[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-page-nl-veel-weinig-genoeg-meer-en-minder":3,"grammar-exercises-by-page-01a0ba4b-8c63-7588-9931-4c956065e266":264,"exercise-list-path-nl-none":287},{"id":4,"title":5,"slug":6,"seoDescription":7,"content":8,"language":9,"level":10,"displayOrder":11,"grammarTopics":12,"createdAt":19,"updatedAt":20,"vocabularyLists":21,"primaryTopicHub":261,"readyImages":263},"01a0ba4b-8c63-7588-9931-4c956065e266","Veel, weinig, genoeg, meer en minder","veel-weinig-genoeg-meer-en-minder","Leer hoeveelheden uitdrukken met veel, weinig en genoeg, vergelijk ze met meer en minder en plaats te en heel correct in Nederlandse zinnen.","Met **veel**, **weinig** en **genoeg** beschrijf je een hoeveelheid. Met **meer** en **minder** vergelijk je hoeveelheden: *We hebben genoeg stoelen, maar we hebben meer tafels nodig.*\n\nNa deze les kun je:\n\n- zeggen of een hoeveelheid groot, klein of voldoende is;\n- twee hoeveelheden vergelijken met **meer** en **minder**;\n- het verschil gebruiken tussen **genoeg**, **te veel** en **te weinig**.\n\n## 1. Veel en weinig\n\n**Veel** noemt een grote hoeveelheid en **weinig** een kleine. Je gebruikt beide woorden bij meervoudige telbare woorden en bij woorden voor materiaal, eten, tijd of geld.\n\n| Met een meervoud | Met een niet-telbaar woord |\n| --- | --- |\n| veel boeken | veel water |\n| weinig afspraken | weinig tijd |\n| veel bezoekers | veel geld |\n| weinig fouten | weinig koffie |\n\nEen niet-telbaar woord noemt bijvoorbeeld een stof of een hoeveelheid die je niet direct als losse dingen telt, zoals **water**, **tijd** of **geld**.\n\n- Er staan **veel fietsen** bij het station.\n- In deze soep zit **weinig zout**.\n- Noor heeft deze week **veel werk**.\n- Vandaag zijn er **weinig klanten**.\n\nVoor een kleine positieve hoeveelheid bij een niet-telbaar woord gebruik je ook **een beetje** of **wat**: *een beetje suiker*, *wat melk*.\n\nBij één telbaar ding gebruik je meestal **een** of **geen**, niet *veel stoel*: *Er staat één stoel* en *Er staat geen stoel*.\n\n## 2. Genoeg: voldoende voor een doel\n\n**Genoeg** betekent dat de hoeveelheid voldoende is. Bij een zelfstandig naamwoord staat het meestal ervoor. Het kan ook erachter staan: **geld genoeg**, **tijd genoeg**. Dan benadruk je vaak dat er echt voldoende is.\n\n- We hebben **genoeg brood** voor iedereen.\n- Zijn er **genoeg kopjes** voor de gasten?\n- Ik heb vandaag **genoeg tijd** om je te helpen.\n\nBij een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord staat **genoeg** erachter.\n\n- De kamer is groot **genoeg** voor vier personen.\n- Je spreekt duidelijk **genoeg**.\n- Is de koffie warm **genoeg**?\n\n:::warning\nZeg **genoeg geld** of **geld genoeg**, maar alleen **goed genoeg**. De plaats van **genoeg** hangt dus af van het woord dat het aanvult.\n:::\n\n## 3. Te veel en te weinig\n\nMet **te** geef je aan dat de hoeveelheid niet goed of niet passend is.\n\n- Er zit **te veel suiker** in de thee.\n- Ik heb **te weinig stoelen** voor alle gasten.\n- We besteden **te veel tijd** aan kleine problemen.\n- De plant krijgt **te weinig licht**.\n\nVergelijk de betekenis:\n\n| Zin | Betekenis |\n| --- | --- |\n| Ik heb weinig tijd. | Ik heb maar een kleine hoeveelheid tijd. |\n| Ik heb genoeg tijd. | Ik heb voldoende tijd voor wat ik wil doen. |\n| Ik heb te weinig tijd. | Ik heb niet genoeg tijd. |\n| Ik heb veel tijd. | Ik heb een grote hoeveelheid tijd. |\n\n**Heel veel** versterkt alleen de hoeveelheid: *Er waren heel veel mensen.* **Heel weinig** versterkt juist een kleine hoeveelheid: *Er is heel weinig melk.* **Heel wat** betekent vaak *best veel*: *Dat kost heel wat tijd.* Alleen **te veel** en **te weinig** zeggen dat de hoeveelheid een probleem is.\n\n## 4. Meer en minder vergelijken\n\n**Meer** is de vergrotende trap van **veel**. **Minder** is de vergrotende trap van **weinig**.\n\n- Dit jaar hebben we **meer klanten dan** vorig jaar.\n- Ik drink **minder koffie dan** mijn collega.\n- Er komen **meer dan twintig mensen**.\n- De trein kost **meer**; de bus kost **minder**.\n- Met de nieuwe lamp gebruiken we **minder energie**.\n\nNa een vergelijking gebruik je vaak **dan**. Als het tweede deel duidelijk is, kan het wegblijven: *Wil je meer rijst? Nee, graag iets minder.*\n\nZijn de hoeveelheden gelijk? Gebruik **evenveel ... als** of **net zo veel ... als**: *We hebben evenveel stoelen als vorig jaar.* Je kunt ook zeggen: *We hebben net zo veel stoelen als vorig jaar.*\n\n:::example\nIn de kleine zaal zijn zestig stoelen. Dat is **genoeg** voor de kleine zaal, maar **te weinig** voor zeventig bezoekers. We hebben **tien stoelen meer** nodig.\n:::\n\n## 5. Meer of nog?\n\n**Meer** kan een vergelijking geven, maar ook betekenen dat iets doorgaat of opnieuw nodig is.\n\n- vergelijking: *Pieter heeft meer vrije dagen dan Sara.*\n- extra hoeveelheid: *Mag ik nog wat meer soep?*\n- met ontkenning: *Ik wil geen koffie meer.* De situatie stopt.\n\nLet op het verschil tussen **niet meer** en **nog niet**:\n\n- *De winkel is **niet meer** open.* De winkel was open, maar nu niet.\n- *De winkel is **nog niet** open.* De winkel wordt later open.\n\n## 6. De plaats in de zin\n\nHet hoeveelheidswoord staat meestal direct voor het zelfstandig naamwoord.\n\n- Wij kopen morgen **meer fruit**.\n- Hij neemt **weinig bagage** mee.\n- Heeft u **genoeg informatie** ontvangen?\n- Ik denk dat we **te weinig stoelen** hebben.\n\nZonder zelfstandig naamwoord staat het zelfstandig in de zin: *Ik heb genoeg*, *Zij wil minder* en *Wij nemen meer mee*.\n\n**Veel** en **weinig** kunnen ook bij een werkwoord staan. Dan zeggen ze hoeveel iemand iets doet: *Hij werkt veel.* \u002F *Zij slaapt weinig.*\n\nControleer bij elke zin:\n\n1. Is de hoeveelheid groot, klein of voldoende?\n2. Is er een probleem? Kies dan **te veel** of **te weinig**.\n3. Vergelijk je twee hoeveelheden? Gebruik **meer\u002Fminder ... dan** bij een verschil en **evenveel ... als** bij gelijkheid.\n\nZo beschrijf je niet alleen hoeveel er is, maar ook of die hoeveelheid bij de situatie past.","nl","A2",90,[13],{"id":14,"name":15,"level":10,"language":9,"isCompleted":16,"completionPercentage":17,"totalExercises":18,"completedExercises":17},"01a0ba4b-87ad-7b79-8940-07f72736faf3","Hoeveelheden en vergelijkingen",false,0,14,"2026-09-19T15:31:48+00:00","2026-10-11T12:53:41+00:00",[22],{"id":23,"title":24,"vocabularyListWords":25,"isPublished":38},"01a0ba4c-525d-74ca-ab36-5a4e64ecb285","Woorden om hoeveelheden mee te oefenen",[26,41,53,64,75,86,96,110,121,129,147,159,176,187,200,213,231,248],{"id":27,"vocabularyWord":28,"displayOrder":39},"01a0ba4c-525d-7542-ab36-5a4e65cf0311",{"id":29,"word":30,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":33,"partsOfSpeech":34,"audio":38,"audioUrl":40},"01a0ba4b-d725-7046-a815-4da641890d43","veel",10,"A1","tts_14eda8a434718bb0_nl-NL.mp3",[35],{"id":36,"partOfSpeech":37,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d755-7d69-81bc-8b506ea6d28b","DETERMINER",true,1,"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_14eda8a434718bb0_nl-NL.mp3",{"id":42,"vocabularyWord":43,"displayOrder":52},"01a0ba4c-525d-757e-ab36-5a4e66b46d06",{"id":44,"word":45,"frequency":46,"level":32,"language":9,"audioFilePath":47,"partsOfSpeech":48,"audio":38,"audioUrl":51},"01a0ba4b-d74f-78e7-a0c9-7586eb548fe3","weinig",9,"tts_57b080b74b64ab0e_nl-NL.mp3",[49],{"id":50,"partOfSpeech":37,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d75a-7405-a2c4-a98ba211c962","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_57b080b74b64ab0e_nl-NL.mp3",2,{"id":54,"vocabularyWord":55,"displayOrder":63},"01a0ba4c-525d-75a6-ab36-5a4e66cb7a4d",{"id":56,"word":57,"frequency":46,"level":32,"language":9,"audioFilePath":58,"partsOfSpeech":59,"audio":38,"audioUrl":62},"01a0ba4b-d538-7607-ba55-f9b82fb81b04","genoeg","tts_358b2fc6d67469f1_nl-NL.mp3",[60],{"id":61,"partOfSpeech":37,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d563-7cc3-b413-dd0b75af372d","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_358b2fc6d67469f1_nl-NL.mp3",3,{"id":65,"vocabularyWord":66,"displayOrder":74},"01a0ba4c-525d-75c6-ab36-5a4e671cc71a",{"id":67,"word":68,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":69,"partsOfSpeech":70,"audio":38,"audioUrl":73},"01a0ba4b-d5ba-7224-908f-470380ac370b","meer","tts_1ee24bca7a9da812_nl-NL.mp3",[71],{"id":72,"partOfSpeech":37,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d5fc-7bba-9f37-be912691cd57","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_1ee24bca7a9da812_nl-NL.mp3",4,{"id":76,"vocabularyWord":77,"displayOrder":85},"01a0ba4c-525d-75e2-ab36-5a4e67e502d0",{"id":78,"word":79,"frequency":46,"level":32,"language":9,"audioFilePath":80,"partsOfSpeech":81,"audio":38,"audioUrl":84},"01a0ba4b-d5bf-7bf2-9bcd-c8416148eae5","minder","tts_f56f5408398905dd_nl-NL.mp3",[82],{"id":83,"partOfSpeech":37,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d5fd-7487-b5de-b23bb112508a","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_f56f5408398905dd_nl-NL.mp3",5,{"id":87,"vocabularyWord":88,"displayOrder":95},"01a0ba4c-525d-75fe-ab36-5a4e6858af90",{"id":89,"word":90,"frequency":91,"level":32,"language":9,"audioFilePath":92,"partsOfSpeech":93,"audio":38,"audioUrl":94},"01a0ba4b-d8e2-71dd-8be9-074693f2e76e","beetje",8,"tts_6e5c14a011aff248_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_6e5c14a011aff248_nl-NL.mp3",6,{"id":97,"vocabularyWord":98,"displayOrder":109},"01a0ba4c-525d-761e-ab36-5a4e690efdd6",{"id":99,"word":100,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":101,"partsOfSpeech":102,"audio":38,"audioUrl":108},"01a0ba4b-d74c-72be-b5da-e436148d9e8a","wat","tts_50c4ca8480227c77_nl-NL.mp3",[103],{"id":104,"partOfSpeech":105,"definition":106,"exampleSentences":107,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d759-7db0-afe6-cd9a87407c8e","PRONOUN","Vraagwoord waarmee naar een ding, handeling of informatie wordt gevraagd.","Wat lees je nu?","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_50c4ca8480227c77_nl-NL.mp3",7,{"id":111,"vocabularyWord":112,"displayOrder":91},"01a0ba4c-525d-763a-ab36-5a4e69148097",{"id":113,"word":114,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":115,"partsOfSpeech":116,"audio":38,"audioUrl":120},"01a0ba4b-d717-793d-ba78-ff3f180f7d63","te","tts_cf53c05299fef82f_nl-NL.mp3",[117],{"id":118,"partOfSpeech":119,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d754-78ab-b46e-efea6e6fec10","PREPOSITION","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_cf53c05299fef82f_nl-NL.mp3",{"id":122,"vocabularyWord":123,"displayOrder":46},"01a0ba4c-525d-7656-ab36-5a4e696aa64e",{"id":124,"word":125,"frequency":91,"level":32,"language":9,"audioFilePath":126,"partsOfSpeech":127,"audio":38,"audioUrl":128},"01a0ba4b-d909-7c5b-aff1-a458b6f0bbea","heel","tts_01cc00d0ccbf00ca_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_01cc00d0ccbf00ca_nl-NL.mp3",{"id":130,"vocabularyWord":131,"displayOrder":31},"01a0ba4c-525d-7672-ab36-5a4e696e4ce0",{"id":132,"word":133,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":134,"partsOfSpeech":135,"audio":38,"audioUrl":146},"01a0ba4b-d7be-77af-8509-a0a7cce7a092","dan","tts_06c573cafa7b8def_nl-NL.mp3",[136,141],{"id":137,"partOfSpeech":138,"definition":139,"exampleSentences":140,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d7e8-74d2-88f2-0166eb1b64ca","ADVERB","Op dat moment of als volgende stap.","Ik werk tot vijf uur en ga dan naar huis.",{"id":142,"partOfSpeech":143,"definition":144,"exampleSentences":145,"isPrimary":16,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d7e8-752e-88f2-0166ebbce7ec","CONJUNCTION","Woord dat na een vergrotende trap het tweede deel van een vergelijking inleidt.","De trein is sneller dan de bus.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_06c573cafa7b8def_nl-NL.mp3",{"id":148,"vocabularyWord":149,"displayOrder":158},"01a0ba4c-525d-7692-ab36-5a4e699d2c72",{"id":150,"word":151,"frequency":52,"level":10,"language":9,"audioFilePath":152,"partsOfSpeech":153,"audio":38,"audioUrl":157},"01a0ba4b-d9ed-7632-83d1-c8c07a1d6f6f","evenveel","tts_8ddfbe2cafd68f68_nl-NL.mp3",[154],{"id":155,"partOfSpeech":138,"definition":156,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-da12-7c5a-8ea0-14c8291eb459","","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_8ddfbe2cafd68f68_nl-NL.mp3",11,{"id":160,"vocabularyWord":161,"displayOrder":175},"01a0ba4c-525d-76ae-ab36-5a4e69d9dde2",{"id":162,"word":163,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":164,"partsOfSpeech":165,"audio":38,"audioUrl":174},"01a0ba4b-d7a7-781c-bb1a-ab952ed5d546","als","tts_bd30c82a09f240a6_nl-NL.mp3",[166,170],{"id":167,"partOfSpeech":143,"definition":168,"exampleSentences":169,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d7e2-77cd-b8dd-70559235cdcf","Voegwoord dat een voorwaarde aangeeft.","Als het morgen regent, nemen we de bus.",{"id":171,"partOfSpeech":143,"definition":172,"exampleSentences":173,"isPrimary":16,"meaningOrder":52},"01a0ba4b-d7e2-7871-b8dd-705592c4b955","Voegwoord dat aangeeft wanneer iets gebeurt.","Ik bel je als ik thuis ben.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_bd30c82a09f240a6_nl-NL.mp3",12,{"id":177,"vocabularyWord":178,"displayOrder":186},"01a0ba4c-525d-76ca-ab36-5a4e6a95c8de",{"id":179,"word":180,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":181,"partsOfSpeech":182,"audio":38,"audioUrl":185},"01a0ba4b-dc99-76c6-ae83-f359f9ee319d","nog","tts_baa35f91a111aba4_nl-NL.mp3",[183],{"id":184,"partOfSpeech":138,"definition":156,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-dcc1-72c0-990e-b37e2053c1d4","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_baa35f91a111aba4_nl-NL.mp3",13,{"id":188,"vocabularyWord":189,"displayOrder":18},"01a0ba4c-525d-76e6-ab36-5a4e6b849023",{"id":190,"word":191,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":192,"partsOfSpeech":193,"audio":38,"audioUrl":199},"01a0ba4b-d6cb-7b66-942b-9ee783ea236d","niet","tts_6762a047a3dee002_nl-NL.mp3",[194],{"id":195,"partOfSpeech":196,"definition":197,"exampleSentences":198,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d6de-7027-9471-be6b2be18a92","PARTICLE","Ontkenningswoord bij een werkwoord, eigenschap, plaats of bepaald zinsdeel.","Ik werk vandaag niet.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_6762a047a3dee002_nl-NL.mp3",{"id":201,"vocabularyWord":202,"displayOrder":212},"01a0ba4c-525d-7702-ab36-5a4e6baa3f07",{"id":203,"word":204,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":205,"partsOfSpeech":206,"audio":38,"audioUrl":211},"01a0ba4b-d537-7200-9238-37f6e14df4b0","geen","tts_9d3578e00ddce0fa_nl-NL.mp3",[207],{"id":208,"partOfSpeech":37,"definition":209,"exampleSentences":210,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d563-7baf-b413-dd0b7529c34e","Ontkenningswoord voor een zelfstandig naamwoord zonder bepaald lidwoord.","Wij hebben geen auto.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_9d3578e00ddce0fa_nl-NL.mp3",15,{"id":214,"vocabularyWord":215,"displayOrder":230},"01a0ba4c-525d-771e-ab36-5a4e6c790d07",{"id":216,"word":217,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":218,"partsOfSpeech":219,"audio":38,"audioUrl":229},"01a0ba4b-d74c-7d3e-b5da-e436152e241d","water","tts_f1efda492c23bcf6_nl-NL.mp3",[220,225],{"id":221,"partOfSpeech":222,"definition":223,"exampleSentences":224,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d759-7ebc-afe6-cd9a87cdabac","NOUN","(het; waters) heldere vloeistof die mensen, dieren en planten nodig hebben; als stof meestal zonder meervoud.","Na het sporten drink ik veel water.",{"id":226,"partOfSpeech":222,"definition":227,"exampleSentences":228,"isPrimary":16,"meaningOrder":52},"01a0ba4b-d759-7f00-afe6-cd9a88a908cf","(het; waters) meer, rivier, zee of ander gebied dat met water bedekt is.","Hun huis staat dicht bij het water.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_f1efda492c23bcf6_nl-NL.mp3",16,{"id":232,"vocabularyWord":233,"displayOrder":247},"01a0ba4c-525d-774e-ab36-5a4e6cac53e3",{"id":234,"word":235,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":236,"partsOfSpeech":237,"audio":38,"audioUrl":246},"01a0ba4b-d71b-77b4-b846-efec9ad1a5c3","tijd","tts_4ff84128a4e66071_nl-NL.mp3",[238,242],{"id":239,"partOfSpeech":222,"definition":240,"exampleSentences":241,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d754-7e33-b46e-efea7027cf12","(de; tijden) opeenvolging van momenten waarin iets gebeurt.","Ik heb vanmiddag geen tijd om te koken.",{"id":243,"partOfSpeech":222,"definition":244,"exampleSentences":245,"isPrimary":16,"meaningOrder":52},"01a0ba4b-d754-7e7b-b46e-efea70762112","Een bepaalde periode in het verleden, het heden of de toekomst.","In die tijd hadden weinig mensen een auto.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_4ff84128a4e66071_nl-NL.mp3",17,{"id":249,"vocabularyWord":250,"displayOrder":260},"01a0ba4c-525d-776a-ab36-5a4e6d81954b",{"id":251,"word":252,"frequency":31,"level":10,"language":9,"audioFilePath":253,"partsOfSpeech":254,"audio":38,"audioUrl":259},"01a0ba4b-d7cd-7607-895d-213d3b77ee18","geld","tts_229e9a7dfda092c5_nl-NL.mp3",[255],{"id":256,"partOfSpeech":222,"definition":257,"exampleSentences":258,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d7eb-71c9-a8ae-a470fc36725b","(het; geen meervoud) algemeen betaalmiddel in de vorm van munten, biljetten of een digitaal bedrag.","Ik heb niet genoeg geld bij me voor deze jas.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_229e9a7dfda092c5_nl-NL.mp3",18,{"name":15,"slug":262,"language":9},"hoeveelheden-en-vergelijkingen-a2",[],[265,274,280],{"@id":266,"@type":267,"id":268,"grammarPage":269,"title":270,"instructions":271,"displayOrder":17,"type":272,"questionCount":212,"blankCount":212,"isCompleted":16,"ogImageUrl":273},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-be7d-71ff-b375-773af8a25cb8","GrammarExercise","01a0ba4b-be7d-71ff-b375-773af8a25cb8","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8c63-7588-9931-4c956065e266","Hoeveel of voldoende","Kies het hoeveelheidswoord dat bij de situatie past.","word_select","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_3a538956-2585-4d99-bf05-4fe8a32c7127_hero.webp?v=1789831921",{"@id":275,"@type":267,"id":276,"grammarPage":269,"title":277,"instructions":278,"displayOrder":39,"type":272,"questionCount":212,"blankCount":230,"isCompleted":16,"ogImageUrl":279},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-be92-74d0-8c98-2688e0044170","01a0ba4b-be92-74d0-8c98-2688e0044170","Hoeveelheden vergelijken","Kies de vorm die de twee hoeveelheden correct vergelijkt.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_8a678ee6-02e0-4cd8-9b88-6d8e2c4b79cb_hero.webp?v=1789831921",{"@id":281,"@type":267,"id":282,"grammarPage":269,"title":283,"instructions":284,"displayOrder":74,"type":285,"questionCount":74,"blankCount":17,"isCompleted":16,"ogImageUrl":286},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-bea8-740d-8fdd-91b862cd8084","01a0ba4b-bea8-740d-8fdd-91b862cd8084","Veel, weinig, genoeg, meer en minder - Woorden sorteren","Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.","word_sort","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_62e879cb-f8fe-4461-a09d-86e79d6be103_hero.webp?v=1789831921",null]