[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"grammar-page-nl-voornaamwoorden-en-bepalingen-in-het-middenstuk":3,"grammar-exercises-by-page-01a0ba4b-8cbf-7403-bb48-9f3a39d157e4":291,"exercise-list-path-nl-none":314},{"id":4,"title":5,"slug":6,"seoDescription":7,"content":8,"language":9,"level":10,"displayOrder":11,"grammarTopics":12,"createdAt":19,"updatedAt":20,"vocabularyLists":21,"primaryTopicHub":288,"readyImages":290},"01a0ba4b-8cbf-7403-bb48-9f3a39d157e4","Voornaamwoorden en bepalingen in het middenstuk","voornaamwoorden-en-bepalingen-in-het-middenstuk","Leer hoe korte voornaamwoorden en bepalingen van tijd, manier en plaats in het Nederlandse middenstuk staan en hoe nadruk de volgorde verandert.","## 1. Het middenstuk herkennen\n\nIn een Nederlandse hoofdzin staat de **persoonsvorm** meestal op de tweede plaats. Tussen die persoonsvorm en een werkwoord aan het einde ligt vaak het *middenstuk*. Daar kunnen onder meer het onderwerp, voornaamwoorden en bepalingen van tijd, manier en plaats staan.\n\n| Eerste zinsdeel | Persoonsvorm | Middenstuk | Werkwoord aan het einde |\n| --- | --- | --- | --- |\n| Gisteren | heb | ik hem op kantoor | gezien. |\n| Ik | wil | haar later thuis | bellen. |\n| In mei | zullen | we met de trein naar Groningen | reizen. |\n\nAls er geen tweede werkwoord is, loopt het middenstuk gewoon door tot het einde van de zin.\n\n:::example\n**Met twee werkwoorden:** Ik heb **haar gisteren in de bibliotheek** ontmoet.\n\n**Met één werkwoord:** Ik ontmoet **haar morgen in de bibliotheek**.\n:::\n\n## 2. Korte voornaamwoorden staan meestal vroeg\n\nEen kort, onbeklemtoond voornaamwoord verwijst naar informatie die al bekend is. Daarom staat het meestal vroeg in het middenstuk, direct na het onderwerp als dat onderwerp daar staat.\n\n- Ik heb **hem** gisteren gebeld.\n- Morgen geef ik **het** aan de docent.\n- Na de pauze heeft zij **zich** rustig voorgesteld.\n- We praten **er** vanavond over.\n\nIn *We praten er vanavond over* vormen **er** en **over** samen het voornaamwoordelijk bijwoord **erover**. Het is gesplitst omdat *vanavond* ertussen staat; **over** hoort bij *praten over*.\n\nNa inversie komt het onderwerp eerst en daarna het andere voornaamwoord.\n\n:::example\n**Gewone volgorde:** Ik heb **haar** vorige week gesproken.\n\n**Na een tijdsbepaling:** Vorige week heb **ik haar** gesproken.\n\n**Na een plaatsbepaling:** Op kantoor zal **hij ons** verder helpen.\n:::\n\n:::tip\nZoek eerst de persoonsvorm en het laatste werkwoord. Kijk daarna naar de woorden ertussen. Staat daar een kort voornaamwoord zoals **hem**, **haar**, **het**, **zich** of **er**? Zet het dan meestal vroeg in dat middenstuk.\n:::\n\n### Niet en geen\n\n**Niet** staat meestal na een kort voornaamwoord en een tijdsbepaling, maar vóór een plaatsbepaling en de werkwoordelijke rest: *Ik heb hem gisteren niet op kantoor gezien*. Ook **geen** staat daar vaak: *Ik heb hem gisteren geen bericht gestuurd*.\n\n## 3. Twee objecten\n\nBij twee objecten staat het meewerkend voorwerp meestal vóór het lijdend voorwerp: *Ik geef hem het formulier*. Is het lijdend voorwerp een kort voornaamwoord, dan gaat dat voorop: *Ik geef het hem*.\n\n## 4. Tijd, manier en plaats ordenen\n\nAls een zin meerdere bepalingen bevat, is **tijd – manier – plaats** een nuttige neutrale volgorde. Het is een voorkeur, geen onveranderlijke wet.\n\n| Soort bepaling | Vraag | Voorbeeld |\n| --- | --- | --- |\n| Tijd | wanneer? | **morgen** |\n| Manier of middel | hoe? waarmee? | **met de trein** |\n| Plaats of richting | waar? waarheen? | **naar Leiden** |\n\n:::example\nWe reizen **morgen met de trein naar Leiden**.\n\nDe monteur heeft **vanmorgen heel voorzichtig in de werkplaats** gewerkt.\n\nZij wil **volgende maand met haar gezin naar Texel** gaan.\n:::\n\nJe kunt een bepaling vooraan zetten als die het uitgangspunt van de zin is. De rest van de zin houdt dan de gewone volgorde met inversie.\n\n- **Morgen** reizen we met de trein naar Leiden.\n- **In de werkplaats** heeft de monteur de machine vanmorgen heel voorzichtig getest.\n\n## 5. Een voornaamwoord en een volledig naamwoord vergelijken\n\nEen kort voornaamwoord staat meestal vóór een tijdsbepaling. Een volledig naamwoord kan later staan, vooral als het nieuwe of uitgebreidere informatie geeft.\n\n| Bekende, korte informatie | Nieuwe of langere informatie |\n| --- | --- |\n| Ik heb **hem** gisteren gesproken. | Ik heb gisteren **de nieuwe docent** gesproken. |\n| We hebben **het** vanmorgen besproken. | We hebben vanmorgen **het voorstel van de buurtvereniging** besproken. |\n| Zij heeft **haar** op school gezien. | Zij heeft op school **haar vroegere buurvrouw** gezien. |\n\nOok *Ik heb de nieuwe docent gisteren gesproken* is mogelijk. Dan presenteert de spreker **de nieuwe docent** eerder als bekend of centraal. De woordvolgorde hangt dus niet alleen van grammatica af, maar ook van wat al bekend is en wat de nieuwe boodschap vormt.\n\n:::note\nEen zwaarder zinsdeel met veel woorden staat vaak liever later dan een kort voornaamwoord. In **Ik heb het gisteren aan mijn nieuwe collega uit Breda uitgelegd** staat het korte **het** daarom vroeg en de langere woordgroep later.\n:::\n\n## 6. Nadruk kan de neutrale volgorde veranderen\n\nDe neutrale volgorde helpt je een gewone mededeling te bouwen. Voor contrast of nadruk kan een zinsdeel naar de eerste plaats.\n\n:::example\nIk heb het pakket **gisteren** verstuurd.\nNeutrale mededeling over het pakket.\n\n**Gisteren** heb ik het pakket verstuurd.\nDe dag is het uitgangspunt.\n\n**Dat pakket** heb ik gisteren verstuurd.\nDit pakket wordt tegenover een ander pakket geplaatst.\n:::\n\nGebruik deze volgorde om een neutrale zin op te bouwen:\n\n1. Zet het gekozen eerste zinsdeel vóór de persoonsvorm.\n2. Zet na de persoonsvorm eerst het onderwerp als er inversie is.\n3. Plaats korte voornaamwoorden vroeg in het middenstuk.\n4. Orden bepalingen bij voorkeur als tijd, manier en plaats.\n5. Zet het infinitief, voltooid deelwoord of scheidbare deel aan het einde.\n\n## 7. Veelvoorkomende fouten vermijden\n\n:::warning\nEen objectvoornaamwoord staat niet na het werkwoord aan het einde.\n\n✓ Ik heb **hem gisteren gebeld**.\n✗ Ik heb gisteren gebeld **hem**.\n\n✓ Zij wil **het morgen uitleggen**.\n✗ Zij wil morgen uitleggen **het**.\n:::\n\nLet ook op de plaats van het onderwerp na inversie.\n\n- ✓ Morgen geef **ik hem** het formulier.\n- ✗ Morgen **ik geef hem** het formulier.\n\nDe volgorde **tijd – manier – plaats** is geen reden om een kort voornaamwoord naar achteren te duwen. Zeg dus bij voorkeur *Ik heb **haar** gisteren op school gezien*, niet *Ik heb gisteren op school **haar** gezien* als er geen bijzondere nadruk op **haar** ligt.\n\n## 8. Praktische samenvatting\n\n| Wat staat in het middenstuk? | Neutrale plaats |\n| --- | --- |\n| Onderwerp na inversie | direct na de persoonsvorm |\n| Kort voornaamwoord | direct na de persoonsvorm, of na het onderwerp bij inversie |\n| Tijdsbepaling | vóór manier en plaats |\n| Bepaling van manier of middel | meestal tussen tijd en plaats |\n| Plaats of richting | vaak later in het middenstuk |\n| Lang of nieuw zinsdeel | meestal later dan een kort voornaamwoord |\n\nOnthoud vooral: **bekende en korte informatie staat meestal vroeg; nieuwe en langere informatie staat vaak later**. Nadruk en context kunnen de volgorde veranderen, maar dit patroon geeft je een natuurlijke neutrale basis.","nl","B1",121,[13],{"id":14,"name":15,"level":10,"language":9,"isCompleted":16,"completionPercentage":17,"totalExercises":18,"completedExercises":17},"01a0ba4b-87bc-7b7e-af52-f86a9c23f47e","Bijzin en middenstuk natuurlijk ordenen",false,0,6,"2026-09-19T15:31:48+00:00","2026-10-11T12:53:41+00:00",[22],{"id":23,"title":24,"vocabularyListWords":25,"isPublished":38},"01a0ba4c-5a3a-76bf-b281-1e85c1be7bd4","Korte verwijzingen en bepalingen in het middenstuk",[26,41,59,76,89,107,123,132,146,159,171,189,198,211,220,229,242,252,269,279],{"id":27,"vocabularyWord":28,"displayOrder":39},"01a0ba4c-5a3a-7727-b281-1e85c2638f62",{"id":29,"word":30,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":33,"partsOfSpeech":34,"audio":38,"audioUrl":40},"01a0ba4b-d541-796f-8d12-58791b6bc18d","hem",10,"A1","tts_01c50c3126fbd212_nl-NL.mp3",[35],{"id":36,"partOfSpeech":37,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d564-7a77-97f9-ade232b9544f","PRONOUN",true,1,"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_01c50c3126fbd212_nl-NL.mp3",{"id":42,"vocabularyWord":43,"displayOrder":58},"01a0ba4c-5a3a-775b-b281-1e85c3232178",{"id":44,"word":45,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":46,"partsOfSpeech":47,"audio":38,"audioUrl":57},"01a0ba4b-d53e-7e4e-b944-4405c47121ee","haar","tts_d4f2cfd1b85ebb08_nl-NL.mp3",[48,53],{"id":49,"partOfSpeech":50,"definition":51,"exampleSentences":52,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d564-769f-97f9-ade230ecfce7","DETERMINER","Bezittelijk woord voor iets dat hoort bij een vrouw of meisje over wie wordt gesproken.","Sara zet haar fiets voor het huis.",{"id":54,"partOfSpeech":37,"definition":55,"exampleSentences":56,"isPrimary":16,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d564-76e7-97f9-ade231118422","Persoonlijk voornaamwoord dat als voorwerp verwijst naar een vrouw of meisje.","Ik zie Anna en ik geef haar het boek.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_d4f2cfd1b85ebb08_nl-NL.mp3",2,{"id":60,"vocabularyWord":61,"displayOrder":75},"01a0ba4c-5a3a-777f-b281-1e85c3dacec5",{"id":62,"word":63,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":64,"partsOfSpeech":65,"audio":38,"audioUrl":74},"01a0ba4b-d542-7712-8eb4-a5cbffcc383a","het","tts_fab4e188cda728cb_nl-NL.mp3",[66,70],{"id":67,"partOfSpeech":50,"definition":68,"exampleSentences":69,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d564-7b8f-97f9-ade232fbe796","Bepaald lidwoord voor een enkelvoudig het-woord.","Het raam staat open.",{"id":71,"partOfSpeech":37,"definition":72,"exampleSentences":73,"isPrimary":16,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d564-7bd7-97f9-ade2335f48db","Een voornaamwoord dat naar een het-woord verwijst of als onpersoonlijk onderwerp dient.","Het regent al de hele ochtend.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_fab4e188cda728cb_nl-NL.mp3",3,{"id":77,"vocabularyWord":78,"displayOrder":88},"01a0ba4c-5a3a-77a3-b281-1e85c42e334c",{"id":79,"word":80,"frequency":31,"level":81,"language":9,"audioFilePath":82,"partsOfSpeech":83,"audio":38,"audioUrl":87},"01a0ba4b-e266-706c-98bb-55726fcb9525","zich","A2","tts_8089b2af2512977b_nl-NL.mp3",[84],{"id":85,"partOfSpeech":37,"definition":86,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-e28c-7b16-a6b2-a2b5f01a2815","","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_8089b2af2512977b_nl-NL.mp3",4,{"id":90,"vocabularyWord":91,"displayOrder":106},"01a0ba4c-5a3a-77bf-b281-1e85c4a97ddd",{"id":92,"word":93,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":94,"partsOfSpeech":95,"audio":38,"audioUrl":105},"01a0ba4b-d531-71e0-b92e-e22844b9dcd4","er","tts_78083737665d4e5d_nl-NL.mp3",[96,101],{"id":97,"partOfSpeech":98,"definition":99,"exampleSentences":100,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d563-71f7-b413-dd0b6ef1d982","ADVERB","Onbeklemtoond woord dat verwijst naar een plaats die al bekend is.","Mijn broer woont in Utrecht en ik werk er.",{"id":102,"partOfSpeech":98,"definition":103,"exampleSentences":104,"isPrimary":16,"meaningOrder":58},"01a0ba4b-d563-7243-b413-dd0b6fe56f42","Onbeklemtoond woord dat een nieuwe persoon of zaak in een zin met zijn introduceert.","Er is een supermarkt naast het station.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_78083737665d4e5d_nl-NL.mp3",5,{"id":108,"vocabularyWord":109,"displayOrder":18},"01a0ba4c-5a3a-77ef-b281-1e85c506337c",{"id":110,"word":111,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":112,"partsOfSpeech":113,"audio":38,"audioUrl":122},"01a0ba4b-d6d1-708a-a69c-b30fb467e00a","ons","tts_dd3b3b0ab99e1ae3_nl-NL.mp3",[114,118],{"id":115,"partOfSpeech":50,"definition":116,"exampleSentences":117,"isPrimary":16,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d6de-7b2b-9471-be6b317c39a2","Bezittelijk woord voor een enkelvoudig het-woord dat bij de spreker en anderen hoort.","Ons huis heeft een kleine tuin.",{"id":119,"partOfSpeech":37,"definition":120,"exampleSentences":121,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d6de-7b6f-9471-be6b31c360fe","Persoonlijk voornaamwoord dat als voorwerp verwijst naar de spreker en één of meer anderen.","Onze vriend helpt ons met de verhuizing.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_dd3b3b0ab99e1ae3_nl-NL.mp3",{"id":124,"vocabularyWord":125,"displayOrder":131},"01a0ba4c-5a3a-780b-b281-1e85c5171573",{"id":126,"word":127,"frequency":58,"level":10,"language":9,"audioFilePath":128,"partsOfSpeech":129,"audio":38,"audioUrl":130},"01a0ba4b-db8f-7cfc-9145-459a57f58e45","erover","tts_40c7003ae1648444_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_40c7003ae1648444_nl-NL.mp3",7,{"id":133,"vocabularyWord":134,"displayOrder":145},"01a0ba4c-5a3a-7833-b281-1e85c5cdf7b4",{"id":135,"word":136,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":137,"partsOfSpeech":138,"audio":38,"audioUrl":144},"01a0ba4b-d6cb-7b66-942b-9ee783ea236d","niet","tts_6762a047a3dee002_nl-NL.mp3",[139],{"id":140,"partOfSpeech":141,"definition":142,"exampleSentences":143,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d6de-7027-9471-be6b2be18a92","PARTICLE","Ontkenningswoord bij een werkwoord, eigenschap, plaats of bepaald zinsdeel.","Ik werk vandaag niet.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_6762a047a3dee002_nl-NL.mp3",8,{"id":147,"vocabularyWord":148,"displayOrder":158},"01a0ba4c-5a3a-784f-b281-1e85c62c10b5",{"id":149,"word":150,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":151,"partsOfSpeech":152,"audio":38,"audioUrl":157},"01a0ba4b-d537-7200-9238-37f6e14df4b0","geen","tts_9d3578e00ddce0fa_nl-NL.mp3",[153],{"id":154,"partOfSpeech":50,"definition":155,"exampleSentences":156,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d563-7baf-b413-dd0b7529c34e","Ontkenningswoord voor een zelfstandig naamwoord zonder bepaald lidwoord.","Wij hebben geen auto.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_9d3578e00ddce0fa_nl-NL.mp3",9,{"id":160,"vocabularyWord":161,"displayOrder":31},"01a0ba4c-5a3a-786b-b281-1e85c6960409",{"id":162,"word":163,"frequency":158,"level":81,"language":9,"audioFilePath":164,"partsOfSpeech":165,"audio":38,"audioUrl":170},"01a0ba4b-d7d3-71c3-9291-cd42bc104ff7","gisteren","tts_9f6e666ad88b59bc_nl-NL.mp3",[166],{"id":167,"partOfSpeech":98,"definition":168,"exampleSentences":169,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d7ec-70c3-b258-1bd9cd9efd58","Op de dag vóór vandaag.","Gisteren werkte ik thuis, maar vandaag ben ik op kantoor.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_9f6e666ad88b59bc_nl-NL.mp3",{"id":172,"vocabularyWord":173,"displayOrder":188},"01a0ba4c-5a3a-7887-b281-1e85c7427b5c",{"id":174,"word":175,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":176,"partsOfSpeech":177,"audio":38,"audioUrl":187},"01a0ba4b-d6c6-764f-8320-887953e4fd5f","morgen","tts_96c186ffff861173_nl-NL.mp3",[178,182],{"id":179,"partOfSpeech":98,"definition":180,"exampleSentences":181,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d6dd-7655-8390-ca48922ea18d","Op de dag na vandaag.","Morgen begint mijn vakantie.",{"id":183,"partOfSpeech":184,"definition":185,"exampleSentences":186,"isPrimary":16,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d6dd-769d-8390-ca48924399e9","NOUN","(de; morgens) vroege deel van de dag, voor de middag.","De volgende morgen vertrokken we vroeg.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_96c186ffff861173_nl-NL.mp3",11,{"id":190,"vocabularyWord":191,"displayOrder":197},"01a0ba4c-5a3a-78a7-b281-1e85c7e6fd84",{"id":192,"word":193,"frequency":131,"level":32,"language":9,"audioFilePath":194,"partsOfSpeech":195,"audio":38,"audioUrl":196},"01a0ba4b-d65b-797c-9f3c-54edb9b63a9e","vanavond","tts_79b2963a12f0419c_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_79b2963a12f0419c_nl-NL.mp3",12,{"id":199,"vocabularyWord":200,"displayOrder":210},"01a0ba4c-5a3a-78c3-b281-1e85c84c6963",{"id":201,"word":202,"frequency":31,"level":81,"language":9,"audioFilePath":203,"partsOfSpeech":204,"audio":38,"audioUrl":209},"01a0ba4b-d84a-77a7-9ebc-6a95768ffe4b","later","tts_454fb7c69e42ca86_nl-NL.mp3",[205],{"id":206,"partOfSpeech":98,"definition":207,"exampleSentences":208,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d891-7dcc-a649-c16ad1d1ac18","Op een tijdstip na het genoemde of na nu.","Ik kan nu niet praten; ik bel je later terug.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_454fb7c69e42ca86_nl-NL.mp3",13,{"id":212,"vocabularyWord":213,"displayOrder":219},"01a0ba4c-5a3a-78e3-b281-1e85c8b2f330",{"id":214,"word":215,"frequency":131,"level":32,"language":9,"audioFilePath":216,"partsOfSpeech":217,"audio":38,"audioUrl":218},"01a0ba4b-d8ee-7c54-af69-22e75380444e","vanmorgen","tts_16b76be26e9afd41_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_16b76be26e9afd41_nl-NL.mp3",14,{"id":221,"vocabularyWord":222,"displayOrder":228},"01a0ba4c-5a3a-78ff-b281-1e85c8bda22f",{"id":223,"word":224,"frequency":131,"level":81,"language":9,"audioFilePath":225,"partsOfSpeech":226,"audio":38,"audioUrl":227},"01a0ba4b-dbf3-70ce-a7f4-ba80ec054d53","voorzichtig","tts_b6adbbef665cf3ed_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_b6adbbef665cf3ed_nl-NL.mp3",15,{"id":230,"vocabularyWord":231,"displayOrder":241},"01a0ba4c-5a3a-791b-b281-1e85c959198b",{"id":232,"word":233,"frequency":31,"level":32,"language":9,"audioFilePath":234,"partsOfSpeech":235,"audio":38,"audioUrl":240},"01a0ba4b-d71a-7c51-8a6f-20d165558fcd","thuis","tts_125b5492c95ec0b9_nl-NL.mp3",[236],{"id":237,"partOfSpeech":98,"definition":238,"exampleSentences":239,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-d754-7d23-b46e-efea6f507913","In of bij je eigen huis.","Vanavond blijven we thuis en kijken we een film.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_125b5492c95ec0b9_nl-NL.mp3",16,{"id":243,"vocabularyWord":244,"displayOrder":251},"01a0ba4c-5a3a-7937-b281-1e85ca5898d4",{"id":245,"word":246,"frequency":39,"level":247,"language":9,"audioFilePath":248,"partsOfSpeech":249,"audio":38,"audioUrl":250},"01a0ba4b-d875-75da-be58-d9c5fc0cbb24","middenstuk","B2","tts_0bebc2bfddfd1005_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_0bebc2bfddfd1005_nl-NL.mp3",17,{"id":253,"vocabularyWord":254,"displayOrder":268},"01a0ba4c-5a3a-796f-b281-1e85cb19180c",{"id":255,"word":256,"frequency":158,"level":10,"language":9,"audioFilePath":257,"partsOfSpeech":258,"audio":38,"audioUrl":267},"01a0ba4b-dc12-70db-928d-ae0637966e26","onderwerp","tts_a755c216fa48bb02_nl-NL.mp3",[259,263],{"id":260,"partOfSpeech":184,"definition":261,"exampleSentences":262,"isPrimary":38,"meaningOrder":39},"01a0ba4b-dc39-74ca-b770-f5ab922cec78","(het; onderwerpen) zaak of thema waarover iemand spreekt, schrijft, denkt of leert.","Tijdens de vergadering kwam veiligheid als eerste onderwerp aan bod.",{"id":264,"partOfSpeech":184,"definition":265,"exampleSentences":266,"isPrimary":16,"meaningOrder":58},"01a0ba4b-dc39-7512-b770-f5ab930b7f28","(het; onderwerpen) zinsdeel dat aangeeft wie of wat de handeling uitvoert of in een bepaalde toestand is.","In de zin 'De kinderen spelen' is 'de kinderen' het onderwerp.","\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_a755c216fa48bb02_nl-NL.mp3",19,{"id":270,"vocabularyWord":271,"displayOrder":278},"01a0ba4c-5a3a-798b-b281-1e85cb8de11b",{"id":272,"word":273,"frequency":39,"level":274,"language":9,"audioFilePath":275,"partsOfSpeech":276,"audio":38,"audioUrl":277},"01a0ba4b-d6ae-7910-bf39-eeea744240d9","inversie","C1","tts_044deaf3eaed8320_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_044deaf3eaed8320_nl-NL.mp3",20,{"id":280,"vocabularyWord":281,"displayOrder":287},"01a0ba4c-5a3a-79a3-b281-1e85cbcc700c",{"id":282,"word":283,"frequency":18,"level":247,"language":9,"audioFilePath":284,"partsOfSpeech":285,"audio":38,"audioUrl":286},"01a0ba4b-db1d-7768-995a-16bf6fc4c49b","bepaling","tts_04b95cdae70f7fdb_nl-NL.mp3",[],"\u002Fuploads\u002Faudio\u002Ftts_04b95cdae70f7fdb_nl-NL.mp3",21,{"name":15,"slug":289,"language":9},"bijzin-en-middenstuk-natuurlijk-ordenen-b1",[],[292,301,307],{"@id":293,"@type":294,"id":295,"grammarPage":296,"title":297,"instructions":298,"displayOrder":17,"type":299,"questionCount":219,"blankCount":228,"isCompleted":16,"ogImageUrl":300},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c204-7caa-9b9d-ca142861ac84","GrammarExercise","01a0ba4b-c204-7caa-9b9d-ca142861ac84","\u002Fapi\u002Fgrammar_pages\u002F01a0ba4b-8cbf-7403-bb48-9f3a39d157e4","Voornaamwoorden vroeg in het middenstuk","Kies de neutrale volgorde voor korte voornaamwoorden, ontkenningen en objecten.","word_select","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_b0b77fc0-f2f8-4c8d-af82-914cb21ab05f_hero.webp?v=1789831922",{"@id":302,"@type":294,"id":303,"grammarPage":296,"title":304,"instructions":305,"displayOrder":39,"type":299,"questionCount":219,"blankCount":228,"isCompleted":16,"ogImageUrl":306},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c21e-7949-8839-7cd559f3c3f7","01a0ba4b-c21e-7949-8839-7cd559f3c3f7","Informatie en nadruk ordenen","Kies de juiste aanvulling of de zin die bij de opdracht past.","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_c203dc28-a281-4d5c-a4a6-c068f6b59794_hero.webp?v=1789831922",{"@id":308,"@type":294,"id":309,"grammarPage":296,"title":310,"instructions":311,"displayOrder":58,"type":312,"questionCount":188,"blankCount":188,"isCompleted":16,"ogImageUrl":313},"\u002Fapi\u002Fgrammar_exercises\u002F01a0ba4b-c239-74e0-a9ea-cd17728eb2b1","01a0ba4b-c239-74e0-a9ea-cd17728eb2b1","Bouw het neutrale middenstuk","Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg.","sentence_builder","\u002Fuploads\u002Fimages\u002Fgpimg_b2013b92-fd46-4912-8141-5e880ed84af1_hero.webp?v=1789831922",null]