[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-page-nl-scheidbare-werkwoorden-in-de-tegenwoordige-tijd":3,"grammar-exercises-by-page-01a0ba4b-8bfb-7e0d-a8c9-89fe0e425bb7":164,"exercise-list-path-nl-none":197},{"id":4,"title":5,"slug":6,"seoDescription":7,"content":8,"language":9,"level":10,"displayOrder":11,"grammarTopics":12,"createdAt":19,"updatedAt":20,"vocabularyLists":21,"primaryTopicHub":161,"readyImages":163},"01a0ba4b-8bfb-7e0d-a8c9-89fe0e425bb7","Scheidbare werkwoorden in de tegenwoordige tijd","scheidbare-werkwoorden-in-de-tegenwoordige-tijd","Leer scheidbare werkwoorden zoals opbellen, opstaan en meenemen correct splitsen en op de juiste plaats zetten in gewone Nederlandse hoofdzinnen.","Een scheidbaar werkwoord bestaat uit twee delen. In het hele werkwoord staan die delen aan elkaar, maar in een gewone hoofdzin gaan ze vaak uit elkaar.\n\nNa deze les kun je:\n\n- veelgebruikte scheidbare werkwoorden herkennen;\n- het werkwoord vervoegen en het eerste deel achteraan zetten;\n- het hele werkwoord correct aan elkaar schrijven.\n\n## 1. Twee delen met één betekenis\n\nKijk naar **opbellen**: **op** + **bellen**. Samen betekenen de delen dat je iemand per telefoon belt. Het eerste deel noemen we hier het losse deel.\n\n| Infinitief | Delen | Betekenis |\n| --- | --- | --- |\n| **opbellen** | op + bellen | iemand bellen |\n| **opstaan** | op + staan | uit het bed komen |\n| **meenemen** | mee + nemen | iets met je nemen |\n| **aankomen** | aan + komen | een plaats bereiken |\n| **afwassen** | af + wassen | de vaat schoonmaken |\n| **invullen** | in + vullen | informatie op een formulier schrijven |\n\n:::tip\nLeer de twee delen altijd samen met de betekenis: **op + bellen**, **mee + nemen**, **aan + komen**. Een ander eerste deel kan de betekenis veranderen.\n:::\n\n## 2. Splitsen in de hoofdzin\n\nIn een gewone zin vervoeg je het werkwoordelijke deel. Het losse deel staat meestal aan het einde.\n\n**onderwerp + vervoegd werkwoord + rest + los deel**\n\n| Onderwerp | Vorm van opbellen |\n| --- | --- |\n| ik | ik **bel** de tandarts **op** |\n| jij \u002F je | jij **belt** de tandarts **op** |\n| u | u **belt** de tandarts **op** |\n| hij \u002F zij \u002F het | zij **belt** de tandarts **op** |\n| wij \u002F jullie \u002F zij | wij **bellen** de tandarts **op** |\n\n:::example\nIk **sta** elke ochtend om zeven uur **op**.\n\nDe trein **komt** om half negen **aan**.\n\nWij **nemen** de lunch **mee**.\n\nSam **wast** na het eten de vaat **af**.\n:::\n\n## 3. Wat staat tussen de twee delen?\n\nTussen het vervoegde werkwoord en het losse deel kan andere informatie staan.\n\n- een tijd: *Ik sta **morgen vroeg** op.*\n- een persoon: *Zij belt **haar moeder** op.*\n- een ding: *Wij nemen **de paraplu** mee.*\n- een plaats: *De bus komt **bij het station** aan.*\n\nHet losse deel hoort nog steeds bij het werkwoord. Zet het daarom niet zomaar ergens midden in de zin.\n\n:::warning\nZet in een gewone hoofdzin niet het hele werkwoord direct na het onderwerp.\n\n✓ Ik **bel** de dokter **op**.\n\n✗ *Ik opbel de dokter.*\n:::\n\n## 4. Vragen met een scheidbaar werkwoord\n\nIn een ja-neevraag komt het vervoegde werkwoord vóór het onderwerp. Het losse deel blijft achteraan.\n\n| Gewone zin | Vraag |\n| --- | --- |\n| Jij **staat** vroeg **op**. | **Sta** jij vroeg **op**? |\n| U **vult** het formulier **in**. | **Vult** u het formulier **in**? |\n| De trein **komt** laat **aan**. | **Komt** de trein laat **aan**? |\n\nMet een vraagwoord werkt het ook zo: *Wanneer **bel** je de huisarts **op**?* en *Wat **neem** je **mee**?*\n\n## 5. Wanneer blijven de delen samen?\n\nIn het woordenboek en als infinitief schrijf je de delen aan elkaar.\n\n- Ik wil morgen vroeg **opstaan**.\n- Wij kunnen de lunch **meenemen**.\n- U moet het formulier **invullen**.\n\n:::note\nNa **willen**, **kunnen** of **moeten** staat het hele scheidbare werkwoord achteraan. Je schrijft het dan als één woord.\n:::\n\nSchrijf dus **opbellen**, niet *op bellen*, als je het hele werkwoord bedoelt.\n\n## 6. Kort stappenplan\n\n1. Zoek de twee delen van het werkwoord.\n2. Vervoeg het tweede deel bij het onderwerp.\n3. Zet dat vervoegde deel op de plaats van de persoonsvorm.\n4. Zet het losse deel aan het einde van de hoofdzin.\n\n| Infinitief | Hoofdzin |\n| --- | --- |\n| **opstaan** | Ik **sta** om zeven uur **op**. |\n| **meenemen** | Zij **neemt** het boek **mee**. |\n| **aankomen** | De bus **komt** op tijd **aan**. |\n| **invullen** | Wij **vullen** het formulier **in**. |\n\nOnthoud het beeld: in **opbellen** staan de delen samen; in *Ik bel vanavond op* vormen ze samen het kader van de zin.","nl","A1",28,[13],{"id":14,"name":15,"level":10,"language":9,"isCompleted":16,"completionPercentage":17,"totalExercises":18,"completedExercises":17},"01a0ba4b-87a7-7e78-988d-3307b6c303b2","Regelmatige en scheidbare werkwoorden",false,0,13,"2026-09-19T15:31:48+00:00","2026-10-11T12:53:41+00:00",[22],{"id":23,"title":24,"vocabularyListWords":25,"isPublished":35},"01a0ba4c-512a-758b-bbcd-9c2554aba3d7","Scheidbare werkwoorden voor dagelijkse situaties",[26,38,53,66,83,92,106,120,136,148],{"id":27,"vocabularyWord":28,"displayOrder":37},"01a0ba4c-512a-75fb-bbcd-9c255538b95f",{"id":29,"word":30,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":33,"partsOfSpeech":34,"audio":35,"audioUrl":36},"01a0ba4b-d6a6-7f89-91fd-ff05898cb54b","opbellen",7,"A2","tts_d0734d9b553e8987_nl-NL.mp3",[],true,"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_d0734d9b553e8987_nl-NL.mp3",1,{"id":39,"vocabularyWord":40,"displayOrder":52},"01a0ba4c-512a-7647-bbcd-9c2555c01b85",{"id":41,"word":42,"frequency":43,"level":32,"language":9,"audioFilePath":44,"partsOfSpeech":45,"audio":35,"audioUrl":51},"01a0ba4b-d983-704c-9638-cd089c4f02e9","opstaan",9,"tts_85c0ee3237c8a338_nl-NL.mp3",[46],{"id":47,"partOfSpeech":48,"definition":49,"exampleSentences":50,"isPrimary":35,"meaningOrder":37},"01a0ba4b-d99a-7aae-a0ca-fdff1737ec27","VERB","Vanuit bed, een stoel of een liggende houding overeind komen.","Ik sta elke werkdag om zeven uur op.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_85c0ee3237c8a338_nl-NL.mp3",2,{"id":54,"vocabularyWord":55,"displayOrder":65},"01a0ba4c-512a-768b-bbcd-9c2555e6d359",{"id":56,"word":57,"frequency":43,"level":32,"language":9,"audioFilePath":58,"partsOfSpeech":59,"audio":35,"audioUrl":64},"01a0ba4b-d851-7f15-ae14-9c003e3f7b6c","meenemen","tts_6d9626db36d4f2ef_nl-NL.mp3",[60],{"id":61,"partOfSpeech":48,"definition":62,"exampleSentences":63,"isPrimary":35,"meaningOrder":37},"01a0ba4b-d892-78ec-bdf8-1b1371ff997d","Iemand of iets bij je hebben wanneer je naar een andere plaats gaat.","Voor de wandeling neem ik water en fruit mee.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_6d9626db36d4f2ef_nl-NL.mp3",3,{"id":67,"vocabularyWord":68,"displayOrder":82},"01a0ba4c-512a-76cb-bbcd-9c25560cbbdd",{"id":69,"word":70,"frequency":43,"level":32,"language":9,"audioFilePath":71,"partsOfSpeech":72,"audio":35,"audioUrl":81},"01a0ba4b-d7a2-7d82-9586-73f4f589e7de","aankomen","tts_85e31e90652d0311_nl-NL.mp3",[73,77],{"id":74,"partOfSpeech":48,"definition":75,"exampleSentences":76,"isPrimary":35,"meaningOrder":37},"01a0ba4b-d7e0-7f3e-ac72-711be2daac09","Na een reis of verplaatsing een bestemming bereiken.","Als we op tijd aankomen, kunnen we nog samen eten.",{"id":78,"partOfSpeech":48,"definition":79,"exampleSentences":80,"isPrimary":16,"meaningOrder":52},"01a0ba4b-d7e1-701d-b022-d70172f759d9","Zwaarder worden doordat het lichaamsgewicht toeneemt.","Tijdens de vakantie ben ik twee kilo aangekomen.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_85e31e90652d0311_nl-NL.mp3",4,{"id":84,"vocabularyWord":85,"displayOrder":91},"01a0ba4c-512a-7707-bbcd-9c25562396ae",{"id":86,"word":87,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":88,"partsOfSpeech":89,"audio":35,"audioUrl":90},"01a0ba4b-d69e-7422-8770-6dc1a0fba2fb","afwassen","tts_141b1e5b475e4f0e_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_141b1e5b475e4f0e_nl-NL.mp3",5,{"id":93,"vocabularyWord":94,"displayOrder":105},"01a0ba4c-512a-7747-bbcd-9c255651cca9",{"id":95,"word":96,"frequency":97,"level":32,"language":9,"audioFilePath":98,"partsOfSpeech":99,"audio":35,"audioUrl":104},"01a0ba4b-d83c-77b8-9df2-f5c667173288","invullen",8,"tts_af7ad2116a6fc56b_nl-NL.mp3",[100],{"id":101,"partOfSpeech":48,"definition":102,"exampleSentences":103,"isPrimary":35,"meaningOrder":37},"01a0ba4b-d890-76ab-b427-275c2a33e173","Gevraagde informatie op een formulier of in lege vakken schrijven.","Vul op het formulier je naam en adres in.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_af7ad2116a6fc56b_nl-NL.mp3",6,{"id":107,"vocabularyWord":108,"displayOrder":31},"01a0ba4c-512a-7783-bbcd-9c255741fa84",{"id":109,"word":110,"frequency":111,"level":10,"language":9,"audioFilePath":112,"partsOfSpeech":113,"audio":35,"audioUrl":119},"01a0ba4b-d797-7405-86c9-a5706678897e","willen",10,"tts_7b0212d8b2717164_nl-NL.mp3",[114],{"id":115,"partOfSpeech":116,"definition":117,"exampleSentences":118,"isPrimary":35,"meaningOrder":37},"01a0ba4b-d7dd-7ec5-99f2-101f3aff8efe","MODAL_VERB","Een wens, voorkeur of plan uitdrukken.","Wij willen volgend jaar naar Spanje reizen.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_7b0212d8b2717164_nl-NL.mp3",{"id":121,"vocabularyWord":122,"displayOrder":97},"01a0ba4c-512a-77d3-bbcd-9c2557a471ff",{"id":123,"word":124,"frequency":111,"level":10,"language":9,"audioFilePath":125,"partsOfSpeech":126,"audio":35,"audioUrl":135},"01a0ba4b-d55c-77ea-8840-e267b6601348","kunnen","tts_b7151ade890e819b_nl-NL.mp3",[127,131],{"id":128,"partOfSpeech":116,"definition":129,"exampleSentences":130,"isPrimary":35,"meaningOrder":37},"01a0ba4b-d567-7686-aa36-e4be4e561e16","De vaardigheid of mogelijkheid hebben om iets te doen.","Mijn zus kan heel goed zwemmen.",{"id":132,"partOfSpeech":116,"definition":133,"exampleSentences":134,"isPrimary":16,"meaningOrder":52},"01a0ba4b-d567-76ca-aa36-e4be4ecc1f05","Aangeven dat iets mogelijk is.","Het kan morgen gaan regenen.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_b7151ade890e819b_nl-NL.mp3",{"id":137,"vocabularyWord":138,"displayOrder":43},"01a0ba4c-512a-7813-bbcd-9c2557c7a117",{"id":139,"word":140,"frequency":111,"level":10,"language":9,"audioFilePath":141,"partsOfSpeech":142,"audio":35,"audioUrl":147},"01a0ba4b-d6c4-777d-967b-f5b8ec7cb5ea","moeten","tts_8c23aedee6bd6abe_nl-NL.mp3",[143],{"id":144,"partOfSpeech":116,"definition":145,"exampleSentences":146,"isPrimary":35,"meaningOrder":37},"01a0ba4b-d6dd-7231-8390-ca488f9638c2","Uitdrukken dat iets noodzakelijk, verplicht of niet te vermijden is.","We moeten nu vertrekken om de trein te halen.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_8c23aedee6bd6abe_nl-NL.mp3",{"id":149,"vocabularyWord":150,"displayOrder":111},"01a0ba4c-512a-784f-bbcd-9c255820f2ee",{"id":151,"word":152,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":153,"partsOfSpeech":154,"audio":35,"audioUrl":160},"01a0ba4b-d7ca-7104-9e21-1c8a512dab93","formulier","tts_43972d83236ca3d5_nl-NL.mp3",[155],{"id":156,"partOfSpeech":157,"definition":158,"exampleSentences":159,"isPrimary":35,"meaningOrder":37},"01a0ba4b-d7ea-7819-b0db-723fd1781507","NOUN","(het; formulieren) document met vaste vragen of lege vakken waarin iemand informatie invult.","Vul op het formulier je naam en geboortedatum in.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_43972d83236ca3d5_nl-NL.mp3",{"name":15,"slug":162,"language":9},"regelmatige-en-scheidbare-werkwoorden-a1",[],[165,176,183,190],{"@id":166,"@type":167,"id":168,"grammarPage":169,"title":170,"instructions":171,"displayOrder":17,"type":172,"questionCount":173,"blankCount":174,"isCompleted":16,"ogImageUrl":175},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-ba53-703f-a0b1-12607844d837","GrammarExercise","01a0ba4b-ba53-703f-a0b1-12607844d837","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8bfb-7e0d-a8c9-89fe0e425bb7","Werkwoord en los deel","Kies de vervoegde vorm en het losse deel van het scheidbare werkwoord in elke hoofdzin.","word_select",15,30,"\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_372b7c05-fc83-4eff-9b67-699d457a5606_hero.webp?v=1789831920",{"@id":177,"@type":167,"id":178,"grammarPage":169,"title":179,"instructions":180,"displayOrder":37,"type":172,"questionCount":173,"blankCount":181,"isCompleted":16,"ogImageUrl":182},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-ba79-7f90-ac5d-d90107f90ac1","01a0ba4b-ba79-7f90-ac5d-d90107f90ac1","Vragen en hele werkwoorden","Kies in vragen de vervoegde vorm met het losse deel, en na een modaal werkwoord het hele scheidbare werkwoord.",23,"\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_90b9d1b9-bef9-48ce-9322-671aee22421f_hero.webp?v=1789831920",{"@id":184,"@type":167,"id":185,"grammarPage":169,"title":186,"instructions":187,"displayOrder":52,"type":188,"questionCount":111,"blankCount":111,"isCompleted":16,"ogImageUrl":189},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-ba9b-725d-9816-315f567152de","01a0ba4b-ba9b-725d-9816-315f567152de","Bouw zinnen met scheidbare werkwoorden","Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg.","sentence_builder","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_13d8043c-480a-4e32-adf0-1b2927f46dba_hero.webp?v=1789831920",{"@id":191,"@type":167,"id":192,"grammarPage":169,"title":193,"instructions":194,"displayOrder":65,"type":195,"questionCount":111,"blankCount":17,"isCompleted":16,"ogImageUrl":196},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-baac-77e5-94ee-abaf8aca9109","01a0ba4b-baac-77e5-94ee-abaf8aca9109","Vind en verbeter scheidbare werkwoorden","In elke zin is één woord fout. Tik op het foute woord en kies de juiste verbetering.","find_and_fix","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_cf6aac1b-d71a-44d8-8c1d-3350cdbd8610_hero.webp?v=1789831920",null]