n\n## 2. Begin met de stam\n\nDe stam is meestal gelijk aan de **ik-vorm**. Je begint met het hele werkwoord en haalt **-en** weg. Soms verandert de spelling om dezelfde klank te houden.\n\n| Heel werkwoord | Stam | Ik-vorm |\n| --- | --- | --- |\n| werken | **werk** | ik werk |\n| maken | **maak** | ik maak |\n| wonen | **woon** | ik woon |\n| reizen | **reis** | ik reis |\n| vinden | **vind** | ik vind |\n\nDe spelling van de stam krijgt een eigen uitleg in de les over het vinden van de stam. Controleer de stam voordat je een uitgang toevoegt.\n\n## 3. De uitgang t\n\nVoeg bij **jij\u002Fje**, **u**, **hij**, **zij\u002Fze** en **het** een **t** aan de stam toe.\n\n:::example\n- Jij **maakt** een foto.\n- U **woont** in een rustige straat.\n- Mijn broer **werkt** in een winkel.\n- Het kind **leert** een nieuw woord.\n:::\n\nEindigt de stam al op **t**? Voeg dan geen tweede **t** toe: **wachten → ik wacht → hij wacht**.\n\nEindigt de stam op **d**? De toegevoegde **t** blijft zichtbaar: **vinden → ik vind → zij vindt**.\n\n:::warning\nSchrijf nooit twee keer **t** omdat de stam al op **t** eindigt.\n\n✓ Hij **wacht** op de bus.\n\n✗ Hij *wachtt* op de bus.\n:::\n\n## 4. Wanneer gebruik je de tegenwoordige tijd?\n\nDe Nederlandse tegenwoordige tijd komt in verschillende dagelijkse situaties voor.\n\n| Gebruik | Voorbeeld |\n| --- | --- |\n| een gewoonte | Ik **fiets** elke dag naar het werk. |\n| een feit | De winkel **opent** om negen uur. |\n| iets dat nu gebeurt | Wij **wachten** op de trein. |\n| een plan in de nabije toekomst | Morgen **werk** ik thuis. |\n\n:::note\nEen woord zoals **morgen** of **volgende week** kan duidelijk maken dat de zin over de toekomst gaat. Het werkwoord blijft dan in de tegenwoordige tijd.\n:::\n\n## 5. Een ontkenning maken\n\nGebruik **niet** om een handeling te ontkennen. De plaats van **niet** hangt van de rest van de zin af, maar in korte A1-zinnen staat het vaak na het werkwoord of later in de zin.\n\n:::example\n- Ik **werk niet** op zondag.\n- Hij **woont niet** in Rotterdam.\n- Wij **reizen vandaag niet**.\n:::\n\nBij een zelfstandig naamwoord zonder bepaald lidwoord gebruik je vaak **geen**: *Zij koopt geen kaartje.*\n\n## 6. Een vraag stellen\n\nZet in een ja-neevraag het werkwoord voor het onderwerp.\n\n| Mededeling | Vraag |\n| --- | --- |\n| Jij werkt vandaag. | **Werk** jij vandaag? |\n| U woont hier. | **Woont** u hier? |\n| Zij reist met de trein. | **Reist** zij met de trein? |\n| Jullie leren Nederlands. | **Leren** jullie Nederlands? |\n\nBij **jij\u002Fje** verdwijnt de toegevoegde **-t** als het onderwerp direct na het werkwoord staat: **jij werkt**, maar **werk jij?** Eindigt de stam zelf op **t**, dan blijft die letter staan: **jij wacht**, **wacht jij?**\n\n## 7. Kort samengevat\n\n- **Ik** krijgt de stam: **ik werk**.\n- **Jij\u002Fje, u, hij, zij\u002Fze, het** krijgen de stam + **t**: **zij werkt**.\n- **Wij\u002Fwe, jullie, zij\u002Fze** krijgen het hele werkwoord: **wij werken**.\n- In een vraag met **jij\u002Fje** valt alleen de toegevoegde **t** weg.\n- Controleer altijd eerst de spelling van de stam.","nl","A1",24,[13],{"id":14,"name":15,"level":10,"language":9,"isCompleted":16,"completionPercentage":17,"totalExercises":18,"completedExercises":17},"01a0ba4b-87a7-7e78-988d-3307b6c303b2","Regelmatige en scheidbare werkwoorden",false,0,13,"2026-09-19T15:31:48+00:00","2026-10-11T12:53:41+00:00",[22],{"id":23,"title":24,"vocabularyListWords":25,"isPublished":39},"01a0ba4c-50ac-77de-a473-a05df7c81b07","Regelmatige werkwoorden in dagelijkse zinnen",[26,47,63,76,90,108,125,138,151,168,188,202],{"id":27,"vocabularyWord":28,"displayOrder":40},"01a0ba4c-50ac-7842-a473-a05df8a88a08",{"id":29,"word":30,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":32,"partsOfSpeech":33,"audio":39,"audioUrl":46},"01a0ba4b-d752-75e7-baca-96fdd6372e40","werken",10,"tts_9d8727a5051a5a64_nl-NL.mp3",[34,41],{"id":35,"partOfSpeech":36,"definition":37,"exampleSentences":38,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d75a-7885-a2c4-a98ba3dd3d0f","VERB","Een beroep of taak uitvoeren en daar vaak geld mee verdienen.","Ik werk drie dagen per week in een winkel.",true,1,{"id":42,"partOfSpeech":36,"definition":43,"exampleSentences":44,"isPrimary":16,"meaningOrder":45},"01a0ba4b-d75a-78c9-a2c4-a98ba493b1ae","Doen wat de bedoeling is of goed functioneren.","Mijn telefoon werkt weer.",2,"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_9d8727a5051a5a64_nl-NL.mp3",{"id":48,"vocabularyWord":49,"displayOrder":45},"01a0ba4c-50ac-7876-a473-a05df9657eaf",{"id":50,"word":51,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":52,"partsOfSpeech":53,"audio":39,"audioUrl":62},"01a0ba4b-d5b6-73b8-807d-73d19cff0b77","maken","tts_14f005572ef70fff_nl-NL.mp3",[54,58],{"id":55,"partOfSpeech":36,"definition":56,"exampleSentences":57,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d5fc-755a-9f37-be9122e0db42","Iets creëren, bouwen, bereiden of tot stand brengen.","Mijn zus maakt een taart.",{"id":59,"partOfSpeech":36,"definition":60,"exampleSentences":61,"isPrimary":16,"meaningOrder":45},"01a0ba4b-d5fc-75a2-9f37-be91234b4a4f","Ervoor zorgen dat iemand of iets in een bepaalde toestand komt.","Dat nieuws maakt mij blij.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_14f005572ef70fff_nl-NL.mp3",{"id":64,"vocabularyWord":65,"displayOrder":75},"01a0ba4c-50ac-789a-a473-a05df97e82af",{"id":66,"word":67,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":68,"partsOfSpeech":69,"audio":39,"audioUrl":74},"01a0ba4b-d798-7b1e-8eab-abc279d64637","wonen","tts_193f912235d8b307_nl-NL.mp3",[70],{"id":71,"partOfSpeech":36,"definition":72,"exampleSentences":73,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d7de-73cc-b35c-f80d62ed7c71","Een huis of andere plaats als vaste verblijfplaats hebben.","Wij wonen in een appartement boven een winkel.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_193f912235d8b307_nl-NL.mp3",3,{"id":77,"vocabularyWord":78,"displayOrder":89},"01a0ba4c-50ac-78be-a473-a05dfa4d1e17",{"id":79,"word":80,"frequency":81,"level":10,"language":9,"audioFilePath":82,"partsOfSpeech":83,"audio":39,"audioUrl":88},"01a0ba4b-d6d6-7eab-a6e2-953e81a0e61c","reizen",9,"tts_7c08911c8706d17a_nl-NL.mp3",[84],{"id":85,"partOfSpeech":36,"definition":86,"exampleSentences":87,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d6df-7564-8a1b-af0b5ae01fc2","Een langere afstand naar een andere plaats afleggen, vaak met een vervoermiddel.","Wij reizen deze zomer met de trein door Duitsland.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_7c08911c8706d17a_nl-NL.mp3",4,{"id":91,"vocabularyWord":92,"displayOrder":107},"01a0ba4c-50ac-78de-a473-a05dfa817837",{"id":93,"word":94,"frequency":31,"level":95,"language":9,"audioFilePath":96,"partsOfSpeech":97,"audio":39,"audioUrl":106},"01a0ba4b-dc7b-7ce9-940b-68339a45f6d9","vinden","B1","tts_38bdbfdbfa717735_nl-NL.mp3",[98,102],{"id":99,"partOfSpeech":36,"definition":100,"exampleSentences":101,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-dcbe-77e7-84e5-4d54835a1178","Iemand of iets ontdekken, aantreffen of terugkrijgen na ernaar te hebben gezocht.","Na lang zoeken vond ik de sleutel onder de bank.",{"id":103,"partOfSpeech":36,"definition":104,"exampleSentences":105,"isPrimary":16,"meaningOrder":45},"01a0ba4b-dcbe-782f-84e5-4d5483adc30f","Een bepaalde mening of beoordeling over iemand of iets hebben.","Veel bewoners vinden de nieuwe verkeersregels duidelijker.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_38bdbfdbfa717735_nl-NL.mp3",5,{"id":109,"vocabularyWord":110,"displayOrder":124},"01a0ba4c-50ac-78fa-a473-a05dfb43a9b4",{"id":111,"word":112,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":113,"partsOfSpeech":114,"audio":39,"audioUrl":123},"01a0ba4b-d5af-7f7b-97c5-ae22ffd8f184","leren","tts_336afe135bfab82b_nl-NL.mp3",[115,119],{"id":116,"partOfSpeech":36,"definition":117,"exampleSentences":118,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d5fb-79d4-8a3e-e1b2cdc18b8c","Nieuwe kennis of een nieuwe vaardigheid krijgen door studie of oefening.","Op school leer ik Nederlands.",{"id":120,"partOfSpeech":36,"definition":121,"exampleSentences":122,"isPrimary":16,"meaningOrder":45},"01a0ba4b-d5fb-7a34-8a3e-e1b2ce2a1150","Iemand kennis of een vaardigheid bijbrengen.","Mijn opa leert mij schaken.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_336afe135bfab82b_nl-NL.mp3",6,{"id":126,"vocabularyWord":127,"displayOrder":137},"01a0ba4c-50ac-7916-a473-a05dfc24055a",{"id":128,"word":129,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":130,"partsOfSpeech":131,"audio":39,"audioUrl":136},"01a0ba4b-d74a-7251-ac25-0b6f83d17f24","wachten","tts_ec64f70816206fc5_nl-NL.mp3",[132],{"id":133,"partOfSpeech":36,"definition":134,"exampleSentences":135,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d759-7a18-afe6-cd9a853efd6f","Op dezelfde plaats of in dezelfde toestand blijven tot iemand komt of iets gebeurt.","We wachten bij de ingang op onze vrienden.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_ec64f70816206fc5_nl-NL.mp3",7,{"id":139,"vocabularyWord":140,"displayOrder":150},"01a0ba4c-50ac-7932-a473-a05dfc3f1c4e",{"id":141,"word":142,"frequency":81,"level":10,"language":9,"audioFilePath":143,"partsOfSpeech":144,"audio":39,"audioUrl":149},"01a0ba4b-d534-7ca0-8404-bbc5e5b893eb","fietsen","tts_cc05e900ca070512_nl-NL.mp3",[145],{"id":146,"partOfSpeech":36,"definition":147,"exampleSentences":148,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d563-7823-b413-dd0b736e13e2","Je op een fiets voortbewegen door de pedalen rond te trappen.","In Nederland fietsen veel mensen naar hun werk.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_cc05e900ca070512_nl-NL.mp3",8,{"id":152,"vocabularyWord":153,"displayOrder":81},"01a0ba4c-50ac-794e-a473-a05dfc756b72",{"id":154,"word":155,"frequency":150,"level":156,"language":9,"audioFilePath":157,"partsOfSpeech":158,"audio":39,"audioUrl":167},"01a0ba4b-d980-70dc-87fc-2ff459e63721","openen","A2","tts_d07cbacd73b8aaa6_nl-NL.mp3",[159,163],{"id":160,"partOfSpeech":36,"definition":161,"exampleSentences":162,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d99a-7612-a0ca-fdff1474474d","Iets dat dicht of gesloten is openmaken of toegankelijk maken.","Met deze sleutel kun je de voordeur openen.",{"id":164,"partOfSpeech":36,"definition":165,"exampleSentences":166,"isPrimary":16,"meaningOrder":45},"01a0ba4b-d99a-7656-a0ca-fdff153a8975","Beginnen toegankelijk of actief te zijn voor bezoekers of klanten.","De bibliotheek opent op werkdagen om negen uur.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_d07cbacd73b8aaa6_nl-NL.mp3",{"id":169,"vocabularyWord":170,"displayOrder":31},"01a0ba4c-50ac-796a-a473-a05dfd5df5c7",{"id":171,"word":172,"frequency":81,"level":10,"language":9,"audioFilePath":173,"partsOfSpeech":174,"audio":39,"audioUrl":187},"01a0ba4b-d710-77cd-9f1a-d4e92dc075f8","spelen","tts_5c68908499f80f0e_nl-NL.mp3",[175,179,183],{"id":176,"partOfSpeech":36,"definition":177,"exampleSentences":178,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d753-7a80-ac34-23a0a977991f","Voor plezier een activiteit of spel doen.","De kinderen spelen samen in de tuin.",{"id":180,"partOfSpeech":36,"definition":181,"exampleSentences":182,"isPrimary":16,"meaningOrder":45},"01a0ba4b-d753-7ac8-ac34-23a0aa51502c","Meedoen aan een sport of spel.","Wij spelen elke zaterdag voetbal.",{"id":184,"partOfSpeech":36,"definition":185,"exampleSentences":186,"isPrimary":16,"meaningOrder":75},"01a0ba4b-d753-7b0c-ac34-23a0ab4d0716","Muziek maken op een instrument.","Mijn zus speelt goed piano.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_5c68908499f80f0e_nl-NL.mp3",{"id":189,"vocabularyWord":190,"displayOrder":201},"01a0ba4c-50ac-798a-a473-a05dfd7f0933",{"id":191,"word":192,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":193,"partsOfSpeech":194,"audio":39,"audioUrl":200},"01a0ba4b-d6cb-7b66-942b-9ee783ea236d","niet","tts_6762a047a3dee002_nl-NL.mp3",[195],{"id":196,"partOfSpeech":197,"definition":198,"exampleSentences":199,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d6de-7027-9471-be6b2be18a92","PARTICLE","Ontkenningswoord bij een werkwoord, eigenschap, plaats of bepaald zinsdeel.","Ik werk vandaag niet.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_6762a047a3dee002_nl-NL.mp3",11,{"id":203,"vocabularyWord":204,"displayOrder":215},"01a0ba4c-50ac-79a6-a473-a05dfe30ab1e",{"id":205,"word":206,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":207,"partsOfSpeech":208,"audio":39,"audioUrl":214},"01a0ba4b-d537-7200-9238-37f6e14df4b0","geen","tts_9d3578e00ddce0fa_nl-NL.mp3",[209],{"id":210,"partOfSpeech":211,"definition":212,"exampleSentences":213,"isPrimary":39,"meaningOrder":40},"01a0ba4b-d563-7baf-b413-dd0b7529c34e","DETERMINER","Ontkenningswoord voor een zelfstandig naamwoord zonder bepaald lidwoord.","Wij hebben geen auto.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_9d3578e00ddce0fa_nl-NL.mp3",12,{"name":15,"slug":217,"language":9},"regelmatige-en-scheidbare-werkwoorden-a1",[],[220,230,237,244],{"@id":221,"@type":222,"id":223,"grammarPage":224,"title":225,"instructions":226,"displayOrder":17,"type":227,"questionCount":228,"blankCount":228,"isCompleted":16,"ogImageUrl":229},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-b85b-7a72-ae73-8ecaac5369a0","GrammarExercise","01a0ba4b-b85b-7a72-ae73-8ecaac5369a0","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8bcf-7b17-96b3-3d0ce096e3b3","De juiste vorm bij het onderwerp","Kies de juiste vorm van het werkwoord in de tegenwoordige tijd. Let op enkelvoud en meervoud.","word_select",15,"\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_4986148e-5296-43e6-ac58-23058d4e7a05_hero.webp?v=1789831919",{"@id":231,"@type":222,"id":232,"grammarPage":224,"title":233,"instructions":234,"displayOrder":40,"type":227,"questionCount":228,"blankCount":235,"isCompleted":16,"ogImageUrl":236},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-b876-75a1-8e8b-65e84aeb2c6c","01a0ba4b-b876-75a1-8e8b-65e84aeb2c6c","Vandaag en morgen","Kies de juiste vorm in gewoonten, feiten, situaties van nu, plannen, vragen en eenvoudige ontkenningen.",22,"\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_8ea16074-e655-4e91-8bcd-2636d0b18573_hero.webp?v=1789831919",{"@id":238,"@type":222,"id":239,"grammarPage":224,"title":240,"instructions":241,"displayOrder":75,"type":242,"questionCount":31,"blankCount":17,"isCompleted":16,"ogImageUrl":243},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-b895-707e-83a5-dc48ed2f829e","01a0ba4b-b895-707e-83a5-dc48ed2f829e","Vind en verbeter de persoonsvorm","In elke zin is één werkwoordsvorm fout. Tik erop en kies de juiste vorm.","find_and_fix","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_4a8f1618-56d2-4c4d-ba02-172f4360ffe1_hero.webp?v=1789831919",{"@id":245,"@type":222,"id":246,"grammarPage":224,"title":247,"instructions":248,"displayOrder":89,"type":249,"questionCount":89,"blankCount":17,"isCompleted":16,"ogImageUrl":250},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-b89d-75a3-8e00-7157bc69ddba","01a0ba4b-b89d-75a3-8e00-7157bc69ddba","Regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","word_sort","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_973a49ff-5f08-46a1-948c-7f9ef304f504_hero.webp?v=1789831919",null]